HomeKalenderForumContactLinks

« september 2007 | november 2007 »

31 oktober 2007

'Tumulus' van Humelgem gewicheld en gewogen

Humelgem_tumulus.jpgHeemkring ter Ham is er na hun onderzoek zeker van dat de grondhoop aan het kasteel d'Exaerde in Humelgem, een authentieke tumulus of grafheuvel is. De specialisten die ze daarvoor inschakelden waren echter geen historici, archeologen of geofisici met grondradar, maar wel deskundigen in het opzoeken van water, leylijnen en aardstralen. Een bovenaardse benadering van een ondergronds onderzoek?

Vele jaren was de grondhoop aan het kasteel d'Exaerdse in Humelgem een raadsel voor de leden van Heemkring Ter Ham. Men wist alleen dat die in het verleden voor een deel was afgegraven. "We wilden er echter meer over te weten komen en hebben dan de hulp ingeroepen van specialisten," vertelt Georges de Rons, voorzitter van de heemkring (foto).

Grafkamer

Er werd beroep gedaan op wichelaars om de aanwezigheid van water, metalen, leylijnen en aardstralen aan te tonen. Vorige week nog werd de site onderzocht met behulp van een lecherantenne.

"Dat is een instrument dat werkt als een tv-antenne. Door het in te stellen op een bepaalde frequentie kunnen er stralingen mee worden opgespoord. Vrij vlug kon men vaststellen dat de top van de heuvel zich op een kruising bevindt van sterke aardlijnen. De energie die daar vrij komt ligt zeer hoog", legt Georges de Rons verder uit.

De heemkring gaat van de veronderstelling uit dat onze voorouders hun monumenten plaatsten op plekken waar veel energie vrijkwam. Door de positieve resultaten groeide bij de heemkring de hoop iets heel ouds te ontdekken.

"Toen we ook de aanwezigheid van paalgaten en een ingang van een holte of kamer konden identificeren, was het klaar en duidelijk dat het om een tumulus ging, een grafheuvel die naar de specialisten (de wichelaars, nvdr) ons vertelden, meer dan 4.000 jaar oud is", aldus Georges De Rons.

Uit hetzelfde onderzoek mag ook blijken dat er in de tumulus drie mensen begraven lagen, twee van het mannelijke geslacht en een vrouw. De lecherantenne reageerde trouwens ook op de aanwezigheid van koper en brons. Het kan dus best dat er oude munten en gebruiksvoorwerpen, of wapens begraven liggen. Of de heemkring daar intensiever naar op zoek gaat is nog geen uitgemaakte zaak.

Heemkring Ter Ham is fier dat ze door haar inspanningen en opzoekingen deze tumulus aan het geschiedkundig patrimonium van de gemeente heeft kunnen toevoegen.

Kritische noot van de ArcheoNet-redactie

Er is geen enkel wetenschappelijk bewijs voor de werking van wichelroedes, pendels of lecherantennes. Sterker, alle dubbel geblindeerde onderzoeken (waarbij zowel de testpersoon als de beoordeler het doel van de proef niet kennen) wijzen op het tegendeel. Er bestaan evenmin bewijzen voor het bestaan van leylijnen of aardstralen.

Het vinden van water met de wichelroede is overigens geen speciale prestatie. Geologisch onderzoek heeft aangetoond dat er zich water bevindt onder 80 tot 90% van het aardoppervlak. Het vinden van plekken waar zich geen water bevindt zou wel een prestatie zijn.

De wetenschappelijke verklaring voor het wichelroedelopen is het zogenaamde ideomotorisch effect. Ideomotorische bewegingen zijn onbewuste spierbewegingen die de wichelroede laten bewegen. Eén gemeenschappelijk kenmerk van deze toestellen is dan ook dat het gaat om onstabiele constructies, die door het minste geringste zullen bewegen, door al dan niet gecontroleerde spierbewegingen van de zoeker.

Het mag ons dan ook ten zeerste verbazen dat kranten zoals Het Nieuwsblad en De Standaard dit onderzoek zonder de minste kritische noot hebben opgenomen in hun publicaties.

Bron: Het Nieuwsblad, 31 oktober - Wikipedia
Afbeelding: Koen Merens, Het Nieuwsblad

door Johan | Varia | Reacties (8)

Onderzoeksbalans Landschap: korte stand van zaken

Onder grote belangstelling vond vandaag in het Meerdaalwoud in Sint-Joris-Weert de derde Landschapscontactdag plaats. Tijdens de contactdag gaven onderzoekers van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) een korte stand van zaken rond de Onderzoeksbalans Landschap. Deze Onderzoeksbalans wil het versnipperde landschapsonderzoek in Vlaanderen in kaart brengen. Daarvoor wordt een beroep gedaan op specialisten uit het hele werkveld.

De Onderzoeksbalans Onroerend Erfgoed wil een bundeling bieden van kennis en actuele onderzoeksvragen omtrent onroerend erfgoed. De Onderzoeksbalans maakt duidelijk wát, waar en door wie onderzocht wordt en bevordert op die manier de transparantie van het wetenschappelijk onderzoek. Kennisvermeerdering wordt efficiënter doordat de Onderzoeksbalans contacten tussen onderzoekers vergemakkelijkt en het stellen van complementaire doelen mogelijk maakt. Het is ook de bedoeling dat het document kan fungeren als platform voor uitwisseling van opvattingen en inzichten van onderzoekers, adviseurs en uitvoerders. De Onderzoeksbalans Onroerend Erfgoed bestaat uit drie delen: Archeologie, Bouwkundig Erfgoed en Landschap.

De Onderzoeksbalans Landschap benadert landschap in al zijn facetten, dus niet enkel vanuit de erfgoedbenadering. De brede definitie uit de Europese Landschapsconventie wordt hierbij gehanteerd: "Landschap is een gebied, zoals waargenomen door mensen, waarvan het karakter het resultaat is van de actie en interactie tussen natuurlijke en/of menselijke factoren". Het landschapsonderzoek van het VIOE zal zich echter blijven situeren aan de erfgoedzijde. Het landschapsonderzoek is versnipperd over een groot aantal onderzoeksdomeinen. De Onderzoeksbalans wil deze allemaal in kaart brengen. Er wordt dan ook een beroep gedaan op specialisten over het hele werkveld van landschapsonderzoek en -beheer. Door het inventariseren enerzijds van de uitgevoerde onderzoeken en anderzijds van de behoefte aan bijkomende onderzoeken, kan worden vastgesteld waar hiaten liggen en kunnen bakens worden uitgezet om richting te geven aan toekomstig onderzoek.

De eerste stappen zijn reeds gezet. Op 5 juli vond de kick-off plaats waarop de globale opzet en een voorlopig plan van aanpak werden voorgesteld. Een ruime vertegenwoordiging van specialisten was hierop aanwezig. Naar aanleiding van de vragen en opmerkingen die tijdens deze bijeenkomst zijn gemaakt, werd het plan van aanpak bijgestuurd. Door het stapsgewijs doorlopen van drie fasen wordt naar het eindproduct toegewerkt.

Fase één werd reeds opgestart. Het betreft een korte vragenlijst aan de hand waarvan het VIOE de kernvragen "wie, wat en waar" tracht te beantwoorden. De resultaten zullen worden samengebracht in een personendatabank. De vragenlijst en toelichting werden op 13 juli verstuurd naar alle gekende specialisten. Fase twee bouwt verder op de vragenlijst. Er zal een projectendatabank worden gevormd waarin alle onderzoeksprojecten vanaf 2000 zullen worden samengebracht. Een deel van de informatie voor deze databank kan via websites of doorgestuurde documenten worden verkregen. Voor aanvulling en verbetering zullen de medewerkende onderzoekers en beheerders nogmaals benaderd worden. Fase drie vormt tenslotte de synthese per onderzoeksdomein. Er wordt verder gewerkt op de informatie uit de databanken. Hieruit kunnen de eerste conclusies worden getrokken. De verantwoordelijke voor een hoofdstuk van de synthese, zal specialisten vervolgens gericht kunnen aanspreken voor aanvullende informatie. De bevragingen kunnen bijgevolg sterk uiteenlopen. Zo zullen de uitvoerders van de onderzoeken naar andere zaken worden gevraagd dan de opdrachtgevers van onderzoeken. Het uiteindelijk doel van de synthese is een begeleidende tekst bij de databanken.

Om van de Onderzoeksbalans Landschap een breed gedragen document te maken, is het cruciaal dat iedereen die werkzaam is in het werkveld landschap effectief meewerkt aan deze balans. Het gaat hierbij om alle onderzoekers die werken binnen het veld van het landschapsonderzoek, al dan niet verbonden aan universiteiten, instellingen, studiebureaus, etc. Onderzoekers die minder direct het landschap onderzoeken (zoals bijvoorbeeld de taalkunde), kunnen een belangrijke bijdrage leveren, doordat zij veel andere onderzoekers een belangrijke bron van informatie bieden voor het interpreteren van het landschap. Ook dragen veel praktijkgerichte onderzoeken (in functie van een beheerplan, een ruimtelijk uitvoeringsplan, etc.) specifieke informatie aan die bijzonder nuttig kan zijn om een gebied beter te leren kennen, het beheer beter te kunnen voeren, etc. Tot slot zijn de opdrachtgevers van groot belang. Zij hebben een zicht op de onderzoeken die worden uitgeschreven en kunnen helpen de lijst onderzoeksprojecten te vervolledigen. Zij kunnen bovendien vertellen welke onderzoeken in de praktijk nodig zijn. Het VIOE wenst deze verschillende soorten specialisten te verenigen in de Onderzoeksbalans.

Contact: vragen en opmerkingen zijn van harte welkom. De Onderzoeksbalans Landschap is een dynamisch document, verbeteringen kunnen altijd worden gemaakt. Je kunt voor vragen en opmerkingen contact opnemen met Aukje de Haan (02/553.16.58)
Meer info: www.erfgoed.net/onderzoeksbalans/

door Tijl | Beleid | Reacties (0)

Lezing Snellegemproject VUB - Harvard - Frankfurt

Op maandag 12 november geeft Professor Dries Tys van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) een lezing over de geofysische prospectie die afgelopen zomer door een internationaal team werd uitgevoerd te Snellegem. De lezing 'Interdisciplinaire zoektocht naar een Karolingisch domein aan de rand van de kustvlakte. Het Snellegemproject van VUB, Harvard en Frankfurt' wordt georganiseerd door de Archeologische Werkgroep (AW) van de Universiteit Gent (UGent).

Met behulp van geofysische technieken kunnen specialisten ondergrondse structuren in kaart brengen zonder in het bodemarchief zelf in te grijpen. Deze campagne is een samenwerking tussen Professor Mike Mc Cormick van Harvard (USA), Professor Joachim Henning (Goethe Universität Frankfurt) en Professor Dries Tys (VUB).

Aansluitend artikel: Archeologisch bodemonderzoek zonder graafwerken in Snellegem

Praktisch: maandag 12 november, om 20.00U auditorium C (Aud C) van de faculteit Letteren en Wijsbegeerte aan de Blandijnberg 2 te Gent. Gratis.

door Priscilla | Lezingen | Reacties (0)

30 oktober 2007

Duizend jaar Bree breedvoerig herdacht

Duizend jaar geleden werd de Limburgse gemeente Bree voor het eerst vermeld in een keizerlijke oorkonde. Om dat te vieren, hebben enkele geschiedkundigen en archeologen een boek geschreven over het historische Bree. 'Duizend jaar Bree, breedvoerig herdacht' werd zaterdag voorgesteld. Behalve het boek werd ook een tentoonstelling in de kapel aan het stadhuis geopend. De tentoonstelling toont een stuk geschiedenis, maar bevat ook verschillende waardevolle archeologische vondsten.

De tentoonstelling vat in een 15-tal beelden de geschiedenis samen van Bree. Enkele topstukken uit openbare en private verzamelingen werden voor de tentoonstelling samengebracht. Een ervan is het fameuze Romeinse Jupiterbeeld dat in de 19de eeuw bij het graven van het kanaal in Bree gevonden werd. Een ander topstuk is een gebedenboek uit de verzameling van de Koninklijke Bibliotheek van België, dat ooit toebehoorde aan de Franciscanessen van het klooster Ter Rivieren en natuurlijk de Keizerlijke Oorkonde uit 1007 met de allereerste geschreven vermelding van Britte (Bree).

Het boek 'Duizend jaar Bree, breedvoerig herdacht' brengt geen puur chronologisch relaas maar belicht de geschiedenis vanuit verschillende gezichtspunten, door verschillende auteurs die elk een eigen accent leggen. "Het boek is geen verhaal geworden over de geschiedenis van Bree, want daar is al vaak over geschreven," zegt Rik van de Konijnenburg, archeoloog en een van de auteurs, vandaag in de Standaard. "Het boek bestaat uit enkele onderwerpen die belangrijk waren in de geschiedenis. Voorts zijn in het boek ook nieuwe vondsten en inzichten opgenomen die de gekende geschiedenis verrijken."

Praktisch: de tentoonstelling is voor het publiek toegankelijk tot en met zondag 18 november. Tijdens de weekends telkens van 10.00 u tot 12.00 u en van 14.00 u tot 17.00 u. Groepen: op afspraak. Reservering: Info Bree - 089 84 85 60. Het boek 'Duizend jaar Bree, breedvoerig herdacht' is te koop vanaf 5 november bij de dienst Info & Toerisme van Bree voor 50 euro. Meer info op bree.be

door Tijl | Tentoonstellingen | Reacties (0)

Archeologie op de Antwerpse boekenbeurs

Op de 71ste Boekenbeurs in Antwerp Expo kunnen boekenliefhebbers van woensdag 31 oktober tot en met zondag 11 november 2007 genieten van maar liefst 10.000 m² boeken. Ook de archeologie komt er aan bod. "Een populair-wetenschappelijk boek over ónze archeologie, dat ontbrak tot hiertoe," aldus Guido Cuyt. Hij presenteert op zondag 4 november zijn boek Schaven aan het verleden. Op verkenning in onze archeologie.

