HomeKalenderForumContactLinks

17 maart 2008

Archeologie in de provincie Antwerpen: nieuwe reeks brochures

De dienst Erfgoed van het provinciebestuur Antwerpen is gestart met een nieuwe reeks archeologiebrochures. De rijk geïllustreerde brochures moeten toelaten om relatief kort na een opgraving of een onderzoek de resultaten bekend te maken bij een breder publiek. Het is de bedoeling om jaarlijks twee à drie brochures te publiceren. Het eerste deel is net verschenen, en is gewijd aan de recente opgraving in Puurs-Pullaar, die vooral middeleeuwse sporen aan het licht bracht.

Geïnteresseerd?
Neem contact op met de dienst Erfgoed (03 /240.55.70 of erfgoed@admin.provant.be)

door Tijl om 0:27 | Publicaties | Reacties (0)

16 maart 2008

Succesvol boek over Pajottenland opnieuw beschikbaar

Eind vorig jaar verscheen een volledig herwerkte versie van het boek 'Pajottenland, een land om lief te hebben'. De eerste druk - met een oplage van 1600 exemplaren - was in minder dan een maand uitverkocht. Daarom besloot de Andreas Masiuskring een tweede oplage te laten drukken van dit boek over de geschiedenis en het erfgoed van het Pajottenland. Tot eind maart kun je voorintekenen aan de prijs van 35 euro.

Maar liefst 40 Pajotse dorpen worden in het boek besproken. Daarnaast zijn er nog een geschiedkundige en een geografische inleiding over het volledige Pajottenland voorzien, naast tussenstukjes over typische Pajotse erfgoedelementen. In totaal 600 pagina's informatie over de geschiedenis en het erfgoed van de heuvelachtige streek ten westen van Brussel. Alle deelgemeeenten die behoren tot Bever, Dilbeek, Galmaarden, Gooik, Herne, Lennik, Pepingen, Roosdaal, Sint-Pieters-Leeuw en Ternat komen aan bod.

Praktisch: tot eind maart kun je voorintekenen aan de prijs van 35 euro. Daarna bedraagt de prijs 38 euro (+ 5 euro verzendingskosten). Het boek kan ook afgehaald worden bij Joris De Beul, Ten Ham 21 te Lennik, na een seintje op 0476/48.02.48. Voorintekening gebeurt door storting op rekening 850-8492362-10 van de Andreas Masiuskring - Pajottenland, Marktstraat 46, 1750 Lennik.

door Tijl om 22:17 | Publicaties | Reacties (0)

Schoonheid uit klei en cement

Vloer- en wandtegels zijn vandaag zo vanzelfsprekend dat we er nog nauwelijks bij stilstaan dat ook deze alledaagse materialen een boeiende geschiedenis kennen. In de nieuwste erfgoedgids 'Schoonheid uit Klei en cement. Vloer en wandtegels in de Provincie Antwerpen' neemt auteur Mario Baeck je mee op een bijzonder leerrijke wandeling doorheen acht eeuwen tegelgeschiedenis, een uniek eerbetoon aan een van de minst bekende erfgoedschatten in de provincie.

In een eerste gedeelte gaat de auteur uitgebreid in op het ancien régime. Hoofdbrok van het verhaal wordt niet toevallig ingenomen door de belangrijke Antwerpse majolicaproductie uit de renaissance. Wist je dat, na de val van Antwerpen, talloze ambachtslui noodgedwongen uitzwermden over heel West-Europa? In Nederland, Engeland, Duitsland, Spanje en Portugal legden ze mee de basis voor een bloeiende tegelindustrie. De Delftse tegels en de Portugese en Spaanse azulejo's hebben dus Antwerpse roots.

De tegelindustrie kende in de provincie Antwerpen een tweede bloeiperiode tijdens de 19de en de 20ste eeuw. Dit verhaal vormt het tweede zwaartepunt van deze erfgoedgids. Vooral in de art nouveau-architectuur en later ook in de art-decoperiode werd het gebruik van decoratieve tegels ten volle benut. Hierdoor gestimuleerd legde Georges Gilliot in 1897 in Hemiksem de basis voor een bijzonder succesvolle vloer- en wandtegelfabriek. Dit bedrijf groeide al snel uit tot de belangrijkste Vlaamse fabriek, die bovendien ook enorme hoeveelheden exporteerde, zelfs naar de meest exotische landen en dit tot ver in de 20ste eeuw. Ook elders in de provincie werden kleine tegelfabriekjes gebouwd.

