
Home
Kalender
Forum
Contact
Links
28 april 2008
Minister Van Mechelen: "Geef nieuwe decreet een kans"
Vier parlementsleden richtten op 17 april een aantal vragen aan minister Dirk Van Mechelen (Open VLD). Aanleiding was het besluit van de minister om het bindende karakter van archeologisch advies af te schaffen. Van Mechelen gaf aan dat dit kaderde in het normaliseren van een uitzonderingsregel waardoor Ruimtelijke Ordening nu pas voluit haar integrerende en coördinerende rol kan opnemen. "Laten we het nieuwe decreet beoordelen op zijn verdiensten", aldus de minister. Hij maakte van de gelegenheid gebruik om de goede contacten met het Forum Vlaamse Archeologie in de verf te zetten en te stellen dat "de 'Malta-bepalingen' er nu maar eens door moeten".
Parlementsleden Bart Caron (Vlaamse Progressieven), Jo Vermeulen (SP.A), Jos Stassen (Groen!) en Johan Sauwens (CD&V) richten tijdens de Commissievergadering 'Leefmilieu & Natuur, Landbouw, Visserij & Plattelandsbeleid en Ruimtelijke Ordening & Onroerend Erfgoed' hun pijlen op minister Dirk Van Mechelen, bevoegd voor Financiën, Begroting, Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed. Er werd door de mandatarissen regelmatig gerefereerd naar de "commotie en ongerustheid" die er heerst in de erfgoedsector. De vrees die in het middenveld oprijst is immers dat met het afschaffen van het bindende advies een belangrijke werkingsinstrument tot bescherming wordt onttrokken aan de dienst Onroerend Erfgoed. Daarmee zou de huidige legislatuur in plaats van vooruitgang te boeken in het erfgoeddossier eerder een grote stap terugzetten in de tijd. Of zoals Bart Caron verzuchtte: "Wordt op deze wijze geen halve eeuw moeizaam bevochten beschermingsbeleid afgebroken?"
Parlementaire vragen
Vlaamse Progressieven: "Eindverantwoordelijkheid bij de politiek"
De vier parlementsleden legden hun eigen accenten in de vraagstelling. Zo kon Bart Caron (Vlaamse Progressieven) zich wel vinden in een aanpassing van het bindende advies, hetwelke hij een "ondemocratisch instrument" noemt, "daterend uit een tijd dat politici lastige, moeilijke en onpopulaire maatregelen graag doorschoven naar ambtenaren". Maar er moet volgens hem een sterk alternatief aangeboden worden, zodat er niet beknibbeld wordt op de beschermingsprocedure.
Zelf stelde hij voor dat in geval van discussie rond bouwvergunningen een expertencommissie met specialisten uit de monumentenzorg en ruimtelijke ordening een nieuw advies moeten opstellen. Indien ook dit advies afwijkt van het ontwerp komt de uiteindelijke beslissing bij de bevoegde minister zelf terecht. "In dit schema ligt de eindverantwoordelijkheid steeds bij het politieke beleid, maar wordt de bescherming niet uitgehold. Ook voor het archeologische erfgoed moet er een moderne procedure komen die 'ongelukken' voorkomt." Parlementslid Caron wilde van de minister graag horen door welke procedure het bindende advies dan wel vervangen zal worden en of de minister oren heeft naar zijn voorstel. "Beschermde monumenten afbreken is snel gebeurd, laat dat dus niet snel gebeuren."
SP.A: "Geen vierkante meter archeologievrij in Vlaanderen"
Jo Vermeulen (SP.A) verwees naar de beroering die onstaan is onder de Vlaamse archeologen. "Dat is geen grote wereld; daarom staat die natuurlijk ook snel op zijn kop. het is echter wel een fragiele wereld. Daarom is enige verduidelijking omtrent het besluit hier wel op haar plaats."
De Antwerpse politicus stipte aan dat het bindende advies de voorbije jaren geleid heeft tot een belangrijke toename van het preventief archeologisch onderzoek in Vlaanderen. In de toekomst zou de sector nog meer moeten kunnen werken met de archeologische potentie- en evaluatiekaarten, een volgens Vermeulen "zeer waardevol instrument". Maar hij wijst ook op een gevaar: "De bekommernis bestaat dat dit systeem ook omgekeerd kan worden gebruikt. Hele gebieden dreigen de facto archeologievrij verklaard te worden, wanneer het opstellen van potentiekaarten niet als zinvol zou worden beschouwd. Ik denk dat er in Vlaanderen geen enkele vierkante meter archeologievrij is of zal zijn."
Verder polste Vermeulen of de minister wel voldoende structurele contacten onderhoudt met de archeologiesector, in het licht van de integratie van de bepalingen van het Verdrag van Malta: "Essentieel voor de bescherming en ondersteuning van de archeologie is uiteraard dat het decretaal kader in overeenstemming wordt gebracht met de letter en de geest van het Verdrag. Een mooie samenvatting daarvan is: behoud in situ als het kan, en ex situ als het moet, maar behoud in elk geval."
Groen!: "Bindend advies historische mijlpaal in bescherming erfgoed"
Ook Groen!-vertegenwoordiger Jos Stassen wees - in tegenstelling tot Bart Caron - op het historische belang van het bindende karakter: "Degenen die hebben beslist dat er een bindend advies kwam bij Monumenten en Landschappen, hebben een historisch belangrijke daad gesteld. Ze hebben een ongelooflijk inhaalmanoeuvre kunnen doen in een beleid dat nauwelijks rekening hield met wat Vlaanderen en België bezitten op het vlak van onroerend erfgoed." In de toekomst zal men op basis van een motivering echter kunnen afwijken van het advies dat Monumenten en Landschappen geeft. Hoe worden deze motieven beoordeeld?"
Er moet dus nog steeds een advies worden ingewonnen, maar Stassen wijst nog op een ander pijnpunt: "Een ontvoogde gemeente kan het ook nalaten advies aan te vragen, want volgens mij beschikt de administratie Onroerend Erfgoed niet over een controlemechanisme om dit op te sporen. Daardoor wordt Onroerend Erfgoed volledig afhankelijk van Ruimtelijke Ordening." Verder betreurde Groen!-politicus Stassen dat zijn vragen en die van zijn collega's niet tot interpellaties hebben geleid: "We zouden over deze beleidskwestie moeten kunnen discussiëren."
CD&V: "erfgoedinventaris wordt vandaag leeggeroofd"
Vanuit de CD&V klonk strijdvaardige taal. Parlementariër Johan Sauwens, zelf ooit als minister bevoegd voor archeologie, drukte zijn grote ongerustheid uit: "Indien het voorontwerp, zoals het nu wordt geformuleerd, zal worden voorgelegd, dan zullen ikzelf en nog meer mensen uit mijn fractie, daar grote problemen mee hebben. De bescherming van monumenten is een zeer krachtig middel dat juist op dit ogenblik overeind zou moeten blijven."
Sauwens ziet twee belangrijke dreigende elementen. Ten eerste wordt het structuurplan in zijn volle hardheid toegepast, waardoor geen nieuwe vrije ruimte wordt toegelaten. Daardoor stijgt de druk op al dan niet beschermde bestaande panden. "Uw inventaris ('Bouwen door de eeuwen heen', nvdr) wordt vandaag leeggeroofd. Net op het ogenblik dat men versneld zou moeten gaan beschermen, gaat de beweging in de andere richting." Ten tweede verwijst hij naar de ontvoogding van gemeenten, waardoor de verantwoordelijkheid voor het erfgoed verschoven wordt naar lokale ambtenaren en politici. Sauwens waarschuwt voor de gevaren van deze decentralisatie, zéker in de sector van de monumentenzorg. Eenzelfde evolutie meent hij ook te herkennen bij Monumenten en Landschappen zelf: "Deze administratie is nu, onder meer door de operatie 'beter bestuurlijk beleid' volledig versplinterd. Ik zie het bijvoorbeeld aan het [dalende] aantal beschermingen."
Anwoord van minister Van Mechelen
"Zes miljoen monumentenwachters"
Vooraleerst drukt minister Dirk van Mechelen zijn verwondering uit over het feit dat er parlementaire vragen rijzen omtrent een decreet dat zich nog in een ontwerpfase bevindt. Na drie jaar voorbereiding is het ontwerp een paar weken geleden goedgekeurd op de ministerraad, waarna het op 17 april werd voorgelegd aan een breed forum van advies dat "veel uitgebreider is dan wettelijk verplicht". In het forum zetelen de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening-Onroerend Erfgoed (SORA), de Vlaamse Woonraad, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV), de Milieu- en Natuurraad (Minaraad), de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) en de Vereniging van de Vlaamse Provincies (VVP).
Het nieuwe decreet moet in ieder geval een middel bieden om de erfgoedinventaris 'Bouwen door de eeuwen heen' van dode letter om te zetten in een valabel instrument ter bescherming van het Vlaamse erfgoed. De minister deelt echter de zorg van CD&V'er Sauwens met betrekking tot de decentralisatie van bevoegdheden door het ontvoogde van gemeenten: "In ontvoogde gemeenten stellen we soms een inflatie aan beroepen vast. Misschien moeten we die gemeenten attent maken op het feit dat ook zij vrijwillig het advies van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar kunnen inwinnen (een bepaling die dateert uit 1999, nvdr)."
De minister gaat ervan uit dat (lokale) ambtenaren en politici automatisch erfgoed in hun besluitvorming integreren: "Iedereen die met ruimtelijke ordening is begaan, moet een basisreflex hebben richting onroerend erfgoed. Het is niet voor niets dat ik al jaren pleit voor zes miljoen monumentenwachters in Vlaanderen." Indien deze reflex geen automatisme wordt, zal ze desnoods worden aangeleerd.
