HomeKalenderForumContactLinks

Van A[lbast] tot Z[ink] | Eenheid Prehistorische Archeologie legt wervingsreserve aan

22 december 2007

Grauwpleister met voegenimitatie voor Gentse Sint-Niklaaskerk

De zijgevel van de Gentse Sint-Niklaaskerk, aan de zijde van Klein Turkije, liet enkele weken weer zijn ware gelaat zien en dat was voor veel Gentenaren even slikken. De werfcommissie ging bij de restauratie evenwel niet over één nacht ijs. De voorbije jaren heeft een heel team van architecten, historici en ingenieurs zich beraden over de restauratieaanpak. Uit onderzoek bleek dat de gevel oorspronkelijk was afgewerkt met grauwpleister met voegenimitatie.

Het begon allemaal bij de afbraak van de schoorstenen van de vroegere huisjes, die tegen de zijgevel van de kerk waren aangebouwd. Daar werden stukken grauwpleister teruggevonden met een witte voegenschildering, die samenviel met de onderliggende voegverdeling van de natuursteen. Doch ook op grote partijen bakstenen invullingen tussen de afgetopte wimbergen (puntvormige kapelgevels) kwam deze afwerkingstechniek voor. Het was de restaurateurs al eerder opgevallen dat in het natuursteenwerk soms stroken baksteen zaten ingewerkt, blijkbaar om de hardsteenblokken plaatselijk op gelijke hoogte te brengen. Hoogst verwonderlijk dus dat men dergelijke materiaalverschillen zonder meer zichtbaar zou laten.

Deze grauwpleistertechniek met voegenimitatie moet dus verklaard worden vanuit de wens om de gevelopbouw met onregelmatige voegen te idealiseren. Een techniek die volgens het sporenonderzoek werd gebruikt van bij de bouw rond 1200 tot in het midden van de 17de eeuw. De zaagmachines van vandaag leveren perfect gekantrechte blokken af, maar acht eeuwen geleden moest men met primitieve werktuigen de blokken klieven en werden de grootste oneffenheden weggebikt. Met de grauwpleister, die was opgebouwd uit gemalen kalksteen, werden de grootste oneffenheden uitgevuld tot een licht gestructureerd oppervlak. Van onze mooi gezaagde blokken kon men toen slechts dromen.

Het oorspronkelijke restauratieontwerp voorzag een reconstructie van de wimbergen, compleet met fraai gebeeldhouwde hogels (gotische siermotieven in rijen) op de schuine kapellijsten. De raamschoten waren voorzien om verlaagd te worden; deze waren immers onderaan tot op een derde van hun hoogte dichtgemetseld en gaven de huisjes een achterwand. De hardstenen onderverdelingen of maaswerken werden stijlanaloog ingevuld, want er waren geen afbeeldingen of archeologische sporen van hun oorspronkelijk uitzicht. Eigenlijk bouwde dit voorstel verder op de restauratieaanpak van het koor. Eerder een reconstructiemodel dus. Het lessenaarsdak dat de bovenlichten goeddeels aan het oog onttrok, werd al bij de restauratie van de middenbeuk verwijderd.

De bouwfysische toestand van de kerk was in de 17de eeuw ronduit desastreus te noemen: het triforium en de bovenlichten waren dichtgemetseld. De kapeluitbouwen werden afgetopt, de driehoeken ertussen opgevuld met baksteen en het geheel werd met een horizontale daklijst en bakgoot tot een moderne lijstgevel herschapen. Modern in die zin dat ook in de burgerlijke bouwkunst lijstgevels met de nok evenwijdig met de straat opgang maakten. Metalen ramen vervingen de maaswerken; de raambruggen waren nog in een zeer goede staat en getuigen van hoogwaardige smeedkunst.

De ontdekking van de grauwpleister en de kwaliteit van de metalen raamindelingen hebben tot de huidge restauratieoptie geleid. Het is heel waarschijnlijk dat dit een traditionele afwerkingsmethode was van gevels in Doornikse kalksteen. Ze wijkt af van ons vertrouwd beeld van zichtbare natuursteen en ons verwachtingspatroon, maar is bouwhistorisch correct. En daar was het het restauratieteam om te doen.

Bron: Stad Gent
Foto's: Bart De Graeve (Erf-goed.be) - Stad Gent

door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)

Reageer op dit bericht




Remember Me?

(you may use HTML tags for style)