
Home
Kalender
Forum
Contact
Links
Onderzoek legt (laat-)Middeleeuwse gracht bloot in Dendermonde | Vrijwilligers/studenten gezocht voor begeleiding werken Academie (Antwerpen)
16 augustus 2007
Romeinse sporen bij vooronderzoek 'Ring rond Asse'
Het archeologische projectbureau Archaeological Solutions is momenteel bezig met het vooronderzoek van de N9 k - de nieuwe ringweg rond Asse (Vlaams-Brabant). Het plangebied was vooralsnog terra incognita voor archeologen. Onverhoopt werden er al op de eerste graafdag sporen aangetroffen van Romeinse aanwezigheid. Meer bepaald gaat het hier om een greppelstructuur, twee afvalkuilen met Romeins materiaal en een (paal)kuiltje.
In opdracht van Agentschap Infrastructuur Wegen en Verkeer Vlaams-Brabant en o.l.v. projectleider Kristof Verelst, startte Archaeological Solutions op vrijdag 10 augustus laatstleden een verkennend archeologisch onderzoek in Asse. Het terrein situeert zich ten oosten van de dorpskern van Asse, gelegen tussen de Assesteenweg en de Stationsstraat/Brusselsesteenweg. Hier wordt een nieuwe ringweg voorzien (N9 k), met de bedoeling het centrum van Asse te ontlasten, zowel van doorgaand particulier verkeer maar ook van vrachtverkeer van en naar de industriezone van Mollem.
Aangezien de zone van het geplande wegtracé tot op heden ononderzocht bleef, is archeologische potentie van het plangebied vooralsnog onbekend. Het vooronderzoek is dan ook een aangewezen mogelijkheid om het projectgebied archeologisch te evalueren, teneinde het ongekende archeologisch erfgoed te detecteren, af te lijnen en te registreren.
Gelet op de lengte (1 km) en de breedte van de aan te leggen wegkoffer (25 m), en de aard van de ingreep, bestaat de kans dat er bij de graafwerkzaamheden archeologische monumenten worden aangetroffen.
Dat projectbureau ‘Archaeological Solutions’ reeds op de eerste dag van het onderzoek op Romeinse grondsporen stuitte, overtrof alle verwachtingen. Net ten noorden van de Assesteenweg, op ca. 1 m beneden maaiveld, stootte de opgravingsploeg op donkergrijze negatiefsporen die zich ten opzichte van de lichtbruine lemige ondergrond duidelijk aftekenden (afbeelding linksonder). Na onderzoek schijnen deze sporen meer dan waarschijnlijk uit de Romeinse tijd te stammen. Getuige hiervan zijn de teruggevonden fragmenten van Romeinse dakpannen (meer specifiek: tegulae en imbrices) en enkele fragmenten van grijzig klinkend hard gebakken (inheems-Romeins?) aardewerk (afbeelding rechtsboven).
Volgens de eerste vaststellingen gaat het hierbij om twee afvalkuilen, een greppelstructuur, en een kleiner (paal?)kuiltje. In de grootste afvalkuil werden naast de hierboven beschreven dakpan- en aardewerkfragmenten ook enkele fragmenten van een dierlijke tand teruggevonden.
De reden waarom deze sporen zich zo diep bevinden ten opzichte van het huidige maaiveld, heeft meer dan waarschijnlijk te maken met een natuurlijke verhoging van deze lager gelegen zone doorheen de tijd, en dit door toedoen van verspoeling en verglijding van hoger gelegen gronden. Langs weerszijden wordt deze zone immers omgeven door heuvels.
De bewijsvoering van deze (al dan niet natuurlijke) verhoging wordt ondermeer gevoed door talrijke fragmenten geglazuurd aardewerk die in het afdekkende pakket werden aangetroffen.
Projectbureau Archaeological Solutions houdt de geïnteresseerde lezer alvast verder op de hoogte op hun website. Na afloop van de terreinwerken worden de bekomen resultaten uitgebreid gerapporteerd onder AS-Rapportage 5.