"Rol van Onroerend Erfgoed wordt niet afgezwakt"
Van Mechelen benadrukt dat het 'terugschroeven' van het bindende advies vanuit Onroerend Erfgoed een normaliserende maatregel is, aangezien deze administratie zich daarbij (samen met het Agentschap van de Wegen) in een uitzonderingspositie bevond. "Pas na het afschaffen van het bindende karakter zijn alle adviezen van een gelijk niveau en kan ruimtelijke ordening ten volle zijn integrerende en coördinerende rol uitoefenen. Ik pleit voor een geïntegreerde besluitvorming van de ruimtelijke ordening en het onroerend erfgoed."
De minister verdedigt zijn besluit: "De vraag die zich daarbij stelt, is of de rol van het Onroerend Erfgoed daardoor wordt afgezwakt? Ik wil daar duidelijk op antwoorden dat dit volgens mij niet het geval is. Wie stelt dat de adviezen plots vrijblijvend worden of volledig aan relatieve willekeur onderhevig zijn, wenst het nieuwe systeem geen kans te geven." In de decreetswijziging zijn er artikelen opgenomen waardoor de administratie Onroerend Erfgoed nog voldoende stokken achter de deur heeft om bouwvergunningen af te wegen. Een vergunning moet immers worden geweigerd wanneer ze strijdig is met direct werkende sectorale normen, regels en zorgplichten, of er dienen voorwaarden te worden opgenomen die strekken tot een adequate invulling van de sectorale wetgeving. "De regels opgesteld in recente beschermingsbesluiten kunnen worden beschouwd als dergelijke direct werkende normen. Bovendien staat de zorgplicht ingeschreven in verschillende decreten aangaande Onroerend Erfgoed."
Een bijkomende maatregel stelt dat stedenbouwkundige vergunningen kunnen gelden als machtiging (in het kader van administratie lastenverlaging) indien de vergunning het advies van het agentschap Onroerend Erfgoed integraal overneemt. In de praktijk zal het advies dus steeds gevolgd moeten worden om uiteindelijk de vergunning ook uitvoerbaar te maken.
Motiveringswet en beroepsprocedure
Zoals Groen!-parlementslid Jos Stassen reeds aangaf, is er nog de Formele Motiveringswet die van kracht blijft; er kan dus van advies worden afgeweken op basis van een daadkrachtige motivatie (dit geldt ook voor andere beleidsdomeinen). Van Mechelen: "De vergunninglener moet er zich wel van bewust zijn dat afwijkingen van het advies vertragende factoren met zich kunnen meebrengen in de uitvoering van de stedenbouwkundige vergunning." De minister neemt voorts akte van het voorstel van Bart Caron, maar benadrukt nogmaals dat het niet de bedoeling mag zijn om opnieuw af te wijken van de geldende proceduren voor andere adviezen.
De adviserende instanties zullen bovendien in de toekomst over een beroepsmechanisme kunnen beschikken. Beslissingen in verband met de stedebouwkundige vergunning die afwijken van het advies, moeten immers teruggekoppeld worden naar het oorspronkelijke adviesorgaan. "Ik sluit niet uit dat dit bijzondere waakzaamheid vraagt van het agentschap om dit op te volgen. Maar laten we dit decreet op zijn merites beoordelen. Ik wacht de adviezen af van alle betrokken partijen, maar ik denk dat we op deze manier enkele knelpunten billijk hebben gemaakt."
"Malta moet er nu door"
De minister verklaarde tenslotte dat hij goede contacten onderhoudt met het Forum Vlaamse Archeologie. Wel richtte hij nog een sneer richting de bouwsector, waarin hij bijzonder ontgoocheld is: "De Confederatie Bouw kwam nooit naar de klankbordwerkgroep, maar schoot nadien wel de regeling af." De conclusies van de 'Malta-werkgroep', waaraan zowel archeologen als bouwheren deelnamen, zullen worden geïntegreerd in het ontwerp van het nieuwe decreet. "Wat mij betreft, moet het er nu door. Het is de bedoeling het in mei of juni aan de Vlaamse Regering voor te leggen."
"Ik kan wel zeggen dat er heel uitdrukkelijk gevolg zal worden gegeven aan de 'Malta-bepalingen' met betrekking tot het archeologisch erfgoed, zowel voor het preventief archeologisch onderzoek en de archeologische opgravingen voorafgaand aan de uitvoering van werken, alsook voor de financiering ervan." De minister pleit daarbij voor solidarisering van de kosten en heeft de bouwsector in persoonlijke gesprekken proberen te overtuigen. "In de petrochemische sector bestaat al zo'n systeem. Het komt niet van hen, dus zal het van ons naar hen moeten gaan. Ik had het liever anders gezien."
Bron: Handelingen van de Commissievergadering 'Leefmilieu & Natuur, Landbouw, Visserij & Plattelandsbeleid en Ruimtelijke Ordening & Onroerend Erfgoed, 17 april 2008
door Johan om 10:22 | Beleid | Reacties (0)
13 maart 2008
Archeologische adviezen verliezen bindend karakter
In het nieuwe decreet op de ruimtelijke ordening zullen de sectorale adviezen hun bindend karakter verliezen. Ook archeologische adviezen, die bijvoorbeeld in het kader van de MER-plicht voorzien zijn, zullen in de toekomst niet meer bindend zijn. Dat bevestigt Vlaams minister Dirk Van Mechelen in een brief aan het Forum Vlaamse Archeologie (FVA). Het FVA onderzoekt nu wat de impact van de aangekondigde wijzigingen kan zijn voor het archeologisch beleid in Vlaanderen.
Naar aanleiding van het artikel 'Monumentenalarm', dat begin februari in Knack verscheen, richtte het FVA een vraag aan minister Van Mechelen. Het artikel meldde immers dat bij de geplande herziening van het decreet Ruimtelijke Ordening (RO) de bindende adviezen met betrekking tot beschermde monumenten zouden geschrapt worden. Het FVA vroeg de minister onder meer of het schrappen van bindende adviezen ook een ruimere toepassing zou kennen en dus ook betrekking zou hebben op andere archeologische adviezen.
In het antwoord dat het FVA ontving, bevestigt Van Mechelen dat in overleg met de meerderheidspartijen werd overeengekomen om bij de herziening van het decreet RO het bindend karakter van sectorale adviezen te schrappen "om op die manier het ruimtelijk karakter van de stedenbouwkundige vergunning te vrijwaren". Dit betekent dat naast de adviezen met betrekking tot beschermde monumenten, ook andere adviezen, zoals de adviezen die geleverd worden overeenkomstig artikel 127 van het huidige decreet RO (adviezen naar aanleiding van bijvoorbeeld bouw- en verkavelingaanvragen) hun bindend karakter verliezen. Meteen stelt zich hier de vraag naar de garantie voor archeologisch onderzoek.
Van Mechelen nuanceert in zijn brief de impact van de geplande wijziging: er zal nog altijd een archeologisch advies worden ingewonnen en daar kan krachtens de Formele Motiveringswet alleen van worden afgeweken op basis van omstandige argumentatie. Omwille van de zorgplicht die is ingeschreven in het archeologiedecreet zal het volgens de minister de facto zeer moeilijk zijn om aan de inhoud van een archeologisch advies voorbij te gaan. Ondanks dit antwoord van de minister blijft het FVA met vragen zitten. Zo blijft onduidelijk welke rol de zorgplicht zal kunnen spelen in het licht van deze aangekondigde wijzigingen. Evenmin is duidelijk welke maatregelen in het nieuwe onroerend erfgoeddecreet zullen worden opgenomen zodat een verantwoord archeologiebeleid verzekerd is. Over dit decreet liet de minister wel weten dat het de bedoeling is om het nog voor het zomerreces op de agenda van de Vlaamse regering te plaatsen.
Ook de verwijzingen naar de Centrale Archeologische Inventaris (CAI) en de geopperde verwachtingen inzake potentie- of evaluatiekaarten roepen vragen op. "De meeste adviezen worden nu geformuleerd op basis van de gegevens in de CAI. De praktijk toont aan dat er veel onvolkomenheden zijn wanneer men zich enkel op deze informatie baseert," meent de minister. "Daarom zal nadrukkelijk worden geinvesteerd om op een meer adequate manier informatie beschikbaar te krijgen, die het mogelijk maakt veel gerichter en liefst zelfs van in de planningsfase rekening te houden met het bodemarchief."
Meer info: het antwoord van minister Van Mechelen is integraal na te lezen op www.f-v-a.be. Op de webstek is een pagina geopend waar je dit dossier verder kunt opvolgen.
door Tijl om 0:02 | Beleid | Reacties (7)
12 maart 2008
Kerkenbeleidsplan op komst
Vlaams minister van Onroerend Erfgoed Dirk Van Mechelen (Open Vld) wil werk maken van een kerkenbeleidsplan op korte en lange termijn. Dat zegt hij vandaag in een interview met het christelijke opinieweekblad Tertio. "De herbestemming van religieus erfgoed vraagt een breed maatschappelijk draagvlak, maar prioritair zijn het onderhoud en de restauratie van het waardevolle patrimonium," aldus de minister.
Voor de minister vormt het religieuze erfgoed geen afzonderlijke categorie. Wel beseft Van Mechelen dat bij religieus erfgoed een grote omzichtigheid is geboden. In de discussie over de toekomstige bestemming van leegstaande religieuze panden pleit de minister voor een sereen debat, los van elke vorm van ideologie. Kerkgebouwen zijn volgens hem gebouwd voor de eredienst en dat moet bij voorkeur ook zo blijven. "Wanneer dat evenwel niet mogelijk is, mag de herbestemming niet haaks staan op de originele uitstraling. Omvormingen tot een parking of een dancing komen niet in aanmerking."
