
Home
Kalender
Forum
Contact
Links
Kasteelruïne Roosendael wordt vergaderruimte | Gezonde architectuur. Anderhalve eeuw moderne hospitaalbouw in Gent
17 december 2007
Lijvige stadsgeschiedenis van Deinze voltooid
Vrijdag werd in het Kasteel van Ooidonk de lijvige publicatie 'Het platteland en de dorpen in Deinze' voorgesteld, meteen het sluitstuk van de driedelige 'Geschiedenis van Deinze'. Het boek schetst de ontwikkeling van de Deinse dorpen van hun allereerste bewoning meer dan 4000 jaar geleden tot aan het begin van de 21ste eeuw. Ook verschillende archeologen, onder wie Luc Bauters, Jean Bourgeois, Philippe Crombé, Marc Meganck en David Vanhee, droegen hun steentje bij.
Met dit derde deel wordt de nieuwe 'Geschiedenis van Deinze' afgerond, als resultaat van een geslaagd samenspel van professionele historici en een groep enthousiaste leden van de Kring voor Geschiedenis en Kunst van Deinze en de Leiestreek. Een driekoppige hoofdredactie, de Gentse hoogleraren Walter Prevenier, Romain Van Eenoo en Erik Thoen, deed opnieuw beroep op een schare van deskundigen op de meest uiteenlopende terreinen. Niet enkel de traditionele onderwerpen van politiek, instellingen, cultuur en godsdienst komen aan bod maar ook de diverse facetten van de actuele geschiedschrijving zoals landschap en landbouw, zieken- en armenzorg, migratie, seksualiteit en familieleven.
Ongeveer 4000 jaar geleden kwamen de eerste bewoners in de Leiestreek aan. Deze landbouwers zetten prompt het natuurlandschap naar hun hand door te wonen op de hoger gelegen droge oevergronden en hun vee te laten grazen in de natte beekzones. Vanaf de 13de eeuw stabiliseerde het Deinse deel van Zandig Vlaanderen tot een commerciële overlevingseconomie. In de jaren 1880 evolueerde het dan tot een moderne marktlandbouw, tegelijk met een groei van veeteelt en industriële activiteiten, van scheepswerven tot steenbakkerijen en brouwerijen.
De bevolking groeide van 1730 bewoners in de tien dorpen in 1469 tot het vijfvoud rond 1800. In het ancien régime zat 17 % van de bevolking onder de armoedegrens; toch waren er in diverse dorpen vroedvrouwen en chirurgijnen voorhanden. In de crisisjaren 1840 startte de plattelandsvlucht, die pas in de jaren 1960 omgebogen werd, doordat wonen op het platteland toen opnieuw als positief werd ervaren. Inzake misdaad domineerden vóór 1800 geweldsmisdrijven, terwijl dat tijdens de hongersnoodjaren 1840 omsloeg naar vermogensdelicten; in de rustige jaren, tot 1914, stonden opnieuw verbale en fysieke geweldplegingen centraal.
De Leiestreek werd ca. 630 gechristianiseerd door de H. Amandus, die dan ook patroonheilige werd in Astene en Zeveren. In de late middeleeuwen leunden deze kleine parochies dicht tegen het onleefbare aan, en liet de zielenzorg te wensen over. In de 16de eeuw vond het protestants gedachtengoed fors ingang, en het katholiek herstel door de contrareformatorische geestelijken was een lange lijdensweg. In de 19de eeuw vestigde zich veelal een rimpelloos bondgenootschap tussen de pastoors en de lokale sociale elite. Doch naar 1900 toe moedigde de Kerk, tegen het oprukkend socialisme in, de creatie aan van sociale werken, boerenbonden en ziekenbeurzen.
Op het vlak van politiek en instellingen was de situatie in het ancien régime onwaarschijnlijk chaotisch: drie hoofdstukken leggen glashelder uit onder welke heerlijkheden, rechtsorganen en fiscale systemen de dorpsbewoners ressorteerden. Tot en met de Eerste Wereldoorlog domineerden enkele notabele families het politieke leven in elk der dorpen. De uitbreiding van het stemrecht doorbrak dit monopolie, al bleven alle lijsten ook daarna overwegend katholiek, en speelden de conflicten zich af tussen gelijkgestemden. In beide wereldoorlogen ontwikkelde zich snel na de inval een sterk anti-Duits vijandbeeld, een gevolg van het gebruiken van burgers als levend schild en het fusilleren van onschuldige dorpelingen.
In de meeste dorpen ontbraken, tot 1842, scholen, zodat eind 18de eeuw slechts 53 % der mannen geletterd was. Het toneelleven kende weliswaar in de 17de eeuw, en in de Hollandse tijd, een zekere bloei. Maar tot het eind der 19de eeuw was er nergens een dorpsbibliotheek. Georganiseerde culturele activiteiten startten vanaf de jaren 1840 met fanfares en zangkoren, en na de Eerste Wereldoorlog ook met toneel en poëzie. Van de vele Romaanse kerkjes die er in de middeleeuwen geweest zijn, blijven slechts schaarse resten over. Ze sneuvelden in de 19de eeuw voor kerkgebouwen in diverse neostijlen. Een heerlijk verblijf, zoals Ooidonk (foto rechts), klimt wellicht op tot de 8ste eeuw, maar werd fors verbouwd in Renaissancestijl vanaf 1595, en in de 19de eeuw in neogotische en neo-Renaissance stijl.
Praktisch: 'Het platteland en de dorpen in Deinze' (Geschiedenis van Deinze - Deel 3) telt 746 pagina's en kost 49 euro. Je vindt een bestelformulier in deze folder (pdf)
Foto's: Erf-goed.be. Sint-Amanduskerk in Zeveren (Tijl Vereenooghe) - Kasteel van Ooidonk (David Vanhee).
door Tijl | Publicaties | Reacties (0)
Reageer op dit bericht |