Meer info: Archaeological Solutions - Kristof Verelst
Afbeeldingen: copyright Archaeological Solutions
door Johan | Opgravingen | Reacties (23)
Reageer op dit bericht@sofie: volledig mee eens. Maar goed onderwijs is nu eenmaal ook gebaseerd op goed onderzoek. De uniefs nog verder afsnijden van de Vlaamse data zal zich onherroepelijk laten voelen in de kwaliteit van de studenten die op de Vlaamse "markt" terecht komen. Ik wil niet zeggen dat iemand die zich gedurende z'n studententijd met Egypte bezighield geen goede archeoloog kan worden in Vlaanderen; maar qua meegkregen basiskennis en noodzakelijke bagage zou het toch verkiesbaar zijn om in dezelfde onderzoekslijnen te blijven. En inderdaad heb je 100% gelijk wat betreft materiaalkennis. Ikzelf probeer de studenten gedurende een half jaar 4u per week intensief te trainen in het determineren, kwantificeren en interpreteren, ja zelfs tekenen, van Romeins aardewerk. Ze krijgen ook een syllabus met daarin per aardewerksoort de voornaamste kenmerken en literatuur. Iedere student krijgt een grote zak met scherven en dient die te behandelen als was het een context uit een opgraving. Verder zijn er altijd mogelijkheden tot het maken van bachelor- en masterproeven op aardewerk die begeleid worden door ons. Ik zie echter andere collegas materiaalpractica geven op basis van prentjes in artikels. Het is niet altijd mogelijk om veel materiaal ter beschikking te stellen maar de term "practicum" veronderstelt toch meer dan literatuuronderzoek. Ook hier knelt inderdaad soms een schoentje.... door wim op 24 augustus 2007 10:14 @Wim T: omdat de pve's het onderzoek niet voorzien en bij gevolg bijna altijd onmogelijk maken. @Steven.je had misschien beter vroeger in de discussie gestapt en goed gelezen wat onmiddellijk hieronder staat en m'n eigenlijke bedoeling was/is. Akkoord dus ook dat een terreinarcheoloog z'n basiskennis van materiaal meer dan goed moet zijn. Asse is echter wel meer dan sprekend voor Romeins, dat weet je zelf ook. Ik zou me als amateur overigens inderdaad ook vragen beginnen te stellen omtrent m'n rol in het nieuwe archeologiebestel. Vraag maar eens na bij je awn-collega's. Ook hier dreigt idd soms heel wat lokale expertise verloren te gaan. door wim op 23 augustus 2007 22:42 Begrijp me niet verkeerd, Wim, ik kan je reactie op het Asse-artikeltje volledig volgen. Mij schoot ongeveer hetzelfde door het hoofd toen ik de aardewerkbeschrijving las en het fotootje van de proefsleuf zag. Maar ik zou wel willen opmerken dat in de felle discussie die sindsdien ontbrand is, misschien wel een beetje uit het oog verloren wordt dat universiteiten niet alleen een onderzoekstaak hebben, maar ook een onderwijstaak. door Sofie Debruyne op 23 augustus 2007 22:38 Steven, Wat een mooie invalshoek! Je weet inderdaad nooit wat je zal aantreffen. En duidelijk met kennis van zake gesproken! Liesbeth door liesbeth op 23 augustus 2007 21:36 Hm, ik zie dat mijn reactie die ik om 10 u vanmorgen gepost heb, er niet doorgekomen is. Waarschijnlijk vergeten op de 'post' knop te klikken. Was nog niet helemaal goed wakker. mijn bureaustoel staat te ver van het koffie-apparaat :)Ik zal daarover een klacht indienen bij het stadsbestuur. Ik ga het nog eens proberen, op gevaar af dat het er dan twee keer op komt. Gelieve er dan over te lezen... @caroline: Ik zou zelf niet graag oude opgravingen verwerken. Ik bedoel ook helemaal niet dat de universiteiten de hele boel maar op zich moeten nemen, integendeel zelfs. Indien de terreinarcheologen sneller door de basisverwerking heen geraken, worden de opgravingsverslagen beter en veelvuldiger. Andere wetenschappers , en dit kunnen zowel academici, de mensen van het VIOE, studenten, stedelijke of intergemeentelijke archeologen of amateurs zijn, kunnen dan met hun eigen site-overschrijdende vraagstelling à volonté plukken uit de opgravingsverslagen. Het is net om wantoestanden zoals je die zelf ervaren hebt, uit de weg te ruimen dat ik voorstel dat er nagedacht wordt over een nieuwe methodiek qua verwerking. @Dries: Ik ben een pragmaticus. Ik houd mij niet bezig met de vraag hoe het archeologisch bestel in Vlaanderen er moet uitzien. Dat laat ik eigenlijk met een gerust hart aan anderen over (hoe vreemd dit vandaag ook mag klinken). Ik probeer enkel de gevolgen van de nieuwe ontwikkelingen voor mijn eigen domein te voorzien en erop te anticiperen. Ik ben blij te horen dat toegepaste archeologe tot de interesse-sfeer van de universiteiten behoort. Maar met een keer samenzitten met ingenieurs laat je de boel niet draaien, dat klinkt voornamelijk goed op papier als een projectvoorstel. Er moet nu! en wel door archeologen over nagedacht worden. Met die bal (het ontwikkelen van een nieuwe methodiek) naar de uniefs door te spelen, bedoel ik niet dat ik daarmee het beheer ontsla van hun verantwoordelijkheid. Als een bio-ingenieur nieuwe methodes uitdenkt voor watervoorziening op verhoogde landbouwopbrengst, ontslaat hij daarmee ook niet de regering van haar verantwoordelijkheid haar onderdanen te voorzien van water en voedsel. Dit staat trouwens geheel los van de vraag of we al dan niet naar een gespecialiseerde aanpak moeten. Dit gaat om een basisvereiste. Wat die specialisatie betreft: god behoede ons voor vakidioten. Onder de terreinarcheologen ken ik