HomeKalenderForumContactLinks

People behind Practice | Vitruvius' De architectura

21 januari 2008

Van Mechelen zet inspanningen voor oorlogserfgoed verder

Vlaams minister Dirk Van Mechelen zal binnenkort een beschermingsprocedure opstarten voor een aantal grote complexen van verdedigingsarchitectuur aan de kust uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Het gaat hierbij onder meer om Raversijde en Cabour. De beschermingen kaderen in de 'Inventaris 1914-2014', die moet leiden tot de erkenning van de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog als werelderfgoed. Hiervoor hoopt de minister op een samenwerking met Frankrijk.

Op vraag van Vlaams parlementslid Patrick De Klerck (Open VLD) gaf Van Mechelen vorige week meer toelichting over zijn plannen rond de oorlogsrelicten in West-Vlaanderen. Waar in 2007 de nadruk lag op de bescherming van de militaire begraafplaatsen, komen in 2008 een aantal andere aspecten aan bod. Zo wordt gewerkt aan een beschermingsdossier van de meest representatieve oorlogs- en herdenkingsmonumenten.

Van Mechelen: "We gaan na hoe we de slagvelden uit de Eerste en de Tweede Wereldoorlog kunnen beschermen. Op basis van de huidige regelgeving is dat niet zo evident, en daarom ga ik na of we dit niet kunnen opnemen in het nieuwe ontwerp van decreet op het Onroerend Erfgoed, waarbij we komen tot een uitbreiding van de bescherming als erfgoedlandschap. Waar een erfgoedlandschap beperkt is tot de meest waardevolle landschappen in Vlaanderen, wil ik ervoor zorgen dat ook de aanwezigheid van bouwkundig of archeologisch erfgoed de basis kan vormen voor de aanduiding van een ankerplaats. Later kan dan een ruimtelijke omzetting worden gerealiseerd naar een erfgoedlandschap via Ruimtelijke Uitvoeringsplannen. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om op een gediversifieerde manier om te gaan met een gebied met veel oorlogsrelicten. In het debat over de A19 en Pilkem Ridge hebben we daarover veel ervaring opgedaan. We moeten er wel voor zorgen dat we geen stolp over het hele gebied zetten. Daarom willen we een dynamisch instrument creƫren."

Dit instrument is volgens de minister ook essentieel voor bijvoorbeeld de bescherming van bunkers. "We moeten niet langer individuele bunkers beschermen, maar wel bunkerlinies. Voor deze verdedigingswerken maakt de onderlinge samenhang wezenlijk deel uit van de intrinsieke erfgoedwaarde. Een individuele bunker lijkt soms wat verloren te staan in het landschap, maar maakt vaak deel uit van een ganse linie bestaande uit een antitankgracht, een eerste linie, een communicatielinie enzovoort."

Van Mechelen wil ook een aantal andere projecten ondersteunen. Zo ondersteunt hij de gemeente Zonnebeke, die op een integrale manier alle oorlogsrelicten in een GIS-databank wil invoegen. Het is ook de bedoeling om aandacht te besteden aan archeologisch onderzoek van zogenaamde crashsites. Dat zijn plaatsen waar in de Eerste of de Tweede Wereldoorlog vliegtuigen of andere vliegende objecten zoals luchtballons zijn neergekomen. Op basis van buitenlandse voorbeelden en in overleg met de verenigingen en vrijwilligers wordt een toekomstvisie en strategie van aanpak uitgewerkt.

Voor de ontsluiting van al deze oorlogsrelicten, hoopt Van Mechelen het principe van digitale erfgoedroutes concreet te kunnen realiseren. Daarbij zal men informatie kunnen downloaden en opslaan op een iPod of op speciaal ontwikkelde toestellen die ontwikkeld worden in samenwerking met het Interdisciplinair Instituut voor Breedbandtechnologie. "Op die manier krijgt men digitale erfgoedroutes waarmee we mensen op rondrit door West-Vlaanderen zowel GIS-bestuurd kunnen begeleiden, als lezingen kunnen aanbieden, hen brieven kunnen voorlezen, muziek kunnen laten horen, het verslag van veldslagen kunnen vertellen, de historiek van een begraafplaats kunnen geven en zo meer. Het is een van mijn grote dromen om daarmee ten laatste tegen 2014 klaar te zijn."

Ten slotte vermeldde de minister dat hij contact zal opnemen met Frankrijk om te bekijken of in het kader van 2014 ook gemeenschappelijke projecten opgestart kunnen worden. Hij wil ook nagaan of het mogelijk is om samen met Frankrijk een dossier in te dienen om de relicten van de Eerste Wereldoorlog te erkennen als werelderfgoed.

Bron: voorlopige handelingen commissie Onroerend Erfgoed (17 januari 2008)
Foto: geschutsbunker in Koksijde-Bad (Lambert J. Derenette - Erf-goed.be)

door Tijl | Beleid | Reacties (2)

Reageer op dit bericht

Bedankt voor deze terechte opmerking. We hebben het foutje intussen rechtgezet in het bericht.

door Tijl op 23 januari 2008 18:25

Graag had ik uw aandacht gevestigd op het toponiem CABOUR en niet CABOURG.
CABOUR komt van de familienaam/ eigenaar Charles CABOUR en niet van de stad in Normandiƫ.

door Guido Mahieu op 23 januari 2008 16:43




Remember Me?

(you may use HTML tags for style)