
Home
Kalender
Forum
Contact
Links
16 maart 2008
Rupelstreek werkt samen rond klei- en baksteennijverheid
De vijf gemeenten uit de Rupelstreek willen de ontwikkeling en ontsluiting van de Rupelstreek als centrum van de klei- en baksteennijverheid verder uitbouwen. Op een plechtigheid in Niel hernieuwden ze vrijdag hun samenwerkingsakkoord hierrond. Ook werd een inventaris van de bestaande relicten van de steenbakkerijnijverheid voorgesteld, en werd een stand van zaken gegeven van de activiteiten binnen 'Colibri', een registratieproject voor het roerend erfgoed uit de streek.
De provincie Antwerpen, de gemeenten Boom, Rumst, Niel, Schelle en Hemiksem, de vzw's Steenbakkerijmuseum van de Rupelstreek ('t Geleeg), Rupelklei en Emabb ondertekenden op 4 december 2002 een intentieverklaring tot samenwerking in verband met de ontwikkeling en ontsluiting van de Rupelstreek als centrum van de klei- en baksteennijverheid. De provincie Antwerpen speelde hierin een coördinerende rol en stelde jaarlijks een bedrag van 75.000 euro ter beschikking voor projecten die het imago en de marketing van de regio ten goede kwamen. De samenwerkingsovereenkomst loopt telkens voor drie jaar en was nu dus voor de tweede keer aan vernieuwing toe.
De partners zijn zich bewust van het uniek karakter van de Rupelstreek als centrum van de klei- en baksteennijverheid en van de potentie voor een economisch-educatief project. Een professionele en bedrijfsmatige aanpak en een intensieve, complementaire samenwerking zijn nodig voor de ontwikkeling en ontsluiting van de Rupelstreek als klei- en baksteenregio. Daarom streeft het samenwerkingsverband naar gezamenlijke projecten op het vlak van toerisme, erfgoed, cultuur en economie. Over de noodzaak van samenwerking bestaat sinds enkele jaren een grote consensus over alle partij- en gemeentegrenzen heen.
Een inventarisproject van de nog overblijvende relicten van de steenbakkerijnijverheid in de Rupelstreek werd alvast succesvol afgerond binnen het samenwerkingsverband. In dit project onderzocht Vic Van Dijck de traditionele steenbakkerijgemeenten op actuele bedrijven, onroerend en deels roerend erfgoed en de relicten met betrekking tot het fabriceren van bakstenen, dakpannen, vorsten, vloertegels en bloempotten. Op deze manier werd een aanzienlijke lijst samengesteld van zowel de duidelijke, maar evenzeer van de minder opvallende sporen uit het baksteenverleden. In totaal werden er 95 herkenbare en nog bestaande relicten opgetekend, waarvan 13 te Hemiksem, 22 in Niel; Boom heeft er 39 en Rumst 20 en Schelle bezit er één.
In april 2007 ging ook het project 'Colibri' van start (Collectie-Inventarisatie en Beheer Rupelstreek Industrieel erfgoed), dat focust op de registratie van het roerend erfgoed van de Rupelstreek. In totaal zijn er met de hulp van vrijwilligers al 300 collecties in kaart gebracht, bestaande uit ongeveer 5000 voorwerpen, 6000 meter archief en duizenden documentatie-items (foto's, prentkaarten, doodsprentjes...). Projectcoördinator Patrick Van den Nieuwenhof licht toe: "De Rupelstreek is een streek met een bijzonder rijk verleden waarvan het erfgoed een belangrijke getuige is. Dit verloren laten gaan zou bijzonder jammer zijn. De Rupelstreek wil zich in de toekomst verder ontplooien als een ware erfgoedgemeenschap en streeft daarbij naar het sluiten van een erfgoedconvenant met de Vlaamse Gemeenschap."
door Tijl om 11:53 | Erfgoed | Reacties (0)
10 maart 2008
Brussel beschermt opmerkelijk handelserfgoed
De Brusselse regering gaat twee oude tavernes beschermen: 'L'Espérance' in het centrum en 'Au Vieux Spijtigen Duivel' in Ukkel. De beslissing is een eerste stap in de bescherming van opmerkelijk Brussels handelserfgoed. "Handelszaken maken integraal deel uit van ons erfgoed," stelt staatssecretaris Emir Kir. "Eigenlijk vormen ze zelfs een erfgoedsoort op zich, minder erkend dan woningen, kerken of paleizen. Ze zijn nochtans beladen met geschiedenis en brengen mensen samen."
Het gebouw aan de Finisterraestraat waarin taverne L'Espérance (foto rechtsboven) is gevestigd, werd opgericht in 1874. Het is een vergeelde getuige van de architecturale evolutie die de Brusselse wijk in het begin van de 20ste eeuw onderging. De gemengde bouwstijl en het classicistisch geïnspireerde decor doen denken aan de gebouwen die na de overwelving van de Zenne langs de boulevards werden opgericht. Het gebouw werd pas in 1930 een taverne. In dat jaar nam architect en decorateur Léon Govaerts ook de gelijkvloerse verdieping onder handen. De verbouwingen zorgden voor een authentieke art-decostijl. De sobere inrichting en het nog grotendeels oorspronkelijke meubilair zijn representatief voor de handelsarchitectuur uit het interbellum.
Au vieux Spijtigen Duivel werd gebouwd in 1741 als herberg en afspanning voor de koetsen die van het centrum van Brussel naar Calevoet reden. Onder meer schrijvers-dichters Charles Baudelaire en Victor Hugo, en volgens legendes ook keizer Karel, zouden er nog hun dorst hebben gelest. Typisch is het uithangbord met de grinnikende duivel.
Staatssecretaris Emir Kir (PS) heeft de dienst Monumenten en Landschappen van het Brussels Gewest gevraagd een hele resem opmerkelijke Brusselse handelszaken dit jaar nog gedeeltelijk of volledig te beschermen. Onder meer een oude apotheek aan de Botanique, een voormalige hemdenmakerij in de Koningstraat, een beenhouwerij in Sint-Gillis, Het Spinnekopke (staminee Bloemenhofplein), Archiduc (cocktailbar in art-decostijl in de Dansaertstraat) en het oude café Cirio (Beursstraat) zullen dit jaar nog aanspraak kunnen maken op de titel van beschermd erfgoed. De Brusselse regering beschermde in het verleden al een heel aantal cafés en herbergen, onder meer Het Goudblommeke van Papier (foto rechts), de Falstaff, Greenwich en Mort Subite.
"Handelszaken maken integraal deel uit van ons erfgoed," stelt Kir. "Eigenlijk vormen ze zelfs een erfgoedsoort op zich, minder erkend dan woningen, kerken of paleizen. Ze zijn nochtans beladen met geschiedenis en brengen mensen samen. Handelszaken zijn kwetsbaar patrimonium. Daarom hebben ze recht op een bijzondere plaats in het beschermde bouwkundige erfgoed van ons gewest."