Voor Van Mechelen vormt op korte termijn niet de herbestemming maar het onderhoud en de restauratie van het religieuze patrimonium de belangrijkste uitdaging. De minister wijst erop dat dit jaar 37 miljoen euro, of de helft van het budget voor onderhoud en restauratie, naar kerkgebouwen gaat. Om zijn beleid gestalte te geven, maakt de minister eerst en vooral komaf met de versnippering van de Vlaamse bevoegdheden over tien diensten. "Er komt een moederdecreet voor het erfgoed waarbij alle geledingen in functie van hun complementariteit worden gereorganiseerd."
De Kortrijkse volksvertegenwoordiger Bart Caron (Spirit) pleit voor een tienjarenplan voor het religieus erfgoed en laakt de inertie van het voorbije decennium. De enige voorwaarde bij de herbestemming van religieus erfgoed is volgens hem dat de nieuwe functie "betekenisgevend" is.
Aansluitend artikel: Kerken in een ander licht (5 maart 2008)
Foto: de voormalige Minderbroederskerk in Mechelen, nu deel van het Cultuurcentrum Mechelen - Erf-goed.be
door Tijl om 16:13 | Beleid | Reacties (0)
5 maart 2008
Volkscafés worden mogelijk beschermd
Het initiatief van Volkskunde Vlaanderen om volkscafé's in kaart te brengen wordt met belangstelling gevolgd vanuit het beleidsdomein onroerend erfgoed. Dat antwoordde Vlaams minister Dirk Van Mechelen op een schriftelijke vraag. Van Mechelen laat uitschijnen dat dit mogelijk de start betekent voor de opmaak van een aantal beschermingsdossiers. Naast erfgoedwaarden kunnen volgens de minister ook volkskundige of socio-culturele waarden aanleiding geven tot bescherming.
Volkskunde Vlaanderen startte onlangs een project om de typische volkscafés te behouden. Mensen die nog authentieke volkscafés kennen, kunnen deze aanmelden op www.volkscafes.be. Volkskunde Vlaanderen zal, na controle door caféspotters, een inventaris maken van typische volkscafés. Na verloop van tijd is het ook de bedoeling om de verdwijning van volkscafés tegen te gaan door sensibilisering van de bevolking en de lokale besturen met betrekking tot het belang van authentieke cafés. De belangstelling voor het initiatief om de volkscafés in Vlaanderen in kaart te brengen is bijzonder groot. "Het toont aan dat het project beantwoordt aan een reële behoefte en dat er een groot maatschappelijk draagvlak voor is," stelt minister Van Mechelen. "Mogelijk biedt de inventaris de gelegenheid voor het opstarten van een typologisch-thematisch dossier rond cafés. We moeten dat echter nog even afwachten omdat de inventaris van Volkskunde Vlaanderen niet noodzakelijk de eventuele erfgoedwaarde in kaart brengt, maar veeleer focust op een sociaal gevoel."
Om voor bescherming in aanmerking te komen moet een gebouw aan een of meerdere intrinsieke erfgoedwaarden hebben, aldus de minister. "Ook volkskundige of socio-culturele waarden kunnen aanleiding geven voor bescherming," stelt hij. "Dat is uiteraard een individuele afweging die per gebouw moet worden gemaakt. Eén van de moeilijkheden bij de bescherming van cafés is precies dat het goed gevoel dat veel mensen bij een bepaald café heeft niet altijd kan worden beschermd, omdat het onder andere afhankelijk is van het gezelschap, de cafébaas... Een andere afweging die moet worden gemaakt heeft betrekking op de bescherming van het interieur. Soms maakt dat onlosmakelijk deel uit van het etablissement en moet overwogen worden om het integraal mee te beschermen. Tegelijkertijd moet er ook voor gezorgd worden dat de noodzakelijke dynamiek niet wordt gekortwiekt door elke ingreep onmogelijk te maken."
Tot op heden zijn er ongeveer 100 (voormalige) cafés, herbergen, afspanningen en andere etablissementen beschermd als monument. De beschikbare informatie laat niet toe om uitsluitsel te geven of al deze cafés nog steeds als café worden gebruikt of dat sommige een andere bestemming hebben gekregen. Bovendien zijn er ook nog een aantal andere gebouwen (zoals de voormalige Dominicanerkapel in Aalst) die tot café zijn herbestemd.
Aansluitend artikel: Volkskunde Vlaanderen brengt overblijvende volkscafés in kaart (9 januari 2008)
Foto: herberg Klosken in Sint-Martens-Lennik (Hans Van Lierde)
door Tijl om 18:33 | Beleid | Reacties (0)
1 maart 2008
FARO. Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed officieel gelanceerd
Gisteren werd in Brussel het nieuwe Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed officieel boven de doopvont gehouden. Het nieuwe steunpunt luistert naar de naam FARO, en is onststaan uit de fusie van het Vlaams Centrum voor Volkscultuur en Culturele Biografie Vlaanderen. Tijdens de feestelijke opening in het nieuwe gebouw 'De Priem', met authentieke Brusselse wafels en muziek van een historisch Decaporgel, werd ook de nieuwe website faronet.be voorgesteld.
Gisteren opende de Priem, in het hartje van Brussel, officieel de deuren. In de gerenoveerde 18de-eeuwse drukkerij werken sinds begin dit jaar diverse steunpunten van de Vlaamse Gemeenschap samen: Cultuur Lokaal, het Vlaams Centrum voor Openbare Bibliotheken en het kersverse FARO. Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed. FARO neemt de centrale ondersteunende rol op in de sector van het roerend en immaterieel erfgoed, waarvoor de Vlaamse regering vorige week nog het gloednieuw erfgoeddecreet goedkeurde. Zowel praktijkontwikkeling, praktijkondersteuning en beeldvorming en communicatie, het ondersteunen van allerlei partners in de cultureel-erfgoedsector, alsook grote initiatieven zoals Erfgoeddag, de Week van de Smaak, In-fusion of Expo '58 weerspiegelen de ambities en werkzaamheden van het nieuwe steunpunt.
FARO krijgt een bijzondere rol om het hoogst innovatieve erfgoeddenken waarmee Vlaanderen een ambitieuze plaats in de wereldwijde voorhoede nastreeft, mee te begeleiden en te ontwikkelen. FARO staat dan ook ter beschikking voor de hele cultureel-erfgoedsector in Vlaanderen: musea, archieven, erfgoedbibliotheken, erfgoedcellen, volkscultuur, erfgoedverenigingen... Kortom, iedereen die met roerend en immaterieel erfgoed bezig is. Dat deze erfgoedsector in de 'glokale' wereld van de 21ste eeuw voor grote uitdagingen staat én zich bovendien razendsnel uitbreidt, illustreerde FARO aan de hand van een feestelijk openingsprogramma met onder meer een nieuw wafelrecept van topkok Peter Goossens, een lezing van de Nederlandse professor Willem Frijhoff, een debat met jonge historici, openingstoespraken en een compositie voor Decaporgel (foto boven) van Walter Hus.
Externe link: www.faronet.be
door Tijl om 23:20 | Beleid | Reacties (0)
25 februari 2008
"Restauratie en onderhoud van monumenten niet optimaal gesubsidieerd"
De restauratie en het onderhoud van monumenten worden niet optimaal gesubsidieerd. Dat staat in een verslag van het Rekenhof over de toekenning van de restauratie- en onderhoudspremies voor onroerend erfgoed, dat vorige week besproken werd in het Vlaams Parlement. De bevoegde minister dient de keuze van restauratieprojecten meer te motiveren en het parlement beter te informeren, aldus het Rekenhof.
Het Vlaams Gewest kent subsidies toe voor onderhoud en restauratie van beschermde monumenten. In de initiële begroting 2007 maakten de kredieten voor die subsidies 85% uit van het programma Monumenten en Landschappen. Sinds 1 juli 2006 is het subsidiebeheer in handen van het agentschap RO-Vlaanderen. Zowel de privésector, de openbare sector als de sector erediensten kunnen een onderhouds- of restauratiepremie aanvragen. De administratie onderzoekt per geval of de werkzaamheden in aanmerking komen voor subsidiëring. Afhankelijk van de beschikbare kredieten ontvangen de goedgekeurde projecten nog datzelfde jaar of pas later een premie.
Het Vlaams Gewest subsidieert alleen beschermd erfgoed. Het aangekondigde thematische beschermingsbeleid is echter nog niet op kruissnelheid, terwijl de oude, geografische aanpak grotendeels is verlaten. Bijgevolg bestaat het risico dat waardevolle, maar nog niet beschermde monumenten zijn uitgesloten van subsidiëring, Zolang het Vlaams Gewest geen volledig zicht heeft op het waardevolste erfgoed, zal de projectkeuze niet optimaal verlopen, meent het Rekenhof. Het Vlaams Parlement heeft volgens het rapport maar weinig zicht op de financiële implicaties van de onderhouds- en restauratiewerkzaamheden. Zo komt in de begrotingsdocumenten niet juist tot uiting dat de afgelopen jaren, behalve in 2006, aanzienlijke kredietgedeelten niet werden benut. Over de prioriteitsvolgorde waarin aan de restauratievraag wordt voldaan (achtereenvolgens privésector, openbare sector en sector eredienst) en de gevolgen daarvan (wachtlijsten in de sector erediensten) heeft de minister het Vlaams Parlement pas in de begrotingsdocumenten 2007 ingelicht.
