
Home
Kalender
Forum
Contact
Links
28 april 2008
Minister Van Mechelen: "Geef nieuwe decreet een kans"
Vier parlementsleden richtten op 17 april een aantal vragen aan minister Dirk Van Mechelen (Open VLD). Aanleiding was het besluit van de minister om het bindende karakter van archeologisch advies af te schaffen. Van Mechelen gaf aan dat dit kaderde in het normaliseren van een uitzonderingsregel waardoor Ruimtelijke Ordening nu pas voluit haar integrerende en coördinerende rol kan opnemen. "Laten we het nieuwe decreet beoordelen op zijn verdiensten", aldus de minister. Hij maakte van de gelegenheid gebruik om de goede contacten met het Forum Vlaamse Archeologie in de verf te zetten en te stellen dat "de 'Malta-bepalingen' er nu maar eens door moeten".
Parlementsleden Bart Caron (Vlaamse Progressieven), Jo Vermeulen (SP.A), Jos Stassen (Groen!) en Johan Sauwens (CD&V) richten tijdens de Commissievergadering 'Leefmilieu & Natuur, Landbouw, Visserij & Plattelandsbeleid en Ruimtelijke Ordening & Onroerend Erfgoed' hun pijlen op minister Dirk Van Mechelen, bevoegd voor Financiën, Begroting, Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed. Er werd door de mandatarissen regelmatig gerefereerd naar de "commotie en ongerustheid" die er heerst in de erfgoedsector. De vrees die in het middenveld oprijst is immers dat met het afschaffen van het bindende advies een belangrijke werkingsinstrument tot bescherming wordt onttrokken aan de dienst Onroerend Erfgoed. Daarmee zou de huidige legislatuur in plaats van vooruitgang te boeken in het erfgoeddossier eerder een grote stap terugzetten in de tijd. Of zoals Bart Caron verzuchtte: "Wordt op deze wijze geen halve eeuw moeizaam bevochten beschermingsbeleid afgebroken?"
Parlementaire vragen
Vlaamse Progressieven: "Eindverantwoordelijkheid bij de politiek"
De vier parlementsleden legden hun eigen accenten in de vraagstelling. Zo kon Bart Caron (Vlaamse Progressieven) zich wel vinden in een aanpassing van het bindende advies, hetwelke hij een "ondemocratisch instrument" noemt, "daterend uit een tijd dat politici lastige, moeilijke en onpopulaire maatregelen graag doorschoven naar ambtenaren". Maar er moet volgens hem een sterk alternatief aangeboden worden, zodat er niet beknibbeld wordt op de beschermingsprocedure.
Zelf stelde hij voor dat in geval van discussie rond bouwvergunningen een expertencommissie met specialisten uit de monumentenzorg en ruimtelijke ordening een nieuw advies moeten opstellen. Indien ook dit advies afwijkt van het ontwerp komt de uiteindelijke beslissing bij de bevoegde minister zelf terecht. "In dit schema ligt de eindverantwoordelijkheid steeds bij het politieke beleid, maar wordt de bescherming niet uitgehold. Ook voor het archeologische erfgoed moet er een moderne procedure komen die 'ongelukken' voorkomt." Parlementslid Caron wilde van de minister graag horen door welke procedure het bindende advies dan wel vervangen zal worden en of de minister oren heeft naar zijn voorstel. "Beschermde monumenten afbreken is snel gebeurd, laat dat dus niet snel gebeuren."
SP.A: "Geen vierkante meter archeologievrij in Vlaanderen"
Jo Vermeulen (SP.A) verwees naar de beroering die onstaan is onder de Vlaamse archeologen. "Dat is geen grote wereld; daarom staat die natuurlijk ook snel op zijn kop. het is echter wel een fragiele wereld. Daarom is enige verduidelijking omtrent het besluit hier wel op haar plaats."
De Antwerpse politicus stipte aan dat het bindende advies de voorbije jaren geleid heeft tot een belangrijke toename van het preventief archeologisch onderzoek in Vlaanderen. In de toekomst zou de sector nog meer moeten kunnen werken met de archeologische potentie- en evaluatiekaarten, een volgens Vermeulen "zeer waardevol instrument". Maar hij wijst ook op een gevaar: "De bekommernis bestaat dat dit systeem ook omgekeerd kan worden gebruikt. Hele gebieden dreigen de facto archeologievrij verklaard te worden, wanneer het opstellen van potentiekaarten niet als zinvol zou worden beschouwd. Ik denk dat er in Vlaanderen geen enkele vierkante meter archeologievrij is of zal zijn."
Verder polste Vermeulen of de minister wel voldoende structurele contacten onderhoudt met de archeologiesector, in het licht van de integratie van de bepalingen van het Verdrag van Malta: "Essentieel voor de bescherming en ondersteuning van de archeologie is uiteraard dat het decretaal kader in overeenstemming wordt gebracht met de letter en de geest van het Verdrag. Een mooie samenvatting daarvan is: behoud in situ als het kan, en ex situ als het moet, maar behoud in elk geval."