Foto's: Erf-goed.be
door Tijl om 18:31 | Erfgoed | Reacties (0)
7 maart 2008
GO! geeft nog 1 beurs weg voor erfgoedcursus
Het gemeenschapsonderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, kortweg GO!, beschikt nog over één beurs ter waarde van 1000 euro om uit te delen aan een Vlaamse leerkracht die naar de europese erfgoedcursus van 24 april tot 1 mei in Alden Biesen wil komen voor een residentiële nascholing rond erfgoededucatie. De bijdrage van de school wordt door deze beurs beperkt tot 100 euro. Wie interesse heeft, neemt zo snel mogelijk contact op met Veerle De Troyer
door Jan om 15:37 | Erfgoed | Reacties (0)
6 maart 2008
Drie nieuwe beschermde gebouwen in Hasselt?
De Vlaamse overheid wil drie historische gebouwen in Hasselt beschermen. Dat meldt de VRT-nieuwsdienst vandaag. Het gaat om het gebouw van het voormalige Sint-Jozefscollege, het oude Moederhuis en het Clarissenklooster (foto). Vooral het Sint-Jozefscollege is een belangrijk monument. Volgens de Vlaamse overheid behoort het tot de top van de neoromaanse gebouwen in Vlaanderen.
De gebouwen liggen allemaal langs de Groene Boulevard. Burgemeester Herman Reynders (SP.A) is blij dat de beschermingsprocedure is opgestart. "Het gaat om drie uitzichtbepalende gebouwen," vindt Reynders. "Ik denk dat het Sint-Jozefscollege niet gauw van bestemming zal veranderen. Maar je herinnert je nog de discussie rond het Clarissenklooster, dat sommigen deels wilden afbreken."
"Met een bescherming zal het niet langer mogelijk zijn om deze gebouwen af te breken", hoopt de burgemeester van Hasselt. Vlaams minister van Ruimtelijke Ordening Dirk Van Mechelen (Open VLD) moet binnen het jaar een definitieve beslissing nemen.
Foto: © Lutje Bex - HasseltLokaal
Bron: deredactie.be
door Tijl om 12:20 | Erfgoed | Reacties (0)
3 maart 2008
Hotel Astoria in Brussel wordt grondig gerestaureerd
Hotel Astoria in de Koningsstraat in Brussel, een van de oudste en bekendste hotels van onze hoofdstad, krijgt binnenkort een ingrijpende facelift. Hotel Astoria, een schitterend paleis uit de Belle Epoque, opende de deuren in 1910 voor de Wereldtentoonstelling, maar staat sinds eind vorig jaar leeg. De werkzaamheden zouden twee à drie jaar in beslag nemen en dertig miljoen euro kosten.
Hotel Astoria, een weelderig geheel in Beaux-Arts-stijl, werd ontworpen door architect Van Dievoet en is gebouwd rond een centrale lichtschacht. In de talrijke praalplaatsen (toegangshal, eretrap, salons, schouwburgzaal, Pullman bar of eetzaal) bevindt zich nog een aanzienlijk deel van de decoratie en het meubilair van weleer (Venetiaanse luchters, spiegels, vergulde versieringen, zuilenreeksen, smeedwerk). Het hotel werd in 1996 al een keer gerestaureerd. In 2000 werd het hotel beschermd als monument. Het hotel, waar beroemdheden als Sir Winston Churchill, president Dwight Eisenhower en kunstschilder Salvador Dalí verbleven, staat sedert november 2007 leeg.
Het architectenbureau MA² zal de restauratiewerken uitvoeren. MA² heeft reeds enkele Brusselse projecten op zijn naam staan, waaronder de bibliotheek van Solvay, de kerk van Laken en het Beursgebouw. De beschermde delen van het hotel, de gelijkvloerse verdieping en de gevel, worden grondig gerestaureerd. De vijf overige verdiepingen worden gerenoveerd. Op die manier zal het hotel opnieuw aan alle eisen van een luxehotel en de strenge veiligheidsnormen voldoen. Het hotel wordt ook uitgebreid, vertelde projectleider Johan Bellaert aan tvbrussel. "Er komt een uitbreiding. We gaan de capaciteit van het hotel naar 140 kamers optrekken. Dat wil zeggen dat we moeten uitbreiden, zowel in de hoogte, in de breedte en in de diepte. Maar dat hangt af van de bouwvergunningen die we gaan krijgen."
Meer info: je kunt een filmpje over de restauratie van Hotel Astoria bekijken op brusselnieuws.be
Foto: Erf-goed.be
door Tijl om 23:33 | Erfgoed | Reacties (0)
40.000 euro voor restauratie en onderhoud van klein erfgoed in Antwerpen
De provincie Antwerpen zal jaarlijks 40.000 euro voorzien voor de restauratie en het onderhoud van klein erfgoed dat karakter geeft aan dorpen en gemeenten. Met deze nieuwe subsidieregeling wil het provinciebestuur projecten betoelagen die dit erfgoed blijvend een plaats geven binnen het maatschappelijke leven en het dorpsbeeld, en vermijden dat niet-beschermde gebouwen hun waardevol karakter verliezen.
Het provinciebestuur Antwerpen ondersteunt op aanzienlijke wijze de restauratie van het beschermde erfgoed van onze provincie dankzij haar aandeel in de restauratiepremie voor beschermde monumenten. De restauratie of het onderhoud van het niet beschermd, waardevol erfgoed werd tot nu toe amper of niet ondersteund vanuit de overheden. Van 2001 tot 2006 trachtte het provinciebestuur de eigenaars van zulke panden te sensibiliseren met een onderhoudspremie. Honderden gebouwen werden aangepakt. Dankzij een volgehouden inzet van de vzw Monumentenwacht blijft de sensibilisering rond dit erfgoed een actueel thema. In 2006 werd dit premieproject afgesloten en het provinciebestuur wenste via een nieuw initiatief haar inzet voor het onroerend erfgoed te bestendigen.
Veel van het kleine erfgoed dat karakter geeft aan onze dorpen en gemeenten is eigendom van het gemeentebestuur, de kerkfabriek of een ander openbaar bestuur. Deze gebouwtjes, zoals bijvoorbeeld kapellen, calvaries, wegwijzers, landschappelijke of rurale elementen, historisch straatmeubilair, herdenkingstekens of -monumenten, funerair erfgoed, boswachtershuisjes, poortgebouwtjes, hekwerk, kleine beeldbepalende constructies zoals schooltjes, kleine gemeentehuizen,... hebben vaak een beperkt gebruik en worden dan ook al te snel vergeten als het gaat om onderhoud en restauratie. Met deze nieuwe subsidieregeling wil het provinciebestuur jaarlijks een aantal projecten betoelagen die door de restauratie of herstelling dit erfgoed valoriseren en blijvend een plaats geven binnen het maatschappelijke leven en het dorpsbeeld.
De in aanmerking komende openbare besturen worden via een jaarlijkse oproep gestimuleerd om projectvoorstellen in te dienen. Op basis van een aantal criteria zal een selectie worden gemaakt van een vier- à zestal projecten die ondersteuning verdienen. Hiervoor wordt in totaal een budget van 40.000 euro vrijgemaakt. De bijdrage van het provinciebestuur kan maximaal 50% van de totale projectkost bedragen.