er zelf zo goed als geen een. Vanuit mijn pragmatische instelling denk ik echter wel dat we gezien de verwachte explosie van archeologisch onderzoek, de verantwoordelijkheden zullen moeten verdelen. En de basisverantwoordelijkheid van een terreinarcheoloog is de kwaliteit van een opgraving en de kwaliteit van een opgravingsverslag. punt. En daar kan je een heel leven in blijven doorleren. Ik weet wel dat je de discussie op een ander niveau voert en het probleem op een hoger niveau situeert, zo dom ben ik niet. Maar daar ben ik op dit moment niets mee. Daar koop ik geen opgravingsverslag mee. @Wim: Mijn temperament gaat al eens met mij op de loop, mijn excuses voor de toon van de vorige post. groetjes, Liesbeth door Liesbeth op 23 augustus 2007 21:22 Als amateur wil ik enkele opmerkingen maken: Ik begrijp Wim niet helemaal als hij vindt dat wie in Asse moet graven een expert moet zijn in Gallo-Romeinse archeologie. Asse was ook al heel belangrijk in steentijden (denken we maar aan alle losse vondsten op de Kalkhoven, de vondsten in situ op de Borchstad, de prospectievondsten in de deelgemeenten Relegem en Bekkerzeel, om maar te zwijgen over de metaaltijden.De plaats waar de prospectie heeft plaatsgehad was niet gekend als potentiële Gallo-Romeinse site op de LAA die voor alle duidelijkheid wel bestaat voor Asse, alleen zoals elke LAA dringend aan een update toe is. Er ligt wel een vermoedelijke Romeinse site in de onmiddellijke nabijheid van het onderzochte gebied. De onderzochte plaats op zich was echter totaal niet gekend als tot enige periode behorend. Men had evengoed middeleeuws kunnen aantreffen (en misschien zijn de aanwezige sporen zelfs middeleeuws).Hier een vraag naar enerzijds het agentschap en anderzijds de commerciële bedrijven, in welke mate hebben zij toegang tot de CAI en kunnen ze potentie van het gebied (met alle beperkingen van de CAI) nazien?Wat de opgravingsstrategie betreft lijken mij de opmerkingen van Wim terecht alleen is de vraag of deze hier wel mogelijk was (aanwezigheid van sterk vervuilde grond in de onmiddellijke omgeving).Terreinarcheologen moeten niet alleen supergoed zijn in diverse materialen uit alle periodes, maar zouden ook wel iets meer van veiligheid en niet archeologische bodemdecreten mogen weten (denken we vb. maar aan milieuwetgeving, arbeidswetgeving,...).Wat de interpretatie als gallo-romeinse scherven betreft, durf ik dit op basis van een dergelijke kleine foto mij absoluut niet uitspreken en ben ik ook niet voldoende "expert" Ik vraag me ook af of dit veel belang heeft. Wat zeggen maximaal 5 kleine scherfjes en een stuk dakpan qua datering. Ik heb bij werfcontroles in middeleeuwse contexten meer Romeins gezien dan dat.Wat de algemene kennis betreft, een goede kennis van aardewerk is noodzakelijk, maar waarom alleen van aardewerk en vb niet van munten?Alleen kan je de lat zo hoog leggen dat niemand er kan aan voldoen.De beschrijving van het aardewerk van Kristof is misschien een beetje ongelukkig, maar dit hoeft nog reden zijn om hem of zijn gedane werk onmiddellijk af te breken.Het belangrijkste is dat er eindelijk proefsleuven onderzoek heeft plaatsgehad. Er zijn sporen gevonden en deze gaan nu hoop ik verder onderzocht worden. Als dit gebeurd is zal wel duidelijker worden over welke periode we hier spreken. Dit vind ik wel al een vooruitgang t.o.v. enkele jaren geleden.Dat er nog plaats is voor verbetering in de Vlaamse archeologie lijkt duidelijk. Vooral bij de verwerking loopt het mank. Daar kan ik Wim en de anderen bij volgen. Een opgraving kan zeer kwaliteitsvol zijn uitgevoerd maar zonder archief dat voor iedereen toegankelijk is en een degelijk basisverslag is het voor een groot gedeelte verloren tijd.Het is makkelijk om te zeggen dat hier maar voldoende tijd voor voorzien moet worden, maar ik heb al veel archeologen gezien die enorm veel uren kloppen om toch te proberen een degelijke kwaliteit te behalen omdat de budgetten er niet voor voorzien zijn (ook aan de universiteiten trouwens). Het is mooi als het lukt om dit bij onderhandelingen meer geld uit de brand te slepen, maar meestal wordt er in Vlaanderen veel te weinig tijd en geld voor voorzien. Is hier juist geen taak weggelegd voor de wetgevende macht die misschien eindelijk eens een volledige toepassing van Malta moet zien waar te maken?Bijkomend wil ik hier ook de vraag rond de rol van de amateurarcheologen bij betrekken. De AVRA is er wel in geslaagd om opgravingen te laten plaatsvinden die goed gedocumenteerd verspreid werden. Ze zorgen wel voor een materiaalverwerking waar vele beroepsarcheologen alleen maar kunnen van dromen. Men kan de heer Cuyt moeilijk beschuldigen dat hij geen opgravingskennis zou hebben. Deze categorie van mensen werd op de contactdag van het FVA wel geviseerd en zou in de toekomst niet meer mogen opgraven. Zij zijn dan wel amateurs maar niet amateuristisch.Ik pleit hier zeker niet voor amateurs die zomaar overal de schop mogen inzetten, maar mits vb. begeleiding van een provinciaal archeoloog zouden mensen als die van de AVRA zeker nog moeten kunnen opgraven.Een goede samenwerking tussen amateur en beroeps maar ook tussen beroeps onderling zonder te denken in termen van beheersarcheoloog versus de experts van de universiteit (met liefst nog een zekere mate van concurentie