
Home
Kalender
Forum
Contact
Links
Soldaten uit WO I geïdentificeerd dankzij DNA-onderzoek | Wonen in een monument... of een duikje onder de grond
6 september 2007
Nieuw archeologisch onderzoek van de Sint-Veerlekerk
Sinds 6 augustus 2007 voert de Dienst Stadsarcheologie van de Stad Gent opnieuw archeologisch onderzoek uit in de Vismijnsite. Deze opgravingen kaderen in het lopende renovatieproject waarvoor de Stad Gent een overeenkomst aanging met de N.V. Nieuwe Vismijn. Het lopende archeologische onderzoek spitst zich toe op de zone tussen de monumentale poort van de 17de-eeuwse vismijn (Sint-Veerleplein) en de Leie, een zone die nog niet eerder archeologisch werd onderzocht.
De meest zichtbare sporen die bij de opgravingen aan het licht komen, hebben te maken met de middeleeuwse Sint-Veerlekerk Uit geschreven bronnen is bekend dat deze kerk op 30 juni 1216 werd gewijd. Ze werd bediend door kanunniken en fungeerde als de grafelijke kerk, onderdeel van het Gravensteen. De imposante muurresten verwijzen naar een massief driebeukig gebouw, opgetrokken met Doornikse kalkzandsteen. De opgravers legden delen vrij van de westelijke toegang, de westgevel, de middenbeuk, de zuidgevel en de zuidelijke zijbeuk. Van de meest westelijke pijler tussen midden- en zijbeuk bleef nog een deel in opstand bewaard. Een aantal sporen zijn duidelijk jonger dan de natuurstenen kerk en verwijzen naar bebouwingen en aanpassingen in de periode tussen de 13de en de tweede helft van de 16de eeuw. In de beeldenstormtijd werd deze kerk immers grotendeels afgebroken.
Tussen 1190 en 1225 kreeg Sint-Veerle parochierechten, wat inhoudt dat er ook mensen mochten worden begraven. Dit voorrecht was echter voorbehouden voor de bewoners, kanunniken, ambtenaren en hoge functionarissen van het grafelijke hof. De geschreven bronnen geven ook aan dat verscheidene leden van de grafelijke familie in deze kerk een laatste rustplaats vonden. Sint-Veerle bleef de parochie van de grafelijke hofhouding toen deze in de tweede helft van de 14de eeuw verhuisde van het Gravensteen naar het Hof ten Walle (het late Prinsenhof). De bekende laatmiddeleeuwse bankiersfamilie De Mirabello behoorde tot het bekende mecenaat van deze kerk. De graven die binnen de kerk thans in opgraving zijn, laten voorlopig geen verdere identificatie toe. Voor het merendeel gaat het om eenvoudige kistbegravingen. In het opgravingsareaal tekenen zich op dit ogenblik ook drie laatmiddeleeuwse, bakstenen grafkelders af. Het archeologische detailonderzoek daarvan staat nog op het programma.
Ten zuiden van de kerkresten stelden de onderzoekers nog de aanwezigheid vast van een kerkhofdeel. Het kerkhof ten westen van de kerk werd al in 1999 archeologisch onderzocht. Het tiental graven dat thans kon worden geregistreerd, behoren alle tot het type van de eenvoudige kistbegravingen. De restanten van een bakstenen muur en van een watertrap gaven enige indicaties over de inrichting van de oeverstrook tussen de kerksite van Sint-Veerle en de Leie-arm.
De bevindingen van het lopende archeologisch onderzoek sluiten aan bij een hele reeks interventies die de Dienst Stadsarcheologie sinds 1999 in het kader van bouwwerkzaamheden uitvoerde in het bouwblok tussen Kleine Vismarkt en Rekelingestraat. Ondanks de talrijke fragmentarische relicten die in de bodem en de gebouwen konden worden vastgesteld, maken ze het mogelijk een goed beeld te vormen van de Sint-Veerlekerk, de grafelijke en door kanunniken bediende bidplaats op het voorhof van het Gravensteen.
door Raf | Opgravingen | Reacties (0)
Reageer op dit bericht |