Geïnteresseerden kunnen de richtlijnen en criteria voor projectvoorstellen vinden op www.provant.be.
door Tijl om 14:40 | Erfgoed | Reacties (0)
1 maart 2008
63 Britse militaire begraafplaatsen mogelijk beschermd
De West-Vlaamse deputatie heeft deze week positief advies gegeven voor de bescherming van 63 Britse militaire begraafplaatsen. De deputatie geeft daarmee een aanzet tot de erkenning van de oorlogsrelicten uit de Eerste Wereldoorlog in de Westhoek tot Werelderfgoed. Het advies van de West-Vlaamse deputatie gaat nu naar Vlaams minister Dirk Van Mechelen. Hij moet de bescherming uitspreken. "Zonder deze Vlaamse erkenning als monument kan er geen erkenning komen als werelderfgoed," verduidelijkte gedeputeerde Gunter Petry.
door Tijl om 22:26 | Erfgoed | Reacties (0)
27 februari 2008
Kasteel Pulhof krijgt herbestemming als 'innovatiehuis voor leefcultuur'
De provincie Antwerpen heeft besloten om het kasteel Pulhof in Wijnegem om te vormen tot een eigentijds cultureel 'bedrijvencentrum' met behoud van de uitzonderlijke leefsfeer van het kasteel. Het krijgt de nieuwe benaming 'Landgoed Pulhof. Innovatiehuis voor leefcultuur.' Het rijk-burgerlijke, residentiële karakter van het kasteel met zijn erfgoedaspect blijft centraal staan, maar er wordt ook een invulling gegeven aan de historisch minder belangrijke, functionele ruimtes.
In 2003 erfde de provincie Antwerpen het kasteel Pulhof in Wijnegem, een kasteel met bijhorende gebouwen in een park van 27 ha. Dit legaat van de familie Ackermans - Van Haaren stelde een culturele herbestemming als voorwaarde. De provincie koos voor een tweesporenbeleid en geeft het kasteel nu een herbestemming als 'innovatiehuis voor leefcultuur'.
De bezoeker zal er, zonder het strakke museumgevoel, een blik kunnen werpen op de leefcultuur uit het midden van de vorige eeuw. Alles mag aangeraakt en functioneel gebruikt worden. Binnen het landgoed komt er een werkomgeving voor bedrijven die aansluiten bij het thema 'leefcultuur'. Alle aspecten van wonen, van koken en eten, van binnenhuis- en tuindecoratie,van expressie (muziek, theater, beeldende kunst...), van communicatie (taal, literatuur), van gezondheid (wellness, milieu), van vorming...kunnen aan bod komen.
Het concept omvat het gebruik van het hele domein. Zowel het park als het poortgebouw en het kasteel worden benut. Het park kan ontsloten worden voor recreatief gebruik. Het poortgebouw krijgt een onthaal- en vergaderfunctie. In het kasteel zullen culturele activiteiten plaatsvinden en er komt een cultureel bedrijvencentrum.
De deputatie is zich bewust van de beperkingen van het domein. Zo hebben een aantal gebouwen de status van beschermd monument, is het gelegen in een natuurgebied, is het niet bereikbaar met het openbaar vervoer en is er beperkte parkeergelegenheid. Toch ziet men de mogelijkheid om, met de nodige creativiteit, aan een uitzonderlijk project vorm te geven dat aantrekkelijk is voor te rekruteren organisaties en ondernemingen binnen het ruime veld van de 'leefcultuur'. Dank zij deze specifieke themagerichte aanpak versterken de bedrijven elkaar en worden groeikansen gecreëerd.
Bron: Provincie Antwerpen
door Tijl om 18:55 | Erfgoed | Reacties (0)
21 februari 2008
Waas erfgoed in kaart gebracht
Tussen juni en december 2007 onderzocht de Erfgoedcel Waasland een zeventigtal Wase erfgoedorganisaties. In totaal werden 1076 collecties in kaart gebracht: ongeveer 217.500 voorwerpen, meer dan 11 km archief en duizenden boeken en documentatie-items. Het rapport van dit onderzoek werd gisteren in kasteel Wissekerke in Bazel voorgesteld. Naast uitgebreide informatie over de erfgoedcollecties, bevat het rapport ook 35 aanbevelingen voor het regionaal erfgoedbeleid.
In het Waasland zijn er meer dan 120 erfgoedorganisaties actief. Reeds bij de start van de Erfgoedcel Waasland was duidelijk dat de nood aan ondersteuning groot was. Vooral voor het uitvoeren van de basistaken: het bijhouden en verzamelen van het cultureel erfgoed, de studie van het cultureel erfgoed en de ontsluiting van het cultureel erfgoed naar het publiek rekenden erfgoedorganisaties op inhoudelijke en financiële hulp van de Erfgoedcel Waasland. De Erfgoedcel Waasland gaf aan onderzoekers Iris Steen en Patrick Van den Nieuwenhof de opdracht om de collecties roerend erfgoed in het Waasland in kaart te brengen om verschillende redenen:
* om een eerlijke keuze te maken uit de duizenden objecten die nog moeten geïnventariseerd worden en het vele beeld- en ander materiaal dat om digitalisering vraagt,
* om de aanwezige collecties in een groter geheel te kunnen plaatsten (welke zijn de verbanden tussen de verschillende collecties en waar overlappen ze) en
* om nood aan depotruimte in een goed perspectief te zien.
De resultaten van het onderzoek zijn een handig hulpmiddel voor het toekomstig beleid van de Erfgoedcel Waasland en haar partners. Het helpt om gefundeerde keuzes te maken wat betreft inventarisatie, collectiemobiliteit, selectie- en afstotingsbeleid, behoud en beheer en depotruimte. Een primeur voor Vlaanderen is dat het onderzoek gebeurde op deelcollectieniveau. Een deelcollectie is een groep voorwerpen, documenten of archiefstukken die een samenhang vertoont. Dat kan omdat ze dezelfde functie hebben (bijvoorbeeld landbouwwerktuigen), uit een zelfde materiaal bestaan (bijvoorbeeld zilverwerk) of over hetzelfde onderwerp gaan (bijvoorbeeld de Eerste Wereldoorlog).
Coördinator Ode De Zutter licht toe: "Omdat we met een gedetailleerd onderzoek naar àlle erfgoedvoorwerpen, documenten, afbeeldingen, boeken en archiefstukken enz. tientallen jaren zoet zouden zijn, hebben we ervoor gekozen deelcollecties in kaart te brengen. Dit liet ons toe sneller te werken, maar toch informatie te verzamelen over de samenhang en complementariteit van collecties en zorgt voor een brede basis voor verdere meer uitgebreide projecten."

