HomeKalenderForumContactLinks

22 februari 2008

Egyptologe Marleen De Meyer rondt onderzoek rotsgraven Dayr al-Barsha af

Vandaag verdedigde egyptologe Marleen De Meyer aan de K.U.Leuven haar doctoraat over 'Old Kingdom Rock Tombs at Dayr al-Barsha'. Het doel van De Meyers onderzoek was om door een combinatie van tekststudie en gerichte opgravingen een beeld te krijgen van de rotsgraven uit het Oude Rijk in de Egyptische site Dayr al-Barsha. Meest opvallende resultaat van dit onderzoek was de recente ontdekking van een volledig intact graf uit ongeveer 2050 voor Christus: het graf van Henu.

In 2002 werd door de K.U.Leuven een interdisciplinair onderzoeksproject opgestart in Dayr al-Barsha (Midden-Egypte), één van de begraafplaatsen van al‑Ashmunayn, de hoofdstad van de 15de Opper-Egyptische gouw. In haar doctoraat onderzocht Marleen De Meyer de rotsgraven uit het Oude Rijk (2300-2200 v.Chr.), die zich op de heuvels ten noorden en ten zuiden van de Wadi Nakhla bevinden. Op de zuidheuvel alleen al bevonden zich een honderdtal rotsgraven, inclusief een groot aantal open schachtgraven. Het merendeel van de graven op beide heuvels is ongedecoreerd, maar de schaarse inscripties die voorhanden zijn leverden belangrijke informatie over het gebruik van de necropool.

Het onderzoek van De Meyer was opgedeeld in twee delen, namelijk epigrafie en archeologie. In het epigrafisch gedeelte werden alle teksten uit de rotsgraven van het Oude Rijk gepubliceerd. De oudste gedateerde tekst uit Dayr al-Barsha is een koninklijk decreet uit de Vijfde Dynastie (regering van Neferefre) dat zich bevindt op de façade van het graf van Ia-Ib op de noordheuvel. Niet ver daarvandaan bevindt zich het graf van Ny-Ankh-Nemty, dat op basis van de bewaarde decoratie eveneens in de Vijfde Dynastie gedateerd moet worden. De overige inscripties bevinden zich op de zuidheuvel en dateren uit de Zesde Dynastie. Op basis van het epigrafische materiaal kon zodoende een chronologisch onderscheid in het gebruik van de necropool aangetoond worden. Tevens werd de titulatuur van de grafeigenaars uit Dayr al-Barsha vergeleken met die van de gelijktijdige Vijfde en Zesde Dynastie graven uit al-Shaykh Said. Deze necropool bevindt zich ongeveer 5 km ten zuiden van Dayr al-Barsha en herbergt de gouverneursgraven van de Hazegouw uit het Oude Rijk. Op basis van de verschillen en overeenkomsten in titulatuur konden belangrijke conclusies getrokken worden in verband met de sociologische differentiatie van de beide necropolen.

Een tweede groep teksten die bestudeerd werd, zijn de restauratieteksten van de gouverneur Djehutinakht, zoon van Teti. Hij leefde op het einde van de Eerste Tussenperiode (ca. 2050 v.Chr.) en liet in vijf graven in Dayr al-Barsha en vier in al-Shaykh Said een tekst aanbrengen waarin hij vermeldt dat hij de graven van zijn voorouders in ruïne vond en dat hij deze restaureerde. Dit unieke corpus van teksten heeft geleid tot inzichten in de bestuursorganisatie van de Hazegouw op het einde van de Eerste Tussenperiode, en vormde bovendien een leidraad voor het archeologische gedeelte van de studie.

Het tweede deel van de studie omvatte de resultaten van het archeologisch onderzoek op beide heuvels. De initiële focus lag op Zone 4 (noordheuvel), waar een tiental grafkamers en enkele open schachten opgegraven werden. In dit gebied komen drie verschillende types schachten voor: kleine vierkante schachten, rechthoekige schachten, en schuin aflopende schachten. Hoewel bijna alle begravingen sterk verstoord waren, kwam er toch een patroon tevoorschijn. De kleine vierkante schachten herbergen begravingen van het Oude Rijk en de Eerste Tussenperiode, en werden geregeld herbruikt. De schuin aflopende schachten werden aangelegd tijdens het hoge Middenrijk en bevatten overblijfselen van begravingen van hooggeplaatste personen. Dit is bewezen door fragmenten van een kist met sarcofaagteksten, iets wat enkel toegankelijk was voor de absolute bovenlaag van de bevolking. In de rechthoekige schachten werden deels intacte begravingen van de late Tweede Tussenperiode tot het begin van het Nieuwe Rijk gevonden. Door gerichte opgravingen bleek het dus mogelijk het typologische onderscheid in schachten te verbinden met een chronologische component.

Nadat een representatieve staal graven in Zone 4 was opgegraven, werd de focus van het onderzoek verlegd naar Zone 7, de zuidheuvel. De opgravingstrategie was hier enigszins anders, aangezien het duidelijke typologische verschil in schachten op de noordheuvel hier in veel mindere mate voorkwam. Bovendien werden deze graven minder intensief herbruikt dan die op de noordheuvel. Op de zuidheuvel werd ervoor gekozen die graven op te graven waarin zich een restauratietekst van Djehutinakht, zoon van Teti, bevindt. Het ging om vier graven, waarvan er tot op heden drie opgegraven zijn.

In het eerste graf werd een intacte begraving uit het Oude Rijk aangetroffen in één van de twee vierkante schachten. Het betrof de vrouw van de grafeigenaar, die begraven was in een grotendeels vergane houten kist en die een set funeraire offerandes had meegekregen. Het tweede graf was dat van An-Ankhy, waar zo goed als geen archeologische sporen uit het Oude Rijk of de Eerste Tussenperiode bewaard waren. Wel zijn in dit graf een aantal architecturale veranderingen te bemerken die kunnen samenhangen met een hergebruik in de Eerste Tussenperiode. Het derde graf met een restauratietekst was dat van Uky. In dit graf werd een duidelijke aanwijzing gevonden van wat de restauratiewerkzaamheden van Djehutinakht inhielden. De intact bewaarde grafkamer van Henu bevond zich in een schacht die later aan het Oude Rijksgraf was toegevoegd, en verschillende dateringscriteria lieten toe deze begraving als contemporain met de restauratietekst te beschouwen. Dit graf toonde aan hoe de epigrafische en de archeologische gegevens elkaar complementeren, en dat de restauratie van Djehutinakht erin bestond om rotsgraven uit het Oude Rijk opnieuw in gebruik te nemen voor leden van zijn familie of administratie.

Bron en foto's: Dayr al-Barsha Archaeological Project

door Tijl om 20:09 | Internationaal | Reacties (0)

21 december 2007

Eerste bewijs voor grootschalige bronsproductie in Lage Landen

Het Limburgs Museum in Venlo (Nederland) heeft gisteren een bijzondere archeologische vondst voorgesteld. Voor het eerst in Nederland - maar ook in België en het Duitse Rijnland - zijn de restanten gevonden van een smidse uit de Bronstijd. De grote hoeveelheid brons maakt duidelijk dat er ter plaatse bijlen werden geproduceerd en omgesmolten. Tot nu toe werd altijd aangenomen dat bronzen gereedschap alleen op heel kleine schaal door een soort bijklussende boeren werd gemaakt.

Het materiaal, een grote hoeveelheid bronzen gebruiksvoorwerpen en brokken brons, werd al aan het eind van de jaren zeventig ontdekt bij een ontgronding in Midden-Limburg. De vinder kon de archeologische betekenis ervan niet inschatten, en zo bleven de vondsten meer dan een kwart eeuw op een zolder liggen. Een archeoloog die de stukken onlangs onder ogen kreeg, lichtte het museum in.

Het gaat om negentig gebroken bronzen werktuigen en wapens die gereed waren om te worden omgesmolten. Maar het meest bijzonder waren de ruwe bronzen brokken. Ze blijken afkomstig te zijn van een eerdere smelting van bronsschroot en afkomstig uit een prehistorische 'hoogoven'. Dergelijke sporen van bronsbewerking ontbraken tot deze ontdekking geheel. De vondsten in Midden-Limburg veranderen in één klap het traditionele beeld dat archeologen hadden van de inheemse bronsproductie en -bewerking.