Dit erfgoed is vandaag nog tastbaar aanwezig in en op gebouwen, maar ook in verschillende collecties. Een mooi voorbeeld is het Roelantsmuseum in de Sint-Bernardusabdij in Hemiksem, waar schitterende stukken uit de voormalige Gilliotfabriek worden tentoontgesteld. Maar de nieuwe erfgoedgids gaat ook verder dan de besloten ruimtes van de musea. Een even waardevol erfgoed aan tegels bevindt zich nog steeds op de plaats waarvoor ze oorspronkelijk bedoeld werden. In tuinkamers en op gevels van villa's en landhuizen, in de refters, gangen en lokalen van openbare gebouwen en scholen, in winkels en cafés verspreid over de provincie kan de aandachtige erfgoedliefhebber nog pareltjes van tegelrealisaties bewonderen.

Veel van deze realisaties werden al beschermd als monument omdat zij nu eenmaal onlosmakelijk deel uitmaken van doorgaans even waardevolle gebouwen: het Pharazijnshof in Kapellen, de vele fin-de-sièclehuizen op Zurenborg, het complex van de Antwerpse zoo... Er zijn echter even waardevolle tegelrealisaties die nog geen bescherming genieten. Op basis van het onderzoek dat hij voor deze publicatie en zijn doctoraatstudie verrichte, maakte Mario Baeck, in samenwerking met de provinciale dienst Erfgoed, een representatieve selectie van voor bescherming in aanmerking komende gebouwen, die de basis kan vormen voor een thematisch beschermingsdossier.

Daarnaast werden ook een aantal collectiestukken uit musea weerhouden, die in het kader van het topstukkendecreet een vermelding verdienen. Het provinciebestuur biedt deze lijsten dan ook aan beide bevoegde ministers aan en ondersteunt hiermee de vraag naar bescherming van dit fragiele erfgoed.

Praktisch: De nieuwe erfgoedgids 'Schoonheid uit klei en cement' telt 128 pagina's en ca.120 afbeeldingen (ISBN: 9789076099743). De erfgoedgidsen kosten 10 euro en zijn verkrijgbaar bij het Provinciebestuur Antwerpen (erfgoed@admin.provant.be), Openbaar Kunstbezit Vlaanderen of de boekhandel.

door Tijl om 12:56 | Publicaties | Reacties (0)

5 maart 2008

VVIA publiceert themanummer over vlaserfgoed

In 2008 bestaat de Vlaamse Vereniging voor Industriële Archeologie (VVIA) dertig jaar, en dat wordt op verschillende manieren gevierd. Een eerste initiatief is de publicatie van een speciaal nummer van het Vlaams-Nederlandse tijdschrift 'Erfgoed van Industrie en Techniek', gewijd aan de geschiedenis en het erfgoed van het vlas. Dit themanummer wordt voorgesteld op zaterdag 15 maart, tijdens een studienamiddag over vlaserfgoed in het Nationaal Vlasmuseum in Kortrijk.

Vlas (of Linum usitasisimum) is één van de belangrijkste vezelplanten die reeds vanaf de steentijd in cultuur gebracht werden. 'Linum' betekent vlas, 'usitasisimum' betekent 'op veel manieren bruikbaar'. Vlas is het industriegewas met de hoogst toegevoegde waarde, waar naast de vezel ook de zaden (lijnzaad) en alle 'afval' nuttige bestemmingen vonden. Vlas is onlosmakelijk verbonden met de cultuur van de Lage Landen tussen Artesië en Friesland, en met 'cultuur' als dusdanig.