Naast uitgebreide informatie over de erfgoedcollecties, bevat het onderzoeksrapport ook 35 aanbevelingen voor het regionaal erfgoedbeleid:
1. Aanbevelingen die verband houden met het registreren en behoud en beheer van de collectie: bijvoorbeeld 'zorg voor een (digitale) ontsluiting van heemkundige tijdschriften' of 'maak in overleg met het Provinciebestuur Oost-Vlaanderen een regionaal erfgoeddepotbeleid, na grondige inventarisatie en eventuele afstoot of ruil van deelcollecties'.
2. Aanbevelingen die de uitwisseling van kennis en kunde tussen organisaties kunnen bevorderen: bijvoorbeeld 'ontwikkel een competentiepool van erfgoedzorgers in het Waasland'.
3. Aanbevelingen die de maatschappelijke rol van erfgoedorganisaties moeten versterken: bijvoorbeeld 'integreer het roerend erfgoed in het toeristisch aanbod' of 'stimuleer erfgoedorganisaties tot een meer procesgerichte en interactieve publiekswerking'.
4. Aanbevelingen die het functioneren van de organisaties moeten faciliteren: bijvoorbeeld 'structureer samenwerking van landbouwmusea in en buiten de streek' en 'begeleid vrijwilligersorganisaties bij juridische vraagstukken'.
Het wetenschappelijk onderzoek naar de deelcollecties is ondertussen afgewerkt, maar dit is zeker geen eindpunt voor de Erfgoedcel Waasland. Ode De Zutter: "De onderzoeksmethode moet nog verder verfijnd worden en de aanwezige collecties moeten meer in detail onderzocht worden. De inventarisatie van de deelcollecties in het Waasland hield veel meer in dan alleen een overzicht opstellen van de deelcollecties. Vrijwel alle aspecten van erfgoedzorg zijn mee onder de loep genomen. Het resultaat daarvan is een uitgebreid rapport met zeer veel algemene aanbevelingen. In overleg met de verschillende partners zullen we een aantal keuzes moeten maken en concrete projecten naar voren schuiven. In 2008 willen we bijvoorbeeld heel concreet werk maken van een subsidiereglement en een publicatiebeleid. Ook de geplande opleiding van registratie en nummering van kerkelijke objecten of het project Wase digitale bibliografie liggen in het verlengde van enkele van de aanbevelingen."
Lees meer: download de samenvatting van het eindrapport 'Wetenschappelijk onderzoek deelcollecties erfgoed in het Land van Waas' (pdf)
door Tijl om 23:04 | Erfgoed | Reacties (0)
20 februari 2008
Meetjeslandse molens moeten weer malen
In het Meetjesland werd deze week het project 'Malende molens' officieel voorgesteld. Elf partners engageren zich in eerste instantie om de Schelderomolen in Schelderode, de Pietendriesmolen in Knesselare en de Stenen Molen in Ertvelde weer aan het werk te zetten. De uiteindelijke bedoeling van het project 'Malende Molens' is om het toeristische potentieel van de molens in de regio in de verf te zetten.
Molens moeten malen, anders komen ze tot stilstand met hun ondergang als onvermijdelijke gevolg. Vanuit die gedachte sloegen 11 partners, onder coördinatie van het Plattelandscentrum Meetjesland, de handen in elkaar voor het PDPO II-project 'Malende Molens: operationaliseren en uitbouwen toeristisch potentieel'.
De Pietendriesmolen uit Knesselare, de Schelderomolen uit Merelbeke en de Stenen Molen uit Ertvelde stapten mee in het project en willen, als malende molens, een voorbeeld stellen voor andere molens in de regio. Na de nodige kleine herstellingswerken aan de molens zullen toeristisch-recreatieve activiteiten uitgewerkt worden rond de molens. Gaande van een educatief project 'van graan tot brood', het uitwerken van een molenroute, opstarten van een verkoopsactiviteit in de molens... willen de initiatiefnemers de molens in de kijker zetten zodat dit waardevolle erfgoed een drager wordt voor plattelandsontwikkeling.
Naast de toeristisch-recreatieve activiteiten is in het project 'malende molens' een deelluik rond tewerkstelling opgenomen. Door de inzet van personen via sociale tewerkstelling zal een kern van werknemers uit de sociale economie samengesteld worden die instaan voor de kleine herstellingswerken. Daarnaast wordt onderzocht in hoeverre een opleiding in de sector molenbouw en molenrenovatie kan aangeboden worden. Daarnaast worden verschillende opleidingen voor molenaars aangeboden die de deskundigheid in het beroep moeten vergroten.
Het project loopt nog tot juni 2009. Wil je meer informatie of denk je op een of andere manier te kunnen meewerken, neem dan gerust contact op met het Plattelandscentrum Meetjesland.
Foto: Schelderomolen (Wikipedia)
door Tijl om 23:06 | Erfgoed | Reacties (0)
17 februari 2008
Moortgat koopt beschermd hotel Vanden Meersche in Gent
Het zogeheten 'hotel Vanden Meersche 'aan de Nederpolder is verkocht aan Michel Moortgat, de grote baas van Duvel Moortgat. Het uit de 14e eeuw daterende pand is beschermd en wordt door de nieuwe eigenaar gerestaureerd. Een definitieve herbestemming voor het gebouw is er nog niet. Eromheen komen nieuwbouwappartementen. Ook het vroegere rusthuis aan de Zandberg wordt vervangen door nieuwbouw.
Geschiedenis
Tot voor kort was het hotel Vanden Meersche een rusthuis dat werd bestuurd door de zusters der kindsheid Jesu. Het hele blok is nu verkocht. De kern van dit 'hotel' was een veertiende-eeuwse herberg, De Pelikaen. In de zestiende eeuw werd het omgevormd tot een patriciërswoning, in de achttiende eeuw tot een herenhuis.
De naam van dit imposante pand dateert uit deze periode. Jean-Baptiste Ignace Vanden Meersche, heer van Berlare en Bareldonck, kocht het gebouw op de hoek van de Nederpolder en de Zandberg in 1736. Zijn erfgenamen vormden het geheel om tot een typisch 18de-eeuwse herenwoning met Lodewijk XV-gevels en een binnentuin omsloten door weelderig bepleisterde tuingevels.

De indrukwekkende trapzaal is versierd met wand- en plafondschilderingen met mythologische taferelen rond een virtuoos gesneden eikenhouten trap. In 1948-1949 werd bij de restauratie van de gevels het pleisterwerk verwijderd om het 16de-eeuwse uitzicht te herstellen. Het immense huis heeft een grote binnentuin, die is afgeschermd met een rococomuur. Bij het gebouw hoort ook een kapel waarop een klokkentorentje staat. Het centrale poortgebouw met fronton is een zeer bekend stadsgezicht.
Het hele complex is beschermd. Michel Moortgat is een groot kunstliefhebber. Duvel Moortgat sponsort muziekfestivals als Blue Note, maar ook het Smak en het Waalse Musée des Arts Contemporains in Le Grand Hornu, nabij Mons.
Toekomst
Michel Moortgat zegt dat hij nog niet weet wat hij met het gebouw zal doen. Er komen wonen, een culturele bestemming aan geven of een combinatie, zijn mogelijkheden.