Uit de Late Bronstijd (ongeveer 1000 voor Christus) zijn vondsten van lokaal gefabriceerde bronzen werktuigen algemeen bekend. Zeer zeldzaam zijn de sporen van bronsbewerking, zoals gietproppen en een enkele gietmal. Op grond van die gegevens was tot nu toe de gedachte dat het om een zeer kleinschalige productie ging. De Midden-Lmburgse vondst verandert deze visie radicaal. De nu teruggevonden hoeveelheid omgesmolten brons en voorwerpen gereed om te worden omgesmolten, wijzen op de fabricage van tientallen werktuigen. Die moeten over een groot gebied verspreid zijn geraakt.

De komende jaren wordt de vindplaats van het brons verder onderzocht. "Mogelijk ligt er een hele vesting uit de Bronstijd," stellen de conservatoren. De exacte plek is overigens niet bekend omdat de vinder is overleden. Het museum wil de naam van de vinder en de locatie waar het brons in Midden-Limburg lag niet openbaar maken uit angst dat gelukszoekers het gebied gaan uitkammen. Eén van de onderzoeksvragen is de vraag waarom het materiaal destijds is achtergebleven. De resten van bijlen, zwaarden en lansen zijn nog tot en met 16 maart in het Limburgs Museum te zien. Daarna gaat het museum verder met onderzoek van het materiaal.

Bron: De Limburger
Foto: Limburgs Museum Venlo

door Tijl om 1:10 | Internationaal | Reacties (0)

18 december 2007

Groot archeologisch onderzoek begonnen in Nederlands-Limburg

Archeologen zijn in Itteren (Nederlands-Limburg) begonnen aan een van de grootste opgravingsprojecten ooit in Nederland. De archeologen verwachten veel belangrijke vondsten in het Maasdal, waar na hun werk op grote schaal ontgrindingen in het kader van het project Grensmaas plaatsvinden. De opgravingen zullen vijf miljoen euro kosten, betaald uit de grindopbrengsten van het Grensmaasproject.

Dat maakten onderzoekers van de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM) vandaag bekend op een persbijeenkomst in Holtum.

De opgravingen concentreren zich vooral rond Borgharen en Itteren, maar ook rond de noordelijker gelegen oude Maasgeulen. Daar verwachten de onderzoekers veel scheepsresten aan te treffen. Bij een eerste onderzoek zijn zij in Itteren gestuit op de resten van een nederzetting uit de ijzertijd van rond 500 voor Christus. Ook is in Borgharen in een graf het skelet van een Romeinse soldaat gevonden. In het graf lagen ook het zwaard en de gesp van de krijger. Op de gesp stond de naam van de man: Bobo.

De opgravingen gaan 5 miljoen euro kosten, betaald uit de grindopbrengsten van het Grensmaasproject. Daarbij wordt 55 miljoen ton grind gebaggerd ter beveiliging tegen overstromingen van de Maas. Ellen Vreenegoor van de RACM zei veel van het onderzoek te verwachten, omdat het Maasdal nog steeds een nagenoeg witte vlek op de archeologische kaart is. De archeologen verwachten resten van schepen, bruggen, steigers en visvoorzieningen uit de ijzer- en Romeinse tijd te vinden, evenals bewoningsresten, villa's en grafvelden. Het totale archeologische onderzoek duurt vijftien jaar.

Externe link: De Maaswerken
Foto: nederzettingssporen bij Borgharen (RACM)

door Tijl om 23:58 | Internationaal | Reacties (6)

14 december 2007

Monumentenwacht krijgt internationale aandacht

Volgende week vindt in Leuven en Antwerpen een eerste seminarie plaats van het internationale netwerk PRECOMOS - PReventive COnservation, Maintenance and Monitoring of Monuments and Sites. Op dinsdag worden een vijftigtal deelnemers uit de hele wereld ontvangen in Antwerpen. De aandacht gaat die dag naar de werking van Monumentenwacht, voorgesteld aan de hand van lezingen en een plaatsbezoek aan de monumentale Sint-Jacobskerk in de Lange Nieuwstraat.

Monumentenwacht is een organisatie die sedert 15 jaar in Vlaanderen eigenaars en de beheerders van waardevolle gebouwen en interieurs ondersteunt en advies verleent inzake onderhoud. Jaarlijks worden 1100 gebouwen en 200 interieurs geïnspecteerd waarbij de bewaringstoestand in kaart wordt gebracht. Sinds 1992 zijn er meer dan 5100 gebouwen in Vlaanderen vrijwillig aangesloten. De eigenaar kan met het overzichtelijk verslag met aanbevelingen voor onderhoud en herstel de nodige stappen zetten om tijdig de juiste werken uit te voeren en kan zo erger voorkomen. De werkwijze is erg effectief en kostenbesparend voor de eigenaars maar eveneens voor de overheid en de gemeenschap, die minder moet investeren in dure restauraties. Voorkomen is ook in de erfgoedzorg beter dan genezen.

Monumentenwacht is een initiatief van de Koning Boudewijnstichting en de vereniging van de vijf Vlaamse provincies. De organisatie dankt haar werking aan de steun van de vijf provincies en van de Vlaamse overheid. In Europa werden reeds meerdere monumentenwachten opgericht. Nederland was pionier in 1973 met de oprichting van Stichting Monumentenwacht Nederland. Na Vlaanderen in 1992 zijn Duitsland, Denemarken, Oostenrijk en Hongarije gevolgd met het aanbieden van deze inmiddels onmisbaar geworden dienstverlening.

Oude gebouwen vragen net als oude mensen om een meer dan gemiddelde zorg. Ouderdom komt immers ook voor monumenten met gebreken. Sommige gebreken zijn eenvoudig te constateren en door een handige eigenaar zelf te verhelpen zoals bij voorbeeld een goot die overloopt omdat een hoop bladeren de afvoer verstopt. In de meeste gevallen echter is een deskundige nodig om de diagnose te stellen en om het gebrek vakkundig te verhelpen. Net als in de gezondheidszorg geldt voor monumenten: Voorkomen is beter dan genezen. Ook in de monumentenzorg betekent genezen 'weer opgeknapt'; anders dan in de gezondheidszorg is de patiënt echter lang niet altijd 'beter' geworden. Door onderhoud planmatig en preventief uit te laten voeren kunnen gaten en dus kostbare vervolgschades voorkomen worden. Planmatig preventief onderhoud is dan ook de spil waar de monumentenzorg feitelijk om draait.

Het internationale netwerk PRECOMOS is een open organisatie met als doel onderzoeksresultaten, opleidingservaringen en 'good practices' uit te wisselen in relatie tot het behoud van het architecturale erfgoed. Het netwerk legt daarbij de nadruk op het concept preventieve conservering, de opvolging van de staat van bewaring (monitoring) en het onderhoud.

Het samenbrengen van internationale partners in een netwerk is de eerste stap in de opzet van een Unesco leerstoel. De leerstoel, waarvan de aanvraag zal worden ingediend begin april 2008, wil het netwerk onderhouden, onderzoeks- en opleidingsnoden in kaart brengen om bij te dragen aan:
- het in kaart brengen van de regelgeving die zich baseert op preventieve conservering, opvolging en onderhoud;
- het ontwikkelen van een wettelijk kader, aangepaste wetgeving en voorbeelden van toepassingen binnen de gevarieerde culturele en sociale contexten (internationaal);
- het ontwikkelen van nieuwe instrumenten en technieken om preventieve conservering als strategie te verbeteren en te faciliteren.

Gastinstelling van de Unesco leerstoel is het Raymond Lemaire International Centre for Conservation (K.U.Leuven) in samenwerking met Monumentenwacht Vlaanderen vzw.

Meer info: PRECOMOS
Foto: Sint-Jacobskerk in Antwerpen (Tim Boers - Erf-goed.be)

door Tijl om 18:39 | Internationaal | Reacties (0)

3 december 2007

Nederlandse wet op de archeologische monumentenzorg toegelicht

Naar aanleiding van de nieuwe Wet op de archeologische monumentenzorg in Nederland heeft de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM) een drietal informatieve brochures gepubliceerd. Naast een algemene brochure die de hoofdlijnen en gevolgen van de nieuwe wet bespreekt, zijn er ook twee specifiekere brochures rond 'Behoud in situ' en 'Archeologie en ruimtelijke ordening'. Je kunt de brochures gratis bestellen of downloaden op racm.nl.