Algemene vragen in verband met archeologie komen aan bod in deze publicatie, zo is te lezen op de achterflap. "Als ik iets vind in mijn tuin, is dat dan van mij?" "Hoe wist u dat hier iets in de grond kon zitten?" "Werken archeologen altijd met een borsteltje en een truweeltje?" "Kwamen die Romeinen tot bij ons langs het Albertkanaal?"

De lezer komt te weten wat archeologie is, hoe de archeoloog te werk gaat, wat er in de Antwerpse regio al allemaal aan archeologie gevonden is. Hier en daar maakt het verhaal een zijsprongetje naar de 'grote' archeologie: Troje, Rome, Pompeii... Opgesmukt met tal van anekdoten, verwijzingen naar Latijnse auteurs en een vele foto's en andere illustraties is dit een aantrekkelijk leesboek en een informatief naslagwerk, dat ook als schooldocumentatie kan dienen voor de jeugd.

Het boek telt 224 bladzijden, met 129 kleurenplaten en kost 19,90 euro.

Hoe te bekomen?
- ofwel door storting van het juiste bedrag op nr. 789-5125269-01 van Guido Cuyt, Wilrijk. (+ 3 € verzendingskosten voor België; + 9,10 € verzendingskosten voor Nederland, IBAN BE43 7895 2152 6901), met duidelijke vermelding van volledig adres. Het boek wordt dan na betaling opgestuurd.
- ofwel in de boekhandel

Praktisch: de voorstelling door Guido Cuyt vindt plaats op zondag 4 november, om 16.30 u, op de Antwerpse Boekenbeurs, zaal 'Retorica', Antwerp Expo, Jan Van Rijswijcklaan 191, Antwerpen.

door Priscilla | Publicaties | Reacties (0)

Opgeknapte Duvetorre moet toeristische trekpleister Nieuwpoort worden

De ruïne van de Sint-Laurentiustoren in Nieuwpoort, beter bekend als de Duvetorre, krijgt binnenkort een grondige opknapbeurt. Behalve de herwaardering van de Duvetorre zal het stadsbestuur ook de archeologische opgravingen die er destijds gebeurden, opnieuw in de kijker zetten. Samen met het nabijgelegen Bommenvrij, een arsenaal uit de Hollandse periode, moet het een culturele en toeristische trekpleister worden.

De restanten van de Duvetorre aan de Willem Deroolaan liggen er momenteel verwaarloosd bij. De toren brokkelt immers af, en daarom is de site tegenwoordig ook afgesloten. De Nieuwpoortse Sint-Laurentiuskerk werd vermoedelijk gebouwd in 1281. In 1383 werd ze verwoest. Na verschillende bestemmingen en verbouwingen bleef enkel de toren overeind. Deze oudste getuige van Nieuwpoortse geschiedenis werd tijdens de Eerste Wereldoorlog nog gebruikt als observatiepost, maar is nadien verbrokkeld tot ruine.

"We hebben de eerste stappen gezet voor de consolidatie van de Duvetorre en een herwaardering van de hele site," zei de Nieuwpoortse schepen van Cultuur en Erfgoed, Geert Vandenbroucke (CD&V), gisteren in de Standaard. "De toren is in zeer slechte staat, het is de hoogste tijd dat er werken gebeuren om dat stuk beschermd erfgoed in stand te houden. Behalve de herwaardering van de Duvetorre zullen we ook de archeologische opgravingen die er destijds gebeurden opnieuw in de kijker zetten. De eveneens verwaarloosde tuin zal een complete transformatie ondergaan en er komt een kleine arena voor bijvoorbeeld poëziehappenings."

Ook het nabijgelegen Bommenvrij (foto rechts) zal integraal deel uitmaken van de site. "Daarin komt onder meer de tekenacademie en voorzieningen voor volwassenenonderwijs. We zullen er een atelierruimte voor kunstenaars inrichten en in de tuin een groot openluchtatelier maken," zegt de schepen nog. De gemeenteraad van Nieuwpoort zette onlangs het licht op groen om een aanbesteding voor ontwerpers uit te schrijven. Het begin van de eigenlijke werkzaamheden zal afhangen van het tijdstip waarop de overheid de subsidies - tachtig procent van de totale kostprijs - kan vrijmaken.

Foto's: Erf-goed.be
Bron: De Standaard - 29 oktober 2007

door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)

29 oktober 2007

RAAP vestiging west breidt uit

RAAP_in_actie.jpgRAAP is als archeologisch kantoor werkzaam in gans Nederland. De regionale RAAP-afdeling vestiging West-Nederland staat in voor de provincies Holland, Flevoland, Utrecht en Zeeland. Deze afdeling gaat op zoek naar projectleiders (drie jaar relevante ervaring) en veldtechnici (afgestudeerde archeologen) voor minimaal 4 dagen per week. RAAP biedt o.a. een ruime verlofregeling en een jaarlijkse resultatendeling.

U kunt de vacatures nalezen in de SNA-archeovacaturebank.

door Johan | Vacatures | Reacties (0)

Tentoonstelling: Romeinen in Menen!

Op het bedrijventerrein aan de Kortewaagstraat in Menen hebben archeologen van het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed (VIOE) van april 2006 tot de zomer van 2007 een grote Gallo-Romeinse site in kaart gebracht. Ze vonden er naast sporen van een Romeinse weg een grafveld en twee boerenerven met hoofd- en bijgebouwen, waterputten, voorraadkuilen en meer. Het is de eerste site van deze soort in Menen en omstreken. Wie er meer over wil weten kan een bezoek brengen aan de tentoonstelling "Romeinen in Menen!"

Verschillende aspecten van de opgraving komen tijdens de tentoonstelling aan bod. Hoe situeerde onze streek zich in het machtige Romeinse keizerrijk? Hoe woonden en werkten de Gallo-Romeinen er? In wie of wat geloofden ze en hoe namen ze afscheid van hun doden? De tentoonstelling "Romeinen in Menen!" tracht een antwoord te geven op deze vragen. Je krijgt er een beeld van het dagelijks leven in Menen tussen 50 en 175 na Christus. Er is ook een opgraving nagebootst die toont hoe de archeologen te werk zijn gegaan. Als extra toets geven de aquarellen van Raymond Crepeele een kunstzinnige indruk van de site.

Praktisch
De tentoonstelling is van 10 november tot 16 december 2007 dagelijks vrij te bezichtigen in CC De Steiger in de Waalvest 1 te Menen, van 14 tot 18u.

Naar aanleiding van de tentoonstelling is ook een brochure uitgegeven, met talloze illustraties en foto's. Je kan deze brochure ter plaatse verkrijgen voor €2,50.

Op zondag 25 november om 15u is een rondleiding voorzien. Wouter Dhaeze, de archeoloog die de site voor het VIOE heeft opgegraven, vertelt dan graag alles over de opgraving en de resultaten.

Op dinsdag 4 december om 19.30 uur is er een voordracht, georganiseerd door Heemkring Menen. Deze zal plaatsvinden in de studio van CC De Steiger. De toegang is gratis.

Meer info: CC De Steiger, Waalvest 1,8930 Menen, tel: 056 51 58 91 of via mail bij Jan Yperman

door Priscilla | Tentoonstellingen | Reacties (0)

Tweede oproep: Discovering the Archaeologists of Europe

Momenteel wordt in verschillende Europese landen een bevraging gehouden bij archeologen en anderen die professioneel actief zijn in de archeologie. De bedoeling is te weten te komen wie deze personen zijn, welke opleiding ze genoten en wat hun wensen en perspectieven zijn voor de toekomst. Ook ons land neemt deel aan het project. Heel wat collega's hebben al een formulier ingestuurd, anderen hebben het beloofd maar uiteindelijk niet gedaan. We willen dus nogmaals een oproep doen om het formulier in te vullen.

Lees de oproep

door Tijl | Beleid | Reacties (0)

28 oktober 2007

Schat, wat schaft de beerput?

In het kader van de 'Week van de Smaak 2007' organiseert de stedelijke dienst Archeologie van Mechelen de activiteit 'Meer dan water en brood. Een culinaire ontdekkingsreis door de middeleeuwen'. Ga samen met de stadsarcheologen op zoek naar de authentieke smaak van de middeleeuwen. Laat je leiden door je smaakpapillen en waan je heel even in het Mechelen van 700 jaar geleden...

De opgravingen in 2001-2002 op de Grote Markt van Mechelen wierpen een nieuw licht op het leven in de middeleeuwse stad. Zo werden onder meer de resten van de oude stadsgevangenis (in de oude teksten vermeld als "het Steen") blootgelegd. Ook de beerputten van deze gevangenis werden aan een grondig onderzoek onderworpen. Meer dan 3600 liter bodemstalen werden geduldig gezeefd. Ze bleken nog heel wat etensresten te bevatten. Daarmee konden de archeologen het menu van de gevangenen reconstrueren. En dat bleek heel wat gevarieerder dan enkel water en brood!

Het onderzoek wees uit dat de gevangenen zich anno 1300 te goed deden aan vlees (varken, rund, kip, gans, konijn, schaap...), zee- en zoetwatervis (er stonden niet minder dan 30 verschillende soorten vis op het menu!), vruchten, noten, groenten, granen... en nog veel meer.

Samen met kok Geert Groffen van Restaurant Veeakker gaan de stadsarcheologen van Mechelen voor een unieke ervaring. Speciaal voor deze activiteit creëerde Groffen een 6-gangenmenu, grotendeels gebaseerd op de resultaten van het archeologisch onderzoek. Alle ingrediënten werden met veel zorg geselecteerd. Tomaatjes, aardappelen en maïs komen er niet aan te pas, want die kennen we pas sinds de 16de eeuw. Om de middeleeuwse smaak zo dicht mogelijk te benaderen, werd gekozen voor een seizoensgebonden keuken en ingrediënten van biologische (en ecologische) teelt.

De Brusselpoort, het laatste restant van de middeleeuwse stadsomwalling en nu ingericht als archeologisch museum, wordt voor de gelegenheid omgebouwd tot restaurant. Je krijgt ook een handig boekje mee naar huis, vol tips, weetjes, recepten... zodat je nadien zelf met potten en pannen aan de slag kan. Het boekje 'Meer dan water en brood. Een culinaire ontdekkingsreis door de middeleeuwen' is ook verkrijgbaar bij In&Uit Mechelen en in de gespecialiseerde boekhandel voor 8 euro.

Praktisch: op maandag 19 november om 19u00, donderdag 22 november om 19u00 , en zondag 25 november om 12u00 en 19u00. Museum Brusselpoort (kruispunt Hoogstraat-Van Benedenlaan, Mechelen). Kostprijs: 23,50 euro per persoon (kinderen tot 12 jaar: 15,75 euro - kinderen tot 2 jaar: gratis). Tickets zijn te verkrijgen bij In&Uit Mechelen (Hallestraat 2-4-6, 2800 Mechelen) op het nummer 070/22.28.00 of via e-mail. Vooraf inschrijven is noodzakelijk want het aantal plaatsen is beperkt. Inschrijven kan nog t/m donderdag 15 november.

door Tijl | Evenementen | Reacties (0)

De adem van de godin

Voor wie op zoek is naar een historisch verantwoord Sinterklaas-cadeau voor jongeren vanaf 13 jaar, hebben we hierbij alvast een goede tip. Het pas verschenen boek 'De adem van de godin' van jeugdschrijfster Katrien Vervaele is een meeslepende Romeinse whodunit, die je meeneemt naar het antieke Aquae Sulis in de provincie Britannia (het huidige Bath). Je kunt overigens een exemplaar van dit boek winnen door te antwoorden op de prijsvraag onderaan deze bespreking.

Vibia werkt in het steenkappersatelier van haar vader op het Britse platteland. Haar leven verandert drastisch wanneer Calpurnius, priester in de Minerva-tempel van Aquae Sulis, haar talent ontdekt. Hij neemt Vibia en haar broer mee naar de grote stad, waar ze wordt ingeschakeld in de restauratie van de tempel. Weggerukt uit haar eenvoudige bestaan op het platteland, aanschouwt Vibia vol verwondering de complexe samenleving in Aquae Sulis. Vanuit het ik-perspectief van het jonge meisje verkent de lezer het leven in deze Romeinse stad.

Aquae Sulis staat bij Vibia's aankomst overigens in rep en roer. Onlangs werd een van Calpurnius' dienstmeisjes in mysterieuze omstandigheden dood aangetroffen in de tempel. Volgens de roddels was het meisje zwanger van de priester, en deze blijkt ook een meer dan gezonde interesse te hebben voor Vibia. Zoals de ziener van de tempel voorspelde uit de ingewanden van offerdieren, volgt er nog meer rampspoed in de stad. Verschillende mensen uit de omgeving van Vibia worden vermoord, en iedereen lijkt wel een motief te hebben. Zo is er bijvoorbeeld Gwynned, de geheimzinnige priesters die negen maagden rond haar heeft verzameld. Of heeft de eigenzinnige dokter Tiberius er iets mee te maken? De onverwachte ontknoping van deze Romeinse thriller speelt zich uiteindelijk af in de baden van het kuuroord Aquae Sulis...

Naast een spannende verhaallijn biedt 'De adem van de godin' de lezer ook een interessante kijk op het leven in een geromaniseerde provinciestad. Vooral het religieuze aspect van de Romeinse samenleving wordt daarbij sterk uitgewerkt. Zo wordt Vibia, die op het platteland nog de inheemse, Britse goden vereerde, in de stad geconfronteerd met het pantheon van de 'nieuwe' Romeinse goden en de keizercultus. Bovendien ontmoet ze een soldaat die de Mithrascultus aanhangt, en een vertegenwoordiger van 'de sekte van de vis', het pas ontluikende christendom.

Schrijfster Katrien Vervaele heeft een bijzondere interesse voor geschiedenis en ook voor dit boek heeft ze duidelijk heel wat onderzoek verricht. Hoewel het verhaal en de personages fictief zijn, wortelen ze toch in een historische werkelijkheid. Zo baseerde Vervaele zich voor de namen van de personages op inscripties die bij archeologische opgravingen in Bath aan het licht kwamen. Ook de traditie om vervloekingen te schijven op loden plaatjes, een centraal gegeven in het boek, is archeologisch aangetoond. Bijna honderd van dergelijke defixiones, gericht aan de godin Sulis, werden in de 'Heilige Bron' in Bath teruggevonden.