"We zitten nog in een prille fase. Het gebouw wordt in elk geval gerestaureerd en in ere hersteld. Ik heb het gekocht omdat het zo'n prachtig gebouw is. Je kunt zeggen dat ik er verliefd op ben, maar ik heb de aankoop wel goed overwogen. Het klopt dat ik een kunstliefhebber ben, een culturele bestemming kan." Moortgat wordt begeleid door het bureau D&C van Impe&Partners.
Aan de rechterkant van het hotel trekt projectontwikkelaar Promovi een complex op met elf appartementen. Acht flats komen aan de kant van de Nederpolder, drie in de Ursulinestraat. Het gaat om een nieuw gebouw, die in de plaats komt van gesloopte panden. De complexen krijgen als naam De Grooten Pellicaen en De Cleenen Pellicaen. Het gaat om appartementen van 137 tot 205m2.
In de jaren vijftig breidden de zusters het gebouw uit met een nieuw pand op de hoek van Zandberg en de Ursulinestraat. Daar werd de home De Clenen Pelikaen gerealiseerd. Dat gebouw mocht van de dienst Monumentenzorg worden gesloopt omdat het geen waardevolle elementen bevat. In de plaats komt er een appartementencomplex met een kantoor en elf appartementen (foto links). De ontwerpers zijn Paul Lievevrouw en Jean-Pierre Marien van de groep Sum Project, die ook de Van Eyck Residentie in de Limburgstraat en het Kouterhof op de Kouter ontwierp.
Bron: Het Volk, 16 februari - Erf-Goed Vlaanderen
Afbeeldingen: Gianni Barbieux - Het Volk; Het Tijl Vereenooghe - Erf-Goed Vlaanderen
door Johan om 14:36 | Erfgoed | Reacties (0)
3 februari 2008
Historische manège wordt beschermd erfgoed
De gebouwen van manège 'Le Royal Etrier belge' aan het Terkamerenbos in de Brusselse gemeente Ukkel zijn beschermd door het Brusselse gewest. De gebouwen dateren van 1932 en werden opgetrokken naar een ontwerp van architect Gaston Ide. Sommige van de gebouwen zijn echter dringend aan herstelling toe. Het Brusselse gewest trekt daar nu ook geld voor uit.
Louis Solvay stond aan de wieg van de club. Hij wilde van de paardensport een populaire sport maken en had dus een grote manège nodig aan de rand van de stad. De gebouwen liggen op een paar meter van het bos. De gebouwen zijn vanaf nu beschermd door het gewest. Aan de bescherming hangen ook subsidies vast. Maar hoeveel geld de club krijgt, is nog niet bekend.
Meer info: op brusselnieuws.be kun je een filmpje bekijken over de manège
door Tijl om 23:39 | Erfgoed | Reacties (0)
31 januari 2008
Wordt Le Corbusierhuis in Antwerpen werelderfgoed?
België heeft samen met zes andere landen voorgesteld om de bouwwerken van de Zwitsers-Franse architect Le Corbusier in te schrijven op de Werelderfgoedlijst in 2009. In België staat slechts één bouwwerk van de architect, het Maison Guiette in Antwerpen, dat dateert van 1926. Alles samen omvat het dossier 22 belangrijke architecturale en stedelijke bouwwerken van Le Corbusier. In de zomer van 2009 valt de beslissing.
Frankrijk telt 14 bouwwerken, waaronder de Villa Savoye in Poissy en Notre Dame du Haut in Ronchamp. Daarnaast telt het dossier nog een aantal gebouwen die verspreid liggen over Duitsland, India, Argentinië, Japan en Zwitserland.
Het enige bouwwerk van Le Corbusier op Belgische bodem is het maison Guiette aan de Populierenlaan in Antwerpen. Het werd in 1926 gebouwd als woonhuis en atelier voor de schilder René Guiette. Modeontwerpster Ann Demeulemeester kocht het huis in 1983 en liet er een atelier naast bouwen door architect Georges Baines.
Le Corbusier werd op 6 oktober 1887 geboren in het Zwitserse La Chaux De Fonds als Charles Edouard Jeanneret-Gris. Hij overleed in 1965 door verdrinking in de Middellandse Zee.
Meer info: Fondation Le Corbusier
Bron: knack.be
door Tijl om 14:26 | Erfgoed | Reacties (0)
29 januari 2008
Tweeëntwintig Gentse stenen beschermd
Minister Dirk Van Mechelen heeft 22 'stenen' in de Gentse binnenstad voorlopig beschermd. De naam 'stenen' wijst op het feit dat stenen gebouwen in de 13de eeuw veeleer uitzonderlijk waren. Gent heeft binnen Europa een van de belangrijkste concentraties aan omvangrijke en imposante middeleeuwse stenen huizen. Zij getuigen van het toenmalige economisch belang van Gent als hoofdstad van het graafschap Vlaanderen. De definitieve bescherming zou binnen een jaar moeten volgen.
Na de dertiende eeuw, toen het belang van Gent wat taande, werden veel van de bestaande stenen omgevormd tot kleinere wooneenheden of getransformeerd tot gildenhuizen. Gelukkig bleven er ook heel wat goed bewaard. Vandaag zijn er nog ongeveer 208 stenen geïdentificeerd in de Gentse binnenstad. Toch waren maar zeven stenen beschermd: het Gerard Duivelsteen, het Stapelhuis, De Groote Sikkel, de Lintworm en Krocht, het Ryhovesteen, de Kleine Spijker en de Spiegel (foto). Andere stenen werden opgeslorpt in grotere gehelen, zoals het stadhuis. Na onderzoek bleek dat er nog 22 stenen in de binnenstad voor bescherming in aanmerking kwamen. Het basiscriterium is daarbij dat minstens de eerste bouwlaag van het pand goed bewaard is gebleven.
Gentse stenen hebben enkele specifieke karakteristieken. Ze zijn opgetrokken in Doornikse kalksteen die via de Schelde werd aangevoerd. De massieve voorgevels met kantelen en hoektorens vallen op. De stenen zijn vaak vijf bouwlagen hoog. De eerste bouwlaag, soms half ondergronds, is meestal via de straat toegankelijk.
De 22 stenen:
1. "Het Hemelrijk", Donkersteeg 2-4: middeleeuwse kelder en opgaande middeleeuwse delen (de rest van het pand is volledig gemoderniseerd en niet in de bescherming begrepen).
2. Huis Deleu, Drabstraat 12: volledig huis; de kelder is middeleeuws, de bovengrondse verdiepingen gaan terug tot de 16de eeuw.
3. Seminariehuis, Gouvernementstraat 12: volledig huis; de kelder is middeleeuws, de bovengrondse verdiepingen gaan terug tot de 18de eeuw.
4. "Rymhuis", Gouvernementstraat 20: middeleeuwse kelder (bovenbouw volledig verbouwd)
5. Huis Gouvernementstraat 34: volledig huis: de kelder is middeleeuws, de bovenbouw heeft 16de-eeuwse kern, maar 19de-eeuwse verschijningsvorm.