Groen!: "Bindend advies historische mijlpaal in bescherming erfgoed"
Ook Groen!-vertegenwoordiger Jos Stassen wees - in tegenstelling tot Bart Caron - op het historische belang van het bindende karakter: "Degenen die hebben beslist dat er een bindend advies kwam bij Monumenten en Landschappen, hebben een historisch belangrijke daad gesteld. Ze hebben een ongelooflijk inhaalmanoeuvre kunnen doen in een beleid dat nauwelijks rekening hield met wat Vlaanderen en België bezitten op het vlak van onroerend erfgoed." In de toekomst zal men op basis van een motivering echter kunnen afwijken van het advies dat Monumenten en Landschappen geeft. Hoe worden deze motieven beoordeeld?"
Er moet dus nog steeds een advies worden ingewonnen, maar Stassen wijst nog op een ander pijnpunt: "Een ontvoogde gemeente kan het ook nalaten advies aan te vragen, want volgens mij beschikt de administratie Onroerend Erfgoed niet over een controlemechanisme om dit op te sporen. Daardoor wordt Onroerend Erfgoed volledig afhankelijk van Ruimtelijke Ordening." Verder betreurde Groen!-politicus Stassen dat zijn vragen en die van zijn collega's niet tot interpellaties hebben geleid: "We zouden over deze beleidskwestie moeten kunnen discussiëren."
CD&V: "erfgoedinventaris wordt vandaag leeggeroofd"
Vanuit de CD&V klonk strijdvaardige taal. Parlementariër Johan Sauwens, zelf ooit als minister bevoegd voor archeologie, drukte zijn grote ongerustheid uit: "Indien het voorontwerp, zoals het nu wordt geformuleerd, zal worden voorgelegd, dan zullen ikzelf en nog meer mensen uit mijn fractie, daar grote problemen mee hebben. De bescherming van monumenten is een zeer krachtig middel dat juist op dit ogenblik overeind zou moeten blijven."
Sauwens ziet twee belangrijke dreigende elementen. Ten eerste wordt het structuurplan in zijn volle hardheid toegepast, waardoor geen nieuwe vrije ruimte wordt toegelaten. Daardoor stijgt de druk op al dan niet beschermde bestaande panden. "Uw inventaris ('Bouwen door de eeuwen heen', nvdr) wordt vandaag leeggeroofd. Net op het ogenblik dat men versneld zou moeten gaan beschermen, gaat de beweging in de andere richting." Ten tweede verwijst hij naar de ontvoogding van gemeenten, waardoor de verantwoordelijkheid voor het erfgoed verschoven wordt naar lokale ambtenaren en politici. Sauwens waarschuwt voor de gevaren van deze decentralisatie, zéker in de sector van de monumentenzorg. Eenzelfde evolutie meent hij ook te herkennen bij Monumenten en Landschappen zelf: "Deze administratie is nu, onder meer door de operatie 'beter bestuurlijk beleid' volledig versplinterd. Ik zie het bijvoorbeeld aan het [dalende] aantal beschermingen."
Anwoord van minister Van Mechelen
"Zes miljoen monumentenwachters"
Vooraleerst drukt minister Dirk van Mechelen zijn verwondering uit over het feit dat er parlementaire vragen rijzen omtrent een decreet dat zich nog in een ontwerpfase bevindt. Na drie jaar voorbereiding is het ontwerp een paar weken geleden goedgekeurd op de ministerraad, waarna het op 17 april werd voorgelegd aan een breed forum van advies dat "veel uitgebreider is dan wettelijk verplicht". In het forum zetelen de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening-Onroerend Erfgoed (SORA), de Vlaamse Woonraad, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV), de Milieu- en Natuurraad (Minaraad), de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) en de Vereniging van de Vlaamse Provincies (VVP).
Het nieuwe decreet moet in ieder geval een middel bieden om de erfgoedinventaris 'Bouwen door de eeuwen heen' van dode letter om te zetten in een valabel instrument ter bescherming van het Vlaamse erfgoed. De minister deelt echter de zorg van CD&V'er Sauwens met betrekking tot de decentralisatie van bevoegdheden door het ontvoogde van gemeenten: "In ontvoogde gemeenten stellen we soms een inflatie aan beroepen vast. Misschien moeten we die gemeenten attent maken op het feit dat ook zij vrijwillig het advies van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar kunnen inwinnen (een bepaling die dateert uit 1999, nvdr)."
De minister gaat ervan uit dat (lokale) ambtenaren en politici automatisch erfgoed in hun besluitvorming integreren: "Iedereen die met ruimtelijke ordening is begaan, moet een basisreflex hebben richting onroerend erfgoed. Het is niet voor niets dat ik al jaren pleit voor zes miljoen monumentenwachters in Vlaanderen." Indien deze reflex geen automatisme wordt, zal ze desnoods worden aangeleerd.