'De adem van de godin' is dus zeker een aanrader. Het boek is geschikt voor jongeren vanaf 13 jaar, maar zal zeker ook de volwassen lezer kunnen bekoren. Het boek telt 196 bladzijden en werd uitgegeven door Lannoo. De richtprijs is 13,95 euro. Op donderdag 1 november kan je Katrien Vervaele overigens aan het werk horen op de boekenbeurs in Antwerpen.

Wedstrijd: ArcheoNet geeft een exemplaar weg van 'De adem van de godin'. Wil je het boek winnen, stuur ons dan het antwoord op deze vraag: 'Katrien Vervaele debuteerde in 1994 met een archeologisch getint boekje rond de opgraving van de villa Mageroy in Luxemburg. Wat is de naam van dit boek?' Je vindt het antwoord op de website van de schrijfster. Stuur het antwoord voor zondag 4 november naar info@archeonet.be. Vergeet je naam en adres niet te vermelden.

door Tijl | Jeugd | Reacties (1)

De mythe van de 'retour à l'origine'

Van 22 tot 24 november vindt in Brussel het colloquium 'De mythe van de 'retour à l'origine'. Authenticiteit en interpretatie in de conservatie-restauratie' plaats. Het doel van dit congres is de conservators-restaurateurs doen nadenken over deze intellectuele benadering alvorens over te gaan tot het formuleren van restauratieopties en de behandeling aan te vatten. Inschrijven kan nog tot 1 november.

Vaak leest men in bestekken of publicaties: reconstructie à l'identique, teruggaan naar oorspronkelijke toestand, reconstructie van het origineel. De eerste vraag hierbij is: wat bedoelt men met deze termen? Is dit het doel van de conservatie-restauratie? Is dit technisch mogelijk? Deontologisch verantwoord? Kunnen het onderzoek en de analyses een volledig beeld geven van het origineel? Hebben we ooit genoeg gegevens hiervoor? Mogelijkheden en beperkingen van de labo-analyses in deze zoektocht? Is het verantwoord om een schilderij illusionistisch te retoucheren? Om een gebouw te reconstrueren? Een historische tuin? Wat met de notie van natuurlijke veroudering, van patina, van historische en sociale context?

Het doel van dit congres is de conservators-restaurateurs doen nadenken over deze intellectuele benadering alvorens over te gaan tot het formuleren van restauratieopties en de behandeling aan te vatten. Het thema is zeer breed: interieurs en monumenten, vast en los meubilair, houten of stenen vloeren, behangpapier, muurschilderingen, glasramen, gemaroufleerde doeken, olieverfschilderijen, wandtapijten, textielbehang, stucwerk, schouwen, sculpturen, reliëfs, historische tuinaanleg enz.

Het colloquium gaat door op 22 en 23 november 2007 (met nog een excursiedag op 24 november) in het Auditorium Hadewych, Consciencegebouw, Albert II-laan 15, B-1210 Brussel. Het wordt georganiseerd door de Beroepsvereniging voor Conservators-Restaurateurs van Kunstvoorwerpen (BRK-APROA), in samenwerking met het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) en andere partners. De congrestalen zijn Nederlands, Frans en Engels. Simultaanvertaling naar de landstalen is voorzien. Het volledige programma vind je op vioe.be.

Praktisch: inschrijvingen via MarieAnne.Buyle@rwo.vlaanderen.be vóór 1 november 2007. De inschrijving is slechts geldig na overschrijving van het juiste bedrag op rek.nr. 068-2083185-40 op naam van BRK-APROA, met vermelding van:"uw naam + studiedagen". BRK-APROA, VIOE en studenten Hogeschool Antwerpen en La Cambre: 75 euro. Anderen: 160 euro. Inbegrepen: toegang tot de twee studiedagen, koffies, lunches, simultaanvertalingen, receptie, tweetalige publicatie van de postprints (worden nagestuurd). Excursie op 24 november: realisaties en lopende werven in Brusselse art nouveau gebouwen: 25 euro (lunch inbegrepen)

door Tijl | Congressen | Reacties (3)

26 oktober 2007

Minister Anciaux sluit erfgoedconvenant met Turnhout en regio Roeselare

Vandaag keurde de Vlaamse regering het voorstel van minister Bert Anciaux goed om een erfgoedconvenant af te sluiten met Turnhout en de regio Roeselare. 500.000 euro Vlaamse subsidiemiddelen worden aangewend voor de werking van de lokale erfgoedcellen, het in kaart brengen van het cultureel erfgoed in de regio, publieksgerichte erfgoedprojecten of de culturele erfgoedorganisaties op het terrein.

Via het decreet van 7 mei 2004 houdende de organisatie en subsidiëring van een cultureel-erfgoedbeleid kan de Vlaamse overheid met een gemeente of een samenwerkingsverband van gemeentes een erfgoedconvenant afsluiten. Op dit ogenblik werden reeds met Antwerpen, Gent, Brugge, Mechelen, Tongeren, Leuven, Ieper, Kortrijk, Projectvereniging Land van Waas, Hasselt, Projectvereniging Comeet (Meetjesland), Sint-Truiden, de VGC en de Mijnstreek (As, Beringen, Genk, Heusden-Zolder, Houthalen-Helchteren en Maasmechelen) erfgoedconvenants afgesloten. In 2007 stond daar een totaalbedrag van ruim 4.000.000 euro tegenover.

Op voorstel van Vlaams minister voor Cultuur, Bert Anciaux, zullen voor 2008 twee bijkomende convenants worden afgesloten, met Turnhout en het intergemeentelijk samenwerkingsverband TERF (Hooglede, Izegem, Lichtervelde, Moorslede, Roeselare en Staden). Aan Turnhout wordt hiertoe een subsidie van 200.000 euro toegekend, aan het samenwerkingsverband TERF een subsidie van 300.000 euro. De bedragen voor deze subsidie worden bepaald a rato van het inwonersaantal. In 2008 investeert de Vlaamse overheid dan ook ruim 4,5 miljoen euro aan erfgoedconvenants met de lokale besturen.

Deze werkingssubsidie bevat onder meer de financiële middelen voor de ondersteuning van de jaarlijkse personeels- en werkingskosten van een erfgoedcel. Deze erfgoedcel voert het erfgoedconvenant uit. Daarnaast kan de subsidie door de gemeentebesturen worden aangewend voor onder meer het verder in kaart brengen van het cultureel erfgoed in de regio, publieksgerichte projecten of de verbetering van de werking van of de samenwerking tussen de verschillende culturele erfgoedorganisaties op het terrein.

In de komende weken zullen de onderhandelingen over de inhoud van het erfgoedconvenant opgestart worden. Het is de bedoeling dat uiterlijk eind dit jaar beide partijen het erfgoedconvenant kunnen ondertekenen. Vlaams minister voor Cultuur Bert Anciaux: "Ik ben verheugd dat de stad Roeselare haar functie van centrumstad op zich neemt en de omliggende gemeenten mee in het te ontwikkelen beleid betrekt. Door het oprichten van een projectvereniging krijgt elke gemeente een evenwaardige stem in het cultureel-erfgoedbeleid voor de regio."

"Verder", zo stelt de minister, "is de goedkeuring van twee nieuwe convenants het beste bewijs dat Vlaanderen, met het oog op een nieuw erfgoeddecreet, niet alleen in de landelijk erkende erfgoedorganisaties en -instellingen wil investeren, maar tevens blijft werken aan de verdere ondersteuning van een stevig uitgebouwd lokaal en streekgebonden erfgoedbeleid".

Foto: het Begijnhofmuseum in Turnhout - Erf-goed.be

door Tijl | Beleid | Reacties (0)

Vacature directeur ACVU-HBS

ACVU-HBS_logo.jpgDe Nederlandse Hendrik Brunsting Stichting (HBS), met vestiging in Amsterdam, is als archeologisch bedrijf reeds 10 jaar gespecialiseerd in opgravingen en advies. De samenwerking met het Archeologisch Centrum van de Vrije Universiteit (ACVU) maakt dat deze not-for-profit organisatie een onderscheidende actor blijft in het archeologische veld. Als directeur ben je de eindverantwoordelijke voor de operaties van ACVU-HBS.

Lees de volledige vacature in de SNA-archeovacaturebank.

door Johan | Vacatures | Reacties (0)

Opnieuw archeologische site in Tongeren geplunderd

Tongeren_Vermeulenstraatje_hypocaustum_klein.JPGNauwelijks een maand geleden werd via ArcheoNet bericht dat de opgraving die Aron bvba uitvoerde in Tongeren bezocht werd door metaaldetectoramateurs. De amateurs werden toen op heterdaad betrapt. Tot onze grote spijt moeten wij vandaag meedelen dat een gelijkaardig voorval zich heeft voorgedaan op de archeologische site aan de Vermeulenstraat te Tongeren. De daders zijn vooralsnog onbekend.

Op het terrein van de voormalige stadsparking wordt sedert 1 oktober een archeologisch onderzoek uitgevoerd in opdracht van de Stad Tongeren, onder wetenschappelijke begeleiding van het VIOE - buitendienst Tongeren. Een team onder leiding van projectarcheologen Kristien Borgers en Michiel Steenhoudt heeft in deze periode al enkele opmerkelijke vondsten aangetroffen zoals een baksteenstempel ('MHF') en een constructie opgebouwd uit dakpanfragmenten; vermoedelijk een oven. Vorige week nog trof het team een zo goed als intacte Romeinse mortelvloer aan (ca 24 m²) met eronder verscheidene vertakkingen van een hypocaustum (klik op de afbeelding rechtsboven om te vergroten). Enkele pijlers en het stookkanaal zijn nog in situ en in zeer goede staat bewaard. De vloer was afgedekt door een pleisterlaag, afkomstig van één van de muren van het vertrek. Vele mooie beschilderde fragmenten met een figuratieve decoratie konden ingezameld worden.

Helaas werd de site in de nacht van 24 oktober bezocht door metaaldetectoramateurs die het pas opgekrabde vlak beschadigden en plunderden. De daders zijn ongekend maar de projectarcheologen hebben in naam van de stad een klacht tegen onbekenden ingediend. Ook het Agentschap R-O Vlaanderen zal hieromtrent verdere stappen ondernemen. De actie van deze amateurs en hun duidelijk gebrek aan respect voor het archeologisch onderzoek wordt diep betreurd. Het opgravingsteam, de Stad Tongeren en de ganse archeologische wereld hopen dan ook dat zulke incidenten in de toekomst zullen uitblijven.

Meer info: Kristien Borgers

door Johan | Opgravingen | Reacties (36)

25 oktober 2007

Aanbesteding voor archeologische prospectie

Gisteren werd in het Bulletin der Aanbestedingen, een onderdeel van het Belgisch staatsblad, een publicatie gedaan voor een overheidsopdracht in opdracht van het Agentschap R-O Vlaanderen. Het betreft een studie-opdracht voor archeologische prospectie met ingreep in de bodem door middel van proefsleuven in Vlaanderen. Meer details vind je op deze pagina.

Geïnteresseerden kunnen het bestek verkrijgen bij Katrien Van Iseghem of Werner Wouters (Agentschap R-O Vlaanderen).

door Tijl | Varia | Reacties (0)

Vacature bij het Steunpunt Industrieel en Wetenschappelijk Erfgoed (SIWE)

Het Steunpunt voor Industrieel en Wetenschappelijk Erfgoed zoekt een Licentiaat (m/v) voor een halftijds contract van 1 jaar, te starten rond begin november. Het Steunpunt Industrieel en Wetenschappelijk Erfgoed is een jonge en dynamische vereniging. Ze functioneert als koepelorganisatie en contactforum voor het wetenschappelijk en industrieel erfgoed in Vlaanderen en Brussel. Daarnaast is SIWE vzw lid van verscheidene Vlaamse en internationale koepelorganisaties.

Vijf krachtig geformuleerde doelstellingen:

1. SIWE vzw wil een lans breken voor de instandhouding, de studie en de ontsluiting van industrieel en wetenschappelijk patrimonium.

2. SIWE vzw wil verwerven of in bruikleen ontvangen: objecten en documenten die betrekking hebben op alle aspecten van de evolutie van kennis en technieken in industrie en wetenschappen.

3. SIWE vzw zal initiatieven nemen zoals inventarisatie en restauratie om de instandhouding van representatieve objecten en documenten, al dan niet in haar bezit, te bewerkstelligen.

4. SIWE vzw. zal in dit verband een educatieve werking ontplooien, tentoonstellingen, voordrachten en bezoeken organiseren.

5. SIWE vzw zal zich inzetten om zowel het verworven patrimonium als het in bruikleen ontvangen erfgoed in gepaste lokalen onder te brengen en deze collecties te ontsluiten voor het publiek. SIWE vzw beoogt op termijn de oprichting van een Museum voor Industrieel en Wetenschappelijk Erfgoed (MIWE.) en onderzoekt hiervoor mogelijke vestigingsplaatsen.

Hoofdopdracht en kerntaken:

U staat in voor de logistieke en intellectuele ondersteuning van SIWE vzw én haar projecten vanuit het secretariaat van de vereniging te Leuven
U organiseert en coördineert projecten van SIWE vzw, van start tot einde.
U is in staat tot het uitdenken en het uitvoeren van nieuwe projecten, in overleg met de Raad van Bestuur van SIWE vzw.
U zal een concrete en gerichte planning mee opstellen en deze nauwkeurig uitvoeren
U bevordert in het kader van de projectwerking de onderlinge samenwerking tussen de verschillende actoren in het veld van het industrieel erfgoed en SIWE vzw.

Meer info: De volledige vacature is te vinden op Cultuurnet Vlaanderen
Bent u geïnteresseerd? Bezorg dan uiterlijk op 30/10/2007 uw kandidatuur, met sollicitatiebrief en uitgebreid CV, per E-mail aan het secretariaat van hetSIWE. Een eerste grondige selectie zal gebeuren op basis van de ingezonden cv's. De geselecteerde kandidaten zullen uitgenodigd worden voor een gesprek.

door Philip | Vacatures | Reacties (0)

Antwerpse Stadsfeestzaal in haar oude glorie hersteld

Net geen zeven jaar na verwoesting door een brand, opende de Antwerpse Stadsfeestzaal vandaag weer haar deuren voor het grote publiek. De monumentale zaal maakt vanaf nu deel uit van het winkelcentrum van de Meir tot Hopland. De renovatie gebeurde op basis van de originele plannen uit 1906, zodat de oorspronkelijke mozaïeken en muurreliëfs teruggekomen zijn. De feestzaal kreeg ook zijn parket en marmeren trappen terug.