tussen de diverse universiteiten) en ook met contacten met andere partners (ingenieurs, geologen,...) zou de Vlaamse archeologie veel beter vooruit helpen. Iemand gaat hier dringend echt wel een coördinerende en stuwende rol moeten in spelen en dan denk ik in eerste instantie aan het agentschap. Het valt trouwens enorm op dat er van provincie tot provincie zo veel verschillen zijn in de manier hoe men met archeologie omspringt (commerciele bedrijven, opgravingen via projectarcheologen aangenomen door VIOE, opgravingen door de universiteiten,...)Misschien is een regelgeving hier wel dringend nodig. Als ik het mij goed herinner is er nooit een keuze geweest voor commerciële archeologie, het vacuüm dat ontstaan is heeft er voor gezorgd dat de commerciële archeologie een feit is (dan dit is geen kritiek op de commerciële archeologie of de kwaliteit ervan).Dringend tijd om beter samen te werken en opbouwende kritiek te geven in de plaats van alles af te breken dus. door Steven Saerens op 23 augustus 2007 21:07 Wim D Waarom kunenn beroepsopgravers (zoals je het zo mooi uitdrukt) geen onderzoekers zijn? door Wim t op 23 augustus 2007 12:20 Omdat men wel eens de neiging heeft om een aantal termen met elkaar te verwarren, lijkt een duidelijke definitie zich op te dringen. - Beleidsarcheoloog: onduidelijke term die werd gelanceerd om een speciaal daartoe gecreëerde leemte op te vullen. Actieradius: van bureau tot koffiezet. door Steven op 23 augustus 2007 12:20 tnx voor de support Dries & Caroline; perfecte verwoording. Een paar goed insteken van Liesbeth ook, al kan ik je uit dagelijkse ervaring verzekeren dat heel wat van eventueel voor verder univ. onderzoek geschikte contexten, opgegraven in beheerscontext ofwel niet toegankelijk is, ofwel onvoldoende goed werd geborgen. De discussie omtrent de rol van de uniefs is idd een aansluitend belangrijk punt. Er wordt wel eens gewezen op het feit dat de Vlaamse Gemeenschap de pispaal is, maar wat dan met de uniefs ? Willen we onze rol in de beheersarcheologie opnemen dan wordt ons concurrentievervalsing voor de bedrijven verweten; willen we vanuit academisch oogpunt systematisch opgraven dan krijgen we de hele beheersarcheologie over onze kop; en toch is iedereen aan het klagen en zagen dat we geen goede mensen meer afleveren? Cfr ook posts mbt Erembodegem. Het wordt hoog tijd dat jullie eens zeggen wat je nog wil: een goede wetenschappelijk onderbouwde archeologie die kan werken met door beheersarcheologie verzamelde goede bouwstenen om het verhaal van ons verleden te schrijven, of willen jullie dat we letterlijk onze schup afkuisen en allen gaan graven in het buitenland ? De de-academisering van de Vlaamse archeologie is een ernstig én accuut probleem waarvan de oorzaken zich deels in maar vooral ook buiten de uniefs bevinden. Ga maar eens na hoeveel universitaire archeologen zich nog met Vlaanderen bezighouden. Bar weinig in verhouding tot collegas in het buitenland. En diegenen die dit nog doen tegen wil en dank (ja ik dus ook) geraken deze Vlaamse situatie stilaan meer dan beu. Niet alleen het belachelijk maken wetenschappelijk onderzoek ("ivoren torenverwijt"), maar ook de ontoegankelijkheid van de info zijn bedreigingen voor het voortbestaan van een academisch onderbouwde studie van het bodemarchief. Dit laatste ondermeer door een gebrek aan basiskwaliteit of gewoon door het radicaal weigeren (of via omwegen)voor verdere verwerking in bv doctoraten van in beheerscontext verzamelde data . Ik hoor meerdere collegas luidop denken om andere projecten in het buitenland te gaan vervoegen. Maar goed, net wat sommigen goed uitkomt. Geen moeilijke pottenkijkers in de buurt (lett. en fig.)
door wim op 23 augustus 2007 9:14 Dag Liesbeth, eerst even mijn hoed afnemen voor archeonet, om inderdaad de ruimte en de kans te bieden aan deze vrij essentiële debatten. Zo essentieel dat we dagen nodig hebben om zelfs nog maar alle standpunten degelijk uit te kunnen werken. Ik ga dus niet op alles ingaan. Maar ik wil wel ingaan op de bal die je naar de universiteiten speelt. In se heb je gelijk dat wij gediend zijn met goede datasets. Uiteraard. Niet enkel de universiteiten, maar wel de volledige archeologische wereld. Ik ben niet tegen 'toegepaste' archeologie, integendeel, en in je opmerking zitten een aantal goede ideeën om bv samen met een aantal ingenieurs bv rond de tafel te gaan zitten. En ja, we moeten samenwerken en oplossingen aanbieden rond dateringen, typologieën, kennis, vraagstellingen, maar in een evenwichtige relatie, waar wij niet de "kuisploeg" van het rapportenkerkhof worden. Dat is de discussie de verkeerde kant doen uitgaan. We hebben meer nood aan sterker onderbouwde onderzoeksteams, ook privé, die niet bij basisverwerking 1 stoppen. We hebben nood aan een andere organisatie van het beheer, een striktere bepaling van de kwaliteitsnormen van het terreinwerk, met andere woorden aan een sterk en strikt door de overheid gedirigeerd werkingskader en speelveld, dat uitgaat dat archeologie een wetenschap is, voor iedereen, ook voor de archeologen die het terreinwerk doen. Tot in den draai! groetjes Dries door Dries op 22 augustus 2007 22:43 Als ik je goed begrijp, Liesbeth, verwacht je dan dat de weinige mensen die met romeins aardewerk bezig zijn aan de Vlaamse