HomeKalenderForumContactLinks

Lezing over archeologisch onderzoek Kythnos in Gent | Pajottenland, een land om lief te hebben

21 oktober 2007

Einde opgravingen Flanders Expo in zicht

Deze week werden in Gent de resultaten van het archeologisch vooronderzoek op de terreinen rond Flanders Expo voorgesteld. Het team vond grafkuilen uit het Finaal-Neolithicum, erven uit de IJzertijd en veel sporen van Romeinse aanwezigheid. De resultaten getuigen van het rijke prestedelijke verleden in de regio bij de samenvloeiing van Leie en Schelde, een gebied dat door de intense verstedelijking niet veel mogelijkheden heeft overgehouden voor archeologisch onderzoek.

Aangezien op de terreinen in het verleden al archeologische sporen werden aangetroffen, werd er voorafgaand aan de uitvoering van het nieuwe ontwikkelingsproject The Loop geopteerd voor een archeologisch onderzoek. Het AG Stadsontwikkelingsbedrijf Gent orgniseerde en financierde het proefsleuvenonderzoek en de opgravingen. De dagelijkse leiding van dit archeologische onderzoek was in handen van de projectarcheologen Johan Hoorne en Caroline Ryssaert. Medewerking werd er ook verleend door de N.V. Grondontwikkeling Handelsbeurssite en ECPD die eigenaar zijn van de onderzochte terreinen.

De oudste aangetroffen grondverkleuringen zijn drie vermoedelijke grafkuilen uit het Finaal-Neolithicum (ca. 3000-2100 voor onze tijdrekening). In de vulling van één van de kuilen werden een kleine gepolijste bijl, een vuurstenen schrabber en scherven van een versierde klokbeker teruggevonden. Deze bijgiften zijn de laatste getuigen van het grafritueel aangezien het bot volledig vergaan is.

Een groot aantal sporen, zowel paalsporen als kuilen, vallen op basis van het aangetroffen aardewerk toe te schrijven aan een drietal erven uit de Vroege IJzertijd (ca. 750-450 voor onze tijdrekening). Deze boerderijen waren wellicht niet gelijktijdig in gebruik, maar kunnen eerder gezien worden als erven die zich steeds verplaatsten naargelang de omliggende gronden uitgeput waren. Uit de Late IJzertijd (450-52 voor onze tijdrekening) stammen dan weer een tweetal zones met paalsporen en kuilen, waarin zelfs een 12 m lang tweeschepig gebouw werd herkend, dat vrijwel op dezelfde plaats werd herbouwd. Naast wat scherven van potten werden ook enkele weefgewichten, huttenleem en zelfs twee slingerkogels aangetroffen.

De daaropvolgende Romeinse aanwezigheid bleek uit enkele vrij grote paalsporen, kuilen en drie waterputten. Er konden dicht bij elkaar gelegen erven onderscheiden worden. Ze bestonden telkens uit één hoofdgebouw (tweemaal 18 m lang en 7 m breed, en eenmaal 22 m lang en 7 m breed), één waterput en mogelijk enkele bijgebouwtjes. Eén van de hoofdgebouwen was een potstalhuis, waarbij aan één uiteinde een dieper uitgegraven bodem, voor de recuperatie van de mest, bewaard was gebleven. Opvallend is de aanwezigheid van talrijke vondsten, waarbij het niet enkel om bijna volledige potten gaat, maar ook om twee bronzen mantelspelden, in totaal een zevental slijpstenen en zelfs een volledige en goed bewaarde maalsteen. Ook een tweetal Romeinse brandrestengraven zijn het vermelden waard. Dit zijn kuilen waarin resten van de brandstapel, gecremeerd bot en verbrand aardewerk werden gedeponeerd. De laatste sporen die dienen onderzocht te worden zijn de drie Romeinse waterputten, die vaak een schat aan informatie blijken te herbergen, niet enkel voor de objecten, maar zeker ook voor resten van zaden, vruchten en pollen wat een reconstructie van het toenmalige landschap moet toelaten.

Een aantal sporen herinneren aan een recenter verleden. Verspreid over het terrein waren funderingen van gebouwen en resten van loopgraven aanwezig die hoogstwaarschijnlijk te maken hebben met het militaire vliegveld dat hier tijdens beide wereldoorlogen functioneerde.

Op de terreinen tussen de Poortakkerstraat en de parking ten westen van de Adolphe Pégoudlaan werden eveneens proefsleuven getrokken. Bovendien werd in deze zone een nieuwe ringweg gepland en hebben de archeologen in augustus en september 2007 de plaats van de wegkoffer kunnen onderzoeken. Eén deel van het terrein bleek eveneens rijk aan bodemsporen. Naast een tweetal Romeinse brandrestengraven en sporen met ijzertijdaardewerk, ontdekten de archeologen een nederzetting uit de vroege middeleeuwen, meer bepaald uit de Merovingische periode (6de-7de eeuw van onze tijdrekening). Ook dit blijk een uitzonderlijk gegeven voor de Gentse regio. Over de bewoning in Vlaanderen tijdens de Merovingische periode zijn immers weinig gegevens beschikbaar, net omdat er weinig opgegraven nederzettingen zijn. Daarnaast werden laatmiddeleeuwse grachten en kuilen blootgelegd, die deel uitmaakten van een landbouwcomplex.

Bron: Stad Gent

door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)

Reageer op dit bericht




Remember Me?

(you may use HTML tags for style)