6. Huis "Den Inghel", Graslei 8: volledig huis; middeleeuwse kelder en 2de bouwlaag, hogere bouwlagen met sporen uit verschillende periodes. De gevel was al eerder beschermd als monument.
7. Cooremetershuis en Vrije Schippers, Graslei 11-13: middeleeuwse kelder, bovenliggende structuren verbouwd tijdens latere eeuwen (voornamelijk 18de eeuw). De gevel was al eerder beschermd als monument.
8. Huis "De Ram", Hoogpoort 8-12: middeleeuwse kelder, bovenliggende structuren verbouwd tijdens latere eeuwen.
9. Huis "De Oude Sterre", Hoogpoort 17: goed bewaarde, middeleeuwse structuur. Huis in de 18de eeuw aangepast aan de toenmalige comfortvereisten.
10. Huis "De Zonne", Hoogpoort 27: middeleeuwse kelder, bovenliggende structuren 17de- en 18de-eeuws.
11. Huis Hoogpoort 32: middeleeuwse kelder, bovenliggende structuren verbouwd tijdens latere eeuwen.
12. Huis Hoogpoort 41-49; middeleeuwse kelder, bovenliggende structuren verbouwd tijdens latere eeuwen.
13. "De Grote Arend", Hoogpoort 48: goed bewaarde, middelleeuwse structuur. Interessante 17de-en 18de-eeuwse interieurelementen.
14. Huis Hoogpoort 57: enkel middeleeuwse kelder; de rest van het pand is ingrijpend gemoderniseerd en dus niet in de bescherming begrepen.
15. Huis "De Grote Moor" of "De Witte Moor", Hoogpoort 60: middeleeuwse kelder, bovenliggende structuren zijn verbouwd tijdens latere eeuwen, in de 19de eeuw op boeiende wijze "wetenschappelijk gerestaureerd".
16. Huis Kammerstraat 10: middeleeuwse kelder en bovenliggende structuren uit 17de eeuw.
17. Huis Kammerstraat 18: verschillende middeleeuwse bouwsporen.
18. Huis Koestraat 46, inclusief Koutersteeg (voormalige brandstraat): middeleeuwse kelder en bovenliggende structuren uit latere eeuwen.
19. Borluutsteen, Korenmarkt 7-8: enkel gevels, bedaking, resterende balken, dakspant en bouwsporen in de buitenwanden.
20. Huis Damman-Nobels (inclusief deel van de omwalling van de eerste portus), Nederpolder 4: middeleeuwse structuur, in de 19de eeuw "wetenschappelijk" gerestaureerd.
21. Huis Hoogstraat 63: middeleeuwse kelder, de bovenliggende structuren zijn ingrijpend gemoderniseerd en zijn niet in de bescherming begrepen).
22. Hof van Herzele, Sint-Baafsplein: middeleeuwse structuur met aanpassingen uit de volgende eeuwen, voornamelijk 18de en 19de eeuw.
Foto: we zijn nog op zoek naar foto's van de nieuw beschermde stenen voor onze website Erf-goed.be. Bijdragen zijn welkom op vlaamserfgoed@gmail.com.
door Tijl om 12:40 | Erfgoed | Reacties (0)
22 januari 2008
Plannen voor 18de-eeuws paviljoen De Notelaer in Hingene
Zonet werd in Hingene (Bornem) het startschot gegeven voor de restauratie van het paviljoen De Notelaer en de inrichting van de omgeving. Met de ondertekening van een convenant gaan alle betrokken partijen het engagement aan om het beschermde monument en landschap, dat in een aangeduide ankerplaats ligt, in hun aloude glorie te herstellen. Hierbij wordt rekening gehouden met de behoefte om de cultuurtoeristische uitbating van het gebouw en de omgeving te optimaliseren.
Het project start met het wetenschappelijk onderzoek. In de komende negen maanden zal het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed het bouwhistorisch onderzoek, het interieuronderzoek, het materiaaltechnisch onderzoek, de proefrestauratie van de schilderingen in het Italiaanse salon, het historisch en floristisch onderzoek van de onmiddellijke omgeving, de architecturale volumestudie met opmeting, het bouwfysisch onderzoek en het onderzoek naar stabiliteit en technieken op zich nemen. Dat wetenschappelijk onderzoek zal de fysische én intrinsieke draagkracht van het gebouw en zijn omgeving bestuderen om zo tot een geschikt herbestemmingproject te komen. Het past in het kader van de opdracht van Vlaams minister Dirk Van Mechelen om modelprojecten uit te werken waarvan de resultaten ook andere projecten ten goede kunnen komen. De onderzoeksresultaten worden in november 2008 tijdens een studiedag bekendgemaakt.
Parallel met het wetenschappelijk onderzoek start Toerisme Vlaanderen een voortraject waarbij door middel van overleg met de toeristische partners op zoek gegaan wordt naar een toeristische ontsluiting van het paviljoen en zijn omgeving, afgestemd op hun erfgoeddraagkracht. Dat moet dan resulteren in een definitief programma van eisen voor de cultuurtoeristische onthaalfunctie.Na de onderzoeksfase start de uitwerking van het ontwerp en de opmaak van het restauratiedossier, waarna de restauratie- en omgevingswerkzaamheden worden aangevat.
Het neoclassicistische paviljoen De Notelaer dankt zijn naam aan de notenbomen die tot de Eerste Wereldoorlog de karakteristieke begroeiing van de Scheldedijk uitmaakten. Op het einde van de 18de eeuw werd deze belvedère gebouwd in opdracht van Wolfgang-Guillaume (1750-1804), de derde hertog d'Ursel, naar een ontwerp van de Franse architect Charles De Wailly. Het paviljoen was bestemd als schuil- of rustplaats tijdens wandelingen en vormde later ook het kader voor adellijke diners. Door zijn ligging, te midden van het jachtgebied van de hertog, was De Notelaer ook een geschikte uitvalsbasis voor de jacht in de buitendijkse schorren.
In de 20ste eeuw raakte het paviljoen in onbruik en werd het onder meer geteisterd door de overstroming van 1953. De aankoop in 1964 door de familie Camu redde De Notelaer van verder verval: het exterieur werd gerestaureerd en in 1968 werd het paviljoen wettelijk beschermd. Beeldhouwer Vic Gentils, de volgende bewoner, verrijkte het domein met het smeedijzeren toegangshek. Na de aankoop in 1983 door de Vlaamse Gemeenschap, die nieuw herstellingswerk uitvoerde, kreeg het paviljoen uiteindelijk zijn nieuwe functie als Toeristisch Recreatief Onthaalcentrum van de Schelde. Sinds 1999 is het gebouw in erfpacht gegeven aan Erfgoed Vlaanderen. De toeristische en inhoudelijke uitbouw wordt verzorgd door de in 1984 opgerichte vzw De Notelaer.