De publicatie van het themanummer rond vlas is een uitloper een stage-samenwerking tussen de VVIA, de opleiding 'industrieel erfgoed' aan de Université d'Artois in Arras en enkele Nederlandse vlasprojecten. Klein begonnen, groeide deze samenwerking tot een extra-dik nummer (80 bladzijden in plaats van de gebruikelijke 32): de geschiedenis en het erfgoed van de vlasvezelbereiding bleken immers een bijzonder rijk en fascinerend, maar nog grotendeels onontgonnen thema.

Het nummer brengt volgende bijdragen:

- Lucie MALUTA: Behoud en herwaardering van vlaserfgoed in Europa
- Adriaan LINTERS: De Vlasvallei
- Gerrit HERREMA: Vlas in Friesland: een afgesloten tijdperk ?
- Giel VAN HOOFF: Beeldverhaal: de laatste handwever
- Adriaan LINTERS: De Geur van de Welstand. Vlas roten - tussen wetenschap, techniek en milieuhygiëne
- Luc SOENS: De vlaszwingelwindmolen 'Preetjes Molen'
- Interview met Bert Dewilde. Het Nationaal Vlasmuseum in Kortrijk
- Frank WELGEMOED: "God gaf ons geen linnen, maar vlas om te spinnen" - vlassites op internet
- Ties STEEHOUWER: Het Nationaal Vlasserij- en Suikermuseum in Klundert, Nederland

Een samenvatting van de artikels vind je op www.vvia.be. Dit speciale nummer wordt voorgesteld op zaterdag 15 maart om 14u30, tijdens een denkdag over vlaserfgoed in het Nationaal Vlasmuseum in Kortrijk. Hier zal ook de studie over het behoud en de ontsluiting van het vlaserfgoed in Europa toegelicht worden.

Praktisch: inschrijving voor de presentatie op 15 maart kost 12,50 euro (tijdschrift inbegrepen - inschrijving vóór 13 maart verplicht). Losse nummers kosten 15 euro. Leden van de VVIA in 2008 ontvangen het nummer gratis. Om in te schrijven of de publicatie te bestellen, kun je dit formulier gebruiken (pdf).
Foto: vlasroterij Sabbe in Kuurne (Willy Vereenooghe - Erf-goed.be)

door Tijl om 23:36 | Publicaties | Reacties (0)

21 februari 2008

Eerste MACHU-rapport verschenen

Onlangs werd het eerste rapport van het Europese project 'Managing Cultural Heritage Underwater' (MACHU) gepubliceerd. Binnen het MACHU-project werken organisaties van zeven Europese landen - waaronder België - samen om het erfgoed onder water beter te beheren. Voor België werden de Vlakte van de Raan en de Buiten Ratel geselecteerd als testgebied. Een online GIS-applicatie vormt de basis van het project.

Versie 1.0 van de GIS-applicatie is bijna klaar en zal vanaf het voorjaar van 2008 uitgebreid getest gworden. Elk deelnemend land heeft twee testgebieden voor deze fase aangewezen. Het is de bedoeling dat alle (archeologische) gegevens over wrakken en ander cultureel erfgoed onderwater in deze gebieden worden beschreven en zichtbaar gemaakt. "Wij selecteerden als testgebieden de Vlakte van de Raan en de Buiten Ratel," zei Ine Demerre (Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed) gisteren in de Gazet van Antwerpen.

"Beide testgebieden bevatten een 21-tal wrakken, vooral uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog, maar ook het beroemde VOC-schip 't Vliegend Hart en een mysterieus 18de-eeuws koopvaardijschip, bekend als het Buitenratelwrak." Dat soort wrakken zijn populair bij duikers. Normaal moeten alle uit zee of de rivieren opgeviste scheepsrestanten worden gemeld aan de overheid. "Dat is de theorie. In de praktijk houdt iedereen zijn vondsten stilzwijgend bij zich," aldus Ine Demerre. "Het is wachten op het uitvoeringsbesluit van de nieuwe wrakkenwet. Het sensibiliseren van duikers is een andere belangrijke doelstelling van het MACHU-project."