Wet op de archeologische monumentenzorg
Deze brochure biedt een overzicht van de gevolgen van de Wet op de archeologische monumentenzorg. Met de inwerkingtreding van deze wijzigingswet op 1 september 2007 zijn de Monumentenwet 1988, de Ontgrondingenwet, de Wet milieubeheer en de Woningwet gewijzigd. Hiervoor is bewust gekozen. Op deze manier wordt het archeologische belang ingevlochten in de regelingen die betrekking hebben op ruimtelijke processen en de uitvoering daarvan. De brochure licht de belangrijkste thema's van de wet toe: onder andere vergunningen, vondsten en vergoedingen. Met indexen op artikel en onderwerp van de wet.
Download de brochure

Behoud in situ
Behoud ter plekke is niet alleen wenselijk op grond van de Wet op de archeologische monumentenzorg, het levert ook een uitdaging op om archeologische monumenten een zinvolle plaats te geven in onze dagelijkse leefomgeving. In technisch opzicht hoeft het niet voor problemen te zorgen, omdat er voldoende bekend is over de omstandigheden waarin archeologische monumenten duurzaam in stand blijven. Deze brochure gaat daar dieper op in.
Download de brochure

Archeologie en ruimtelijke ordening
De Monumentenwet 1988 schrijft tegenwoordig voor om al in bestemmingsplannen bedacht te zijn op in de grond aanwezige monumenten. Deze brochure beschrijft op welke wijze er in de ruimtelijke ordening rekening gehouden kan worden met die archeologische waarden. Met enkele aansprekende voorbeelden.
Download de brochure

Aansluitend artikel: Nederlandse wet op de archeologische monumentenzorg in werking (10 september 2007)

door Tijl om 15:42 | Internationaal | Reacties (0)

27 november 2007

Mogelijkheden van erfgoed voor regionale ontwikkeling in kaart gebracht

Cultureel erfgoed kost, maar brengt ook op. Met deze stelling in het achterhoofd onderzochten Europese ervaringsdeskundigen, technici en beleidsmakers de afgelopen drie jaar de kansen die de herwaardering van cultureel erfgoed kan bieden voor de versterking van de eigenheid en het karakter van een streek of lokale gemeenschap. Het eindrapport van het project CULTURED werd vandaag voorgesteld in Gent.

De aandacht voor ons materieel erfgoed neemt toe. Overal in Europa worden gebouwen, sites en constructies als waardevol en betekenisvol gezien. Talloze projecten van herwaardering van erfgoed kosten in een beginfase veel geld maar na verloop van tijd gaan deze renderen en leveren ze een belangrijke maatschappelijke en economische toegevoegde waarde.

In het kader van het Europese kennisuitwisselingsproject 'Cultureel erfgoed en regionale ontwikkeling' (CULTURED) gingen ervaringsdeskundigen, technici en beleidsmakers gedurende drie jaar op zoek naar kansen die erfgoed kan bieden voor de versterking van de eigenheid en het karakter van een streek en/of lokale gemeenschap. Zo stelden de veertien projectpartners van CULTURED een vijftal 'Golden Rules' op: praktische checklists met tips bij erfgoedherwaardering. Deze 'Golden Rules' werden aangevuld met aanbevelingen voor wie zich vanuit het beleid en de administratie inzet voor erfgoed. Eén van de grootste bekommernissen van herwaardering bleek het genereren van (extra) werkgelegenheid.

Binnen CULTURED werden een tiental klein- en grootschalige demonstratieprojecten ontwikkeld. Zo bracht de in het project aanwezige Vlaamse partner van het Agentschap Onroerend Erfgoed het proces van de herbestemming van de Abdij van Herkenrode in beeld. Andere partners hebben bijvoorbeeld gefocust op de herbestemming van een oude munitiefabriek in de Toscaanse regio, de revitalisatie van delen van een vroegere mijnstreek in Blaenavon in Wales of de toeristische potenties van waardevolle militaire objecten in Letland die vroeger niet toegankelijk waren voor het publiek.

De resultaten van het CULTURED-project werden gebundeld in het boek 'Cultural Heritage and Regional Development' en werden vandaag gepresenteerd ter gelegenheid van de slotconferentie van het project in het Monasterium PoortAckere in Gent. Het boek is verkrijgbaar via de Afdeling Mobiliteit en Ruimtelijke Planning van de Universiteit Gent, die een voortrekkersrol speelde in het project.

Meer info: Georges Allaert (Afdeling Mobiliteit en Ruimtelijke Planning)

door Tijl om 23:25 | Internationaal | Reacties (0)

17 oktober 2007

Onderzoekers K.U.Leuven digitaliseren spijkerschrifttabletten

Onderzoekers van de Eenheid Syro-Mesopotamische Studies van de K.U.Leuven hebben in samenwerking met het Leuvense labo ESAT-VISICS een systeem ontwikkeld om voor het eerst kleitabletten met Assyrisch en Babylonisch spijkerschrift te digitaliseren. Wereldwijd zijn er uit de periode van 3000 voor Christus tot kort voor onze jaartelling circa 1 miljoen tabletten voorhanden. Dat meldt het universiteitsblad Campuskrant.

Zo'n 5.000 jaar geleden waren Irak en omgeving de navel van het wereld en hadden het Assyrisch en Babylonisch wereldwijd hetzelfde belang als het Engels nu. Ze werden in spijkerschrift op kleitabletten opgetekend. De kleitabletten bieden dus een boeiend beeld van lang vervlogen wereldrijken. Oorspronkelijk dienden ze vooral om economische transacties te noteren, maar al snel werd hun gebruik veralgemeend.

De nieuwe digitaliseringstechniek is volgens de onderzoekers een doorbraak van formaat in het onderzoeksdomein. Assyrioloog Hendrik Hameeuw: "Het driedimensionele oppervlak van een kleitablet kan met gewone fotografie slechts voor 80 procent goed worden weergegeven. Als één vijfde van de tekst slecht tot niet leesbaar is, wordt het natuurlijk heel moeilijk om zo'n tablet te ontcijferen. Bovendien zijn kleitabletten poreus en kwetsbaar. Ze beschikbaar stellen via het internet zou ons dus een hele stap vooruit brengen." De digitalisering maakt het mogelijk ze op termijn voor alle onderzoekers beschikbaar te maken.

De digitalisering werd mogelijk dankzij de 'minidome', ontwikkeld door de ingenieurs van ESAT-VISICS onder leiding van professor Luc Van Gool. De minidome bevat 260 LED-lampen die tijdens de registratie elk om beurt het tablet verlichten zodat elk teken op het scherm zichtbaar wordt gemaakt. Professor Karel Van Lerberghe is het systeem inmiddels gaan testen aan Cornell University (VS) en klinkt zeer enthousiast: "De resultaten zijn spectaculair. Ik denk dat dergelijke objectieve registratie de toekomst is van onze discipline." Hoe al die kleitabletten gedigitaliseerd gaan worden, is nog onduidelijk. "Ofwel worden er meerdere domes gemaakt die kunnen worden verkocht aan musea of andere collectiehouders. Ofwel verhuren we de dome en sturen we een onderzoeker mee als operator", aldus Hendrik Hameeuw in Campuskrant.

Het belang van de Assyrische en Babylonische kleitabletten is uitermate groot voor de geschiedschrijving van drieduizend jaar beschaving. Hameeuw: "Deze tabletten bevatten een schat aan informatie over een periode die gaat van 3000 vóór Christus tot kort voor onze jaartelling. De kleitabletten bieden ons een boeiend beeld van lang vervlogen wereldrijken. Oorspronkelijk dienden de tabletten vooral om economische transacties te noteren. Maar al gauw werd hun gebruik veralgemeend tot geschiedschrijving, liturgie, wetgeving, literatuur... maar ook faits divers en grappige of scabreuze verhaaltjes duiken op. Zo hebben we onder meer fabelachtige verhalen met dieren kunnen ontcijferen die de voorlopers van Reinaert de Vos zouden kunnen zijn. Wie denkt dat spijkerschriftgeleerden met saaie dingen bezig zijn, vergist zich schromelijk."

Meer info: www.arts.kuleuven.be/assyriologie/cuneiform.htm
Bron: Campuskrant - 17 oktober 2007

door Tijl om 12:08 | Internationaal | Reacties (0)

3 oktober 2007

Archeologisch onderzoek in Lanakerveld van start

Deze week startte het archeologisch onderzoek in het Lanakerveld.in Maastricht. Er worden proefsleuven gegraven in het gebied waar een bedrijventerrein en woningbouw zijn gepland. Eerdere grondboringen en veldkarteringen doen vermoeden dat er overblijfselen van de Steentijd tot de Middeleeuwen bewaard zijn. Aan de Belgische zijde van het grensoverschrijdende bedrijventerrein gingen eind augustus al archeologische opgravingen van start.