universiteiten (ocharme Wim: nog minder uren slaap) zich gaan bezighouden met de uitwerking van alle romeinse contexten? Spijtig genoeg zijn de middelen bij de universiteiten even beperkt en is het moeilijk om onderzoeksprojecten binnen te halen, laat staan voor enige continuïteit te zorgen in het onderzoek. door Caroline op 22 augustus 2007 19:38 Dag Dries, Je hebt gelijk als je zegt dat er voor verwerking te weinig tijd is. Al wil ik wel even kwijt dat dat overal het geval is. Onze uitpuilende depots en archieven getuigen daarvan.Het is dus in ieders belang om de basisverwerking snel te laten verlopen.Kunnen de universiteiten hier niet bij helpen? Ik zou hier graag even het voorbeeld van de lopende opgraving in Leuven aanhalen. Mijn collega's zullen me dat wel niet kwalijk nemen. De gegevens zijn u welbekend: 2500m2, 5 maanden opgravingstermijn, 5 maanden verwerking door de archeoloog. Tijdens de opgraving wordt zoveel mogelijk basisverwerking reeds gedaan: tegen het einde van de opgraving zijn quasi alle vondsten gewassen, de zeefstalen gezeefd, de plannen gedigitaliseerd en de beschrijvingsfiches omgezet in een databank. Dat is super, want dat bespaart tijd achteraf. Ik noem dit voor mezelf basisverwerking 1. Basisverwerking 1: onderzoeksklaar maken van de vondsten en digitalisering van het opgravingsarchief. Het is inderdaad belangrijk dat dit al tijdens de opgraving gebeurt. Hier zitten al echter heel wat struikelblokken. Ik gebruik bvb zelf GIS om te digitaliseren, omdat ik vind dat dit niet alleen een tekenprogramma, maar ook een analyse-instrument kan zijn en ik zie hier vele voordelen in. Ik ben echter aan het knoeien. En dan bedoel ik niet alleen op technisch vlak (daar kan je cursussen voor volgen) maar vooral op niveau van de ordening. Ik heb zo bvb de gedigitaliseerde plannen van de Begijnenstraat voor driekwart weer gewist omdat de inhoudelijke onderverdeling niet bleek te werken. Het is niet zo eenvoudig om een vaak 3 of 4 m diep bodemarchief op een flexibele manier te digitaliseren, op een manier waarop queries ook ruimtelijk kunnen weergegeven worden. Dat is een enorm tijdsverlies geweest, zeker als je bedenkt dat er nog een heleboel opgravingen op verwerking liggen te wachten. Kunnen de universiteiten hier geen handje toesteken? En dan bedoel ik niet de technische kwesties maar de inhoudelijke. Basisverwerking 2: Hier zullen ze in Leuven aan moeten beginnen na de opgraving: het dateren. Dit moet razendsnel gebeuren om voldoende tijd over te houden voor de rest van de verwerking. Op welke maniet gebeurt dit het best? Ik weet het niet, ik weet alleen dat het niet de manier is waarop het nu meestal gebeurt! Er ontbreken typologiën, er ontbreken nieuwe ideeên. Hoe gebeurt dit in andere landen, bvb in het nabije oosten, waar men toch ook enorme hoeveelheden ceramiek verwerkt? De universiteiten hebben hiervoor de contacten en de know-how. Help ons daar mee! Verwerking 1: De koppeling tussen datering en matrix. Interpretatie van de sporen. In se het opgravingsverslag. Dit moet door de terreinarcheoloog zelf kunnen gebeuren, dus die twee vorige stappen moeten razendsnel kunnen gebeuren.Deze koppeling vraagt niet zo enorm veel tijd als je reeds beschikt over een databank en digitale plannen.Ik zie ze dat in leuven nog wel klaarspelen metaverwerking 1: interpretatie van de site in ruimere context, en dit kan vanalles zijn. Dit hoeft niet door de terreinarcheoloog te gebeuren, zolang hij maar een volledig en duidelijk opgravingsverslag genereert. De gegevens worden dan beschikbaar voor de rest van de archeologische wereld. metaverwerking 2: gespecialiseerd onderzoek, bijvoorbeeld de ceramiek. Dit hoeft eveneens niet door de terreinarcheoloog te gebeuren aangezien het geen verband houdt met de site en het een aparte vraagstelling is. Er moet dus voldoende tijd voorzien worden voor basisverwerking 2 en verwerking 1. Het is niet nodig om de metaverwerking in te calculeren in de 'normale verwerkingstijd' in te calculeren, toch? Het is in eenieders belang om de basisverwerking en de verwerking snel te kunnen laten gebeuren. Iedereen loopt achter, en niet alleen de opgravingen van de private bedrijven blijven onverwerkt liggen. Het te-weinig-tijd-syndroom is nu eenmaal een gegeven. De vraag is wat we eraan doen om dit te verhelpen.De universiteiten zouden daar veel aan kunnen bijdragen. en zo komen er ook voor hen meer goed gedateerde gegevens vrij! enfin, zo zie ik het in mijn ideale wereld, het is een verzuchting vanachter de computer. Misschien dat andere terreinarcheologen dit niet zo ervaren. groetjes, Liesbeth door Liesbeth Troubleyn op 22 augustus 2007 18:11 Man man, goed dat er tenminste hier nog eens een debat kan worden gevoerd, waar kan dat anders nog ? :-) door wim op 22 augustus 2007 12:34 Het lijkt mij persoonlijk nogal evident dat een halve opgraving veruit verkieslijk is boven geen opgraving. De enorme maatschappelijke druk op de ruimte is een extern gegeven en het verdwijnen van het bodemarchief is, in de gegeven omstandigheden, onontkoombaar. Veel ideologie lijkt mij daar niet aan te pas te komen. Het is onze collectieve plicht, als generatie van bewuste vernietigers, om zoveel mogelijk van het bodemarchief om te zetten in een archeologisch archief. Dát is de grootste uitdaging voor de archeologie