Foto's: Carolien Coenen - Peter Perdaen (Erf-goed.be)
Externe link: Erfgoed Vlaanderen
door Tijl om 18:25 | Erfgoed | Reacties (0)
17 januari 2008
Actiegroep protesteert tegen afbraak Schippershuis Leffinge
In Leffinge, een deelgemeente van Middelkerke, doet de sluiting en de nakende afbraak van de 19de-eeuwse herberg Het Schippershuis veel stof opwaaien. De afbraak is al vergund door het schepencollege, maar er lopen verschillende initiatieven om het historische pand te vrijwaren. Een plaatselijke actiegroep organiseert zaterdag een protestactie tegen de sloop. "Leffinge verliest niet alleen zijn bekende bruine kroeg, maar ook een belangrijk stuk bouwkundig erfgoed," klinkt het.
Het Schippershuis aan de Vaartdijk Noord is al weken in de belangstelling. Het gebouw is verkocht en zou worden afgebroken voor de bouw van appartementen.
Vandaag werd Het Schippershuis leeggehaald op vraag van de bouwpromotor. "Het gaat wellicht volgende week al tegen de vlakte omdat de eigenaar de gemeenteraad van 13 februari die de zaak zal bespreken, wil voor zijn," zei CD&V-voorzitter Wim Desender aan de regionale zender Focus-WTV. Vorige week diende de plaatselijke CD&V-afdeling nog een aanvraag tot bescherming van het gebouw in. "Het huis is één van de weinige restanten uit de 19de eeuw. Het pand is opgenomen in de inventaris bouwkundig erfgoed van het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed en heeft wel degelijk toekomst. Het is een voormalig gemeentehuis, als café een sterk sociaal bindmiddel en kan als toeristisch onthaalpunt ingericht worden. Het kan een tegenganger vormen voor Villa Les Zéphyrs en de Oude Post," aldus CD&V.
De Actiegroep Leffinge lanceerde eerder al een petitie om de afbraak te verhinderen. Nu blijkt dat de bouwpromotor volgende week al zou starten met de sloop, organiseert de actiegroep zaterdag een protestactie aan het Schippershuis. "Dit uniek stuk Leffings dorpsleven mag niet verdwijnen ten koste van plat geldgewin," stelt de actiegroep. Vandaag zegden ook al twee schepenen van het Progressief Kartel hun steun toe aan de initiatieven, en lieten zo blijken dat ze het niet eens zijn met de Open VLD-coalitiepartner.
Update 21/01/08: Schippershuis gesloopt
Ondanks de protestactie werd het Schippershuis vandaag gesloopt.
Paul Vandecasteele bezorgde ons enkele foto's van de afbraak:


door Tijl om 22:37 | Erfgoed | Reacties (21)
14 januari 2008
Restauratieproject stroopfabriek Borgloon krijgt vorm
De architecten voor de restauratie van de stoomstroopfabriek in Borgloon zijn aangesteld. Hun visie is om van de hele industriële site rond de fabriek op het Stationsplein een dynamische ontmoetingsplaats te maken voor de lokale bevolking en toeristen. De stroopfabriek won vorig jaar de Monumentenstrijd, en dat leverde de stad Borgloon 500.000 euro op om de fabriek opnieuw in zijn oude glorie te herstellen.
Architect Herman Van Meer en zijn collega Wilfried De Wijngaerd uit Hasselt nemen de restauratie voor hun rekening. "Het restauratiedossier dat wij hebben ingediend aan de stad wil van het verlaten en doodse Stationsplein opnieuw een dynamische ontmoetingsplaats maken," zegt Herman Van Meer, die ook de abdij van Herkenrode restaureert, vandaag in het Nieuwsblad. "Het moet opnieuw de verbinding worden met Borgloon als oude stad. We willen er een dynamiek creëren waar de lokale bevolking en toeristen elkaar ontmoeten. De fabriek kan je volgens ons niet los zien van de hele lokatie. Ze heeft heel wat economische activiteit opgeleverd in Haspengouw tijdens het begin van de vorige eeuw. Dat willen we aan de huidige generatie ook laten zien, maar dat gaat niet zonder extra toeristische verblijfplaatsen en zelfs een jeugdherberg. De site moet volgens ons een impuls geven aan Borgloon en heel Haspengouw."
"Het spreekt voor zich dat zo'n complex dossier niet van vandaag op morgen afgerond is. Zoiets moet in fases gebeuren en we gaan volgende weken met het stadsbestuur een eerste keer aan tafel zitten voor overleg hoe we het precies gaan aanpakken." Als eerste wordt dit jaar alvast de kenmerkende schoorsteen van de fabriek hersteld. Die is vorig jaar tijdens een storm een metertje kleiner geworden. Op de site aan het Stationsplein wordt ook het fruitstreekmuseum ondergebracht. Er zal ook een fruitmarkt zijn waar mensen vers fruit kunnen kopen en er komt een polyvalente zaal. In samenspraak met de gebroeders Bleus die nu al op ambachtelijke wijze stroop stoken, wordt nagegaan welke oude machines gerestaureerd kunnen worden.
Burgemeester Awouters van Borgloon stelde dat de twee architecten gekozen zijn omwille van hun visie op de hele site. "Van de zes geselecteerde dossiers hebben vijf kandidaten zich ingeschreven. Daarbij waren prijs, visie en expertise de belangrijkste criteria. De twee aangestelde architecten voldeden er het beste aan. In totaal zullen de kosten voor het volledige restauratiedossier minstens 6 miljoen euro bedragen, waarvan de stad maximum 2,5 miljoen betaalt. De rest verwerven we via subsidies," aldus de burgemeester.
Bron: Het Nieuwsblad - 14 januari 2008
door Tijl om 23:38 | Erfgoed | Reacties (1)
13 januari 2008
Nieuwe plannen voor Molens van Orshoven in Leuven
De vastgoedontwikkelaar Ertzberg heeft de Molens van Orshoven aan de Leuvense Vaartkom gekocht. De verkoop omvat het beschermde gebouwencomplex van de voormalige bloemmolens met bijhorende terreinen. De molens vormen het laatste restant van de 19de-eeuwse industriële ontwikkeling van de Vaartkom. De historische site behoudt haar culturele functie en er wordt nu nagedacht over de concrete invulling.
De voormalige Molens van Orshoven zijn een voorbeeld van een industriële site met maalderij, annex kuismolen en machinehal, opgetrokken in 1887 volgens de architecturale en technische opvattingen die toen heersten. Het gebouw in kwestie is niet enkel van belang omwille van zijn architecturale en industriële erfgoedwaarde, maar zeker ook omwille van zijn ingebruikname in recente jaren als kunstenwerkplaats.
Een jaar geleden kreeg Ertzberg de opdracht van de nv Molens van Orshoven om de toekomst van het gebouw en de bestendiging van haar gebruikers te onderzoeken. De gebouwen zijn immers niet aangepast aan de huidige activiteiten. In samenspraak met het culturele beleid van de Stad Leuven en de culturele werkingen werd een haalbaarheidsstudie uitgewerkt. Ook Stéphane Beel Architecten werd aangesproken om architecturaal en programmatorisch onderzoek te verrichten.