De Stadsfeestzaal aan de Meir in Antwerpen dateert uit 1908, toen het als feestzaal en tentoonstellingsruimte op initiatief van het stadsbestuur opgericht werd. Stadsbouwmeester Alexis Van Mechelen ontwierp een complex met langsheen de Meir winkelruimten en appartementen, terwijl een monumentale poort toegang gaf tot de achterliggende feestzaal. Deze grootse zaal werd overspannen met een imposante metaalconstructie die op een betonnen sokkel rustte. Het gebouw werd in 1983 beschermd als monument.

In de nacht van 27 op 28 december 2000 sloeg het noodlot toe: het gebouw brandde nagenoeg volledig uit. Er waren op dat ogenblik al renovatieplannen, maar door de brand liep dat project grote vertraging op. In december 2004 gingen de renovatiewerken van start. De afgebrande Stadsfeestzaal werd in haar oorspronkelijke glorie hersteld en herontwikkeld tot een overdekt publiek plein, met daarrond ruim veertig winkels. Het winkelcentrum telt drie ondergrondse en drie bovengrondse verdiepingen die bereikbaar zijn via liften en roltrappen. Een ruime doorgang op het gelijkvloers verbindt de Meir met het Hopland en versterkt zo de winkelkern van de stad. Zo is het weer een plek waar Antwerpenaars elkaar kunnen ontmoeten. De Stadsfeestzaal viert haar eerste dag met een ware shoppingmarathon. Op donderdag 25 oktober is het centrum tot 20u geopend.

Het geklasseerde Van Averbekegebouw keeg ook opnieuw een volwaardige residentiële invulling. De appartementen aan de kant van de Meir zijn gerenoveerd.

Foto's: Stad Antwerpen & Francois Van Nerum (Erf-goed.be). Bekijk ook het fotoalbum op www.gva.be

door Tijl | Erfgoed | Reacties (2)

24 oktober 2007

Belgisch-Nederlandse contactdagen voor middeleeuwse archeologen

Vanwege het tienjarige bestaan van het Archeologisch Dienstencentrum (ADC) worden de Contactdagen van Belgische en Nederlandse Archeologen en Bouwhistorici in 2008 georganiseerd in Amersfoort. Naar goede gewoonte wordt het een tweedaagse aangelegenheid, op 7 en 8 februari. Op beide dagen komt recent onderzoek aan bod, met speciale aandacht voor wooncultuur en de relaties tussen stad en platteland. Wie een lezing wil houden, kan dit melden tot 15 november.

Wooncultuur
De bestudering van de wooncultuur vormt een centraal thema binnen de archeologie van de late middeleeuwen en de vroegmoderne tijd. Archeologen zijn echter niet de enige onderzoekers die zich met dit studieveld bezighouden. Ook bouwhistorici en historici onderzoeken, ieder op hun eigen wijze en met hun eigen specifieke vraagstellingen, de historische ontwikkelingen binnen de stedelijke wooncultuur. Voor de bouwhistoricus staat het woonhuis in al zijn verscheidenheid centraal. Culturele veranderingen binnen het wonen hadden hun weerslag op de lay-out van de woning. Archeologen proberen op basis van het destijds afgedankte huisraad dezelfde soort ontwikkelingen te reconstrueren. Historici zijn vooral aangewezen op boedelinventarissen om inzicht te verkrijgen in geschiedenis van het wonen en de consumptie van goederen. Geen van de bronnen geeft een volledig beeld. Van een onderlinge discussie tussen de verschillende disciplines is evenwel nauwelijks sprake. Door sprekers uit de afzonderlijke vakgebieden aan het woord te laten, moet een beeld ontstaan van de speerpunten binnen de diverse onderzoeksvelden. Op deze wijze wordt inzichtelijk gemaakt waar de zo ontstane historische reconstructies elkaar overlappen, aanvullen of juist tegenspreken. Tevens moet duidelijk worden hoe de vakgebieden in elkaars onderzoeksvelden kunnen participeren, om zo te komen tot een zo volledig mogelijke reconstructie van 'de' wooncultuur uit de voorbije eeuwen.

Stad-Plattelandsrelaties
De meeste Nederlandse en Vlaamse steden zijn ontstaan in de Middeleeuwen. Als centra van macht, religie, handel en nijverheid zijn steden dan een relatief nieuw fenomeen in een nog overwegend rurale samenleving. De landelijke aristocratie en de geestelijke elite hebben in veel gevallen een belangrijke rol gespeeld bij het ontstaan van stedelijke centra. Hoewel stedelingen zich in de loop der tijd steeds zelfbewuster zijn gaan opstellen, blijft er een langdurige relatie van wederzijdse afhankelijkheid bestaan tussen stad en platteland. Aanvankelijk concentreerde het archeologische onderzoek zich vooral op de binnensteden, maar gedurende de laatste decennia is ook het omringende platteland in toenemende mate onderwerp van archeologisch onderzoek. Inmiddels is zo veel onderzoek beschikbaar dat de relaties tussen het ontstaan van steden en hun latere ontwikkeling in relatie tot het omringende platteland onderwerp kunnen zijn van synthetiserend onderzoek.

Spraakmakend nieuw onderzoek
Met enige regelmaat doen archeologen nieuwe ontdekkingen die onze kijk op het verleden wezenlijk beïnvloeden. Onderzoekers die recentelijk onderzoek hebben gedaan waarbij dit het geval is, willen wij graag de ruimte bieden hun resultaten te presenteren.

Praktisch: wie een lezing wil houden, moet dit voor 15 november kenbar maken via het aanmeldingsformulier (pdf). Geef aan wat de titel is van de beoogde voordracht en geef een korte schets van de inhoud. Via www.archeologie.nl is meer informatie over de Contactdagen, de thema's en de inschrijving te vinden.

door Tijl | Congressen | Reacties (1)

Sagalassos zoekt trench supervisors

Van juni tot september 2008 trekt het Sagalassos Archaeological Research Project (K.U.Leuven) er weer op uit voor zijn 19de interdisciplinaire opgravings- en prospectiecampagne. Voor de maanden juli en augustus 2008 is het project op zoek naar archeologen met de nodige veldervaring, die gedurende twee maanden als trench supervisor aan de slag kunnen gaan. Je kunt je nog tot 23 november kandidaat stellen.

Je functie:
Als trench supervisor sta je, in samenwerking met een Turkse archeoloog, aan het hoofd van een team van 5 tot 10 Turkse werkmannen. Je bent verantwoordelijk voor het goede verloop van dagdagelijkse activiteiten op de site en bent tevens verantwoordelijk voor de langetermijnplanning van de werkzaamheden. Het takenpakket van de trench supervisor omvat eveneens de registratie en de administratieve verwerking van vondsten, de analyse van stratigrafische contexten, alsook het schrijven van het dagelijkse rapport en het eindrapport.

Je profiel:
Je bent beschikbaar van begin juli tot begin september 2008.
Je bent houder van een bachelor- of masterdiploma in de archeologie en beschikt over een gedegen veldervaring. Je hebt een ondernemende, dynamische en creatieve persoonlijkheid. Je werkt graag in teamverband en je bent sterk in het organiseren en coördineren van activiteiten.
Je spreekt vlot Engels. Kennis van het Turks is een pluspunt.

Het aanbod:
Naast kost, inwoon en alle verplaatsingskosten, ontvang je een vergoeding die in verhouding staat tot je diploma, ervaring en kwaliteiten. Het salaris stemt overeen met de vergoedingen die gangbaar zijn bij andere vergelijkbare archeologische projecten.

Interesse?
Indien je interesse hebt om volgende zomer deel te nemen aan de nieuwe Sagalassos-campagne, kun je je kandidaat stellen t.e.m. 23 november 2007. Stuur je sollicitatiebrief met CV naar K.U.Leuven, Sagalassos Archaeological Research Project, Blijde Inkomststraat 21, 3000 Leuven of mail naar info@sagalassos.be. Voor eventuele vragen kun je steeds terecht bij Mevr. Kim Vyncke (016/32.48.62).

door Tijl | Vacatures | Reacties (0)

Plaatsnamenregister bij de reeks 'Bouwen door de eeuwen heen'

Het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) biedt een plaatsnamenregister aan bij de reeks 'Bouwen door de Eeuwen Heen in Vlaanderen'. Met die nieuwe publicatie wil het VIOE de 57 boekdelen van de inventaris van het bouwkundig erfgoed vlotter bruikbaar maken. Het plaatsnamenregister bevat alle plaatsnamen van Vlaanderen, zowel fusiegemeenten als deelgemeenten en gehuchten, en verwijst telkens naar het juiste boekdeel en de pagina daarin.

In 2006 presenteerde minister Dirk Van Mechelen de laatste drie boekdelen van de publicatiereeks 'Bouwen door de Eeuwen Heen in Vlaanderen'. Dit grootscheepse inventarisatieproject van het bouwkundig erfgoed werd opgestart eind jaren 1960 door de Rijksdienst voor Monumenten- en Landschapszorg en later voortgezet door de afdeling Monumenten en Landschappen van de Vlaamse Gemeenschap. Sinds 2001 werkt het Agentschap R-O de inventarisatie van de provincies Oost- en West-Vlaanderen verder af, met aparte bundels per gemeente.

Voor het Vlaamse gebied werden op die manier ongeveer 70 000 items verzameld. Het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed maakt een prioriteit van het ontsluiten van die gegevens. Toen mevrouw Yvonne De Maeyer, verbonden aan de stadsbibliotheek van Maastricht, een totaal plaatsnamenregister van de boekenreeks aanbood, besloot het VIOE om het uit te geven. Het plaatsnamenregister bevat alle plaatsnamen van Vlaanderen, zowel fusie- als deelgemeenten en gehuchten, en verwijst telkens naar het juiste boekdeel en de pagina daarin. De nieuwe publicatie bevat naast die lijst ook een historische schets van het inventarisatieproject in Vlaanderen, geschreven door voormalig redactrice van de reeks Suzanne Van Aerschot-Van Haeverbeeck, en de toekomstvisie van het VIOE betreffende de inventaris.

Praktisch: het Plaatsnamenregister telt 115 pagina's en kost € 8 + verzendingskosten (België: € 4 - Europa: € 8). Je kunt de publicatie bestellen door je naam en adres te mailen naar Anne Seys
Foto: historische panden aan het Sint-Veerleplein in Gent - Erf-goed.be

door Tijl | Publicaties | Reacties (2)

23 oktober 2007

Dertig erfgoedverenigingen krijgen subsidie van Vlaamse overheid

Twintig vrijwilligersverenigingen die zich inzetten voor erfgoededucatie en -sensibilisatie krijgen van Vlaams minister Dirk Van Mechelen elk een subsidie van 1.500 euro. Van Mechelen maakte de winnaars van de jaarlijkse projectoproep '20 x 1.500 euro' vandaag bekend. Daarnaast wordt dit jaar ook voor het eerst 10 x 10.000 euro uitgereikt aan verenigingen met betaald personeel. Van Mechelen kondigde aan dat beide oproepen ook in 2008 zullen georganiseerd worden.

In de erfgoedsector worden veel ideeën ontwikkeld om op een educatieve of sensibiliserende manier duiding te geven bij een monument, het landschap, een archeologische site of de resultaten van archeologisch onderzoek, bij het varend erfgoed... De realisatie van die plannen is niet altijd eenvoudig, bijvoorbeeld omwille van de financiële implicaties. Minister Van Mechelen wil vrijwilligers en verenigingen een duwtje in de rug geven en de realisatie van hun plannen financieel mogelijk maken via twee projectoproepen. Enerzijds via de gekende '20 x 1.500 euro', die specifiek gericht was op vrijwilligersverenigingen zonder betaald personeel. Anderzijds via de in 2007 gelanceerde oproep '10 x 10.000 euro', omdat er nood was aan bijkomende steun voor verenigingen die slechts over een beperkt aantal personeelsleden beschikken. Voor de praktische uitwerking en opvolging kon minister Van Mechelen, zoals steeds, rekenen op de expertise en inzet van VCM-Contactforum voor Erfgoedverenigingen vzw. De ingediende dossiers werden beoordeeld door een onafhankelijke jury. De minister heeft bij de toekenning van de projectsubsidies hun advies integraal gevolgd.

Met deze twee oproepen worden niet alleen waardevolle projecten financieel ondersteund, het is voor de minister tevens een perfect instrument om de 'vinger aan de pols' te houden bij de duizenden vrijwilligers van de erfgoedwereld. "Uit voorgaande oproepen is meermaals gebleken welke trends zich in het werkveld ontwikkelen, welke nieuwe thema's zich aandienen, welke behoeften er zijn. Ook kan afgetoetst worden of genomen beleidsopties op voldoende maatschappelijk draagvlak kunnen rekenen," stelt de minister in een persmededeling. "Dit jaar is dat niet anders. Opvallend is bijvoorbeeld de aandacht voor het oorlogsverleden en de stijgende belangstelling voor historische slagvelden. Dit sluit perfect aan bij het streven naar de erkenning van de slagvelden uit de Eerste Wereldoorlog als Unesco-werelderfgoed."

Het begrip erfgoed verruimt zich voortdurend. Het beste bewijs daarvan is de groeiende belangstelling voor een aantal nieuwe thema's. Verschillende projecten richten zich hierop: zo is er bijvoorbeeld een project rond het luchtvaartpatrimonium en het vliegend erfgoed, een project rond het Joods erfgoed of een project rond het levend erfgoed (historische graansoorten) en tot slot een project rond paleontologische resten. Heel wat ingediende projecten streven een integrale aanpak na, met bijzondere aandacht voor de verschillende zorgaspecten van het onroerend erfgoed. De vele projecten voor het ontwikkelen van erfgoedroutes, -wandelingen of -fietsroutes zijn daar een mooi voorbeeld van. Boeiend is ook dat veel van die routes zich meer en meer richten op het landschap en het kunnen lezen van het landschap. Een aantal projecten richt zich ook op interculturaliteit en aandacht voor diversiteit in de maatschappij, bijvoorbeeld door aan de hand van de littekens en de geschiedenis van een gebouw te tonen tot welke vernielingen oorlog en plundering kunnen leiden. Een laatste opvallende vaststelling is de toenemende aandacht voor de restauratie-ambachten. Om technieken niet verloren te laten gaan, vindt minister Van Mechelen het belangrijk dat er blijvend geïnvesteerd wordt in kennisoverdracht.