Het gaat om een onderzoek, waarbij proefsleuven worden gegraven ter hoogte van het aan te leggen bedrijventerrein en de woningbouwlocatie. Het gehele Lanakerveld heeft een oppervlakte van 186 hectare. Het archeologisch onderzoek richt zich alleen op het gebied van 61 ha dat bebouwd gaat worden.

In 2001 werd in het plangebied een vooronderzoek middels grondboringen en veldkarteringen uitgevoerd. Daarbij werden meerdere mogelijke archeologische vindplaatsen aangetroffen van de Steentijd tot en met de Middeleeuwen. Het is nu het moment om door middel van proefsleuven te bekijken of de vermoede archeologische resten daadwerkelijk aanwezig zijn en in welke toestand ze zich bevinden. Op basis van de resultaten wordt getracht de bouwplannen zodanig aan te passen dat zo min mogelijk archeologische resten verstoord worden.

Het gebied van het Lanakerveld is geen onbekende in archeologisch opzicht. Direct ten westen ligt de voormalige groeve Belvedère waar in de vorige eeuw onderzoek werd gedaan naar menselijke aanwezigheid van 250.000 - 80.000 jaar geleden. Daarbij werden resten aangetroffen van een zgn. Bandkeramische nederzetting uit 5000 voor Christus. Soortgelijke vondsten werden eveneens in de noordelijk gelegen groeve Klinkers gedaan, samen met sporen uit de IJzertijd en Bronstijd. Resten van die laatste periodes worden ook verwacht bij het nu lopende archeologisch onderzoek aan de Belgische zijde van het bedrijventerrein onder regie van regioarcheoloog Tim Vanderbeken. Het is te verwachten dat uit al deze periodes sporen worden aangetroffen bij het komende onderzoek.

Het onderzoek wordt uitgevoerd onder regie van gemeentelijk archeoloog Gilbert Soeters. Half november wordt meer duidelijk over de resultaten.

Externe link: een filmpje over de opgravingen vind je op de website van TV Limburg
Bron: Stad Maastricht

door Tijl om 19:07 | Internationaal | Reacties (0)

10 september 2007

Nederlandse wet op de archeologische monumentenzorg in werking

Op 1 september is in Nederland de nieuwe wet op de archeologische monumentenzorg in werking getreden. Hiermee worden de uitgangspunten van het Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'de veroorzaker betaalt'.

Het Verdrag van Malta regelt de omgang met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland ondertekende dit verdrag van de Raad voor Europa in 1992. Aanleiding voor dit verdrag was dat het Europese archeologische erfgoed in toenemende mate bedreigd werd. Niet alleen door natuurlijke processen of ondeskundig gebruik van het bodemarchief, maar ook door ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening.

De officiële naam van het Verdrag van Malta is het 'Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologische erfgoed'. Het verdrag werd in 1998 door een goedkeuringswet bekrachtigd. In 2003 werd bij de Tweede Kamer een voorstel voor een wet op de archeologische monumentenzorg ingediend. Dit wetsvoorstel is in april 2006 door de Tweede Kamer aangenomen en in december van dat jaar door de Eerste Kamer bekrachtigd.
Krachtlijnen van de nieuwe wet op de archeologische monumentenzorg:

Behoud in de bodem

Het archeologisch bodemarchief is de grootste bron voor de geschiedenis van Nederland. Het belangrijkste doel van de wet is het behoud van dit erfgoed in situ (ter plekke), omdat de bodem de beste garantie biedt voor een goede conservering van de archeologische waarden.

Vooronderzoek maakt duidelijk welke archeologische waarden verstoord dreigen te worden. Wie de bodem in wil, bijvoorbeeld om te bouwen, kan verplicht worden dit archeologisch vooronderzoek te betalen. De onderzoeksresultaten bepalen het vervolg. Soms betekent dat de (aangepaste) voortgang van de geplande werkzaamheden. De andere keer moeten waardevolle archeologische vondsten opgegraven worden.

Ruimtelijke ordening

Het wordt verplicht om in het proces van ruimtelijke ordening tijdig rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Op die manier komt er ruimte voor de overweging van archeologievriendelijke alternatieven.

Rijk, provincies en gemeenten (laten) bepalen welke archeologische waarden bedreigd worden bij ruimtelijke ordeningsplannen. Tijdens de voorbereiding van deze plannen is (vroeg)tijdig archeologisch (voor)onderzoek belangrijk. De keuze voor een andere bouwlocatie voorkomt de verstoring van belangrijke bodemvondsten. Als dit geen optie is, bestaat de mogelijkheid om binnen de bouwlocatie zelf naar een archeologievriendelijke aanpak te streven. In het uiterste geval wordt een archeologische opgraving uitgevoerd.

De verstoorder betaalt

Van belang is ook het principe dat de verstoorder betaalt voor het opgraven en voor het documenteren van archeologische waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort.

Handelen in de geest van Malta

Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de wet op de archeologische monumentenzorg werd - zeker bij grote projecten - al jaren 'in de geest van Malta' gewerkt. Zo maakten Rijk, provincie en veel gemeenten reeds geruime tijd gebruik van bijvoorbeeld de mogelijkheden uit de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Het doel hierbij is een integrale aanpak van archeologie binnen de ruimtelijke ordening.

Eigen rol

De eigen rol van de overheden wordt nu 'officieel'. Gemeenten moeten rekening houden met archeologie bij nieuwe bestemmingsplannen. Provincies krijgen de taak om 'archeologische attentiegebieden' aan te wijzen. Voor die gebieden zullen gemeenten ook hun bestaande bestemmingsplannen moeten aanpassen. Provincies gaan ontgrondingen toetsen op archeologisch belang en spelen verder een belangrijke rol bij de MER-procedure. Een Milieu Effect Rapportage is een instrument om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming.

Het Rijk moet instaan voor het archeologisch belang van zijn 'eigen' projecten (zoals de aanleg van de Hoge Snelheids Lijn). Het Rijk creëert ook de voorwaarden voor een goede wetsuitvoering. Daarbij speelt de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM) een belangrijke rol, bijvoorbeeld als opsteller van rapporten als 'Uit Balans' en 'Archeologie & Bestemmingsplannen'. De RACM stelt ook - in samenwerking met andere professioneel betrokkenen - de Nationale Onderzoeksagenda Archeologie samen. De Erfgoedinspectie houdt toezicht op de naleving van wettelijke eisen en van voorschriften aan de opgravingsvergunningen.

Bedrijven

Al in de aanloop tot de wet op de archeologische monumentenzorg namen de archeologische werkzaamheden toe. Naast overheden en universiteiten werden private ondernemingen van belang. Voor de kwaliteitsborging heeft de beroepsgroep van archeologen een Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) opgesteld. De Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB) houdt de norm actueel. In het Handboek Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie staan de normen en richtlijnen waaraan de archeologische werkzaamheden moeten voldoen.

Meer info: Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM)

door Tijl om 12:21 | Internationaal | Reacties (0)

18 augustus 2007

Belgische archeologen speuren naar Minoïsche beschaving in Sissi

De voorbije weken gingen archeologen van de U.C.Louvain en de K.U.Leuven op zoek naar sporen van de Minoïsche beschaving op de archeologische site van Sissi in het noorden van Kreta, vlakbij het paleis van Malia. Het was de eerste opgraving op Kretenzische bodem die volledig door een Belgisch team wordt uitgevoerd. De archeologen legden in Sissi een necropool uit de 18de eeuw v. Chr., een hoofdgebouw met opslagruimtes en ateliers en een aantal woonhuizen bloot.

Sissi ligt op de heuvel Kefali tou Agiou Antoniou aan de noordelijke kust van Kreta. De opgravingen van de Minoische site worden geleid door professor Jan Driessen, tevens voorzitter van het departement ARKE (kunstgeschiedenis en archeologie) van de universiteit van Louvain-la-Neuve. Onlangs kreeg de universiteit een opgravingstoelating voor vijf jaar. Dit jaar bestond het opgravingsteam uit 18 onderzoekers en 7 studenten van de U.C.Louvain en verschillende onderzoekers van andere universiteiten, onder wie professor Ilse Schoep van de K.U.Leuven.