Enerzijds is MACHU bedoeld om het erfgoed in kaart te brengen, anderzijds worden alle aspecten die invloed hebben op dat erfgoed (infrastructurele werken, erosie, zandwinning, mijnbouw etc.) bijeengebracht. Zo moet MACHU een belangrijk grensoverschrijdend hulpmiddel worden bij het nemen van beslissingen over het Europese onderwatererfgoed. Met behulp van de MACHU GIS-applicatie kunnen de rijkdom van, maar ook de druk op dit 'onzichtbare' erfgoed inzichtelijk worden gemaakt en zelfs voorspeld.

Het MACHU Report is het periodieke rapport van het project. In het eerste nummer wordt het doel van het project, de verschillende testgebieden, met daarin een eerste beschrijving van de archeologische resten en de internationale MACHU-teams voorgesteld. Daarnaast bevat dit rapport een schat aan informatie over wat het project behelst en bovenal veel nieuws over wrakken en onderwater erfgoed. De deelnemende landen zijn België, Portugal, Engeland, Zweden, Duitsland, Polen en Nederland.

Praktisch: het kleurrijke rapport is te bestellen door een email te sturen naar machu@racm.nl
Externe link: www.machuproject.eu

door Tijl om 1:03 | Publicaties | Reacties (3)

13 februari 2008

(in)site Sagalassos

Sagalassos_insite.jpgHet nieuwe boek '(in)site Sagalassos' is het eerste fotoboek dat verschijnt over de archeologische site van Sagalassos. In deze antieke stad in Zuidwest-Turkije loopt al 18 jaar een interdisciplinair-archeologisch onderzoek van de KULeuven. Fotografen Bruno Vandermeulen en Danny Veys laten de liefhebber genieten van de artistieke schoonheid die Sagalassos met zich meebrengt.

Sagalassos_insite_RB_klein.JPGSinds 2003 fotograferen Bruno Vandermeulen en Danny Veys de vondsten en structuren van de stad. Als fotografen bekijken zij de site met andere ogen dan de archeoloog. Dit boek is een fotografische impressie van de opgraving met haar monumenten en wijken. Zij toont de stad op een andere, verrassende manier. Door de combinatie van grote en kleine foto's, details en overzichten, architectuur en landschap wordt dit boek tot een boeiend geheel verweven.

Meer info: Voor meer inkijk in de teksten en foto's van het boek kunt u hier terecht. Het boek bevat o.a. een inleiding door Prof. M. Waelkens, directeur van de opgravingen, en bevat een historisch overzicht van de opgraving en de site.Het boek '(in)site Sagalassos' kan voor 45 euro besteld worden via Peeters Publishers.

Foto's: copyright Bruno Vandermeulen en Danny Veys:
rechtsboven: Ionisch kapiteel van de Tempel van Apollo Klarios.
links: Het zwembad en de zuilen van het frigidarium van de Thermen.

door Johan om 22:05 | Publicaties | Reacties (0)

30 januari 2008

Militaire domeinen als bewaarplaatsen van archeologische relicten

In het nieuwe nummer van het tijdschrift 'Monumenten, Landschappen en Archeologie' gaan Inge Verdurmen en Dries Tys dieper in op de militaire domeinen in Vlaanderen als bewaarplaatsen van archeologische en landschapshistorische relicten. Het lijkt contradictorisch, maar net omwille van hun specifiek gebruik blijken de uitgestrekte domeinen sinds de 19de eeuw behoorlijk ongerepte reservaten te zijn gebleven van elders verdwenen archeologisch en paleo-ecologisch erfgoed.

Binnen de diverse bewaarde landschapstypes spannen heidelandschappen als door de mens gevormde cultuurlandschappen hierbij de kroon. Van neolithicum tot de 20ste eeuw bewaarden ze sporen van hun gestage evolutie naast een veelbelovend bodemarchief: voor Inge Verdurmen en Dries Tys voldoende redenen om - na een eerste studie in opdracht van het Agentschap R-O Vlaanderen - te pleiten voor uitvoerig onderzoek en de uitwerking van een voor elkeen aanvaardbaar beheersmodel.

