
Home
Kalender
Forum
Contact
Links
Landelijk heiligdom in Kortrijk? | Schoonheid uit klei en cement
16 maart 2008
Rupelstreek werkt samen rond klei- en baksteennijverheid
De vijf gemeenten uit de Rupelstreek willen de ontwikkeling en ontsluiting van de Rupelstreek als centrum van de klei- en baksteennijverheid verder uitbouwen. Op een plechtigheid in Niel hernieuwden ze vrijdag hun samenwerkingsakkoord hierrond. Ook werd een inventaris van de bestaande relicten van de steenbakkerijnijverheid voorgesteld, en werd een stand van zaken gegeven van de activiteiten binnen 'Colibri', een registratieproject voor het roerend erfgoed uit de streek.
De provincie Antwerpen, de gemeenten Boom, Rumst, Niel, Schelle en Hemiksem, de vzw's Steenbakkerijmuseum van de Rupelstreek ('t Geleeg), Rupelklei en Emabb ondertekenden op 4 december 2002 een intentieverklaring tot samenwerking in verband met de ontwikkeling en ontsluiting van de Rupelstreek als centrum van de klei- en baksteennijverheid. De provincie Antwerpen speelde hierin een coördinerende rol en stelde jaarlijks een bedrag van 75.000 euro ter beschikking voor projecten die het imago en de marketing van de regio ten goede kwamen. De samenwerkingsovereenkomst loopt telkens voor drie jaar en was nu dus voor de tweede keer aan vernieuwing toe.
De partners zijn zich bewust van het uniek karakter van de Rupelstreek als centrum van de klei- en baksteennijverheid en van de potentie voor een economisch-educatief project. Een professionele en bedrijfsmatige aanpak en een intensieve, complementaire samenwerking zijn nodig voor de ontwikkeling en ontsluiting van de Rupelstreek als klei- en baksteenregio. Daarom streeft het samenwerkingsverband naar gezamenlijke projecten op het vlak van toerisme, erfgoed, cultuur en economie. Over de noodzaak van samenwerking bestaat sinds enkele jaren een grote consensus over alle partij- en gemeentegrenzen heen.
Een inventarisproject van de nog overblijvende relicten van de steenbakkerijnijverheid in de Rupelstreek werd alvast succesvol afgerond binnen het samenwerkingsverband. In dit project onderzocht Vic Van Dijck de traditionele steenbakkerijgemeenten op actuele bedrijven, onroerend en deels roerend erfgoed en de relicten met betrekking tot het fabriceren van bakstenen, dakpannen, vorsten, vloertegels en bloempotten. Op deze manier werd een aanzienlijke lijst samengesteld van zowel de duidelijke, maar evenzeer van de minder opvallende sporen uit het baksteenverleden. In totaal werden er 95 herkenbare en nog bestaande relicten opgetekend, waarvan 13 te Hemiksem, 22 in Niel; Boom heeft er 39 en Rumst 20 en Schelle bezit er één.
In april 2007 ging ook het project 'Colibri' van start (Collectie-Inventarisatie en Beheer Rupelstreek Industrieel erfgoed), dat focust op de registratie van het roerend erfgoed van de Rupelstreek. In totaal zijn er met de hulp van vrijwilligers al 300 collecties in kaart gebracht, bestaande uit ongeveer 5000 voorwerpen, 6000 meter archief en duizenden documentatie-items (foto's, prentkaarten, doodsprentjes...). Projectcoördinator Patrick Van den Nieuwenhof licht toe: "De Rupelstreek is een streek met een bijzonder rijk verleden waarvan het erfgoed een belangrijke getuige is. Dit verloren laten gaan zou bijzonder jammer zijn. De Rupelstreek wil zich in de toekomst verder ontplooien als een ware erfgoedgemeenschap en streeft daarbij naar het sluiten van een erfgoedconvenant met de Vlaamse Gemeenschap."
door Tijl | Erfgoed | Reacties (0)
Reageer op dit bericht |