van onze tijd. Beda Venerabilis vergeleek het menselijk leven met de vlucht van een vogel die door een koninklijke hal vliegt 'from the dark doorway at one end, and out of the dark doorway at the other'. Wij zijn niet meer dan een doorgeefluik tussen de vroegere en de toekomstige generaties. Er is uiteraard veel discussie mogelijk over de te volgen strategieën en methodes. Een hele opgraving is uiteraard beter dan een halve. Maar zelfs een opgraving die verstoord is door proefsleuven is nog veruit verkieslijk boven geen opgraving. Hoeveel percent van de honderden kilometers nieuwe wegen in Vlaanderen werden archeologisch begeleid (in welke vorm dan ook) tijdens de zogenaamde 'gouden jaren' van de Vlaamse archeologie? Het is een feit dat dít wegtracé in Asse in dit 'ijzeren tijdperk' (koud, gerationaliseerd, gecommercialiseerd, whatever you name it) wél enige vorm van archeologische begeleiding krijgt en dat de methode van de proefsleuven, hoe onvolmaakt ook, zelfs binnen een 'dergelijke kleine, smalle zone' vanaf de eerste dag zijn vruchten afwerpt. Wat een feitelijk onderbouwd argument oplevert voor verder onderzoek. Met zo'n 'evidence based argument' sta je nét iets sterker in de wereld buiten de archeologie waar wetenschappellijke, methodologische of emotionele argumenten (meestal vormen die een onontwarbare mix, wat ze des te ontoegankelijker maakt voor een buitenstaander) van weinig doorslaggevende waarde zijn. Mij komt bij die 'gouden jaren' een beeld voor ogen van archeologen die tijdens de zomermaanden niet-bedreigde sites opgraven. Tja, als er geen enkele externe tijdsdruk is, dan geeft dat inderdaad wat meer ruimte om te focussen op kwaliteit. Het is totaal onredelijk om onderzoek dat gebeurt onder tijdsdruk af te meten aan onderzoek dat gebeurt zonder tijdsdruk. Of dit onderzoek gebeurt door een private speler of een institutionele lijkt mij geheel ondergeschikt aan het aspect tijdsdruk. Men kan mij een legalistische houding verwijten, maar ik ga er vanuit dat een private speler - onder dezelfde omstandigheden - even secuur te werk gaat als een institutionele, tenzij het tegendeel bewezen is. Het staat iedereen vrij de degelijkheid van het archeologisch onderzoek in Vlaanderen in vraag te stellen. Kritiek is soms wellicht pijnlijk, maar opent de weg naar verbeteringen. Het eenzijdig verketteren van het Hoe zit het met de kwaliteit van de opgravingen in de 'gouden jaren'? Lag die inderdaad zoveel hoger dan nu? Hoe meet je de kwaliteit daarvan? Ten opzichte van een algemeen geldende standaard? En wat mag die dan wel zijn? Is er in Vlaanderen een of andere 'best practice manual' die ik niet ken? Voor zover ik weet deed iedere archeoloog in de 'gouden jaren' een beetje zijn eigen zin. En dat vind ik niet eens zo'n slechte zaak. Een ideale methode die overal toepasbaar is bestaat wellicht niet. Een verzameling en codificatie van de beste praktijken doet misschien meer kwaad dan goed als die overal verplicht wordt ingevoerd. Men moet vertrouwen hebben op de inzichten van de mensen op het terrein. Ik heb zelf ervaren dat de inzichten hoe iets moet worden opgegraven soms drastisch kunnen omslaan. Ik heb veel respect voor mensen die hun methode kunnen aanpassen aan hun evoluerende inzichten. Meer kan je niet verlangen lijkt mij. Het is echter onbillijk (en dat is ook een juridische term) om dat vertrouwen blindelings te schenken aan de institutionele spelers en zonder een gedegen bewijsvoering te onthouden aan de private. De socio-economische implicaties van aardewerk voor wat betreft de middeleeuwen lijken mij heel basaal (import wijst op een niet-autarkische economie en op handelsrelaties met regio x of y) of twijfelachtig (type x aardewerk kan gekoppeld worden aan een maatschappelijke klasse). Voor zover dit nuttige gegevens oplevert denk ik dat je dan toch als onderzoeker in de eerste plaats gebaat bent met véél gegevens. Dan kun je misschien eens statistisch gefundeerde uitspraken doen. Als ik zo'n onderzoeker zou zijn, zou ik in mijn handjes klappen bij elk nieuw onderzoek. Ik ben het totaal niet eens met het belang dat mijnheer Declerq hecht aan materiaalkennis op het terrein. De argumenten van de andere contribuanten aan deze discussie lijken mij te volstaan. Terreinarcheologen zorgen tenminste dat er materiaal ter studie beschikbaar is, en wel in goed gedocumenteerde contexten. Als de opgraving kwaliteitsvol gebeurd is, is het materiaal beschikbaar ad infinitum. De materiaalspecialisten zouden daarvoor enige dankbaarheid mogen opbrengen. De terreinarcheologen maken zichzelf op lange termijn overbodig en bezorgen de materiaalspecialisten werk tot in de verre toekomst. Wie en hoe, en volgens welke normen het materiaal is opgegraven is natuurlijk belangrijk. Maar minstens even belangrijke vragen zijn: Is het archeologisch archief leesbaar (voor een buitenstaander)? Is het (centraal, digitaal) consulteerbaar? Zal het over 100 jaar nog steeds raadpleegbaar zijn? De reactie van mijnheer Declerq, op de terechte opmerkingen wat betreft de te volgen strategie na, gaat mijn voorstellingsvermogen simpelweg te boven. Ik heb het gevoel dat hij deze tijdsperiode heel anders ervaart dan ikzelf en niet de urgentie voelt die ik ervaar. Naar mijn gevoel geldt het spreekwoord 'alle hens aan dek' en dit voor alle spelers (institutioneel, privaat, amateurs) lijkt mij een rol weggelegd in de uitdagingen van deze tijd. Frank Kinnaer