"Educatie en sensibilisatie zijn essentieel in mijn streven om van de 6 miljoen Vlamingen stuk voor stuk monumentenwachters te maken. Onbekend maakt onbemind en de projecten die in het kader van deze projectoproepen een financieel steuntje in de rug krijgen, dragen er stuk voor stuk toe bij dat iedereen, liefst van kindsbeen af, kan kennis maken met de rijkdom en de veelzijdigheid van het erfgoed", aldus minister Van Mechelen.

Meer info: alle laureaten van de projectoproep vind je in dit document (pdf). Ter info: Op dit ogenblik lopen nog twee projectoproepen op initiatief van minister Van Mechelen. De projectoproep rollend, rijdend en vliegend erfgoed ondersteunt restauratie- en herstelprojecten gericht op het blijvend functionerend behoud. De projectoproep jongeren en oorlogserfgoed geeft financiële steun aan educatieve en sensibiliserende projecten rond het oorlogserfgoed op initiatief van een klas, school of jongerengroepering.

door Tijl | Beleid | Reacties (0)

Twee nieuwe vacatures bij het VIOE

Het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) is momenteel op zoek naar twee archeologen, respectievelijk voor de archeologische opvolging van het 'Sigmaplan' in het Scheldebekken en voor de verdere uitbouw van de Centrale Archeologische Inventaris. Het gaat telkens om een voltijds contract van 1 jaar als wetenschappelijk attaché (vanaf 1 januari 2008). Solliciteren kan nog tot en met 28 oktober.

1. Archeoloog voor de opvolging van het 'Sigmaplan'

Waterwegen en Zeekanaal nv (W&Z) voorziet in het kader van de realisatie van het zogenaamde 'Sigmaplan' diverse infrastructurele ingrepen in het landschap, met als voornaamste doelstelling de veiligheid tegen ongecontroleerde overstromingen in een aantal benedenrivieren van het Scheldebekken te bevorderen. W&Z en het VIOE bereikten een overeenkomst voor de paleolandschappelijke en archeologische opvolging van deze projecten, in de 'geest van het Verdrag van Malta'. Door een geïntegreerde aanpak, vanuit landschapshistorische, paleolandschappelijke en archeologische invalshoeken, worden de gebieden geëvalueerd en verkend op de aanwezigheid van belangrijke erfgoedrelicten, en de potenties m.b.t. de bewaring ervan. Het belangrijkste streefdoel is het detecteren, afbakenen en evalueren van erfgoedrelicten in het landschap. Dit laat toe in het concrete uitvoeringstraject van de deelgebieden:
1. een afgewogen selectie van deze relicten te bewaren in het landschap;
2. knelpunten te herkennen, door op voorhand zones aan te duiden waar belangrijk erfgoed dreigt vernietigd te worden;
3. een plan van aanpak op te stellen voor de uitvoering van het preventieve onderzoek op plaatsen waar ingrepen in het landschap erfgoed gaan vernietigen.

2. Archeoloog voor de verdere uitbouw van de CAI

Je ontwikkelt een visie op de Centrale Archeologische Inventaris die beantwoordt aan de noden van het instituut, het beleid en het werkveld en je formuleert voorstellen tot optimalisatie van het instrument. Daarnaast evalueer je kritisch gegevens van diverse bronnen (literatuur, rapporten, vondstmeldingen...) en voegt deze toe in de databank en het geografisch informatiesysteem. Je onderhoudt contacten met professionele en amateur-archeologen op permanente basis en via gespecialiseerde contactdagen. Je blijft op de hoogte van recente ontwikkelingen in de archeologie, zowel wetenschappelijk als in beheer en beleid en ontwikkelt hierrond eigen visies. Tot slot voer je zelf verkennend en evaluerend terreinonderzoek uit, neem je deel aan de CAI-stuurgroep en werk je mee aan de uitbouw van de inventaristoepassingen (MALVIN).

Meer info: de volledige vacatures kan je nalezen op Jobpunt Vlaanderen
Geinteresseerd? Stuur dan snel je CV met bijhorende motivatiebrief naar Heidi Berckmans (02 553 16 99) of via VIOE, Koning Albert II-laan 19 bus 5, 1210 Brussel. Solliciteren kan tot en met 28 oktober 2007. De selectie bestaat uit een CV-screening en persoonlijkheidsvragenlijst gevolgd door een interview.

door Tijl | Vacatures | Reacties (0)

Junior-archeoloog gezocht voor vooronderzoek te Minderhout

Randstad zoekt één junior-archeoloog voor een proefsleuvenonderzoek in Minderhout, een deelgemeente van Hoogstraten. Het gaat om een kort contract van twee weken. Het onderzoek is gepland op een terrein van vier hectare, dat in het bezit is van een steenbakkerij.

Geïnteresseerden kunnen contact opnemen met Bart De Smaele via e-mail of op het gsm-nummer 0478/37.21.74.

door Priscilla | Vacatures | Reacties (0)

22 oktober 2007

Colloquium economische ontwikkeling van Waasland in 18de eeuw

De Oudheidkundige Kring van het Land van Waas en de Erfgoedcel Waasland organiseren op 30 november 2007 een colloquium over de economische ontwikkeling in het Land van Waas in de 18de eeuw. Diverse sprekers laten er hun licht schijnen over de economische dynamiek in het 18de-eeuwse Waasland, en de uitingen daarvan in de materiële cultuur.

Programma

19.15u ONTVANGST
19.45u INLEIDING
door Piet Van Bouchaute, stadsarchivaris Sint-Niklaas
10.00u DE OPKOMENDE INDUSTRIELE REVOLUTIE IN HET LAND VAN WAAS IN DE 18DE EEUW
door Jan Blomme, hoofd van de studiedienst van het Gemeentelijk havenbedrijf Antwerpen
10.30u HET ONTSTAAN VAN DE STEDELIJKE DYNAMIEK IN HET LAND VAN WAAS IN DE 18DE EEUW
door Koen Boon, historicus
11.00u PAUZE
11.30u ARCHITECTURALE ONTWIKKELINGEN IN HET LAND VAN WAAS, IN HET BIJZONDER DE GEMEENTEHUIZEN
door Dirk Van de Vijver, Dr. Ir. architect en Lode De Clercq, bouwhistoricus-restaurator
12.00u BROODJESMAALTIJD
13.30u ADELLIJK LEVEN IN HET WAASLAND IN DE 18DE EEUW
door Carine Goossens, gemeentearchivaris Beveren
14.00u BOEDELINVENTARISSEN EN MATERIELE CULTUUR IN HET LAND VAN WAAS TIJDENS DE 18DE EEUW
door Thijs Lambrecht, post-doctoraal onderzoeker bij het FWO-Vlaanderen
14.30u PAUZE
15.00u DE VESTIGING VAN EDELSMEDEN IN HET LAND VAN WAAS IN DE 18DE EEUW
door Wim Nys, wetenschappelijk assistent Zilvermuseum Sterckshof
15.30u SLOTCONCLUSIE
door Johan Verberckmoes, hoogleraar Katholieke Universiteit Leuven
16.00u EINDE


Praktisch

Datum: 30 november 2007 - 9u15 tot 16u00
Locatie: Auditorium Greta Weyn van de Stedelijke Academie voor Schone Kunsten Sint-Niklaas
Kostprijs: 10 euro, verminderingstarief van 8 euro voor leden van de KOKW en studenten
Website: Colloquium De economische ontwikkeling van het Land van Waas in de 18de eeuw


Inschrijving

Geef uw voornaam, naam en contactgegevens door via het inschrijvingsformulierof per post Erfgoedcel Waasland, Lamstraat 113, 9100 Sint-Niklaas en schrijf 10 of 8 euro over op rekeningnummer 091-0007009-54 met vermelding "erfgoed - economiecolloquium - naam en voornaam inschrijver". Uw inschrijving is pas definitief na overschrijving van het verschuldigde bedrag.

door Bart | Congressen | Reacties (0)

Gratis openingsweekend voor nieuwe Galerij van de Dinosauriërs

Na een sluiting van meer dan twee jaar heropent het Museum voor Natuurwetenschappen dit weekend zijn gloednieuwe Galerij van de Dinosauriërs. Op een oppervlakte van 3000 vierkante meter worden meer dan 30 skeletten gepresenteerd: de grootste dinotentoonstelling van Europa. Tijdens het openingsweekend, op 27 en 28 oktober, zet het museum zijn deuren gratis open voor het publiek. Iedereen is welkom om de dinosauriërs in hun nieuwe omgeving te verwelkomen.

Op 27 en 28 oktober, van 10 tot 18 uur, is de toegang tot het Museum voor Natuurwetenschappen dus volledig gratis. Naast een parcours in de Galerij van de Dinosauriërs en de rest van het museum staan ook talrijke verrassingsactiviteiten op het programma. Op de parking kan je al genieten van een springkasteel, ballonanimatie, maquillage en dinoverrassingen. Binnen kan je binnenspringen voor de making-off van de film "Night at the Museum" in het auditorium.

Verder in het Museum stellen het Noordzeedepartement en de cel Biodiversiteit hun activiteiten voor. De kleinsten kunnen er naar hartelust kleuren, dinopuzzelen, fossielen opgraven en zich laten maquilleren. Voor een hapje, grote dorst of honger als een dinosaurus is er het nieuwe Dino Café. In de Museumwinkel vind je een uitgebreide keuze aan souvenirs of cadeautjes voor vrienden en familie!

Ook de Zoogdierenzaal kreeg een opfrisbeurt, en presenteert een circuit dat de Europese programma's inzake bescherming van de biodiversiteit in het daglicht stelt. Uiteraard verdienen ook de andere zalen, al dan niet gerenoveerd, nog steeds een ommetje. Tenslotte is er ook het niuwe PaleoLAB: deze ontdekruimte laat kinderen vanaf 5 jaar, vergezeld van een volwassene, op een leuke manier kennismaken met paleontologie en geologie. Spelen, manipuleren, observeren en experimenteren zijn de sleutelwoorden van het paleoLAB.

Meer info: www.natuurwetenschappen.be

door Tijl | Evenementen | Reacties (0)

Pajottenland, een land om lief te hebben

De Andreas Masiuskring heeft het initiatief genomen om een volledig herwerkte versie van het boek 'Pajottenland, een land om lief te hebben' uit te brengen. Maar liefst 40 Pajotse dorpen worden in het boek besproken. Daarnaast zijn er nog een geschiedkundige en een geografische inleiding over het volledige Pajottenland voorzien, naast tussenstukjes over typische Pajotse erfgoedelementen. Tot 25 oktober kan je het boek aan een voorintekenprijs van 30 euro bestellen.

Het Pajottenland heeft zeer veel te bieden: een rijke geschiedenis en rijk aanwezig erfgoed, mooie landschappen, lekkere streekgastronomie... Deze streek is het dubbel en dik waard om ontdekt en herontdekt te worden, zowel door de bezoeker als door de plaatselijke bevolking. Om alle interessante plekjes en wetenswaardigheden te ontdekken is een goede begeleider onontbeerlijk. De Andreas Masiuskring vzw, de historische kring uit Lennik, heeft het initiatief genomen om een boek uit te brengen over de geschiedenis en het erfgoed van het Pajottenland, het landelijke gebied in het zuidwestelijke deel van de provincie Vlaams-Brabant. Hiervoor heeft deze kring de enthousiaste steun gekregen van alle historische en heemkundige verenigingen uit de regio, aangevuld met enkele individuele auteurs.

Het betreft een volledige herwerking van een boek dat 25 jaar geleden verscheen met de titel 'Pajottenland, een land om lief te hebben', van de hand van Jozef Vrancken. De teksten in dit boek zijn volledig geactualiseerd en uitgebreid. Het fotomateriaal neemt een prominente plaats in. Hiervoor tekent Jan Decreton, een vermaard fotograaf met talloze uitgaven op zijn palmares. Aldus is een nieuw naslagwerk over het Pajottenland geboren. Het boek behandelt de geschiedenis en het culturele erfgoed van de gemeenten, opgedeeld per deelgemeente, die behoren tot het Pajottenland: Bever, Dilbeek, Galmaarden, Gooik, Herne, Lennik, Pepingen, Roosdaal, Sint-Pieters-Leeuw en Ternat. Aldus worden in totaal 40 dorpen belicht. De tekst wordt aangevuld met meer dan 250 foto's over gebouwen, landschappen, folklore... Daarnaast worden diverse kenmerkende thema's zoals het Brabantse trekpaard, de geuze, het Stevenisme, de buurttram, enz. toegelicht. Ook is een historische en geografische synthese van de streek opgenomen.

Praktisch: ruim 400 pagina's met meer dan 250 foto's, gedrukt op kwaliteitspapier en met een harde kaft. Voorintekenen op dit naslagwerk kan tot 25 oktober aan 30 euro, nadien kost het boek 35 euro (verzendingskosten 5 euro). Bestellen gebeurt door storting van het bedrag op rekening 850-8492362-10 van de Andreas Masiuskring vzw - Pajottenland, Marktstraat 48 te Lennik. Dit boek wordt officieel voorgesteld op zaterdag 24 november 2007 om 15 uur in het kasteel van Gaasbeek. Het boek kan die namiddag afgehaald worden of nadien, na afspraak, bij Joris De Beul, Ten Ham 21 te 1750 Lennik en bij de toerismekantoren van Halle en Galmaarden. Meer info via Andreas.Masiuskring@Belgacom.net.
Foto: zicht op Bellingen (Tine De Groote - Erf-goed.be)

door Tijl | Publicaties | Reacties (0)

21 oktober 2007

Einde opgravingen Flanders Expo in zicht

Deze week werden in Gent de resultaten van het archeologisch vooronderzoek op de terreinen rond Flanders Expo voorgesteld. Het team vond grafkuilen uit het Finaal-Neolithicum, erven uit de IJzertijd en veel sporen van Romeinse aanwezigheid. De resultaten getuigen van het rijke prestedelijke verleden in de regio bij de samenvloeiing van Leie en Schelde, een gebied dat door de intense verstedelijking niet veel mogelijkheden heeft overgehouden voor archeologisch onderzoek.