In de jaren zestig van de vorige werd al eens een gebouw op de heuvel opgegraven, maar de resultaten van dit onderzoek werden nooit gepubliceerd. Jan Driessen is echter al jaren overtuigd van het potentieel van de site. Bovendien werd de site de jongste jaren bedreigd door het toerisme ter plekke, en dus drong een uitgebreid archeologisch onderzoek zich op. Tijdens deze eerste opgravingscampagne concentreerden de archeologen zich op vijf zones.

Op de top van de heuvel stootten ze op resten van een hoofdgebouw. In een aantal opslagruimtes kwamen resten van grote amforen aan het licht. Daarnaast konden ook een aantal ateliers geïdentificeerd worden. Op de heuvelflank werden verschillende woonhuizen opgegraven. Het aardewerk verwijst naar de laatste occupatiefase van de site, net voordat de nederzetting werd opgegeven rond 1250 voor Christus.

Volgens Driessen lijkt het erop dat de heuvel op een gegeven moment versterkt werd met fortificaties, maar het is nog onduidelijk in welke periode dit gebeurde. Driessen hoopt dat sondages van de versterkingsmuren hierover meer duidelijkheid kunnen verschaffen. Vlakbij het strand werd ten slotte ook een deel van de necropool van de site opgegraven. Daarbij kwamen twee volledig bewaarde graven en een 'deposit' van menselijke en dierlijke beenderen en een grote hoeveelheid vazen uit de 18de eeuw voor Christus aan het licht.

Bron: Sissi face à son passé (Le Soir). Op de website van de krant is ook een diaporama met foto's van de opgravingen te bekijken.

door Tijl om 16:28 | Internationaal | Reacties (0)

31 juli 2007

Leuvense archeologen ontdekken standbeeld Hadrianus in Sagalassos

Een archeologisch team van de K.U.Leuven heeft gisteren in Sagalassos (Turkije) fragmenten van een uitzonderlijk marmeren beeld van de Romeinse keizer Hadrianus opgegraven. De intact bewaarde kop van het standbeeld is meer dan 70 cm hoog. Volgens opgravingsdirecteur Marc Waelkens gaat het om één van de allermooiste portretten van keizer Hadrianus, onder wie de bouw van het thermencomplex startte.

Begin juli startte een nieuwe opgravingscampagne in de antieke stad Sagalassos. Sinds meer dan tien jaar wordt in Sagalassos onder meer het Romeinse badgebouw (thermen) onderzocht. Dit jaar concentreren de Leuvense archeologen zich op de zuidoostelijke hoek van het complex. Totaal onverwacht werden zondag de eerste fragmenten van een meer dan levensgroot standbeeld ontdekt.

Het ging om een voet van 0.80 meter lengte, met sandalen die de eigenaar als een keizer identificeerden, het deel van een been van net boven de knie tot aan de enkel van 1.50 meter hoogte. Gisteren kwam dan ook een schitterende, nagenoeg intacte kop van 0.70 meter hoog aan het licht. Het hele beeld moet tussen vier en vijf meter hoog geweest zijn en dateert waarschijnlijk uit het begin van de regeerperiode van Hadrianus, tijdens de tweede eeuw na Christus.

Onder de regering van Hadrianus werd gestart met de bouw van het thermencomplex van Sagalassos. Het gebouw werd echter pas decennia later volledig afgewerkt. Keizer Hadrianus bekleedt een bijzondere plaats in de geschiedenis van Sagalassos. Hij gaf de stad een bijzondere status. Ten noorden van de Onderste Agora van de stad werd tijdens zijn regeerperiode een prachtige pronkfontein opgericht, het zogenaamde Hadrianisch nymfaeum.

Foto's: Tijl Vereenooghe (© Sagalassos Archaeological Research Project).
Meer foto's van het standbeeld zijn te vinden op sagalassos.be

Update 30/08/07: bekijk hieronder een filmpje over de vondst (YouTube)

door Tijl om 9:16 | Internationaal | Reacties (1)

8 juli 2007

'Zeven nieuwe wereldwonderen' voorgesteld

macchu.jpgGisterenavond werden in Lissabon met veel vertoon de 'zeven nieuwe wereldwonderen' voorgesteld. De Chinese Muur, Petra in Jordanië, het standbeeld 'Christus de Verlosser' in Rio de Janeiro, de Inca-ruïnes van Machu Picchu in Peru, de oude Maya-site van Chichen-Itza in Mexico, het Colosseum te Rome en de Taj Mahal in India mogen zich in hun nieuwe status verheugen. De piramiden van Gizeh, het enige antieke wereldwonder, viel buiten de prijzen. Niet iedereen is echter blij met de verkiezing.

De verkiezing van de zeven nieuwe wereldwonderen was een initiatief van de Zwitserse cineast Bernard Weber, als reactie op de vernietiging van de Grote Boeddha's van Bamiyan in Afghanistan in 2001. Met de prijskamp wil hij naar eigen zeggen de wereld bewust maken van de gevaren die ons gemeenschappelijk erfgoed bedreigen. De nieuwe media, zoals internet, maken het volgens hem mogelijk belangrijk erfgoed onder 'gemeenschappelijk toezicht' te plaatsen, en ze op die manier voor vernieling te behoeden. Via de website konden geïnteresseerden ook geld doneren. Vijftig procent daarvan zou besteed worden aan de heropbouw van de grootste boeddha in Bamiyan.

In totaal brachten meer dan honderd miljoen mensen hun stem uit voor de zeven nieuwe wereldwonderen. Iedere kiezer kreeg zeven stemmen, dit om nationalistisch stemgedrag te vermijden. Niettemin lieten vooral Latijns-Amerikaanse en Aziatische kiezers massaal hun stem horen, zodat al op voorhand vaststond dat vooral 'hun' erfgoed bij de winnaars zou eindigen. De prijzen werden inderdaad mooi tussen de twee continenten verdeeld: de Chinese Muur, de Petra-site in Jordanië (foto), het standbeeld 'Christus de Verlosser' in Rio de Janeiro, de Inca-ruïnes van Machu Picchu in Peru, de oude Maya-site van Chichen-Itza in Mexico en de Taj Mahal in India mogen zich sinds gisteren nieuw wereldwonder noemen. Europa heeft er met het Colosseum in Rome een nieuwe aanwinst bij.

petra.jpgOpvallende verliezers waren de piramide van Gizeh. De Egyptische autoriteiten hadden de voorbije maanden al furieus gereageerd op de verkiezing, en ondermeer Weber de toegang tot de piramiden ontzegd toen die aan de voet daarvan een persconferentie wou geven. Caïro vond het ontoelaatbaar dat de piramiden, als het enige antieke wereldwonder onder de deelnemers, nog moest strijden om een plaats onder de nieuwe wereldwonderen. De niet-verkiezing zal de Egyptische gemoederen ongetwijfeld nog heviger doen oplaaien.

Ondanks de volksfeesten die rondom de meeste van de uitverkoren sites ontstonden, zijn lang niet alle lokale autoriteiten gelukkig met de verkiezingsoverwinning. De nieuwe toeristenstromen die de nieuwe wereldwonderen ongetwijfeld mogen verwachten hypothekeren de met grote moeite bereikte compromissen omtrent het duurzaam beheer van de archeologisch en kunsthistorisch bijzonder waardevolle sites. Plekken als Machu Picchu (foto inleiding) kunnen onmogelijk nog meer toeristen aan. Hoe paradoxaal het op het eerste zicht mag klinken, is de vrees reëel dat de verkiezing als wereldwonder uiteindelijk nefast zal blijken voor het voortbestaan van de site.

Ook UNESCO neemt afstand van het initiatief. In 2006 zat de voormalige directeur-generaal van de VN-geleding, Federico Mayor, nog het panel voor dat de eenentwintig eindfinalisten had verkozen. In een verklaring op haar website verduidelijkt UNESCO echter nogmaals dat er geen enkele band bestaat tussen haar en de verkiezingen. Ze hekelt de mediatisering van de hele verkiezingsshow, en wijst erop dat de verkozen monumenten slechts werden gekozen omwille van hun sentimentele of emblematische waarde, en niet op basis van wetenschappelijke criteria. Ze wijst dan ook elke vergelijking met de UNESCO Lijst van Werelderfgoed van de hand. Tenslotte stelt de organisatie zich vragen bij de representatieve waarde van de lijst van nieuwe wereldwonderen: ze reflecteert alleen de mening van diegenen met toegang tot internet, en geenszins van de ganse wereld.