De subsidieaanvrager kan zelf kiezen tussen de onderhouds- of restauratiepremie: de aard van de werken is daarbij niet noodzakelijk bepalend. Aangezien de onderhoudspremieregeling minder omslachtig is, heeft hij er bij een identiek subsidiepercentage dan ook voordeel bij het werk in kleine delen uit te voeren als onderhoudswerk. Volgens het Rekenhof biedt die regeling het gewest echter minder kwaliteitswaarborgen. Voor de onderhoudspremies zijn over het algemeen voldoende kredieten beschikbaar. Voor restauratiepremies daarentegen zijn keuzes nodig. De minister selecteert uit de subsidiabele projecten de werken die datzelfde jaar subsidies ontvangen. Voor de selectie van strategische dossiers is geen duidelijke motivering voorhanden, vindt het Rekenhof. De actieve selectie steunt wel op selectiecriteria, maar in 2006 heeft de minister die criteria gewijzigd en slechts a posteriori aan het Vlaams Parlement meegedeeld. Bovendien biedt de voorbereiding door de administratie onvoldoende garanties dat de dossiers op een gelijke manier worden geëvalueerd.
In een antwoord op de commentaar van het Rekenhof stelde minister Dirk Van Mechelen dat de keuzes die gemaakt worden bij het inventariseren en beschermen van het erfgoed afhankelijk zijn van evoluties en vernieuwde inzichten. Hij benadrukte dat hij bij de keuze van de te restaureren monumenten objectief te werk gaat. Hij zal de wisselwerking tussen de onderhouds- en restauratiepremies, alsook het enveloppensysteem goed uitwerken in het nieuwe basisdecreet onroerend erfgoed. De minister stelde ook dat hij voor de controles en ondersteuning veel steun heeft aan zijn administratie en Monumentenwacht.
Lees meer: het integrale auditverslag 'Restauratie- en onderhoudspremies voor onroerend erfgoed' is ter beschikking op de website van het Rekenhof
Foto's: Erf-goed.be. Het Clercqskapelletje in Koksijde (Lambert J. Derenette) - Het kasteel Neufcour in Eizeringen (Hans Van Lierde) - De Stedelijke Normaal- en Oefenschool in Antwerpen (Tijl Vereenooghe)
door Tijl om 23:47 | Beleid | Reacties (0)
22 februari 2008
Duitstalige Gemeenschap stemt in met Verdrag van Malta
Na het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waalse Gewest heeft nu ook het parlement van de Duitstalige Gemeenschap ingestemd met de Europese Conventie ter bescherming van het archeologisch patrimonium, beter bekend als het Verdrag van Malta. Het decreet betreffende de instemming met het verdrag verscheen vandaag in het Staatsblad. Er rest nu nog maar één instemming - die van het Vlaamse Gewest - opdat België als lidstaat van de Raad van Europa het Verdrag kan ratificeren.
Eind januari werd het wetsontwerp dat het Verdrag van Malta moet goedkeuren ook al ingediend in de Senaat.
door Tijl om 13:43 | Beleid | Reacties (3)
18 februari 2008
FVA dient bezwaarschrift in over RUP Nieuwland in Aarschot
Het Forum voor Vlaamse Archeologie (FVA) heeft bij de provincie Vlaams-Brabant een bezwaarschrift ingediend naar aanleiding van het RUP 'Nieuwland' in Aarschot. Daarin werd volgens het FVA geen rekening gehouden met het archeologisch erfgoed, ondanks het aanwezige potentieel. Met haar actie 'Openbare onderzoeken en bezwaarschriften' wil het FVA de bevoegde instanties bewust maken van de noodzaak én de voordelen van preventief archeologisch onderzoek.
Binnen het gebied Nieuwland is volgens het bezwaarschrift minimaal één aanwijzing voor archeologische resten uit de steentijd en was de Demervallei met haar meanders een uitgelezen pleisterplaats voor mesolithische jagers. Er kunnen dan ook enkele archeologische sites worden verwacht op dit terrein. De kans dat bij grondwerken op dit terrein archeologische sites zullen worden vernield, is dan ook bijzonder groot. "Wij vragen dan ook dat de provincie Vlaams-Brabant zowel in de stedenbouwkundige voorschriften van dit PRUP als in de projectplanning de nodige maatregelen oplegt om op passende wijze (bewaring of opgraving) met het archeologisch erfgoed van haar inwoners om te gaan," aldus het FVA.
Een vorig bezwaarschrift ingediend bij dezelfde provincie leidde ertoe dat die toen de noodzaak tot archeologisch onderzoek wél opgenomen heeft in het RUP over het crematrium Hofheide in Holsbeek. Op basis hiervan startte heel recent dan ook een preventief archeologisch onderzoek op de terreinen van de Hofheide. FVA: "In het kader van het voorkomingsbeginsel en gelijkheidsbeginsel lijkt het niet onlogisch dat in de toekomst nu ook andere provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen in Vlaams-Brabant melding zullen maken van de noodzaak van preventief archeologisch onderzoek."
"Hopelijk past de provincie Vlaams-Brabant dus dezelfde redenering toe als in het dossier Hofheide en volgt ze daarmee de provincie Oost-Vlaanderen, waar de integratie van archeologie in de structuurplanning reeds enige tijd op systematische basis gebeurt. Laat ons hopen dat ook de andere provincies volgen. Alert blijven is alvast de boodschap," besluit het FVA.
Meer info: wie wil meewerken aan openbare onderzoeken, vindt de nodige standaardbrieven op www.f-v-a.be, of kan contact opnemen via info@f-v-a.be.
door Tijl om 0:41 | Beleid | Reacties (0)
7 februari 2008
Oproep: inventaris van het bouwkundig erfgoed in de Onderzoeksbalans
In het kader van de Onderzoeksbalans is het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) op zoek naar inventarissen met als onderwerp het bouwkundig erfgoed in de breedste zin van het woord. Het VIOE vraagt hiervoor ook jouw medewerking. De Onderzoeksbalans wil een bundeling bieden van kennis, kennishiaten en actuele onderzoeksvragen in verband met onroerend erfgoed in Vlaanderen.
Sinds 2007 neemt het VIOE de coördinatie van de onderzoeksbalans ter harte vanuit haar missie om verantwoordelijkheid te dragen voor het onderzoek, het kennisbeheer en de kennisverspreiding over het onroerend erfgoed. De Onderzoeksbalans bestaat uit 3 onderdelen: archeologie, bouwkundig erfgoed en landschap. Elk onderdeel is op maat gemaakt van de behoeftes eigen aan de sector, met zoveel mogelijk aandacht voor coherentie en complementariteit met de andere sectoren.
Binnen het onderdeel Bouwkundig Erfgoed is een hoofdstuk Geografische en thematische inventarisatie van bouwkundig erfgoed voorzien. Concreet beoogt dit hoofdstuk de opmaak van een inventaris van de inventarissen. Er zal worden gestreefd naar een volledig overzicht van alle inventarissen over bouwkundig erfgoed in Vlaanderen die ooit werden opgemaakt of die in opmaak zijn.
Het betreft hier bouwkundig erfgoed in de ruimst mogelijke zin van het woord: gebouwen, gebouwengroepen, complexen, bijhorende interieurs en interieurelementen, infrastructuur, klein erfgoed, straatmeubilair, monumentale beeldhouwwerken, enz. Ook willen we onder de noemer bouwkundig erfgoed het varend erfgoed en de historische tuinen en parken een plaats geven.
Ook de term inventaris interpreteert het VIOE zo ruim mogelijk. Alle mogelijke geografisch en thematisch opgevatte inventarissen komen aan bod in de vorm van architectuurgidsen, databanken, beeldbanken, catalogi, oeuvrelijsten van architecten, overzichtslijsten enz. Hierbij wordt dus niet enkel gedacht aan digitale databanken, maar ook aan publicaties die een systematisch overzicht bieden van een segment van het bouwkundig erfgoed. Niet uitgegeven inventarissen zullen vanzelfsprekend ook aan bod komen, zolang die op één of andere manier kunnen geraadpleegd worden.
Wil je graag meewerken aan dit inventarisatieproject, heb je weet van interessante inventarissen, publicaties of databanken of wil je gewoon graag informatie, dan hoort de cel inventarisatie bouwkundig erfgoed van het VIOE graag van u: elise.hooft@rwo.vlaanderen.be of veerle.cherrette@rwo.vlaanderen.be. Aarzel niet om hen te contacteren. Wil je meteen aan de slag, dan kun je op vioe.be een invulfiche vinden.
Foto: dubbelvilla Loxley / La Guadeloupe in Koksijde-Bad (Lambert J. Derenette - Erf-goed.be)
door Tijl om 20:00 | Beleid | Reacties (1)
6 februari 2008
Knack slaat monumentenalarm
Volgens het weekblad Knack is er een politieke consensus in de maak om nog in deze legislatuur het decreet Ruimtelijke Ordening zo te wijzigen dat het bindend advies van de Vlaamse administratie voor het onroerend erfgoed inzake beschermde monumenten wordt afgeschaft. "Wordt de klok teruggezet naar de tijd voor 1972, toen het lot van waardevolle gebouwen en sites aan het toeval werd overgelaten?" vraagt Knack zich af.
"De afschaffing van het bindend advies van de erfgoedadministratie over beschermde monumenten, leidt tot de verdere liberalisering van het beleid. Zo voltooit minister van Ruimtelijke Ordening Dirk van Mechelen zijn sloopwerk van het radicale beschermingsbeleid dat ooit in gang is gezet door Johan Sauwens," aldus Knack. "Alle monumenten, gebouwen in stads- en dorpsgezichten en landschappen die beschermd zijn of verdienen het te zijn, verliezen straks hun bevoorrechte status als onaanraakbare getuigen van 's lands rijkdom."
Gunter Joye reageert in het artikel namens het kabinet van Van Mechelen: "De administratie zal haar adviezen nu omstandiger moeten motiveren, om de eigenaars van beschermde panden beter te kunnen overtuigen. Bovendien was het advies inzake beschermde monumenten op één na het laatste met een bindend karakter." Op het werkveld klinkt het volgens Knack anders: "We zijn zeer geschokt. De zorgende invalshoek en de historische reflex in het omgaan met onze bebouwde omgeving en met onze ruimtelijke ordening is niet langer gegarandeerd."