Aangezien op de terreinen in het verleden al archeologische sporen werden aangetroffen, werd er voorafgaand aan de uitvoering van het nieuwe ontwikkelingsproject The Loop geopteerd voor een archeologisch onderzoek. Het AG Stadsontwikkelingsbedrijf Gent orgniseerde en financierde het proefsleuvenonderzoek en de opgravingen. De dagelijkse leiding van dit archeologische onderzoek was in handen van de projectarcheologen Johan Hoorne en Caroline Ryssaert. Medewerking werd er ook verleend door de N.V. Grondontwikkeling Handelsbeurssite en ECPD die eigenaar zijn van de onderzochte terreinen.

De oudste aangetroffen grondverkleuringen zijn drie vermoedelijke grafkuilen uit het Finaal-Neolithicum (ca. 3000-2100 voor onze tijdrekening). In de vulling van één van de kuilen werden een kleine gepolijste bijl, een vuurstenen schrabber en scherven van een versierde klokbeker teruggevonden. Deze bijgiften zijn de laatste getuigen van het grafritueel aangezien het bot volledig vergaan is.

Een groot aantal sporen, zowel paalsporen als kuilen, vallen op basis van het aangetroffen aardewerk toe te schrijven aan een drietal erven uit de Vroege IJzertijd (ca. 750-450 voor onze tijdrekening). Deze boerderijen waren wellicht niet gelijktijdig in gebruik, maar kunnen eerder gezien worden als erven die zich steeds verplaatsten naargelang de omliggende gronden uitgeput waren. Uit de Late IJzertijd (450-52 voor onze tijdrekening) stammen dan weer een tweetal zones met paalsporen en kuilen, waarin zelfs een 12 m lang tweeschepig gebouw werd herkend, dat vrijwel op dezelfde plaats werd herbouwd. Naast wat scherven van potten werden ook enkele weefgewichten, huttenleem en zelfs twee slingerkogels aangetroffen.

De daaropvolgende Romeinse aanwezigheid bleek uit enkele vrij grote paalsporen, kuilen en drie waterputten. Er konden dicht bij elkaar gelegen erven onderscheiden worden. Ze bestonden telkens uit één hoofdgebouw (tweemaal 18 m lang en 7 m breed, en eenmaal 22 m lang en 7 m breed), één waterput en mogelijk enkele bijgebouwtjes. Eén van de hoofdgebouwen was een potstalhuis, waarbij aan één uiteinde een dieper uitgegraven bodem, voor de recuperatie van de mest, bewaard was gebleven. Opvallend is de aanwezigheid van talrijke vondsten, waarbij het niet enkel om bijna volledige potten gaat, maar ook om twee bronzen mantelspelden, in totaal een zevental slijpstenen en zelfs een volledige en goed bewaarde maalsteen. Ook een tweetal Romeinse brandrestengraven zijn het vermelden waard. Dit zijn kuilen waarin resten van de brandstapel, gecremeerd bot en verbrand aardewerk werden gedeponeerd. De laatste sporen die dienen onderzocht te worden zijn de drie Romeinse waterputten, die vaak een schat aan informatie blijken te herbergen, niet enkel voor de objecten, maar zeker ook voor resten van zaden, vruchten en pollen wat een reconstructie van het toenmalige landschap moet toelaten.

Een aantal sporen herinneren aan een recenter verleden. Verspreid over het terrein waren funderingen van gebouwen en resten van loopgraven aanwezig die hoogstwaarschijnlijk te maken hebben met het militaire vliegveld dat hier tijdens beide wereldoorlogen functioneerde.

Op de terreinen tussen de Poortakkerstraat en de parking ten westen van de Adolphe Pégoudlaan werden eveneens proefsleuven getrokken. Bovendien werd in deze zone een nieuwe ringweg gepland en hebben de archeologen in augustus en september 2007 de plaats van de wegkoffer kunnen onderzoeken. Eén deel van het terrein bleek eveneens rijk aan bodemsporen. Naast een tweetal Romeinse brandrestengraven en sporen met ijzertijdaardewerk, ontdekten de archeologen een nederzetting uit de vroege middeleeuwen, meer bepaald uit de Merovingische periode (6de-7de eeuw van onze tijdrekening). Ook dit blijk een uitzonderlijk gegeven voor de Gentse regio. Over de bewoning in Vlaanderen tijdens de Merovingische periode zijn immers weinig gegevens beschikbaar, net omdat er weinig opgegraven nederzettingen zijn. Daarnaast werden laatmiddeleeuwse grachten en kuilen blootgelegd, die deel uitmaakten van een landbouwcomplex.

Bron: Stad Gent

door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)

Lezing over archeologisch onderzoek Kythnos in Gent

Op woensdag 24 oktober is de Griekse archeoloog Alexandros Mazarakis-Ainian (Universiteit van Thessalië) in Gent te gast voor een lezing over zijn archeologisch onderzoek op het Cycladische eiland Kythnos. In 2002 vond een team archeologen onder leiding van Mazarakis-Ainian op Kythnos een ongeplunderd 'adyton' (allerheiligste) van een antieke tempel. Tijdens de lezing in Gent zal professor Mazarakis-Ainian het hebben over het belang van deze uitzonderlijke vondst.

Het adyton dat in op Kythnos werd opgegraven, was gevuld met kostbare offergaven en een grote verscheidenheid aan luxe-voorwerpen. De objecten dateerden grotendeels uit de zevende tot vijfde eeuw voor Christus, hoewel een aantal voorwerpen ook uit de Brons- en IJzertijd dateerde. De vondsten, meer dan 1000 artefacten, bestonden vooral uit juwelen, en omvatten 70 voorwerpen in goud, 120 in zilver, 450 in brons, 100 in ijzer, 300 in been en ivoor, talrijke juwelen en parels van halsbanden van koraal, rotskristal, glas, faience en halfedelstenen. Bij de votiefgaven waren ook Fenicische en Egyptische importstukken, een aantal vrouwelijke terracotta-figurines uit de Archaïsche en Klassieke periodes en talrijke, intacte exemplare van orientalizerend, Cycladisch, Corinthisch en Attisch zwartfigurig aardewerk.

Van 2003 tot 2006 werd het adyton volledig opgegraven, waarbij de volledige lay-out van het heiligdom kon worden opgetekend. De Dorische tempel bestaat uit twee rechthoekige 'oikoi', rustend op een massief rechthoekig terras. Aan de buitenkant, langs de lange kant van de tempel, werden twee altaren onderzocht. Langs de temenosmuur werd ook een rijk votiefdepot blootgelegd. De aard van de vondsten doet vermoeden dat het heiligdom gewijd was aan een vrouwelijke godin. Het lopende onderzoek zal de archeologen wellicht toelaten de originele plaats en de distributie van de offergaven in het adyton te reconstrueren, en zo bijdragen tot de kennis van de Griekse heiligdommen.

Praktisch: de voordracht vindt plaats op woensdag 24 oktober om 20.00u in de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (Koningstraat 18, 9000 Gent). Organisatie: Griekenlandcentrum.

door Tijl | Lezingen | Reacties (0)

Onderzoek naar Keltische nederzetting Kemmelberg

De provincie West-Vlaanderen investeert in het onderzoek naar de Keltische nederzetting op de Kemmelberg. Op en rond de Kemmelberg zal door middel van inventarisatie, educatieve projecten en voortgezet onderzoek de geschiedenis van de Keltische nederzetting gereconstrueerd worden. Het onderzoek zal worden verricht vanaf 2008, in samenwerking met de Universiteit van Gent.

In de jaren zeventig werd er al enig onderzoek verricht naar de Keltische nederzetting op de Kemmelberg, maar de informatie die toen werd verzameld, is verspreid. «Het is in eerste instantie de bedoeling al die informatie te inventariseren. We zullen daarna de site verder onderzoeken. Niet om er meteen grote opgravingen te doen, wel om te bekijken wat we zouden kunnen vinden. De resultaten zullen ook getoetst worden aan wat daarover in het buitenland bekend is. Als de archeologen het nuttig vinden, komen er mogelijk nadien opgravingen», zegt gedeputeerde Gunter Pertry.

door Priscilla | Opgravingen | Reacties (1)

19 oktober 2007

Archeologische collecties in de provincie Antwerpen

De archeologen van de dienst erfgoed zijn gestart met een nieuw project: een archeologische collectieregistratie in de provincie Antwerpen. Daarom lanceert men een oproep om het bestaan van archeologische collecties te melden. Na de inventarisatie wordt een plan van aanpak uitgewerkt voor de meest dringende problemen. De dienst erfgoed zal werken aan voorstellen om eenvoudige, concrete oplossingen aan te bieden aan archeologische erfgoedhouders.

Het doel van de collectieregistratie is:

1. een overzicht bekomen van lokale archeologische collecties bewaard in de provincie Antwerpen. Hiervoor komen zowel 'collecties' die slechts bestaan uit enkele stukken, als museale / museumwaardige collecties en verzamelingen of collecties die resulteren uit opgravingen in aanmerking. Het onderzoeksterrein omvat lokale erfgoedhouders, erkende / niet-erkende musea, archeologische verenigingen en privé-verzamelaars in de provincie Antwerpen;

2. de meest voorkomende problemen oplijsten (inzake inventarisatie, conservatie, ontsluiting, ...);

3. de link tussen het materiaal en (kennis van) de vindplaats noteren en waar mogelijk opnemen in de centrale archeologische inventaris.

De eerste resultaten van het project worden voorgesteld op de provinciale infodag archeologie 2008 (Brecht, zaterdag 8 maart 2008). Centraal thema is dan omgaan met archeologische collecties.

Oproep: om de registratie zo volledig mogelijk te maken, lanceert de dienst erfgoed een oproep: heb je zelf een archeologische collectie of ken je verborgen pareltjes, contacteer dan een van de provinciale archeologen op het e-mailadres erfgoed@admin.provant.be, of telefonisch: Ignace Bourgeois (03 240 63 52) - Joke Bungeneers (03 240 64 17) - Bart Jacobs (03 240 64 23)

door Tijl | Varia | Reacties (0)

Lezing 'Een lijn door het landschap' in Schilde

Op maandag 22 oktober geeft Ingrid In 't Ven (Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed) in Schilde een lezing over het archeologisch onderzoek bij de aanleg van de aardgasleiding tussen Zeebrugge en Eynatten (1997-1998). Voor de Vlaamse archeologie betekende het hele project een nieuwe uitdaging én een loodzware opdracht: door de grootschaligheid en de aard van de ingreep zou onherroepelijk een groot deel van het bodemarchief verloren gaan...

In 1997-1998 legde Fluxys de zogenaamde NVTN-leiding (Versterking Transit / Transport Netwerk) aan, een aardgasleiding van bijna 300 km tussen Zeebrugge en Eynatten aan de Duitse grens. De Britse aardgasmarkt werd op die manier voor het eerst met het Europese vasteland verbonden en de positie van België als doorvoerland voor aardgas versterkt. De aanleg van een dergelijke pijpleiding in het dichtbebouwde België was echter geen sinecure.Het tracé dwarste gemiddeld om de 100 meter een straat en kruiste daarna ook 14 natuurgebieden en een groot aantal waterlopen, waaronder de Schelde, de Maas en het Albertkanaal. Meer dan 16.000 percelen waren bij de werf betrokken. De leiding moest bovendien op een recordtijd van 1,5 jaar tijd worden aanglegd. Gemiddeld vorderden de werken met 750 meter per dag met pieken tot 1200 meter.

Door de grootschaligheid en de aard van de ingreep zou onherroepelijk een groot deel van het bodemarchief verloren gaan. Het was dan ook de taak van de archeologen om in dit kader aan "wetenschappelijk verantwoorde stervensbegeleiding" te doen. Archeologen van het toenmalige Instituut voor het Archeologisch Patrimonium (nu Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed, VIOE) namen de wetenschappelijke leiding op zich om i.s.m. verschillende universiteiten, stedelijke en provinciale archeologen en vrijwilligers de opgravingen tot een goed einde te brengen. Het VTN-project was bovendien ook de allereerste grote samenwerking in Vlaanderen tussen de privésector en de archeologische overheden, helemaal in de geest van het Verdrag van Malta (Europese Conventie uit 1992 ter bescherming van het archeologisch erfgoed). Op basis van de ervaringen opgedaan tijdens de aanleg van de VTN-leiding werden in het boek "Archeologie in Vlaanderen - Monografie 5" dan ook algemene aanbevelingen gedaan die zowel archeologen als werfleiders en aannemers toelaten hun verdere samenwerking in de toekomst te optimaliseren.

Praktisch: de lezing vindt plaats op maandag 22 oktober om 20 uur in Heemhuis Scilla (Alfons Van den Sandelaan 4, Schilde). Organisatie: Heemkring Scilla
Aansluitend artikel: Een lijn door het landschap. Archeologie en het vTn-project (6 februari 2006)

door Tijl | Lezingen | Reacties (0)

Een Europees project: Kelemantia aan de Romeinse limes

Een Vlaamse delegatie van verschillende archeologen, studenten en vrijwilligers nam deze zomer deel aan de opgravingscampagne in Iza, Slovakije. Gedurende twee veertiendaagse campagnes in juli en augustus werd er in het Romeinse hulptroepenfort Kelemantia aan de Donau opgegraven. Het internationale team van Polen, Tsjechen, Slovaken, Nederlanders en Vlamingen deed er ook dit jaar weer verschillende interessante vondsten.