Externe links:
New 7 Wonders - officiële site van de verkiezing van de nieuwe wereldwonderen
UNESCO
Machu Picchu Under Threat From Pressures of Tourism (National Geographic)

door Bart om 16:28 | Internationaal | Reacties (0)

5 juli 2007

Nieuwe opgravingscampagne in Sagalassos van start

Op 9 juli starten archeologen van de K.U.Leuven opnieuw grootschalige opgravingen in de Turkse antieke stad Sagalassos. In de nieuwe Sagalassos E-Update vind je een korte voorstelling van de belangrijkste opgravingsprojecten van dit jaar. Ook deze zomer kan iedereen via Internet de vorderingen van de archeologische expeditie volgen. Op de Sagalassos Interactive Dig lees je iedere week het laatste nieuws over de Vlaamse archeologen in Turkije.

Vanaf 7 juli trekt een internationaal team van wetenschappers, geleid door professor archeologie Marc Waelkens van de K.U.Leuven, weer naar Turkije voor de jaarlijkse opgravingen in Sagalassos. In de stad zelf graven de archeologen verder naar de resten van het Romeinse badcomplex en de laat-antieke stadsvilla. Daarnaast zal men de opgravingen van de voedselmarkt en het prachtig bewaarde concertgebouw verderzetten. Ook de in 2005 ontdekte Archaïsche voorloper (8ste-4de eeuw v. Chr.) van het antieke Sagalassos wordt verder in detail bestudeerd. De twee restauratieprojecten - het NW Heroön uit de tijd van keizer Augustus en een pronkfontein uit de jaren 160-180 n. Chr. - zijn al in juni van start gegaan.

De laatste jaren is Sagalassos uitgegroeid tot een van de grootste archeologische projecten in het Middellandse-Zeegebied. Tijdens de zomermaanden werken ieder jaar een 150-tal wetenschappers van diverse nationaliteiten en uiteenlopende disciplines mee aan het project. Sagalassos was tijdens de Romeinse overheersing de belangrijkste stad van de provincie Pisidië. In de 7de eeuw werd de stad definitief verwoest door een aardbeving. De ruïnes van de stad liggen in het Taurusgebergte, zo’n 100 kilometer ten noorden van de populaire vakantieplaats Antalya. Heel wat Vlamingen hebben tijdens hun vakantie in Turkije al een uitstap naar de site gemaakt.

Ook deze zomer kan iedereen via Internet de vorderingen van de archeologische expeditie in Sagalassos volgen op de Sagalassos Interactive Dig. Voor de website wordt samengewerkt met Archaeology Magazine, een internationaal gerenommeerd tijdschrift, dat op haar website ook nog een aantal andere ‘Interactive Digs’ aanbiedt. Het grote publiek kan zo op een op een toegankelijke manier kennismaken met het reilen en zeilen tijdens een opgravingscampagne.

Meer info: Sagalassos E-Update (juli 2007)
Externe link: Sagalassos Interactive Dig

door Tijl om 21:39 | Internationaal | Reacties (0)

21 mei 2007

Leuvense archeologen leggen ongeschonden graf vrij in Midden-Egypte

Een archeologisch team, onder leiding van professor Harco Willems (K.U.Leuven), heeft in Midden-Egypte een volledig intact graf uit ongeveer 2050 voor Christus ontdekt. Het graf, in een necropool van Dayr al-Barsha, bevatte een doodskist met de mummie van de overledene, de ambtenaar Henu. Op en rond de doodskist bevonden zich verschillende funeraire modellen in hout, die uitzonderlijk goed zijn bewaard.

Het graf werd in maart gevonden in de uitgestrekte necropool op de zuidelijke heuvel van de site Dayr al-Barsha, en kan toegeschreven worden aan de overgang van de Eerste Middenperiode naar het Middenrijk. De grafkamer werd bijna volledig gevuld door een grote houten doodskist, met hierogliefen op de zijkanten en het deksel. Deze teksten, een soort offerformules die aan de goden Anubis en Osiris werden gericht, verschaften meteen ook de naam van de overledene: Henu.

Bovenop de doodskist waren twee houten sandalen geplaatst die Henu in het hiernamaals kon dragen. Verder bevonden zich twee modellen op de doodskist die scenes uit het dagelijkse leven in miniatuur afbeeldden. De eerste scene toont drie vrouwen die graan malen. Deze vrouwen waren gekleed in echte linnen rokken die opmerkelijk goed waren bewaard. Een tweede funerair model is uiterst zeldzaam en beeldt de productie van ongebakken leemtichels. Een persoon bewerkt de klei met een schoffel, terwijl twee anderen een zak klei met een juk op hun schouders dragen. Een vierde persoon ten slotte vormt een lijn met de afgewerkte tichels.

Ten oosten van de doodskist werden nog vier modellen gevonden. Het grootste is een standbeeld van Henu zelf in officiele klederdracht. De fijne details in zijn gelaatsuitdrukking getuigen van een hoog niveau van vakmanschap. Voor hem bevonden zich twee funeraire modellen met vrouwen tijdens het brouwen van bier en het maken van brood, twee zaken die levensnoodzakelijk waren in het hiernamaals. Achter het beeld van Henu bevond zich nog een bootmodel met twee groepen roeiers.

In de doodskist werd de intacte mummie van Henu aangetroffen. De vorm van het hoofd suggereert dat er geen mummiemasker aanwezig, hoewel dit pas met zekerheid kan vastgesteld worden door middel van een CT scan. Onder het hoofd werd een houten hoofdsteun gevonden, die ook de naam van Henu droeg.

De kwaliteit van de modellen is opmerkelijk; de modellen zijn te vergelijken met de meest hoogstaande exemplaren uit hun tijd. Ze worden gekenmerkt door realistische - maar in de Egyptische kunst ongebruikelijke - details, zoals de vuile handen en de voeten van de steenbakkers. De titels die de hierogliefen vermelden, wijzen op de status van een ondergeschikte ambtenaar in het provinciale beleid.

Volgens de archeologen is het zeer uitzonderlijk dat een dergelijk intact en rijk graf uit de Eerste Middenperiode wordt teruggevonden. De laatste gelijkaardige ontdekking dateert al van meer dan twintig jaar geleden. Bovendien zijn alle voorwerpen perfect bewaard, wat opmerkelijk is aangezien zij in hout waren gemaakt dat eerst bepleisterd en daarna geschilderd was. Het team van de K.U.Leuven is van plan om zijn opgravingen in het gebied, dat ongetwijfeld nog meer waardevolle informatie over de provinciale necropool zal prijsgeven, voort te zetten.

Lees meer: The Tomb of Henu at Dayr al-Barsha
Foto's: Dayr al-Barsha Archaeological Project

door Tijl om 0:39 | Internationaal | Reacties (1)

15 mei 2007

Belgische archeologen ontdekken "Lascaux aan de Nijl"

Een Belgische archeologische missie, onder leiding van Dirk Huyge (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis), heeft in het Egyptische Qurta rotskunstsites van 15.000 jaar oud ontdekt. De rotstekeningen vormen zo de oudste gekende kunst in Egypte. Bovendien bewijzen de vondsten dat er sterke gelijkenissen zijn tussen de paleolithische tradities in Europa en de gelijktijdige kunstuitingen in Egypte. De archeologen noemen Qurta dan ook een heus "Lascaux aan de Nijl".

In februari startte de archeologische expeditie met een onderzoeksproject naar de rotskunst van Qurta. Deze sites bevinden zich op de oostelijke oever van de Nijl, langs de noordelijke rand van de Kom Ombo vlakte, ongeveer 40 km ten zuiden van Edfu en 15 km ten noorden van Kom Ombo. Naast KMKG-archeologen bestond het team uit wetenschappers van Yale University (USA), University of California Los Angeles (USA), Australian National University (Canberra, Australië), American University in Cairo (Egypte), en de Universiteit van Gent (België).

