HomeKalenderForumContactLinks

372.800 euro voor restauratie Brussels Saint-Cyrhuis | "We moeten erfgoed Sint-Niklaas beter beschermen"

6 januari 2008

In de voetsporen van de middeleeuwse Melselenaar

In het najaar van 2005 deed de Archeologische Dienst Waasland bij werken rond de Onze-Lieve-Vrouwkerk van Melsele (Beveren) verscheidene archeologische vaststellingen. Het onderzoek van onder meer een middeleeuws wegtrace en de kerkhofmuur werpt een nieuw licht op de vroegste ontwikkelingen van de middeleeuwse dorpskern van Melsele. Archeoloog Jeroen Van Vaerenbergh publiceerde in het nieuwe nummer van het tijdschrift 'Het Land van Beveren' een verslag.

De meeste vaststellingen bij de archeologische begeleiding werden gedaan ten oosten van het kerkgebouw. Onder de Dambrugstraat en verder ten oosten van de kerk kregen de archeologen een goed beeld van het ontstaan en de ontwikkeling van een wegtracé. De noord-zuid verlopende weg volgt volledig het tracé van de huidige straat en wordt gekenmerkt door een complexe opeenstapeling van verschillende wegniveaus, die doorheen de tijd tot ontwikkeling zijn gekomen. Op basis van de interpretatie van deze opeenvolgende wegniveaus en een studie van het archeologische materiaal, kon een reconstructie worden gemaakt van het ontstaan van dit eeuwenoude wegtracé.

Via het onderzoek in Melsele wordt ons opnieuw een blik gegund op het ontstaan van de Wase dorpskernen. De ontwikkelingsgeschiedenis van de middeleeuwse weg in Melsele kan gekoppeld worden aan het geheel van archeologische vaststellingen met betrekking tot de dorpsontwikkeling in het Waasland. Zowel in de dorpscentra van Temse, Vrasene en Waasmunster kan de oorsprong van het huidige wegenpatroon ten vroegste getraceerd worden tot de 11de-12de eeuw. In Melsele gaan de oudste (vastgestelde) sporen van de weg achter het kerkdomein pas terug tot in de vroege 13de eeuw. Toch is het ook daar duidelijk dat er reeds bewoning was in de 11de-12de eeuw.

In de periode 1000-1300 kende het binnenland van Vlaanderen een grote ontginningsbeweging en een algemeen veronderstelde bevolkingstoename. Vereenvoudigd kan gesteld worden dat gedurende deze periode het bouwland ge(her)groepeerd werd en er een concentratie van nederzettingen plaatsvond. Door de inplanting van een kerk, vaak nabij een reeds bestaande bewoningsconcentratie, werd de kiem gelegd voor de huidige dorpskernen. Een snelle ontwikkeling van het wegenpatroon is dan ook een indicatie van hun groeiende belang. Ook in Melsele is het duidelijk dat er ten vroegste pas vanaf de 11de-12de eeuw sprake kan zijn van een georganiseerde ontwikkeling van de dorpskern.

Het natuurlijke niveauverschil tussen het kerkdomein en de openbare weg werd in de loop van de 13de eeuw opnieuw geaccentueerd door de bouw van een kerkhofmuur. Het afsluiten van het kerkdomein, meer bepaald de kerk met het kerkhof, had verschillende redenen. Vooreerst was binnen het kerkelijke domein het zogenaamde immuniteitsprincipe van toepassing. Ook in Melsele maken verschillende geschreven bronnen melding van personen die asiel zochten binnen de kerkhofmuren. Ten tweede had de afsluiting ook een economische functie. Het grasland en de notelaars van het kerkhof werden verpacht en vaak liet men er dieren grazen. Ten slotte diende het kerkhof afgesloten te worden uit piëteit voor de overledenen en het "Huis van God". Daarenboven werd het kerkhof van Melsele verschillende keren gebruikt als kamp- en slaapplaats voor troepen in doortocht.

Ten zuiden van de kerk werd bij het onderzoek ook nog het het oude kerkhof doorsneden. Hierbij kwamen verschillende skeletresten aan het licht. Aangezien het onmogelijk was een chronologie op te stellen van de opeenvolgende begravingen, en een doorgedreven onderzoek bijgevolg weinig essentiële informatie zou opleveren, werden de menselijke resten ongemoeid gelaten. Op het Rudolf Esserplein kregen de archeologen ten slotte de kans om de restanten van het zogenaamde Huis van Briels van naderbij te bekijken.

Meer info: een abonnement op de volumineuze jubileumjaargang 2007 - 584 pagina's - van het driemaandelijkse heemkundige tijdschrift 'Het Land van Beveren' kost slechts 10 euro, en is te verkrijgen door storting op het rek.nr. 415-3035931-40 van de gelijknamige Hertogelijke Heemkundige Kring met als mededeling "abonnement 2007". Een losse aankoop van dit bijzondere decembernummer 2007 bedraagt 6 euro exclusief verzendingskosten (mededeling "decembernummer 2007").

door Tijl | Opgravingen | Reacties (0)

Reageer op dit bericht




Remember Me?

(you may use HTML tags for style)