De speelruimte van de 'ontvoogde' gemeenten (die een eigen ambtenaar ruimtelijke ordening hebben) bij de toekenning van vergunningen wordt volgens Knack almaar groter. Niemand controleert of de gemeenten het advies van de bevoegde administratie vragen, laat staan of ze het ook volgen. De administratie is aangewezen op een schorsingsrecht, dat via een lange beroepsprocedure moet worden afgedwongen. Als troostprijs zullen de Vlaamse erfgoedconsulenten straks een niet-bindend advies mogen uitbrengen inzake sloopwerken van gebouwen die in de inventaris van het bouwkundig erfgoed opgenomen zijn, besluit Knack.
Bron: Knack - 6 februari 2008
Foto: het beschermde Huis Maes aan de Bruggestraat in Oedelem. Groen! Beernem protesteert zaterdagochtend aan het pand. De actievoerders willen hun verontwaardiging uiten over de aanvraag van het Beernemse gemeentebestuur tot deklassering van het historische pand. Het gemeentebestuur wil de bescherming laten opheffen zodat een sociale huisvestingsmaatschappij kan overgaan tot de sloop en er sociale woningen bouwen.
door Tijl om 23:38 | Beleid | Reacties (4)
5 februari 2008
Europese musea binnenkort gratis voor studenten?
Met een Europese studentenkaart overal in de Europese Unie gratis binnen in musea. Dat is het idee achter een schriftelijke verklaring die Europees Parlementslid Saïd El Khadraoui (sp.a) samen met een Finse en een Oostenrijkse collega heeft ingediend in het Europees Parlement. Als er een meerderheid wordt gevonden in het halfrond, buigt de Europese Commissie zich over het voorstel.
"Overal in Europa nemen nationale of lokale overheden initiatieven om studenten naar musea te lokken," zegt El Khadraoui. "Dat is schitterend en vaak zijn die initiatieven ook heel succesvol. Maar het is niet echt overzichtelijk. Als student weet je niet steeds waar je in het buitenland gratis binnen kunt of korting krijgt. Mijn voorstel is nu om al die verschillende nationale en lokale initiatieven te harmoniseren. Een overkoepelend Europees initiatief kan de versnippering tegengaan."
Volgens El Khadraoui zouden alle Europese lidstaten een lijst moeten opmaken van musea, tentoonstellingen of permanente collecties waarvoor de gratis toegang kan gelden: "Recent nog heeft Vlaams Minister van Cultuur Bert Anciaux een lijst opgemaakt van musea in Vlaanderen waar vanaf 1 juli voor jongeren tot 26 jaar een toegangstarief van 1 euro geldt. Een bijzonder goed voorstel, maar we kunnen de lat nog hoger leggen."
Dat een gratis-beleid voor studenten wel degelijk kan werken, bewijst volgens El Khadraoui het Britse voorbeeld. "In het Verenigd Koninkrijk komen studenten al een paar jaar gratis binnen in alle openbare musea. Niet zonder succes. Het initiatief zorgde voor een groeiend aantal bezoekers, meldde een Britse collega me," aldus nog het sp.a-Europarlementslid.
El Khadraoui hoopt dat tegen 8 mei een meerderheid van de Europese Parlementsleden zijn voorstel ondertekend hebben. Op dat moment is de Europese Commissie verplicht om het voorstel grondig te bekijken en desgevallend een initiatief te nemen. Amper enkele dagen ver, hebben al 38 collega's van El Khadraoui het voorstel ondertekend.
Foto: Museum voor Schone Kunsten in Gent (Bruno Tessa)
door Tijl om 23:11 | Beleid | Reacties (0)
31 januari 2008
Brusselse regering schaft afdwingbare erfgoedpetitie af
De Brusselse regering heeft een aanpassing aan de erfgoedwet goedgekeurd. Door deze wijziging zal de zogenaamde 'erfgoedpetitie' niet langer afdwingbaar zijn. Die petitie stelde Brusselaars in staat om bedreigde gebouwen tijdelijk van afbraak of aanpassing te vrijwaren. De regering zal nu zelf de afweging maken tussen de economische noodzaak van het vastgoedproject en het erfgoedkundig belang van het gebouw.
Als een erkende vereniging voldoende handtekeningen verzamelt, is de Brusselse regering verplicht om de beschermingsprocedure aan te vatten. Zolang kan aan het gebouw niet geraakt worden. Die verplichting valt weg. Volgens staatssecretaris Emir Kir (PS) werd de erfgoedpetitie te vaak misbruikt. De regering zal nu na een vooronderzoek van maximaal drie maand autonoom kunnen beslissen of de beschermingsprocedure moet worden aangevat. De regering zal de afweging maken tussen de economische noodzaak van het vastgoedproject en het erfgoedkundig belang van het gebouw.
De Brusselse regering voert ook het begrip "overzichtsplan" in. Dat laat toe om bij grotere reeds beschermde gehelen, zoals tuinwijken, parken, pleinen, via een beheersplan specifieke ingrepen uit te voeren, bijvoorbeeld het plaatsen van dubbel glas. Het eindoordeel van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen zal niet meer nodig zijn.
Tot slot is er ook aandacht voor klein erfgoed. Voor de restauratie van elementen die de gevels van tal Brusselse huizen opsmukken: sgraffiti (foto), smeedwerk... zullen eigenaars op subsidies kunnen rekenen. Er is 300.000 euro uitgetrokken. De wetsaanpassing moet nog naar de Raad van State voor advies. Vervolgens moet het Brussels parlement haar fiat geven. "Als alles goed gaat is dat in september van dit jaar," aldus Emir Kir.
Bron: Brussel Deze Week
door Tijl om 23:55 | Beleid | Reacties (0)
21 januari 2008
Van Mechelen zet inspanningen voor oorlogserfgoed verder
Vlaams minister Dirk Van Mechelen zal binnenkort een beschermingsprocedure opstarten voor een aantal grote complexen van verdedigingsarchitectuur aan de kust uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Het gaat hierbij onder meer om Raversijde en Cabour. De beschermingen kaderen in de 'Inventaris 1914-2014', die moet leiden tot de erkenning van de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog als werelderfgoed. Hiervoor hoopt de minister op een samenwerking met Frankrijk.
Op vraag van Vlaams parlementslid Patrick De Klerck (Open VLD) gaf Van Mechelen vorige week meer toelichting over zijn plannen rond de oorlogsrelicten in West-Vlaanderen. Waar in 2007 de nadruk lag op de bescherming van de militaire begraafplaatsen, komen in 2008 een aantal andere aspecten aan bod. Zo wordt gewerkt aan een beschermingsdossier van de meest representatieve oorlogs- en herdenkingsmonumenten.
Van Mechelen: "We gaan na hoe we de slagvelden uit de Eerste en de Tweede Wereldoorlog kunnen beschermen. Op basis van de huidige regelgeving is dat niet zo evident, en daarom ga ik na of we dit niet kunnen opnemen in het nieuwe ontwerp van decreet op het Onroerend Erfgoed, waarbij we komen tot een uitbreiding van de bescherming als erfgoedlandschap. Waar een erfgoedlandschap beperkt is tot de meest waardevolle landschappen in Vlaanderen, wil ik ervoor zorgen dat ook de aanwezigheid van bouwkundig of archeologisch erfgoed de basis kan vormen voor de aanduiding van een ankerplaats. Later kan dan een ruimtelijke omzetting worden gerealiseerd naar een erfgoedlandschap via Ruimtelijke Uitvoeringsplannen. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om op een gediversifieerde manier om te gaan met een gebied met veel oorlogsrelicten. In het debat over de A19 en Pilkem Ridge hebben we daarover veel ervaring opgedaan. We moeten er wel voor zorgen dat we geen stolp over het hele gebied zetten. Daarom willen we een dynamisch instrument creëren."
Dit instrument is volgens de minister ook essentieel voor bijvoorbeeld de bescherming van bunkers. "We moeten niet langer individuele bunkers beschermen, maar wel bunkerlinies. Voor deze verdedigingswerken maakt de onderlinge samenhang wezenlijk deel uit van de intrinsieke erfgoedwaarde. Een individuele bunker lijkt soms wat verloren te staan in het landschap, maar maakt vaak deel uit van een ganse linie bestaande uit een antitankgracht, een eerste linie, een communicatielinie enzovoort."
Van Mechelen wil ook een aantal andere projecten ondersteunen. Zo ondersteunt hij de gemeente Zonnebeke, die op een integrale manier alle oorlogsrelicten in een GIS-databank wil invoegen. Het is ook de bedoeling om aandacht te besteden aan archeologisch onderzoek van zogenaamde crashsites. Dat zijn plaatsen waar in de Eerste of de Tweede Wereldoorlog vliegtuigen of andere vliegende objecten zoals luchtballons zijn neergekomen. Op basis van buitenlandse voorbeelden en in overleg met de verenigingen en vrijwilligers wordt een toekomstvisie en strategie van aanpak uitgewerkt.
Voor de ontsluiting van al deze oorlogsrelicten, hoopt Van Mechelen het principe van digitale erfgoedroutes concreet te kunnen realiseren. Daarbij zal men informatie kunnen downloaden en opslaan op een iPod of op speciaal ontwikkelde toestellen die ontwikkeld worden in samenwerking met het Interdisciplinair Instituut voor Breedbandtechnologie. "Op die manier krijgt men digitale erfgoedroutes waarmee we mensen op rondrit door West-Vlaanderen zowel GIS-bestuurd kunnen begeleiden, als lezingen kunnen aanbieden, hen brieven kunnen voorlezen, muziek kunnen laten horen, het verslag van veldslagen kunnen vertellen, de historiek van een begraafplaats kunnen geven en zo meer. Het is een van mijn grote dromen om daarmee ten laatste tegen 2014 klaar te zijn."