In 2004 voerde dezelfde expeditie al rotskunstonderzoek uit in de regio van el-Hosh. Dit onderzoek leidde tot de ontdekking van een intrigerende site, waar verschillende afbeeldingen werden gevonden van runderen, uitgevoerd in een naturalistische, Franco-Cantabrische, Lascaux-achtige stijl. Op basis van de patinering en de verwering van de rotstekeningen kon met zekerheid worden gesteld dat zij bijzonder oud zijn. Aangezien de afbeeldingen van el-Hosh vergelijkbaar zijn met rotstekeningen die in 1962-1963 door een Canadese archeologische expeditie werden ontdekt op de oostelijke Nijloever in de regio van Gebel Silsila, heeft de Belgische expeditie getracht deze rotstekeningen terug te vinden. In 2005 werden de sites gelokaliseerd vlakbij het dorp Qurta.

Een uitgebreide prospectie van de Nubische zandsteenheuvels, onmiddellijk ten oosten van het dorp Qurta, leidde tot de ontdekking van drie rotskunstsites, die respectievelijk Qurta I, II en III werden genoemd. Op elk van deze sites werden verschillende locaties, panelen en individuele figuren geïdentificeerd. In totaal zijn minstens 160 individuele figuren voorgesteld. De rotskunst van Qurta bestaat voornamelijk uit naturalistische voorstellingen van dieren, zowel ingehamerd als ingesneden. De meeste afbeeldingen stellen runderen voor, en in mindere mate vogels, nijlpaarden, gazellen en vissen. Bovendien zijn er (minstens) zeven uitermate gestileerde voorstellingen van menselijke figuurtjes (voorgesteld met erg geprononceerde billen, maar zonder verdere lichamelijke kenmerken).

Geen enkele van de voorgestelde dieren vertoont kenmerken van domesticatie. De runderen zijn dan ook zonder enige twijfel te definiëren als oerossen (wild vee). De rotskunst van Qurta verschilt aanzienlijk van de ‘klassieke’ predynastische rotskunst van het 4de millennium v. Chr. die gekend is uit honderden sites in de Nijlvallei en de aansluitende woestijnen in het oosten en het westen.

De Canadese expeditie ontdekte in de jaren zestig ook verschillende laatpaleolithische nederzettingen, waarvan de belangrijkste amper 150 à 200 m verwijderd is van de rotskunstsite Qurta I. Op deze paleolithische site werden verschillende fragmenten zandsteen gevonden waarop lineaire groeven waren in aangebracht; in één geval ging het om een aantal diepe, parallelle groeven. Dit bewijst dat de laatpaleolithische bewoners van de Kom Ombo vlakte gebruik maakten van de techniek om incisies aan te brengen in zandsteen. Deze en vergelijkbare sites worden vandaag toegeschreven aan de Ballanan-Silsiliaancultuur, die gedateerd wordt tussen 16.000 en 15.000 jaar oud.

De fauna van deze Ballanan-Silsiliaan en andere laatpaleolithische sites in de Kom Ombo vlakte suggereren een cultuur van vissers en jagers met een gemengde overlevingseconomie, die voor voedselvoorziening zowel op de rivier als op de woestijn was gericht. De fauna werd in hoofdzaak gekenmerkt door oerossen, nijlpaarden, waad- en duikvogels en sommige vissoorten. Deze fauna komt nagenoeg perfect overeen met de dierenvoorstellingen van de rotskunst van Qurta.

Er rest volgens de archeologen dan ook weinig twijfel dat de rotskunst van Qurta kan toegeschreven worden aan de Ballanan-Silsiliaancultuur of een gelijkaardige laatpaleolithische cultuurm en bijgevolg ongeveer 15.000 jaar oud is. Daarmee is het tot nu toe de oudste geregistreerde grafische activiteit in Egypte. Het verschaft bovendien duidelijk het bewijs dat in Afrika en meer bepaald in Egypte, prehistorische kunst aanwezig is die zowel op chronologisch als op esthetisch vlak sterke vergelijkingen vertoont met de grote paleolithische kunsttradities die al geruime tijd gekend zijn op het Europese continent.

Omwille van de hoeveelheid rotstekeningen die in Qurta aanwezig zijn en de extreme moeilijke condities voor het optekenen en registreren van de tekeningen – er moest op verschillende plaatsen stellingen gebouwd worden – is dit werk nog niet volledig afgerond. Een volgende campagne van de Belgische expeditie is voorzien voor het begin van 2008.

Meer info: Dirk Huyge
Bron en foto's: KMKG

door Tijl om 22:57 | Internationaal | Reacties (0)

9 mei 2007

Graaf mee naar een Romeins castellum in Slovakije

Deze zomer wordt in het Slovaakse Iza het archeologisch onderzoek van het Romeinse Kelemantia verdergezet. Archeoloog Bernard Van Daele en conservatrice Katleen Vandenbranden zoeken nog een aantal studenten die voor een periode van twee weken aan de opgravingen willen deelnemen. Kelemantia is een castellum uit de tweede eeuw na Christus. Het archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd door een internationaal team, met een belangrijke Vlaamse inbreng.

Het antieke Kelemantia vormde een bruggenhoofd voor het nabijgelegen kamp van Brigetio, dat deel uitmaakte van de Limes Romanus in de woelige provincie Pannonia. Het fort zou opgetrokken zijn ten tijde van Marcus Aurelius' veldtochten tegen de Marcomanni (175-179 n.Chr.). Sinds de zomer van 2005 worden de opgravingen uitgevoerd in samenwerking met Vlaamse specialisten en studenten.

Men is op zoek naar nog 3 studenten archeologie (voorkeur) of vrijwilligers, voor periode 1 (van 2 juli tot 13 juli). Vrijwilligers of studenten die ingezet willen worden voor conservatie kunnen zich ook nog aanmelden voor diezelfde periode. De conservatiewerkzaamheden zullen zich dit jaar toespitsen op verwerking van het opgegraven materiaal enerzijds en het aanpakken van het aardewerkdepot. De tweede periode (van 13 augustus tot 24 augustus) zit zo goed als vol, maar we sluiten bijkomende kandidaturen niet uit.

Praktisch: wie wil deelnemen aan de opgravingen, kan contact opnemen via kelemantia@hotmail.com of op het nummer 0476/38.52.48. Meer info over het project op www.kelemantia.be

door Tijl om 18:31 | Internationaal | Reacties (2)

20 april 2007

Groots archeologisch- en erfgoedproject in Rome

250px-Colosseum-2003-07-09.jpg Rome gaat een oppervlakte van 60.000 vierkante meter wijden aan de archeologische fora, het Colosseum, het Capitool en nieuwe musea. Bedoeling is de geschiedenis in de eeuwige stad te concentreren en van de zone een ''Italiaans Louvre'' te maken. We gaan belangrijke gebouwen vrijmaken ten behoeve van het archeologisch en cultureel erfgoed van de stad, zo legt Romeins burgemeester Walter Veltroni donderdag uit in de kranten.

De stad keurde het project ''Grande Campidoglio'' woensdag goed. De pers herdoopte het tot ''nieuw Louvre''. De monumenten en sites beslaan een oppervlakte van 61.250 vierkante meter. Het Louvre in Parijs is 70.000 vierkante meter groot.

grande_campidoglio_large.jpg In een perimeter tussen het Circus Maximus, het Colosseum, de keizerlijke fora en de Capitoolheuvel, kortom het historische centrum van de stad, worden zeven gebouwen geopend of hereopend voor het publiek.

In eerste instantie zullen deze zomer bijna 5.000 ambtenaren van de stad Rome, die nu nabij het Circus Maximus zijn ondergebracht, verhuizen. In dat gebouw komt een museum dat gewijd is aan de Romeinse beschaving. Tot nu toe bevond dat zich in een wijk die ver van het historische stadscentrum ligt.

Niet ver daar vandaan opent in oktober de site van de markten van Trajanus, waar al jaren aan gewerkt wordt, samen met een museum over de fora van het keizerrijk. Daar zullen voorwerpen te zien zijn die aangetroffen werden bij de opgevravingen en op dit moment opgeslagen zijn.

Het Paleis en de Villa Rivaldi, die zich op de Fora bevinden, gaan open voor het publiek. Binnen zullen antieke beeldhouwwerken te zien zijn.

In 2006 verhoogden de Italiaanse musea en archeologische sites hun toegangsgeld, respectievelijk met 4,4 en met 11 procent. Vorig jaar bezochten drie miljoen mensen de keizerlijke fora in Rome en 1,81 miljoen de historische site van Pompei.

Bron: DS Online 20/04

door Priscilla om 10:08 | Internationaal | Reacties (0)

18 april 2007

Europees Erfgoedlabel voor Ename en Francia Media?