door Frank Kinnaer op 22 augustus 2007 1:21 @ Liesbeth: ik denk dat er een klein misverstandje in deze berichtgeving geslopen is. Ik ben zelf niet betrokken bij het vooronderzoek in Asse. Het is niet omdat ik me even geroepen voelde om advocaat van de duivel (lees: Archaeological Solutions ;-) te spelen, dat ik ook verantwoordelijk ben voor het onderzoek in Asse. Wat niet wegneemt dat Wim me steeds mag onderhouden over zijn materiaalkennis, ookal heb ik op het moment meer nood aan een aardewerktypologie van de Altiplano. @ Dries: er worden veel zinnige dingen verteld op Archeonet, zoals uw laatste bijdrage bijvoorbeeld. Dat aan de basis van vele discussies vaak een scherpe comment staat is misschien een eigenheid van het archeologische wereldje? De 'toon' die berichten met zich meedragen is op rekening van de auteur te schrijven. De discussie omtrent censureren hebben we al eerder gevoerd en is uit den boze, zolang er relevante informatie in het bericht staat. De uiteenlopende standpunten die in de daaropvolgende discussies aan bod komen bieden trouwens al direct een vorm van relativering aan. @ Wim: ik weet ook wel dat Archeonet allesbehalve de plaats is voor het uitwisselen van wetenschappelijke inzichten, maar het is volgens mij niet verkeerd dit medium desnoods wél te gebruiken als extra invalshoek. Ideologisch kan ik uw standpunten verder volledig volgen. Er moet gestreefd worden naar de wetenschappelijk hoogst haalbare vorm van omkadering voor de Vlaamse archeologie. Ondertussen zitten veel (jonge) archeologen echter in een situatie waarbij ze zelf aan de weg moeten timmeren en leren met vallen en opstaan. Ik weet wel dat één van uw leuzes luidt: "Beter geen opgraving dan een halve opgraving" en in het verlengde dus ook beter geen rapportage dan een halve. Maar daar kan ik u niet helemaal in volgen. Niet dat we er niet naar moeten streven, begrijp me niet verkeerd. De goede wil is er wel, denk ik, maar dat zal op zich inderdaad niet voldoende zijn. In ieder geval moet er gehoopt worden dat ook deze lichting archeologen, die hun 'ziel verkocht hebben', niet binnenkort van het archeologische toneel verdwijnen, anders moet men een hopelijk mooie toekomst opnieuw opbouwen vanaf de schoolbanken. En dan zijn we nog niet thuis. Trouwens, mijn geperverteerde archeologische geest volledig toeschrijven aan mijn werkzaamheden in Nederland, doet onze noorderburen teveel eer aan. Ik zie het persoonlijk liever als een opeenhoping van aberraties uit ervaringen in Frankrijk, Nederland, Ierland, Turkije, Bolivia en, jawel, België :-) Vriendelijke groeten van een nog naar een mogelijke specialisatie zoekende jonge archeoloog. door Johan Claeys op 21 augustus 2007 19:31 Het probleem is hier natuurlijk dat Malta op de arbeidsmarkt eng vertaald wordt tot 'opgraven'. Punt. Er wordt geen geld voorzien voor materiaalstudie, door wie dan ook. En we kunnen het ook niet allemaal door thesistudenten laten oplossen hé. door Dries tys op 21 augustus 2007 18:25 btw, Wim, Als je je zoveel zorgen maakt om de rampen die er blijkbaar in Asse te gebeuren staan omwille van een 'gebrekkige materiaalkennis', zou je ook eens kunnen afspreken met Johan, hem een goede en bruikbare typologie kunnen overhandigen en samen de vondsten eens bekijken. Dat zou pas een zinvolle en pragmatische actie zijn, die de archeologie ten goede komt, in plaats van het einde van de Vlaamse archeologie af te kondigen. door Liesbeth Troubleyn op 21 augustus 2007 14:10 De socio-economische betekenis van aardewerk is natuurlijk een van je belangrijkste kopzorgen als je aan het opgraven bent. Ik heb slapeloze nachten tijdens een opgraving, niet zozeer door de complexe stratigrafie, de werkverdeling tussen de arbeiders of een haperende grondafvoer, maar wel van die fundamentele probleemstelling. Materiaalkennis is voor een terreinarcheoloog een pluspunt, geen vereiste. Stratigrafisch inzicht wel, het is op basis hiervan dat de belangrijke beslissingen op terrein genomen worden, niet op basis van datering. Ik denk dat je een opgraving perfect tot een goed einde kan brengen zonder materiaalkennis, en ik kan erover meespreken. Ik heb trouwens tientallen studenten gezien met een gedegen kennis van middeleeuws aardewerk die absoluut waardeloos waren op terrein, en veel professionele arbeiders zonder materiaalkennis maar met voldoende stratigrafisch inzicht, die wel de juiste beslissingen namen. Als een basis-materiaalkennis voor een terreinarcheoloog al een vereiste zou zijn, ligt die inderdaad op het niveau van datering. Stel je voor dat er eens vijf jaar lang niet geneuzeld zou worden over socio-economische betekenis van aardewerk, hoeveel meer aardewerkcomplexen zouden er dan niet verwerkt kunnen worden. Misschien dat we dan eindelijk eens over voldoende gegevens zouden beschikken voor juistere datering, of wie weet zelfs een lokale of regionale typologie ! Die dan -wie weet- op zijn beurt weer bruikbaar zou kunnen zijn voor alle terreinarcheologen, voor verdere interpretaties van de sites of verder wetenschappelijk onderzoek. Indien er wetenschappelijke instanties zijn die menen dat de socio-economische en technologische analyses van aardewerk niet voldoende