Ten slotte vermeldde de minister dat hij contact zal opnemen met Frankrijk om te bekijken of in het kader van 2014 ook gemeenschappelijke projecten opgestart kunnen worden. Hij wil ook nagaan of het mogelijk is om samen met Frankrijk een dossier in te dienen om de relicten van de Eerste Wereldoorlog te erkennen als werelderfgoed.
Bron: voorlopige handelingen commissie Onroerend Erfgoed (17 januari 2008)
Foto: geschutsbunker in Koksijde-Bad (Lambert J. Derenette - Erf-goed.be)
door Tijl om 23:42 | Beleid | Reacties (2)
9 januari 2008
Jongeren betalen vanaf juli slechts 1 euro voor museumbezoek
Vanaf 1 juli geldt voor alle jongeren tot 26 jaar een vast museumtarief van 1 euro, en dit in twintig van de grootste en bekendste musea van Vlaanderen. Deze opmerkelijke maatregel is verankerd in het nieuwe Erfgoeddecreet, waarvan het voorontwerp door de Vlaamse regering werd goedgekeurd. "Musea moeten weer hip worden; het moet een plek zijn waar jongeren goed opgevangen worden en zich welkom voelen," stelt Vlaams minister van Cultuur Bert Anciaux.
Met het éénduidige 1 euro-tarief hoopt de minister niet alleen om de museumdrempel te verlagen en de bezoeken door de jeugd gevoelig op te drijven, maar ook om van kinderen en jongeren meer actieve, betrokken bezoekers te maken. De musea zullen immers in staat zijn deze doelgroep in kaart te brengen om er in hun beleid specifiek rekening mee te houden.
De helft van de bezoekers onder 26 jaar bezoekt een museum in schoolverband. Naargelang het museum varieert het percentage van bezoekers aan jongerentarief ten aanzien van het totale aantal bezoekers tussen de 10% en 57%. De musea die het sterkst scoren bij jongeren en het grootste aandeel in het totale cijfer vertegenwoordigen, zijn niet toevallig diegenen die het best aansluiten bij het schoolse curriculum en de jaarlijkse schoolreizen, zoals het Gallo-Romeins Museum in Tongeren, Bokrijk en het In Flanders Fieldsmuseum in Ieper. Deze musea halen bij dit publiek meer dan de helft van hun bezoekers. Ook enkele minder evidente musea zoals het Modemuseum in Antwerpen, en Dr. Ghuislainmuseum in Gent trekken een jong publiek aan. Dat valt meestal te verklaren door een gericht kind- en jongerenvriendelijk beleid of een thema dat duidelijk aanslaat bij jongeren.
Volgens Bert Anciaux is dit een regeling die financieel interessant is en die ook uitblinkt in duidelijkheid en eenvoud. De minister is ervan overtuigd dat jongeren of ouders met kinderen erdoor geprikkeld zullen worden en vaker een museum bezoeken. Bovendien kunnen heel wat scholen, kunsteducatieve organisaties en verenigingen, alsook individuele leerkrachten en opvoeders in hun programma niet alleen intenser met erfgoed kennis maken, maar in de musea ook inspiratie vinden voor tal van educatieve en creatieve trajecten. De frequente museumbezoeker krijgt door dit laagdrempelig tarief de kans meer musea en tentoonstellingen aan te doen, of zijn lievelingsmuseum vaker binnen te lopen.
"De drempel om een museum te bezoeken kan het makkelijkst op jonge leeftijd overwonnen worden en legt de basis voor een museumminnende toekomst. Tegelijkertijd moedigt deze maatregel de betrokken musea aan om extra inspanningen te leveren voor een kind- en jongerenvriendelijke werking" zegt minister Anciaux. Van de musea verwacht de minister een correcte en nauwkeurige monitoring van het aantal bezoeken en flankerende maatregelen zoals een uitgebalanceerd communicatie- en educatief beleid. De minister zal deze actie dan ook blijvend promoten met partners als AmuséeVous, CJP en CultuurNet. Om de musea te compenseren voor hun inspanningen voorziet Anciaux jaarlijks 1 miljoen euro. Hij rekent op een terugverdieneffect: hij wil het jongerenbezoek echt spectaculair zien toenemen.
Daar de Vlaamse Gemeenschap voorlopig geen eigen musea heeft in Brussel zal Bert Anciaux een convenant met de federale overheid nastreven om deze 1 euro-regeling ook te realiseren in één of meer topmusea in de hoofdstad.
door Tijl om 23:38 | Beleid | Reacties (1)
27 december 2007
"Belangrijk manuscript dreigt uit Vlaanderen te verdwijnen"
Een klein jaar na de verkoop van het Gruuthuse-handschrift aan Nederland dreigt volgens het weekblad Knack opnieuw een belangrijk manuscript uit Vlaanderen te verdwijnen. Geen enkele Belgische culturele instelling zou het Middelnederlandse handschrift 'Antifonarium Tsgrooten' willen kopen. Volgens Knack zou het aankoopdossier al geruime tijd bij minister Anciaux (spirit) liggen. "Van dat verhaal klopt relatief weinig," reageerde een woordvoerder van Anciaux vanavond.
In februari ontstond in culturele en academische kringen commotie nadat bleek dat het wereldberoemde Middelnederlandse Gruuthuse-handschrift, met de tekst van onder meer het overbekende Egidius waer bestu bleven - tot dan in het bezit van een Brugse adellijke familie - voor een fors bedrag was aangekocht door de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Eerder had de familie het manuscript voor een veel lagere prijs, aangeboden aan de Koninklijke Bibliotheek in Brussel maar de instelling botste volgens Knack op een gebrek aan belangstelling bij de politieke verantwoordelijken die het nodige aankoopbudget moesten vrijmaken.
Die pijnlijke geschiedenis dreigt zich nu te herhalen, stelt hoofdredacteur Rik Van Cauwelaert vandaag op de Knack-website. "Onlangs bood de Belgische prinselijke familie De Mérode het al even befaamde Antifonarium Tsgrooten via een Brusselse antiquaar te koop aan bij Belgische culturele instellingen, waaronder de Koninklijke Bibliotheek in Brussel. Het Antifonarium zou een uitzonderlijk manuscript zijn, met 42 prachtige miniaturen en 21 gehistorieerde initialen, dat rond 1500 werd vervaardigd door de Leuvense scribent Franciscus van Weert in opdracht van Antonius Tsgrooten (1460-1530), abt van de abdij van Tongerlo. Experts bestempelen het Antifonarium volgens als een schitterend voorbeeld van de Brabantse kunst in de 16de eeuw."
Twee handschriften van dezelfde herkomst bevinden zich in de British Library. Volgens experts zou dit voor de Belgische of Vlaamse instellingen de laatste kans om een manuscript te verwerven uit de reeks die destijds in opdracht van abt Tsgrooten werd vervaardigd. De familie De Mérode zou het Antifonarium bij de Belgische instellingen te koop aanbieden voor 400.000 euro. Kenners verzekeren dat het manuscript op internationale veilingen in Londen en New York een veelvoud van dat bedrag kan halen. Het aankoopdossier ligt volgens Knack al geruime tijd bij Vlaams minister van Cultuur Bert Anciaux (Spirit). Omdat het antwoord uitblijft, zal het Antifonarium begin volgend jaar naar Londen worden overgebracht, waar het wellicht door Christie's zal worden geveild.
Pascal Ennaert, raadgever erfgoedbeleid van minister Bert Anciaux, ontkende in een reactie dat het dossier al geruime tijd ligt "te composteren" op het bureau van de minister. Zo is de Vlaamse overheid zelf nooit door de verkopers op de hoogte gebracht. "Het is dankzij het proactief handelen van onze administratie dat wij op de hoogte zijn gebracht van het dossier," zegt Anciaux zelf. Hij benadrukt dat er momenteel een wetenschappelijk onderzoek loopt naar de kunsthistorische waarde van het werk. Op basis daarvan wordt beslist of de Vlaamse overheid kandidaat-koper is. Adviseur Ennaert wijst er trouwens op dat het dossier niet definitief is afgevoerd bij de Nationale Bibliotheek. Anciaux is intussen allesbehalve opgezet met de perceptie dat de Vlaamse overheid weinig of geen inspanningen zou doen om topstukken uit het Vlaamse erfgoed in Vlaanderen te houden. "Het tegengestelde is waar. Zo voorzien we ook in de toekomst nog meer middelen voor het erfgoedbeleid."
door Tijl om 19:42 | Beleid | Reacties (1)
13 december 2007
"Tuchthuis mooi voorbeeld van hedendaagse herbestemming"
Vlaams minister Dirk Van Mechelen hield gisteren in Vilvoorde een toespraak ter gelegenheid van de opening van het KanaalPark en de restauratie van het Tuchthuis, een gevangenis uit de 18de eeuw. "Het onroerend erfgoedproject op deze site verdient de nodige aandacht," aldus Van Mechelen. "De herbestemming van het Tuchthuis past binnen het functioneel en hedendaags hergebruik van beschermde monumenten, een speerpunt van het beleid."
"In de praktijk is dat voor sommige complexe gehelen makkelijker gezegd dan gedaan," aldus de minister. "Dit vereist immers een creatieve en vooral dynamische aanpak. Met de voorziene commerciële invulling van het poortgebouw en het middengedeelte én met de socio-culturele en museale functies voor de cellenvleugels, lukte dit wonderwel. De kritische succesfactor hierbij was dat men reeds bij de opmaak van de plannen het Tuchthuis als een troef en niet als een last beschouwde."
Het Tuchthuis is sinds 2006 definitief beschermd als monument.