Ministers Dirk Van Mechelen en Bert Anciaux willen Ename en het project Francia Media voorstellen als kandidaat voor een Europees Erfgoedlabel. Met dit nieuwe label willen de Europese lidstaten een dynamisch netwerk opbouwen van sites, monumenten en herdenkingsplaatsen met een sterke Europese visibiliteit. Erfgoed met dit label zal garant staan voor bepaalde standaarden inzake onthaal, informatie, toegankelijkheid, meertaligheid en de ondersteuning van de Europese identiteit.

In de loop van vorig jaar bereikten de lidstaten van de Europese Commissie een consensus om een Europees Erfgoedlabel toe te kennen. De eerste voorstellen konden in 2007 worden geformuleerd. Vlaams minister Dirk Van Mechelen, bevoegd voor het Onroerend Erfgoed, heeft nu in samenspraak met zijn collega Bert Anciaux, beslist om vanuit Vlaanderen Ename en het Francia Media-project voor te stellen.

Het Francia Media-project wil een stukje geschiedenis onder het voetlicht brengen dat de kiem van het ééngemaakte Europa in zich draagt. Francia Media verwijst naar het Karolingische gebied, een smalle middenstrook van Europa, die zowat 1100 jaar geleden een centrale eenheid vormde en zich uit strekte van de Noordzee tot de Middellandse Zee, van Friesland tot Vlaanderen, Italië, Slovenië en Kroatië. Het historische gebied van Francia Media als Europese verbindingszone, blijft ook tot in onze tijden belangrijk. De landen die in 1957 met het Verdrag van Rome de EEG stichtten, zijn landen die geheel of gedeeltelijk deel hebben uitgemaakt van Francia Media.

De plaats van Vlaanderen in dit Europees verhaal wordt voor een groot deel bepaald door de Schelde, omdat die als westgrens van Francia Media en later als westgrens van Oost-Francië, een bijzondere rol speelde. Die rol nam in de loop van de 10de eeuw steeds maar aan belang toe. Zeker nadat in het laatste kwart van de 10de eeuw drie versterkingen tegen het toenmalige Graafschap Vlaanderen werden gebouwd: Valenciennes, Ename en Antwerpen. Hierrond ontstonden prestedelijke nederzettingen die, op uitzondering van Ename, tot ware steden uitgroeiden.

De afgelopen decennia werd dit stuk vergeten verleden van Ename letterlijk terug naar boven gehaald. De opgraving van de abdij en de vroegere handelsnederzetting betekenden de aanzet voor een integraal en geïntegreerd erfgoedproject met Europese en internationale weerklank. De archeologische resten werden en worden immers met gebruik van de meest vooruitstrevende hedendaagse technologieën ontsloten, bijvoorbeeld dankzij de zgn. tijdsvensters of nog dankzij de digitale erfgoedroute die momenteel verder wordt ontwikkeld. De provincie Oost-Vlaanderen bouwde in Ename een provinciaal museum uit, dat op een bijzonder eigentijdse en kindvriendelijke manier het erfgoed van Ename en omgeving ontsluit.

Daarnaast is er ook het Ename Expertisecentrum, dat allerhande activiteiten ontwikkelt inzake duurzame interpretatie van het erfgoed, publieke dialoog met en activiteiten voor de lokale gemeenschap, educatieve programma's, technologische innovaties, internationaal erfgoedbeleid. Tot slot is er ook nog het Ename Charter, dat binnenkort door ICOMOS zal worden aanvaard. Het Ename Charter wil de basisdoelstellingen en -principes voor de interpretatie van sites bepalen met betrekking tot de authenticiteit, intellectuele integriteit, sociale verantwoordelijkheid en respect voor culturele betekenis en context.

"Ename is een perfect voorbeeld van een werking rond alle aspecten van het erfgoed dat kan rekenen op een brede publieke belangstelling. Het is sterk lokaal en regionaal verankerd, maar richt tegelijkertijd zijn blik naar een internationale horizon. Daarmee is het richtinggevend voor de erfgoedzorg van de toekomst en sluit het ook perfect aan bij de doelstelling van dit Europees erfgoelabel," aldus nog minister Van Mechelen.

Lees meer: dirkvanmechelen.be

door Tijl om 12:14 | Internationaal | Reacties (1)

17 april 2007

Resten van vader en zoon Huygens ontdekt in Den Haag

In de Grote Kerk in Den Haag zijn dinsdag mogelijk resten gevonden van Constantijn en Christiaan Huygens. Volgens een woordvoerder van de kerk is het nog niet zeker dat het echt gaat om de overblijfselen van de bekende Hagenaars die in de zeventiende eeuw leefden. "Maar de kans is wel groot," aldus de zegsman. De ontdekking is gedaan tijdens de renovatie van een gedeelte van de vloer van de Grote Kerk.

De resten zijn gevonden onder de grafplaten van vader en zoon Huygens. Maar omdat niet alle graven in de kerk nog precies onder de bijbehorende grafplaat liggen, is er nog enige twijfel. Volgens de woordvoerder van de Grote Kerk zijn er in het gewelf onder de grafplaten in elk geval houtresten gevonden. "Monumentenzorg moet nu samen met de archeologische dienst beslissen of ze deze plek verder gaan onderzoeken. Zo niet, dan blijft het altijd een raadsel. Maar het is wel razend spannend," aldus de zegsman.

Constantijn Huygens, geboren in 1596, staat bekend als een van de grootste dichters uit de Gouden Eeuw. Ook was hij een geleerde en componist en secretaris van de prinsen Frederik Hendrik en Willem II. In 1629 kreeg Constantijn Huygens een zoon, Christiaan. Die ontwikkelde zich als de grootste internationale geleerde van zijn tijd. Hij verwierf al tijdens zijn leven wereldfaam als natuurkundige, wiskundige, sterrenkundige en uitvinder. Zijn baanbrekende theorieën en uitvindingen waren een uitvloeisel van zijn grote belangstelling voor technologie, in tegenstelling tot het grootste deel van de natuurbeschouwing in de zeventiende eeuw, dat meer filosofische uitgangspunten hanteerde. In die zin ontketende het werk van Huygens een wetenschappelijke revolutie.

Als natuurkundige verklaarde hij onder meer de reflectie en breking van lichtgolven, dat nog altijd bekend staat als het ’beginsel van Huygens’. Als wiskundige verrichtte de in Den Haag geboren Huygens pionierswerk op het gebied van de kansberekening. En als sterrenkundige speurde hij met zelfgebouwde telescopen de hemel af en besefte als eerste dat de mysterieuze ’oren’ aan de planeet Saturnus feitelijk een ring vormen. Ook ontdekte hij de grote maan van Saturnus: Titan. Logischerwijs is de sonde die in januari 2005 in het kader van de Cassini/Huygens missie op Titan landde, vernoemd naar het Nederlandse genie. Daarnaast vond hij talrijke wetenschappelijke instrumenten uit, zoals de slingerklok, die alle voorgaande uurwerken in nauwkeurigheid overtrof.

Bron: RKnieuws.net

door Tijl om 23:58 | Internationaal | Reacties (0)

12 april 2007

Extra oproep Kelemantia

Deze zomer wordt in het Slovaakse Iza het archeologisch onderzoek van het Romeinse Kelemantia verdergezet. De organisatoren deden reeds een oproep op ArcheoNet (zie 30/03). Ze zijn echter nog specifiek op zoek naar conservatie-studenten (voorkeur) of -geïnteresseerden. Voor archeologie-studenten zijn beide periodes reeds volgeboekt. Door technische problemen heeft nog niet iedereen een antwoord gekregen op zijn/haar inschrijving.

Archeologiestudenten krijgen informatie over hun inschrijving op het nummer 089/38.20.38, indien dit nog niet bevestigd was. Praktische info volgt later.

Men is nog op zoek naar zes studenten conservatie (of geïnteresseerden) om de achterstand in het depot weg te werken (vnl. aardewerk). De conservatieploeg wordt aangestuurd door Katleen Vandenbranden.

Aanmelden kan voor de volgende periodes:
periode 1 = van 2 juli tot 13 juli
periode 2 = van 13 augustus tot 24 augustus
Inschrijven kan tot 27 april.

Praktisch: Wie wil deelnemen, kan contact opnemen via katopatra@hotmail.com of op het nummer 0476/38.52.48 of 089/38.20.38.

door Priscilla om 10:42 | Internationaal | Reacties (0)