uitgespit worden, stel ik voor dat ze dergelijke ( (Bovendien stel ik voor dat de opgravingsvergunningen overgelaten worden aan wie daartoe bevoegd is.) Wat je opmerking over het proefsleuven trekken betreft, daarin kan ik je volgen, al heb ik zelf geen kaas gegeten van vooronderzoek, dus daar kan ik volledig fout zitten. Ik ben wel blij te horen dat de staatsinstanties blijkbaar wel volledig mee zijn met de nieuwste trends en dat zij deze zonder uitzondering volgen. Nu alleen de privé nog meekrijgen, niet? Want daar loopt blijkbaar alles fout. Met voldoende goede voorbeelden van vadertje staat zou dit moeten lukken. Want daar loopt alles perfect. met vriendelijke groeten Liesbeth Troubleyn door liesbeth Troubleyn op 21 augustus 2007 13:17 Zonder me te kunnen beroepen op enige noemenswaardige specialisatie vraag ik me af hoe precies enkele kleine fragmentjes grijs aardewerk chronologisch en/of typologisch bij een eerste aanschouwing op het terrein zelf kunnen gesitueerd worden? En hoever moet men dat drijven in iets wat tenslotte maar een persbericht is? Hiermee wil ik echter niet ontkennen dat er ook wel enkele terechte opmerkingen worden geopperd. door Steven Mortier op 21 augustus 2007 10:53 Dit was geen pers aanval doch wel een vaststelling omdat die post illustratief is voor het hedendaagse barre archeologie-bestel. Die "leemtes" in kennis oplossen via een post op archeonet, is Johan, wel een erg ultieme, dramatische, doch illustratieve invalshoek op de huidige situatie waarin geen middelen voor goede omkadering of onderzoek worden voorzien en geen gedegen voorselectie is op basis van kwaliteit of ervaring van de onderzoeker. Het gebeurde vroeger ook niet altijd, maar lessen worden blijkbaar niet getrokken. Wel integendeel. M'n opmerkingen mbt materiaalkennis worden ironisch genoeg enkel maar bevestigd door de opmerking van Johan die zelf eigenlijk onbewust illustreert in welke situatie we zijn beland. Een meer dan elementaire materiaalkennis (en die beschrijving was zelfs dat nog niet) is voor de opgraver immers onontbeerlijk, zeker voor wat betreft perioden met diverse, complexe (kwantitatief en kwalitatief) materiële cultuur die bovendien chronologisch sterk varieert. Een meer dan basiskennis is nodig al was het maar om goede faseringen te kunnen maken al vanop het terrein zelf. En daar moet het toch in eerste instantie gebeuren. Vraag dat maar eens na aan mensen met veel ervaring in de Gallo-Romeinse of Middeleeuwse archeologie.... De dichotomie die Johan illustreert en helaas zo typisch is voor de over-gesystematiseerde, vermarkte "check-list" en hapklare "consumptiearcheologie" die de barre consequentie van Malta-conventie lijkt te worden, haalde ie wellicht uit Nederland. Daar heb je ook een totale spiltsing van veld- en materiaalarcheoloog. Met alle pijnlijke gevolgen van dien. Potten zijn nog juist genoeg voor een snelle datering; echter; socio-economische, technologische analyse, terugkoppeling met context ontbreken vrijwel steeds. Nu begint men er langzaam aan de flaters in te zien. Zie ondermeer de discussie op de aardewerkdag 2007. De oplossing is helaas nog veraf. Want die kost geld.
door wim op 20 augustus 2007 23:46 Mijns inziens hoef je als veldarcheoloog geen specialist te zijn in (inheems) Romeins aardewerk (of het nu grijs of purper-met-bolletjes mag klinken) om een opgraving in Romeinse ondergrond naar behoren uit te voeren. De specialiteit die een veldarcheoloog moet bezitten is net het kunnen registreren en documenteren van archeologische werkzaamheden op diverse ondergronden over diverse tijden heen, uiteraard onder begeleiding van iemand met kennis ter zake. Dat laatste mag wellicht nogal eens vierkant lopen... Maar wanneer men dergelijke leemtes via originele invalshoeken probeert op te lossen (bvb door op een tip te hopen via een post op archeonet) verwacht je natuurlijk niet zo'n persoonlijke aanval. Het gaat hier niet om de eindrapportage van een project, maar om enkele bedenkingen na dag één. De stappen die er normaal gezien nog moeten verlopen tussen (en tijdens!) veldwerk en rapportage zijn hier nog niet inbegrepen. door Johan Claeys op 20 augustus 2007 15:34 Leve de Lokale Archeologische Advieskaart van de gemeente Asse ! (not) door Nick op 18 augustus 2007 8:43 "...grijzig klinkend hard gebakken (inheems Romeins ?) aardewerk..." Voor al diegenen die in Asse of omgeving een put in de grond maken (in opdracht van de overheid dan nog !!!) is een zeer goede kennis van Gallo-Romeins aardewerk een must en zijn dergelijke beschrijvingen werkelijk ontoelaatbaar. Het is onbegrijpbaar dat men vanuit het beheer toelaat dat mensen met duidelijk geen kennis van Gallo-Romeinse archaeologicae en dus weinig of geen kwalificatie terzake op dergelijke potentieel zeer complexe Gallo-Romeinse nederzettingszones als Asse en z'n omgeving worden. Bovendien kan men zich ernstige vragen stellen over het nut van proefsleuven over een dergelijke kleine, smalle zone. Ervaring leert dat men dergelijke zaken beter opvolgt door de volledige afgraving vroeger te laten gebeuren, die moet immers toch gebeuren. Zo heeft de bouwheer minder kosten, is het voor de aannemer van de werken beter inschatbaar en is de archeologische evaluatie natuurlijk veel beter. door wim Declerq op 17 augustus 2007 9:09 |