De ontwikkelaars en de architecten zijn volgens Van Mechelen uitgegaan van de intrinsieke erfgoedwaarden van het gebouw, en van dié essentiële kenmerken en onderdelen die het Tuchthuis reeds decennialang doen deel uitmaken van het collectief geheugen. "Dat komt onder andere mee tot uiting in de zorgvuldige inplanting en integratie van de nieuwe gebouwen, waarbij rekening wordt gehouden met de historische structuur van Tuchthuis, zelfs met de in de loop der jaren verdwenen delen. Maar de erfgoedzorg leest men ook in de aandacht die wordt besteedt aan de minder voor de hand liggende onderdelen, zoals de bewuste conservatie van de graffiti die gedetineerden aanbrachten op deuren en muren. Deze manier van 'totaalzorg' kon naar aanleiding van de Monumentenstrijd op veel publieke belangstelling kon rekenen."
Ook al ging de oorspronkelijke beslotenheid en monumentaliteit van het complex deels verloren door allerhande uitbreidingen en afbraken, toch straalt wat rest nog steeds de waarde van het gebouw uit, vindt Van Mechelen. "Daarenboven prikkelt de oorspronkelijke functie van het gebouw de nieuwsgierigheid spontaan. En dit niet alleen in Vilvoorde. Op verschillende plaatsen in Vlaanderen, zoals in Tongeren en Hasselt merken we dat de oude gevangenissen een nieuw leven krijgen met een aangepaste functie."
Bron: dirkvanmechelen.be
Foto's: Erf-goed.be
door Tijl om 23:55 | Beleid | Reacties (0)
6 december 2007
"Incidenten met detectoramateurs nooit helemaal uit te sluiten"
"Alle maatregelen ten spijt, zullen incidenten met detectoramateurs op archeologische sites nooit helemaal uit te sluiten zijn." Dat antwoordde Vlaams minister Dirk Van Mechelen op een vraag van volksvertegenwoordiger Johan Sauwens naar aanleiding van de recente vernielingen op enkele opgravingen in Tongeren. De minister zet vooral in op sensibilisering en wil de idee van convenanten en een deontologische code meenemen bij de besprekingen van het nieuwe onroerend erfgoeddecreet.
De praktijkervaring toont volgens de minister aan dat nogal wat uitdagingen zich situeren op het vlak van het op heterdaad betrappen van personen die al dan niet met een metaaldetector onrechtmatig op zoek gaan naar archeologische voorwerpen. "Wanneer iemand bijvoorbeeld op privé-domein aan het zoeken is met toestemming van de eigenaar, of wanneer iemand beweert zich niet bewust te zijn van de archeologische waarde van zijn vondst, is een inbreuk niet eenvoudig vast te stellen." Sensibilisering is voor Van Mechelen dan ook essentieel. Zo gaf hij zijn administratie de opdracht om een aantal groeperingen uit de Westhoek voor te lichten over het belang van het (archeologisch) oorlogserfgoed. Een gelijkaardig overleg vond ook plaats met een aantal (georganiseerde) vrijetijdsarcheologen die zich bezighouden met het onderzoek van zgn. crash sites, plaatsen waar tijdens de Eerste of Tweede Wereldoorlog een vliegtuig is neergestort. Daarnaast tracht de administratie van de minister ook de politienetwerken achtergrondinfo te bezorgen over het belang van archeologische sites en de problematiek van de onherstelbaarheid van de schade aan de wetenschappelijke informatie. Met de Inspectie RWO heeft Van Mechelen de afspraak gemaakt dat bij inbreuken steeds een proces-verbaal wordt opgemaakt.
In het nieuwe onroerend erfgoeddecreet zal ook aandacht worden besteed aan de manier waarop vrijetijdsarcheologen en vrijwilligersverenigingen een plaats kunnen krijgen in het archeologische traject. Het klopt echter niet dat er op dit ogenblik nog geen maatregelen zijn uitgewerkt, stelt Van Mechelen. Inzake het gebruik van metaaldetectoren blijven de bepalingen van het archeologiedecreet onverminderd van kracht. Concreet betekent dit dat voor het gebruik van een metaaldetector een vergunning moet worden aangevraagd. Praktisch probleem is wel dat deze vergunning steeds perceelsgebonden moet worden afgeleverd en dat er geen 'globale' vergunning voor een individueel persoon of vereniging kan worden toegekend.
Binnen de archeologische sector staat men enigszins met een dubbel gevoel ten aanzien van de detectoramateurs, aldus Van Mechelen. "Enerzijds zijn er een aantal goedmenende mensen die consequent hun vondsten melden en er op die manier voor zorgen dat geregeld belangrijke nieuwe sites in kaart worden gebracht. Anderzijds zijn er een aantal mensen die vanuit louter geldgewin op zoek gaan naar 'schatten', zonder ook maar enig oog te hebben voor de eventuele wetenschappelijke informatie. Vanuit mijn administratie werd dan ook, onder in functie van de voorbereiding van het onroerend erfgoeddecreet, overleg georganiseerd met de betrokken actoren."
Dit overleg werd in februari 2006 afgerond. Van Mechelen: "Dit overleg resulteerde onder andere in een aantal krijtlijnen voor een deontologische code die er vooral op gericht is dat alle vondsten worden gemeld, dat enkel gezocht wordt in de zgn. ploeglaag, dat niet gezocht wordt op plaatsen waar wetenschappelijk onderzoek aan de gang is... Van hun kant zou de administratie in overleg met andere actoren zoals de professionele archeologen er kunnen voor zorgen dat hulp wordt gegeven bij het determineren van vondsten, bij de conservatie ervan... Het overleg heeft er vooral voor gezorgd dat zowel mijn administratie als de metaaldetectoramateurs elkaar beter hebben leren kennen. Op zich werkt dat drempelverlagend."
"Bovendien heeft mijn administratie ook kunnen aangeven dat het hen te doen is om de wetenschappelijke informatie, veel meer dan om het 'voorwerp' zelf," vervolgt Van Mechelen. "De grootste vrees van veel van deze vrijetijdsarcheologen is immers dat zij hun vondsten af zullen moeten geven. Mede die informatie- en ervaringsuitwisseling heeft ervoor gezorgd dat heel wat vrijetijdsarcheologen nu stelselmatig hun vondsten melden. Het feit dat bij de recent vastgestelde inbreuken een aantal mensen/verenigingen betrokken waren die deelgenomen hebben aan deze besprekingen deed echter vragen rijzen over het reële engagement van sommigen. Het is uiteraard altijd jammer dat door de actie van enkelingen een ganse groep in diskrediet wordt gebracht. In ieder geval wordt het idee van de convenanten en de deontologische code meegenomen bij het verdere traject van het onroerend erfgoeddecreet."
Bron: Websitebulletin Vlaams Parlement
door Tijl om 18:55 | Beleid | Reacties (18)
29 november 2007
Van Mechelen belooft nieuw decreet onroerend erfgoed in 2008
Vlaams minister Dirk Van Mechelen zal in de loop van 2008 een ontwerp voor een nieuw onroerend erfgoeddecreet indienen in het parlement. Dat staat te lezen in de jaarlijkse beleidsbrief van de minister. Het nieuwe decreet moet ervoor zorgen dat zijn integrale aanpak voor monumenten, landschappen en archeologie ook in de praktijk zichtbaar wordt. Door het decreet zal ook het Verdrag van Malta na meer dan vijftien jaar eindelijk vertaald worden in de Vlaamse regelgeving.
"De implementatie van het Verdrag van Malta zorgt in het archeologieluik van het nieuwe decreet voor ingrijpende aanpassingen," stelt de minister. "Globale vertrekbasis is het basisprincipe van Malta: behoud in situ als het kan, behoud ex situ als het moet." Omwille van de collectiviteit van het archeologisch erfgoed en het feit dat klassieke herstelmaatregelen niet mogelijk zijn (eens het bodemarchief vernield, is dat onherroepelijk) zal er bijzondere aandacht worden besteed aan kwalitatief (voor)onderzoek. Uiteindelijke bedoeling is ervoor te zorgen dat archeologie onderdeel wordt van een traject dat wordt gevolgd voor alle werken met ingrepen in de bodem. Zo bestaat er volgens de minister voldoende zekerheid dat de nodige tijd, ruimte en financiële middelen worden uitgetrokken voor degelijk archeologisch onderzoek met inbegrip van de wetenschappelijke verwerking en de deponering. Van Mechelen wil hiervoor duidelijke kwaliteitsnormen uitwerken. De beleidsbrief vermeldt echter niets over de manier waarop het onderzoek gefinancierd moet worden.
Naast het nieuwe decreet besteedt de beleidsbrief van Van Mechelen hoofdzakelijk aandacht aan het vergroten van het draagvlak voor onroerend erfgoed, het traditionele stokpaardje van de minister. "In functie van een geïntegreerde benadering en een voldoende groot maatschappelijk draagvlak hebben alle geledingen van onze gemeenschap een rol te vervullen," stelt de minister. "Waar mogelijk ga ik dan ook partnerschappen aan met andere overheden, met het maatschappelijk middenveld en met particulieren, steeds gericht op een actieve betrokkenheid. In 2008 worden nieuwe impulsen gegeven voor de intergemeentelijke samenwerking, onder andere door een uitgebreide(re) werking structureel in het onroerend erfgoeddecreet in te schrijven. In afwachting daarvan blijf ik de werking van Intergemeentelijke Archeologische Diensten - en de eventuele oprichting van nieuwe diensten - actief ondersteunen. Tegelijkertijd wordt onderzocht op welke manier Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddiensten tot stand kunnen komen."