De site is gelegen in het zuidwesten van het huidige Slovakije. Ten tijde van het Imperium Romanum vormde de Donau hier de natuurlijke grens tussen de Romeinse provincie Pannonië en barbaars gebied. Het Romeinse fort Kelemantia behoort tot de fortengordel die de verdediging van de Romeinse rijk tot doel had, de zogeheten Limes Romanus (foto links). Kelemantia werd in de 2de eeuw na Christus gebouwd, ten tijde van de Markomannische oorlogen, onder regering van keizer Marcus Aurelius (161-180 n.C.). Toen bestond de versterking uit een aarden wal met een houten palissade, beschermd door een dubbele gracht. Kelemantia was vermoedelijk het eerste fort op de linkeroever van de Donau - in barbaars gebied- en diende als strategisch bruggenhoofd nabij het legioenkamp Brigetio.

Op dezelfde plaats als de aarden versterking werd er na de felle gevechten tegen de Markomannen en de Quaden tijdens het bewind van keizer Commodus een stenen fort opgetrokken dat werd bezet door een gemengde eenheid hulptroepen of een detachement legioensoldaten.

Medio 3de eeuw werd het fort opnieuw sterk beschadigd maar onder keizer Constantijn de Grote (307-337 nC) werd het hersteld, zodat Kelemantia gedurende de 4de eeuw nog steeds een niet te onderschatten militair belang had in de regio. In de 5de eeuw werd het castellum verwoest tijdens het oprukken van groepen Goten, Alanen en Hunnen. In de daaropvolgende eeuwen werden bouwonderdelen van het fort in de omgeving gebruikt als recuperatiemateriaal, zodat enkel een lichte verhevenheid in het landschap nog getuigt van de Romeinse versterking.

Tijdens de opgravingcampagne werden verschillende interessante vondsten gedaan die meer inzicht geven in het dagelijks leven van de aanwezige soldaten. De Vlaamse en Nederlandse studenten (KUL, UGent, VUB en Leiden) en vrijwilligers stonden er onder de deskundige supervisie van archeoloog Bernard Van Daele, auteur van de boeken "Het Romeinse leger" en "De Romeinse marine". Het volledige internationale team stond onder leiding van Dr. Rajtar (Archeologisch Institut- Slovaakse Akademie der Wetenschappen, Nitra) die deze opgraving al gedurende vele jaren begeleidt.

Afgelopen zomer werd er door de Vlaamse delegatie net ten westen en ten zuiden van het zogenaamde badhuis opgegraven in de zuidoostelijke hoek van het fort. (foto rechts) Hierbij kwamen de zuidwestelijke funderingen tevoorschijn van dit grote stenen complex, maar ook deel van een straatje dat ten westen van dit gebouw liep. Op dit straatniveau werd o.a. een concentratie Romeinse dakpannen aangetroffen, waarvan minstens 25 ook een militair stempel droegen. Deze stempels vermelden onder meer de Legio I Adiutrix dat aan de overkant van de Donau in Hongarije gestationeerd was en de pannen bakte voor de bouw van het legerkamp. Een opmerkelijke vondst in deze puinlaag was een imbrex met een reeks indrukken van een portret van een vrouw afkomstig van een ring met ingesneden camee.

De andere teams werkten op verschillende locaties in en buiten het zgn. badcomplex, waarbij ook sporen van soldatenbarakken van het eerste, houten castellum blootgelegd werden, maar ook resten van de meer noordelijk gelegen vertrekken van het betreffende stenen gebouw en bijbehorende laat-antieke aanpassingen. De interpretatie van de bouwhistorische gegevens in deze hoek van het fort laat alsnog op zich wachten. Duidelijker zijn de vondsten zelf. Er werden enkele munten gevonden, heel wat gebruiksaardewerk, maar ook terra sigillata, een enorme hoeveelheid dierlijk bot en olielampjes (foto links). Opvallend was ook de ontdekking van enkele koperlegeringen gordelonderdelen en heel wat fragmenten vensterglas en muurschilderingen. Een deel van de vondsten van de campagne in augustus werd overgebracht naar het labo in Nitra voor verdere conservering en onderzoek. In juli was er namelijk een heus conservatielabo aanwezig op de site, met twee studenten van de Hogeschool Antwerpen onder leiding van archeologisch conservatiespecialist Kathleen Vandenbranden.

Het fort Kelemantia maakt deel uit van de Romeinse verdedigingslinie die zich over heel centraal- en Oost-Europa uitstrekt. Slechts enkele delen van deze Romeinse verdedigingslijn zijn als werelderfgoed geklasseerd. De befaamde muur van Hadrianus in het noorden van Engeland is geklasseerd Unesco-werelderfgoed sinds 1987 en het Duitse gedeelte van de limes, tussen Rijn en Donau, werd genomineerd in 2004. Verschillende nationale delegaties komen echter op regelmatige basis samen om hun stand van zaken voor te stellen en de haalbaarheid van de klassering van de volledige limes als Unesco-werelderfgoed te onderzoeken en te organiseren. De kans bestaat dus dat ook het fort van Kelemantia in Slowakije tot dit werelderfgoed gaat behoren.

Tegenwoordig liggen de leefwerelden van de verschillende naties ver uit elkaar, door taal, religie en tradities maar er is meer geschiedenis gemeenschappelijk dan wordt verondersteld. Als cultureel erfgoed kan de limes romanus, met zijn gemeenschappelijke geschiedenis, als basis dienen voor de grotere Europese gedachte.

Dit grootschalig meerjarig archeologisch project is steeds op zoek naar vrijwilligers en studenten archeologie en archeologische conservatie/restauratie die een handje willen toesteken tijdens de zomercampagne. Ook sponsoring is steeds welkom, dit kan in de vorm van een bijdrage als 'sympathisant van Kelemantia'.

Meer info: op de website van Kelemantia of je kan contact opnemen met Bernard Van Daele via mail of telefonisch op 0476/38.52.48

door Priscilla | Opgravingen | Reacties (2)

18 oktober 2007

Dirk Van Mechelen beschermt dertien architectenwoningen

Dertien eigen woningen van belangrijke Vlaamse architecten worden voorlopig beschermd. Vlaams minister Dirk Van Mechelen heeft daarvoor de procedure ingezet. Hij moet binnen het jaar beslissen of de bescherming definitief wordt. Het gaat onder meer om de woningen van Fernand Brunfaut, Marc Dessauvage en bOb Van Reeth. De eigen woning is volgens de minister meestal typerend voor een bepaalde periode in de carrière van de architect of net een synthesemoment van een lange evolutie.

Moderne en hedendaagse architectuur én erfgoed worden doorgaans niet met mekaar geassocieerd. "Ten onrechte," vindt Van Mechelen. "Tijdens de voorbije editie van de Open Monumentendag werd in het kader van het centraal thema 'Wonen' reeds een opvallend aantal moderne en hedendaagse (sociale) woningen opengesteld voor het publiek. Ook tijdens de Dag van de Architectuur was die wisselwerking opvallend aanwezig. Ook daar konden we vaststellen dat heel wat historische panden een tweede of zelfs derde leven krijgen via een nieuwe hedendaagse invulling en een aanpassing aan de huidige comfort- en andere eisen. Tal van die ontwerpen zijn gerealiseerd door Vlaamse of internationale toparchitecten of -bureaus."

Minister Van Mechelen verwijst onder meer naar het stadsarchief van Antwerpen in het Sint-Felixpakhuis en de Modenatie in dezelfde stad. Of ook de Lamotsite in Mechelen, de Cultuurcampus Stam op de Bijloke-site in Gent, het Europacollege in Brugge, het Kursaal in Oostende,... allemaal gebouwen waar oud en nieuw met elkaar verbonden worden. "Tegelijkertijd is het belangrijk dat wordt geïnvesteerd in kwalitatieve, nieuwe ontwerpen," vult Van Mechelen aan.

Van Mechelen wil dan ook die wisselwerking tussen onroerend erfgoed en kwalitatieve architectuur vorm geven door een aantal gerichte thematische beschermingsdossiers. Als eerste werd de procedure voor de bescherming van 13 eigen woningen van architecten opgestart. De woningen worden voorlopig beschermd. Na een procedure van advies en openbaar onderzoek dient de minister binnen het jaar te beslissen of de beschermingen definitief worden. Concreet gaat om woningen van architecten die iets betekenen of betekend hebben in de Vlaamse, Belgische of zelfs internationale architectuurwereld en hun stempel drukten op een bepaalde periode. De eigen woning is daarbij meestal typerend voor een bepaalde periode in de carrière van de architect of net een synthesemoment van een lange evolutie.

"Hoewel de afgelopen decennia ad hoc of in het kader van andere dossiers, reeds een vijftigtal eigen woningen van architecten werden beschermd, ontbrak het vooralsnog aan een globale aanpak. Dankzij het thematisch-typologische beschermingsbeleid en een gestructureerde manier van werken, kunnen we nu een aantal 'missing links' wegwerken. De selectie van deze eerste reeks architectenwoningen gebeurde in nauw overleg met een expertengroep met mensen van de administratie en vertegenwoordigers van universiteiten en architectuurinstituten," stelt Dirk Van Mechelen.

De 13 geselecteerden zijn de eigen woningen van de architecten:

- Lode Wouters (Deurne, 1961) - Paul Neefs (Oud-Turnhout, 1965) en bOb Van Reeth (Mechelen, 1969) in de provincie Antwerpen
- Antoon Blanckaert (Aalst, 1932) - Juliaan Lampens (Eke, 1960) - Jean Van Den Bogaerde (Sint-Martens-Latem, 1966) en Pieter De Bruyne (Aalst, 1970) in de provincie Oost-Vlaanderen
- Willy Van Der Meeren (Tervuren, 1955-1956) en Fernand Brunfaut (Meise) in de provincie Vlaams-Brabant
- Peter Callebout (Nieuwpoort-Bad, 1956) - Axel Ghyssaert (Brugge, 1960) - Georges Vandenbussche (Tielt, 1960-1970) - Marc Dessauvage (Loppem, 1972-1980) in de provincie West-Vlaanderen

"Erfgoed wordt ten onrechte vaak enkel geassocieerd met eeuwenoude gebouwen. De bescherming van deze dertien woningen van architecten toont aan dat ook moderne en hedendaagse architectuur aan de eisen kunnen voldoen om als monument beschermd te worden. We moeten daar meer dan ooit oog voor hebben. Het is trouwens niet omdat gebouwen van recente datum zijn, dat ze zonder meer blijven staan. Tijdens de voorbereiding bleek immers dat een aantal woningen nog slechts uitsluitend uit de literatuur en archiefonderzoek bekend waren. Het is dan ook nodig dat we hier vanuit het beleidsdomein onroerend erfgoed volop aandacht aan besteden," weet minister Van Mechelen.

Bij het opstellen van de huidige selectie werd ook duidelijk dat inzake de 19de-eeuwse eigen woningen van architecten en de architectenwoningen uit het interbellum bijkomend onderzoek nodig is. Beschermingsvoorstellen voor woningen uit die periode zullen in een latere fase worden voorgelegd. De 13 woningen waarvoor nu reeds de procedure is ingezet, dateren grotendeels uit de periode na WOII.

Foto: de architectenwoning van Antoon Blanckaert in Aalst (red-het-modernisme.be). We zijn nog op zoek naar goede foto's van de nieuw beschermde architectenwoningen voor onze website Erf-goed.be. Bijdragen welkom op vlaamserfgoed@gmail.com.

door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)

Nieuw puzzelstukje Via Belgica ontdekt in Maastricht

Via_Belgica_klein.jpgBij archeologische opgravingen in Maastricht zijn resten aangetroffen van de Via Belgica, de oude Romeinse weg vanuit Bavai over Tongeren naar Maastricht en Keulen. Door deze vondst is het oostelijke tracé van deze weg in Nederlands Limburg eindelijk bekend. Archeoloog Gilbert Soeters hoopt binnenkort onderzoek te kunnen doen naar de eventuele aanwezigheid van een kleine brugconstructie over de Maas.

Archeologen vonden eikenhouten palen, waarop een dek van vette klei en grindknollen is gelegd. De palen dienden als heipalen in de drassige ondergrond. Een van de palen blijkt uit 169 na Christus te zijn. Andere palen worden nog op oudheid onderzocht. Dan wordt ook duidelijk of de weg in fases is aangelegd. Het tracé aan de westelijke Maasoever bij Maastricht was al langer bekend.

Historici hadden al een globaal idee van de route van de Via Belgica (ook wel Via Agrippinensis genoemd). Door de vondst van eikenhouten heipalen in de buurt van de Meerssenerweg weten archeologen nu hoe de weg liep van de Romeinse brug over de Maas naar het Geuldal.

Bron: Dagblad de Limburger, 16 oktober - Radio Limburg 1
Afbeelding: Thermenmuseum Heerlen - klik op de afbeelding om te vergroten

door Johan | Opgravingen | Reacties (0)

'Het kasteel van Bornem - 1000 jaar geschiedenis'

Bornem_kasteel_klein.jpgTot nog toe ontbrak er een diepgaande studie van de geschiedenis van het kasteel van Bornem, dat sinds eeuwen de omgeving van de Oude Schelde beheerst. Historicus Filip Hooghe en heemkundigen Walter Verstraeten en Luc Rochtus namen de uitdaging aan om deze te schrijven. Het volumineuze werk behandelt uiteindelijk méér dan louter de geschiedenis van het kasteel, zodat het een ruim publiek kan boeien.

Samen groeven de auteurs diep in de talrijke archivalia van graaf John II de Marnix de Sainte-Aldegonde, die hen uitzonderlijk toegang verleende tot het archief van het kasteel van Bornem (klik op de foto rechtsboven voor grotere afbeelding). In een eerste deel wordt de periode vanaf het ontstaan tot de komst van Pedro I Coloma in 1586 behandeld. De lezer wordt ondergedompeld in het verleden met als leiddraad de verscheidene heren en vrouwen van Bornem. Naast hun levensloop, gaat de aandacht ook uit naar hun invloed op het dagelijkse leven van de inwoners van Bornem en Klein-Brabant. Het lijvige werk is kleurrijk geïllustreerd en de inhoud werd toegankelijk gemaakt via een uitgebreide index op persoonsnamen. Het boek is tevens een aanrader voor de geschiedenis van het hertogdom Brabant en het graafschap Vlaanderen in een Europese dimensie, zodat het ook de algemeen geïnteresseerde lezer kan boeien.