Het is alvast de intentie om voor de diverse werkingen zowel atelier-, kantoor-, vergaderruimtes als publieke ruimtes te voorzien. Op het binnenplein zou de foyer, het kloppend hart van de culturele werkingen, behouden blijven. De foyer is verbonden met een binnentheater, waar de uitgewerkte producties aan het ruimere publiek kunnen voorgesteld worden. Diverse mogelijkheden voor het verkrijgen van subsidies worden onderzocht, zowel op gemeentelijk, provinciaal als Europees niveau. Ook private sponsoring behoort tot de mogelijkheden.
De recente activiteiten op en rond de Vaartkom duiden erop dat deze industriële site volop in ontwikkeling is. Zo leunen de Molens van Orshoven tegen de voormalige graansilo's van Inbev. Ertzberg bestudeert het behoud van deze silo's, die een uniek merkpunt in de stad vormen. Dit complex project ambieert de reconversie van 54 betonnen kokers (6m diameter en 50m hoog) tot een woonontwikkeling met ondersteunende functies. Ertzberg speelt met het idee om eventueel een buitentheater aan de Molens te bouwen, wat de culturele drempel voor de Leuvenaar zou moeten verlagen. Anderzijds zou door het aanbieden van atelier- en permanente expositieruimtes aan locale kunstenaars een levend cultuur- en kunstencentrum op de site kunnen ontstaan. Het geheel zou niet alleen een grote belevingswaarde moeten creëren, maar past ook binnen de ambities van de stad Leuven om van de Vaartkom 'the place to be' te maken.
Ertzberg realiseerde in Leuven al een paar boeiende projecten, zoals het wegwerken van een stadskanker op de site van de oude mouterij in de Brouwersstraat en de renovatie van het unieke 17de-eeuwse stadshotel de "Dry Coningen" in de Goudsbloemstraat.
Foto: Koen Demarsin - Erf-goed.be
door Tijl om 23:17 | Erfgoed | Reacties (0)
Stadhuis Oudenaarde wordt stedelijk museum?
Het stadsbestuur van Oudenaarde ambieert de erkenning van het stadhuis als regionaal stedelijk museum. Op die manier wil de Adriaan Brouwerstad haar status van tweede cultuurstad van Oost-Vlaanderen bevestigen. Het zestiende-eeuwse stadhuis op de Markt is sowieso al één van de trekpleisters van Oudenaarde. De historische waarde van deze parel in Brabantse gotiek werd in 1999 nog eens onderstreept door de erkenning van het belfort als Unesco-werelderfgoed.
Het stadsbestuur heeft nu de ambitie om het stadhuis als stedelijk museum te laten erkennen. Maar die erkenning zal wel een fikse financiële inspanning kosten.
'Vooraleer de erkenning als stedelijk museum op zak te hebben, zullen eerst strenge voorwaarden moeten ingevuld worden', licht burgemeester Marnic De Meulemeester (Open VLD), bevoegd voor het toeristische beleid, toe. 'In de eerste plaats zal bijkomend stadspersoneel moeten aangeworven worden. Zo is een museumconservator nodig en moet ook personeel tijdens de openingsuren aanwezig zijn. Voorts zullen aanpassingswerken vereist zijn. Intussen is al beslist dat de toeristische dienst van het stadhuis naar de aanpalende invulbouw verhuist. Zo wordt extra ruimte in het stadhuis gecreëerd, al is het momenteel nog niet uitgemaakt welke bestemming die zal krijgen.'
Burgemeester De Meulemeester is overtuigd dat de erkenning van het stadhuis als stedelijk museum een bijkomende troef zal zijn om Oudenaarde nog uitdrukkelijker op de toeristische kaart te zetten: 'Wij kunnen uiteraard niet de pretentie hebben om onze voet naast Gent, Brugge of Antwerpen te plaatsen, maar als tweede cultuurstad van Oost-Vlaanderen heeft Oudenaarde wel een status te verdedigen. Een stadhuis als erkend museum biedt perspectieven op het vlak van promotie-acties die onder meer door Toerisme Vlaanderen ook in het buitenland worden gevoerd. Ook een nauwere samenwerking met Gent behoort dan tot de mogelijkheden.'
Gemeenteraadslid Johan Blondeel (SPA/Samen) hoopt dat het stadsbestuur woord houdt: 'Als Oudenaarde zich als cultuurstad wil profileren, moet het stadhuis inderdaad meer als troef worden uitgespeeld. Maar enkele jaren geleden al beloofde het stadsbestuur om de nodige inspanningen voor een erkenning te leveren. Vandaag zijn wij echter nog geen stap verder.'
Bron: Het Nieuwsblad 11/01/2008
Foto: erf-goed.be
door Priscilla om 20:32 | Erfgoed | Reacties (0)
7 januari 2008
Hof der Drie Koningen in Torhout definitief beschermd
Vlaams minister Dirk Van Mechelen heeft de historische hoeve Hof der Drie Koningen in Torhout, samen met de bijhorende boomgaard en haag, definitief laten beschermen. De hoeve met het karakteristieke torentje dreigde destijds gesloopt te worden ten voordele van een verkaveling. Ondanks ruim protest gaf het stadsbestuur positief advies voor de sloop. Minister Van Mechelen en zijn administratie waren echter van mening dat de hoeve behouden moest blijven.
Het Hof der Drie Koningen is beeldbepalend voor de Torhoutse wijk Driekoningen, die haar naam ontleent aan de hoeven. De meer dan honderd jaar oude boerderij - ook wel hoeve Lagrou genaamd domineert het kruispunt Aartijkestraat-Steenveldstraat-Zeeweg en is, mee dankzij het elegante torentje, bijzonder opvallend. Het was de eerste ontginningshoeve op de 'Verloren Kost' en is als dusdanig historisch bijzonder waardevol. Daarnaast beschikt het Hof der Drie Koningen over een unieke kasteelboerderijarchitectuur. De omringende, autochtone haag is stokoud en werd mede dankzij de tussenkomst van de Houtlandse Milieuvereniging enkele jaren geleden net niet gerooid. Samen met de goed onderhouden hoogstamboomgaard is deze bijzonder waardevol als groen erfgoed en als genenbank van autochtoon plantmateriaal.
Toch vroeg de eigenaar in 2005 een vergunning aan om het complex af te breken en er appartementen te bouwen. Het Torhoutse stadsbestuur zag hier geen graten in, maar de toenmalige Afdeling Monumenten en Landschappen (het huidige RO-Vlaanderen Onroerend Erfgoed) verleende een negatief advies. De eigenaars van de hoeve gingen tevergeefs in beroep, maar uiteindelijk ging Vlaams minister voor ruimtelijke ordening Dirk Van Mechelen - op advies van de Afdeling Monumenten en Landschappen - nog een stap verder door de hoeve definitief te beschermen.
Foto: Houtlandse Milieuvereniging
Brom: Het Nieuwsblad - 7 januari 2008
door Tijl om 20:08 | Erfgoed | Reacties (0)