In afwachting dat de onderzoeksbalans voor het onroerend erfgoed, waarvan een eerste versie in 2008 wordt verwacht, blijft de minister voorzichtig met het opzetten van nieuwe (model)projecten. Wel steunt hij een project van de gemeente Zonnebeke om alle onroerend erfgoed via een GIS-toepassing in kaart te brengen. Deze (archeologische) potentiekaart zal naderhand gebruikt kunnen worden in functie van de ruimtelijke planning en ordening, bijvoorbeeld om slagvelden te vrijwaren door ondoordachte ingrepen te verhinderen. In functie van de opmaak van archeologische potentiekaarten wordt ook de uitwerking van een kaart rond de mogelijke aanwezigheid van prehistorische jager-verzamelaarssites in de Kempen voortgezet. Op basis daarvan wordt gestart met de opmaak van (deel)kaarten voor nieuwe testgebieden en periodes. Daarnaast zal ook het onderzoek voortgezet worden naar de relatie tussen de spreiding van oppervlaktemateriaal en erosie- en sedimentatieprocessen. Als eerste resultaat zal een archeologische evaluatiekaart voor het gebied van het Romeinse aquaduct in Tongeren (foto) ter beschikking worden gesteld.
Van Mechelen blijft ook inzetten op de actualisatie en ontsluiting van de gegevens voor de verschillende inventarissen (bouwkundig erfgoed, landschapsatlas, CAI,...). Aan de hand van een testcase in Dendermonde voor de inventarisatie van archeologisch complexe gebieden in stedelijke context, zullen in 2008 richtlijnen voor dit soort inventarisatie worden uitgewerkt. Aan Monumentenwacht Vlaanderen wordt de opdracht gegeven om de haalbaarheid van de oprichting van een specifiek team voor het archeologisch erfgoed te onderzoeken. In het kader daarvan zal ook een globaal onderzoek gebeuren naar de conservatie van aarden monumenten.
Een thematisch-typologische benadering blijft het uitgangspunt van het beschermingsbeleid van Van Mechelen. Concreet zal ook in 2008 de beschermingsprocedure voor een 250-tal objecten zal worden ingezet. Thema's die bijvoorbeeld aan bod zullen komen zijn moderne en hedendaagse architectuur, luchtvaartpatrimonium en het hoperfgoed. Tegelijk denkt de minister aan een nieuw, ruimtelijk georiënteerd beschermingsinstrument dat complementair is aan de 'klassieke' bescherming. Het gekende archeologische erfgoed blijft door zijn verborgen karakter echter moeilijk te kwalificeren. "Slechts een evaluatie op het terrein maakt het mogelijk dit onroerend erfgoed te toetsen aan de ontwikkelde beschermingscriteria. Met het oog op het realiseren van meer beschermingen van archeologisch erfgoed vanaf 2008, start ik met een jaarlijks archeologisch evaluatieprogramma, waarbij potentieel beschermenswaardige archeologische sites nader onderzocht worden op het terrein."
Van Mechelen laat in zijn beleidsbrief ten slotte nog enkele ballonnetjes op over mogelijke verbeteringen in de erfgoedsector. "Een recente doorlichting bevestigde het aanvoelen dat al bestond over de werking van de gewestelijke partnerverenigingen in het Erfgoedhuis Den Wolsack. Onder andere omwille van historisch gegroeide situaties, is de wisselwerking tussen de betrokken partners niet optimaal en is er nood aan bijkomende synergie. Vooral de werking van Erfgoed Vlaanderen wordt problematisch ingeschat. Omdat de werking in het verleden te veel werd toegespitst op communicatie en publiekswerking, kwam de kernopdracht, het beheer van probleemmonumenten, te veel op de achtergrond." Ook wil Van Mechelen bekijken op welke manier er een betere wisselwerking tussen de Open Monumentendag en de Erfgoeddag kan ontstaan, om zo tegemoet te komen aan de signalen die hij vanuit het werkveld kreeg.
Meer info: download de volledige beleidsbrief (pdf)
Foto's: aquaduct Tongeren (Elke Wesemael - Erf-goed.be) - Kasteel Cleydael in Aartselaar (Tijl Vereenooghe - Erf-goed.be)
door Tijl om 23:44 | Beleid | Reacties (8)
24 november 2007
FVA houdt Open Algemene Vergadering op 16 december
De laatste maanden leek het wat windstil rond het Forum Vlaamse Archeologie (FVA), maar intussen werd achter de schermen gepuzzeld aan de interne structuur en de werking. Dit alles wordt op zondag 16 december voorgesteld tijdens een Open Algemene Vergadering in het Museum voor Natuurwetenschappen in Brussel. Op het programma staat ook een lezing over het archeologisch onderzoek in Snellegem en een bezoek aan de vernieuwde Galerij van de Dinosauriërs.
De voorbije maanden heeft het FVA geïnvesteerd in de interne werking van de vereniging. Die werking is opgebouwd rond diverse acties. Sommige daarvan keren elk jaar terug (Archeologisch Forum), andere acties lopen permanent (oproep openbare onderzoeken, draagvlakverbreding,...), nog andere zijn eenmalig, maar vergen de nodige opvolging achteraf (Meirberg). Het FVA wil de komende periode aandacht besteden aan het verbreden van het (politieke en maatschappelijke) draagvlak voor archeologie, aan de hand van concrete casussen en presentaties. Daarnaast blijft de platformfunctie van het FVA een centrale doelstelling, met als concrete jaarlijks weerkerende actie het Archeologisch Forum. Het FVA blijft tot slot aandacht hebben voor concrete dossiers.
Het FVA organiseert op zondag 16 december om 14 uur een lezing, met aansluitend de Algemene Vergadering van de vzw FVA. Deze vindt plaats in het Museum voor Natuurwetenschappen in Brussel.
Programma
- Lezing Dries Tys (VUB): Internationale speurtocht naar een vroegmiddeleeuws kroondomein in Snellegem
Professor Dries Tys stelt de resultaten van de geofysische exploratie van de ondergrond
te Snellegem (West-Vlaanderen) voor, een interdisciplinair samenwerkingsproject van de
Vrije Universiteit Brussel, Harvard University en de Goethe Universität te Frankfurt.
- Open Algemene Vergadering vzw FVA
Aansluitend op de lezing vindt de Algemene Vergadering van de vereniging plaats. De werking 2007 van de vereniging zal bij die gelegenheid aan alle leden worden toegelicht. De voorbije maanden heeft het FVA gewerkt aan een concreet beleidsplan voor de komende periode en aan een nieuwe interne structuur van de vereniging. Je kunt de nieuwe structuur en werking van de vereniging nu al raadplegen op de FVA-website, waarbij men rekent op ieders inbreng en medewerking. Aan de stemgerechtigde effectieve leden zullen ook enkele statuutwijzigingen worden voorgelegd, alsook de goedkeuring van de begroting voor het werkjaar 2008.
- Bezoek aan de Galerij van de Dinosauriërs
Het FVA biedt jou en je gezin de mogelijkheid de vernieuwde Galerij van de Dinosauriërs van het museum te bezoeken aan een sterk gereduceerd tarief van 3 euro per persoon. Dit maakt deze namiddag meteen ook combineerbaar voor het gehele gezin.
Meer info: www.f-v-a.be
door Tijl om 23:50 | Beleid | Reacties (0)
23 november 2007
Beschermingsvoorstel voor het hoperfgoed in Poperinge en het Pajottenland
De Vlaamse Regering werkt aan een beschermingsvoorstel voor het hoperfgoed. Vlaams Minister Dirk Van Mechelen heeft concrete plannen om in de loop van 2008 het hoperfgoed te beschermen in het Pajottenland en de Westhoek. Dat heeft hij geantwoord op een parlementaire vraag van Vlaams Volksvertegenwoordiger Mark Demesmaeker (N-VA). Onder andere de Monumentenstrijd bracht het hoperfgoed de laatste tijd opnieuw onder de aandacht.
De minister streeft naar een integrale benadering voor de bescherming van het erfgoed, en dus ook van het hoperfgoed. Concreet betekent dit dat de minister zich niet louter op de hopvelden zelf wil focussen, maar alles in zijn totaliteit wil bekijken, met andere woorden de overgebleven hopasten of hophoeves in combinatie met de velden.
In Vlaanderen zijn er bij uitstek twee belangrijke hopgebieden: de streek rond Poperinge en de streek Aalst-Asse-Affligem-Opwijk. Onder andere onder impuls van hun deelname aan de Monumentenstrijd heeft de vereniging de Keteniers het hoperfgoed (opnieuw) onder de aandacht gebracht. Recent werd op initiatief van de gemeente Asse bijvoorbeeld opnieuw een hopveld aangelegd. Ook de gemeente Affligem heeft plannen in die zin.
Naar aanleiding van Monumentenstrijd heeft Vlaams Minister Van Mechelen het engagement genomen om op basis van de inventaris die de Keteniers hebben opgesteld een globale evaluatie te maken van het hoperfgoed in functie van een eventuele bescherming. Ook de recente beschermingsaanvraag van de stad Poperinge van 6 hopasten, -loodsen en -schuren zal mee worden geëvalueerd. Dit thematisch-typologisch pakket rond hoperfgoed zal in 2008 leiden tot een aantal concrete beschermingsvoorstellen.
Naast bescherming is ook gepast beheer essentieel om deze traditionele teelten in stand te houden. Binnen hun werking besteden de Regionale Landschappen heel vaak bijzondere aandacht aan streekeigen planten of teelten. Naar analogie met het herstel van hoogstamboomgaarden door de landschapsteams van de Regionale Landschappen zijn dergelijke initiatieven mogelijk wanneer de hopvelden gelegen zijn binnen het werkingsgebied van een regionaal landschap en de ondersteuning van deze teelten de te behouden traditionele landschappen ten goede komt.
In de loop van 2008 zal op basis van een grondige evaluatie een thematisch-typologisch beschermingsvoorstel voor het hoperfgoed worden voorgelegd aan het Vlaams Parlement.
Aansluitend artikel: Van Mechelen legt prioriteiten beschermingsbeleid vast (16 april 2007)
door Tijl om 15:46 | Beleid | Reacties (0)