"Rol van Onroerend Erfgoed wordt niet afgezwakt"
Van Mechelen benadrukt dat het 'terugschroeven' van het bindende advies vanuit Onroerend Erfgoed een normaliserende maatregel is, aangezien deze administratie zich daarbij (samen met het Agentschap van de Wegen) in een uitzonderingspositie bevond. "Pas na het afschaffen van het bindende karakter zijn alle adviezen van een gelijk niveau en kan ruimtelijke ordening ten volle zijn integrerende en coördinerende rol uitoefenen. Ik pleit voor een geïntegreerde besluitvorming van de ruimtelijke ordening en het onroerend erfgoed."
De minister verdedigt zijn besluit: "De vraag die zich daarbij stelt, is of de rol van het Onroerend Erfgoed daardoor wordt afgezwakt? Ik wil daar duidelijk op antwoorden dat dit volgens mij niet het geval is. Wie stelt dat de adviezen plots vrijblijvend worden of volledig aan relatieve willekeur onderhevig zijn, wenst het nieuwe systeem geen kans te geven." In de decreetswijziging zijn er artikelen opgenomen waardoor de administratie Onroerend Erfgoed nog voldoende stokken achter de deur heeft om bouwvergunningen af te wegen. Een vergunning moet immers worden geweigerd wanneer ze strijdig is met direct werkende sectorale normen, regels en zorgplichten, of er dienen voorwaarden te worden opgenomen die strekken tot een adequate invulling van de sectorale wetgeving. "De regels opgesteld in recente beschermingsbesluiten kunnen worden beschouwd als dergelijke direct werkende normen. Bovendien staat de zorgplicht ingeschreven in verschillende decreten aangaande Onroerend Erfgoed."
Een bijkomende maatregel stelt dat stedenbouwkundige vergunningen kunnen gelden als machtiging (in het kader van administratie lastenverlaging) indien de vergunning het advies van het agentschap Onroerend Erfgoed integraal overneemt. In de praktijk zal het advies dus steeds gevolgd moeten worden om uiteindelijk de vergunning ook uitvoerbaar te maken.
Motiveringswet en beroepsprocedure
Zoals Groen!-parlementslid Jos Stassen reeds aangaf, is er nog de Formele Motiveringswet die van kracht blijft; er kan dus van advies worden afgeweken op basis van een daadkrachtige motivatie (dit geldt ook voor andere beleidsdomeinen). Van Mechelen: "De vergunninglener moet er zich wel van bewust zijn dat afwijkingen van het advies vertragende factoren met zich kunnen meebrengen in de uitvoering van de stedenbouwkundige vergunning." De minister neemt voorts akte van het voorstel van Bart Caron, maar benadrukt nogmaals dat het niet de bedoeling mag zijn om opnieuw af te wijken van de geldende proceduren voor andere adviezen.
De adviserende instanties zullen bovendien in de toekomst over een beroepsmechanisme kunnen beschikken. Beslissingen in verband met de stedebouwkundige vergunning die afwijken van het advies, moeten immers teruggekoppeld worden naar het oorspronkelijke adviesorgaan. "Ik sluit niet uit dat dit bijzondere waakzaamheid vraagt van het agentschap om dit op te volgen. Maar laten we dit decreet op zijn merites beoordelen. Ik wacht de adviezen af van alle betrokken partijen, maar ik denk dat we op deze manier enkele knelpunten billijk hebben gemaakt."
"Malta moet er nu door"
De minister verklaarde tenslotte dat hij goede contacten onderhoudt met het Forum Vlaamse Archeologie. Wel richtte hij nog een sneer richting de bouwsector, waarin hij bijzonder ontgoocheld is: "De Confederatie Bouw kwam nooit naar de klankbordwerkgroep, maar schoot nadien wel de regeling af." De conclusies van de 'Malta-werkgroep', waaraan zowel archeologen als bouwheren deelnamen, zullen worden geïntegreerd in het ontwerp van het nieuwe decreet. "Wat mij betreft, moet het er nu door. Het is de bedoeling het in mei of juni aan de Vlaamse Regering voor te leggen."
"Ik kan wel zeggen dat er heel uitdrukkelijk gevolg zal worden gegeven aan de 'Malta-bepalingen' met betrekking tot het archeologisch erfgoed, zowel voor het preventief archeologisch onderzoek en de archeologische opgravingen voorafgaand aan de uitvoering van werken, alsook voor de financiering ervan." De minister pleit daarbij voor solidarisering van de kosten en heeft de bouwsector in persoonlijke gesprekken proberen te overtuigen. "In de petrochemische sector bestaat al zo'n systeem. Het komt niet van hen, dus zal het van ons naar hen moeten gaan. Ik had het liever anders gezien."
Bron: Handelingen van de Commissievergadering 'Leefmilieu & Natuur, Landbouw, Visserij & Plattelandsbeleid en Ruimtelijke Ordening & Onroerend Erfgoed, 17 april 2008
door Johan | Beleid | Reacties (0)
Reageer op dit bericht |