I. Ontstaan van het kasteel

In de studie wordt de legende over de beruchte Romeinse toren kritisch onder de loep genomen. De complexe historische context van het ontstaan van het Land van Bornem wordt toegelicht. De vorming van de grens tussen Vlaanderen en Brabant wordt uitgediept. In reactie op het Ottoonse verdedigingsstelsel werd in de 11de eeuw immers op de rechteroever van de Schelde een middeleeuwse motte opgericht als bruggenhoofd van de Vlaamse oostwaartse expansiedrang. De aandacht wordt gevestigd op de banden met het prinsbisdom Luik. Er wordt dieper ingegaan op wat bedoeld wordt met de stelling dat Bornem een allodium of vrijheerlijkheid was, ontstaan op de grenzen tussen het graafschap Vlaanderen en het hertogdom Brabant. Ruime aandacht gaat ook naar de vroegste constructies van dit middeleeuwse bolwerk, zoals de grote meestertoren of de grote ridderzaal, met talrijke illustraties uit middeleeuwse handschriften, waardoor de lezer als het ware een blik kan werpen op het dagelijkse leven van de toenmalige adellijke personages en hun dienaren op het kasteel en in het Land van Bornem.

II. De burggraven van Gent

Bornem_kasteel_grafsteen.jpgDe Vlaamse graaf liet het beheer van het Land van Bornem over aan de machtige burggraven van Gent die het kasteel van begin 11de eeuw tot 1250 zullen in bezit hebben. Sommigen van hen drukten tot op heden hun stempel op Bornem en omgeving, zoals Wenemar I (1088-1120), stichter van de abdij van de reguliere kanunniken van Sint-Augustinus te Bornem. Zeger II schonk op het einde van zijn leven een groot deel van zijn bezittingen aan de tempelorde, werd zelf tempelier en legde zo de fundering voor het latere Tempelhof van Gent. Zijn zoon Zeger III de Goede (1200-1227) kreeg zijn bijnaam door zijn vele schenkingen aan het klooster en de inwoners van Bornem (foto links: grafsteen Zeger III). Waarschijnlijk is het zijn grafsteen uit de krochtkapel van Bornem die nu nog steeds bewaard is gebleven. Hij liet tevens een watermolen bouwen op de Oude Schelde in de Kortelanden. De burggraven hadden dus wel degelijk invloed op het dagelijkse leven in en rondom het kasteel van Bornem, doch de Vlaamse graven zullen er uiteindelijk in slagen om deze machtige edellieden voorgoed aan zich te binden.

III. Het grafelijke huis van Vlaanderen

Bornem_kasteel_herstellingen.jpgIn 1250 kocht gravin Margareta van Constantinopel het kasteel Bornem van burggraaf Hugo III, waardoor het kasteel voortaan deel ging uitmaken van het grafelijke domein. Het kasteel doorstond de Frans-Vlaamse oorlogen rond 1300 onder de graven Gwijde van Dampierre en Robrecht van Bethune en kwam door de opdeling van Vlaanderen terecht in het erfdeel van de zoon van laatstgenoemde, Robrecht van Kassel. Hij was het die de Oude Schelde afdamde en uiteindelijk tot een visvijver omvormde. Zijn dochter Yolande van Vlaanderen moest doorheen de 14de eeuw als alleenstaande weduwe dikwijls de confrontatie aangaan met de Franse koningen en de graven van Vlaanderen, waardoor het kasteel van Bornem verscheidene malen ten prooi viel aan belegeringen en confiscaties. Zij is hét voorbeeld bij uitstek van een machtige en adellijke dame, die in de middeleeuwen haar 'mannetje' wist te staan.

IV. De Bourgondische periode

De afstammelingen van Yolande van Vlaanderen waren telgen uit het grafelijke, later hertogelijk geslacht van Bar, zoals Robrecht I van Bar. Deze eigenaars van het kasteel concentreerden zich liever op hun Franse bezittingen en lieten zich op het kasteel vertegenwoordigen door een kastelein, baljuw en ontvanger. Door het huwelijk van Johanna van Bar met Lodewijk van Luxemburg, graaf van Saint-Pol en oppermaarschalk van Frankrijk, kwam het kasteel in handen van één van beruchtste en rijkste edellieden uit de Bourgondische tijd. Deze werd uiteindelijk het slachtoffer van een samenzwering tussen de Franse koning Lodewijk XI en de Bourgondische hertog Karel de Stoute en werd op de markt van Parijs op het schavot terechtgesteld. Zijn nakomelingen zouden er jaren over doen om hun bezittingen te recupereren.

Bornem_kasteel_grotezaal.jpg
De grote zaal van het kasteel, waar het dagelijkse adellijke leven zijn gang ging.

V. De Spaanse periode tot de komst van Pedro I Coloma

In de 16de eeuw kwam het kasteel van Bornem in handen van enkele markante figuren uit die periode. Filips van Kleef kreeg het kasteel via zijn echtgenote Francisca van Luxemburg in handen. Hij was één van de leiders in de Vlaamse opstand tegen keizer Maximiliaan van Oostenrijk in 1488. Zijn schoonzus Maria van Luxemburg volgde hem op als eigenares van het kasteel van Bornem. Zij was de hertogin van Vendôme die de Damesvrede (1529) tussen Spanje en Frankrijk kon bewerkstelligen. Zij hield er echter zo een zware financiële kater aan over, dat haar kasteel van Bornem door keizer Karel V werd geconfisqueerd. Haar oudste kleinzoon Antoon van Bourbon, vader van de Franse koning Hendrik IV, kreeg het ferm aan de stok met Karel V en het kasteel van Bornem werd opnieuw in beslag genomen. Zijn jongere broer Jan van Bourbon wilde zo vlug mogelijk af van dat verafgelegen kasteel te midden van de gebieden van zijn aartsvijanden. Hij wisselde Bornem voor de heerlijkheid Baugé in Anjou van zijn nicht Anna van Alençon, markiezin van Monferrato. Zij schonk het kasteel van Bornem op haar beurt aan haar lievelingskleinkind Lodewijk Gonzaga-Nevers. Hij moest in 1567 het kasteel geven aan zijn jongere zus Isabella Gonzaga als compensatie voor het verzaken van haar erfdeel. Zij was gehuwd met Spaans-Italiaanse Frans-Ferdinand van Avalos, prins van Francavilla, markies van Pescara en Vasto. Het is hun zoon Alfons-Felix van Avalos die op 29 juli 1586 in Neuss, nabij Dusseldorf, het kasteel van Bornem verkocht aan de Spaanse edelman Pedro I Coloma voor een bedrag van 13.000 gouden Spaanse guldens. Intussen stond het kasteel reeds sinds 1576 onder toezicht van gouverneur Jan Francisco Capello, die tijdens de woelige godsdienstoorlogen zijn uiterste best zou doen om het kasteel te vrijwaren van de aanvallen van Staatse en Spaanse soldaten, maar ook van de usurpaties van gronden en rechten door naburige heren, zoals de Schetzen en later de hertogen d'Ursel van Hingene.

Practische informatie

HOOGHE, F. VERSTRAETEN, W. en ROCHTUS, L. (2007) Het Kasteel van Bornem. Duizend Jaar Europese Geschiedenis. Deel I: Van het Ontstaan tot de Komst van Pedro I Coloma (496 blz.).

Het boek is te bestellen via:

Vereniging voor Heemkunde in Klein-Brabant vzw
Dascottelei 14 Bus 6
2100 Deurne
Tel.: +32(0)38891815 of +32(0)478 911512
Email

Kostprijs: 32,- € (+ eventuele verzendkosten 5,- €) op reknr. 068-2009142-08 op naam van Vereniging voor Heemkunde in Klein-Brabant vzw, Kloosterstraat 71, 2880 Bornem.

Het boek is ter beschikking vanaf 16 november 2007. Boeken gereserveerd door inwoners van de streek van Klein-Brabant worden zonder extra kosten thuis bezorgd. Het boek kan ook afgehaald en/of aangeschaft worden na de voorstelling op vrijdagavond 16 november 2007 in zaal De Casteleyn te Hingene. In het weekend van 17 en 18 november, evenals op 24 en 25 november 2007 telkens van 10 tot 16 u loopt een tentoonstelling over de geschiedenis van het kasteel van Bornem in zaal De Casteleyn, Wolfgang D' Urselstraat 5 te Hingene, waar het boek ook kan aangeschaft worden.

door Johan | Publicaties | Reacties (0)

17 oktober 2007

Onderzoekers K.U.Leuven digitaliseren spijkerschrifttabletten

Onderzoekers van de Eenheid Syro-Mesopotamische Studies van de K.U.Leuven hebben in samenwerking met het Leuvense labo ESAT-VISICS een systeem ontwikkeld om voor het eerst kleitabletten met Assyrisch en Babylonisch spijkerschrift te digitaliseren. Wereldwijd zijn er uit de periode van 3000 voor Christus tot kort voor onze jaartelling circa 1 miljoen tabletten voorhanden. Dat meldt het universiteitsblad Campuskrant.

Zo'n 5.000 jaar geleden waren Irak en omgeving de navel van het wereld en hadden het Assyrisch en Babylonisch wereldwijd hetzelfde belang als het Engels nu. Ze werden in spijkerschrift op kleitabletten opgetekend. De kleitabletten bieden dus een boeiend beeld van lang vervlogen wereldrijken. Oorspronkelijk dienden ze vooral om economische transacties te noteren, maar al snel werd hun gebruik veralgemeend.

De nieuwe digitaliseringstechniek is volgens de onderzoekers een doorbraak van formaat in het onderzoeksdomein. Assyrioloog Hendrik Hameeuw: "Het driedimensionele oppervlak van een kleitablet kan met gewone fotografie slechts voor 80 procent goed worden weergegeven. Als één vijfde van de tekst slecht tot niet leesbaar is, wordt het natuurlijk heel moeilijk om zo'n tablet te ontcijferen. Bovendien zijn kleitabletten poreus en kwetsbaar. Ze beschikbaar stellen via het internet zou ons dus een hele stap vooruit brengen." De digitalisering maakt het mogelijk ze op termijn voor alle onderzoekers beschikbaar te maken.

De digitalisering werd mogelijk dankzij de 'minidome', ontwikkeld door de ingenieurs van ESAT-VISICS onder leiding van professor Luc Van Gool. De minidome bevat 260 LED-lampen die tijdens de registratie elk om beurt het tablet verlichten zodat elk teken op het scherm zichtbaar wordt gemaakt. Professor Karel Van Lerberghe is het systeem inmiddels gaan testen aan Cornell University (VS) en klinkt zeer enthousiast: "De resultaten zijn spectaculair. Ik denk dat dergelijke objectieve registratie de toekomst is van onze discipline." Hoe al die kleitabletten gedigitaliseerd gaan worden, is nog onduidelijk. "Ofwel worden er meerdere domes gemaakt die kunnen worden verkocht aan musea of andere collectiehouders. Ofwel verhuren we de dome en sturen we een onderzoeker mee als operator", aldus Hendrik Hameeuw in Campuskrant.

Het belang van de Assyrische en Babylonische kleitabletten is uitermate groot voor de geschiedschrijving van drieduizend jaar beschaving. Hameeuw: "Deze tabletten bevatten een schat aan informatie over een periode die gaat van 3000 vóór Christus tot kort voor onze jaartelling. De kleitabletten bieden ons een boeiend beeld van lang vervlogen wereldrijken. Oorspronkelijk dienden de tabletten vooral om economische transacties te noteren. Maar al gauw werd hun gebruik veralgemeend tot geschiedschrijving, liturgie, wetgeving, literatuur... maar ook faits divers en grappige of scabreuze verhaaltjes duiken op. Zo hebben we onder meer fabelachtige verhalen met dieren kunnen ontcijferen die de voorlopers van Reinaert de Vos zouden kunnen zijn. Wie denkt dat spijkerschriftgeleerden met saaie dingen bezig zijn, vergist zich schromelijk."

Meer info: www.arts.kuleuven.be/assyriologie/cuneiform.htm
Bron: Campuskrant - 17 oktober 2007

door Tijl | Internationaal | Reacties (0)

Schot in restauratiedossiers beschermde panden Mechelen

Al in het begin van de 20ste eeuw kocht het stadsbestuur van Mechelen de voorgevels van de historische panden 'Het Hemelrijck' en 'In den Grooten Zalm' op. Momenteel staan deze renaissancegevels op de lijst van dringende restauraties. Na een grondig bouwhistorisch en materiaaltechnisch onderzoek zullen de gevels onderworpen worden aan een zachte restauratie.

Er komt eindelijk schot in de restauratiedossiers van de twee beschermde panden. De gevels van café de Sotscop ("Het Hemelrijck") en die van "den Grooten Zalm", worden binnenkort gerestaureerd. 'Een mooie zaak', zegt Jean-Pierre Jacobs, eigenaar en uitbater van de Sotscop.

De eigendomssituatie van de Sotscop is heel bijzonder. Omdat het pand zo'n belangrijke bouwhistorische waarde heeft, besloot het stadsbestuur al in het begin van vorige eeuw om de voorgevels te kopen. Jean-Pierre Jacobs is sinds 1999, eigenaar van de rest van het gebouw. 'Maar omdat de stad eigenaar is van de gevel, mochten wij daar niks aan doen', zegt hij. 'Wij zijn al jaren vragende partij voor een restauratie. Er vallen nog geen brokstukken naar beneden, maar het mocht toch niet al te lang meer duren, zandstralen is al niet meer aan de orde.'

De gevel is vooral aangetast door vervuiling waardoor de natuursteen zeer broos is geworden. 'De restauratie zal wellicht een hele tijd duren', zegt Jacobs nog. 'Het pand komt dan wel in de steigers maar daar heb ik geen probleem mee. Het enige wat ik heb gevraagd aan de stad, is om een doek voor de stellingen te spannen met een afbeelding van het pand. De klanten moeten toch weten dat de zaak open is.' Voorlopig is de eigenaar nog niet gecontacteerd.

Het tweede pand dat op de lijst van dringende restauraties staat, is 'In den grooten Zalm', gebouwd tussen 1500 en 1535. De renaissancegevel is zeer merkwaardig en staat geboekstaafd als een eerste voorbeeld van de klassiek geïnspireerde renaissance in België. De voorgevel