Naast dit uitgebreide artikel over militaire domeinen biedt het nieuwe nummer van 'Monumenten, Landschappen en Archeologie' ook een artikel over de bouwgeschiedenis en restauratie van het voormalige gastenkwartier van de abdijsite van Vlierbeek in Kessel-Lo. Het 18de-eeuwse gastenkwartier is een getuige van de heropflakkering onder de jansenitisch gezinde abt Pieter Paradaens en werd omwille van zijn barok inkomportaal geroemd door Plantenga geroemd als een van de fraaiste in het hertogdom Brabant. Naar aanleiding van de restauratie in 2006 en geruggesteund door fors archiefmateriaal situeert Dieter Nuytten de jongste ingreep in de ruimere historische context.

Een derde artikel behandelt de restauratie van de kroonluchter uit de kapel van Karel de Goede in de Sint-Salvatorskathedraal in Brugge. De zaligverklaring van Karel de Goede en de creatie van een nieuw schrijn voor diens relieken in de kathedraal zou de Societeiten van Sint-Franciscus-Xaverius in 1885 aanzetten tot de bestelling van een monumentale neogotische lichtkroon, uitgevoerd door de Brugse kopergieter Franciscus Blondel. Ruim 120 jaar later bleek een grondige opknapbeurt niet overbodig.

Zoals steeds bevat het tijdschrift ook een interessante 'Binnenkrant', met besprekingen van nieuwe publicaties en tentoonstellingen.

Praktisch: het tweemaandelijkse tijdschrift Monumenten, Landschappen en Archeologie (jaargang 26, nummer 6) is een uitgave van het Agentschap R-O Vlaanderen, Onroerend Erfgoed. Een los nummer is verkrijgbaar aan 6 euro. Een jaarabonnement (6 nummers) kost 35 euro. Meer info: Diane Torbeyns (02/553.16.13)

door Tijl om 23:39 | Publicaties | Reacties (1)

24 januari 2008

Militair hospitaal uit de Romeinse tijd opgegraven in Oudenburg

Bij opgravingen van het Romeinse militaire kamp van Oudenburg (West-Vlaanderen) ontdekte het team van archeoloog Sofie Vanhoutte van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) de resten van een militair hospitaal. Een belangrijke vondst, want het is de eerste keer dat in het Gallische gebied een militair hospitaal in een castellum wordt aangetroffen. Verrassend was ook de vaststelling dat in het soldatenkamp vrouwen en kinderen verbleven.

De onderzoeksresultaten zijn gepubliceerd in het nieuwe nummer van Relicta, het wetenschappelijke tijdschrift van het VIOE.

Na de eerste opgravingen in het stadscentrum van Oudenburg, tussen 1956 en 1960, werden drie kampfasen onderscheiden: eerst waren er twee opeenvolgende forten van aarde en hout, gevolgd door een derde van steen. Dankzij nieuwe opgravingen tussen 2001 en 2005 slaagde Sofie Vanhoutte erin die chronologie te verfijnen. Er kunnen nu vijf opeenvolgende forten onderscheiden worden: drie van aarde en hout en twee van steen.

Het eerste houten fort is opgericht rond 200 na Christus, als onderdeel van een verdedigingsgordel die weerwerk moest bieden tegen Germaanse invallen. Een van de stenen kampen was mogelijk een bolwerk van Postumus, de bevelhebber van de Rijnlegers die zich in 260 tegen Rome keerde en kortstondig heerste over een afgescheiden 'Gallisch Rijk'. Tijdens de vierde eeuw maakte het fort deel uit van de Litus Saxonicum, het verdedigingssysteem van de Britse en Gallische kusten met imposante stenen castella.

In de derde eeuw domineerde een meer dan 600 m² groot complex met binnenhof de zuidwesthoek van het castellum. Frappante overeenkomsten met grondplannen uit Noord-Engeland en Bulgarije tonen aan dat het om een militair hospitaal of valetudinarium moet gaan. De archeologen vonden ook medische instrumenten zoals pincetten, een oorlepeltje, een naald, een sonde en fragmenten van zalfplaatjes (foto links). Het is de eerste keer dat een militair hospitaal wordt aangetroffen in Gallië.

Vondsten zoals spinschijfjes, haarpinnen, vrouwen- en kinderschoenen, glazen armbanden en andere juwelen, tonen aan dat de fortbewoning niet alleen uit mannen en militairen bestond. Bovendien was de afkomst van de soldaten wellicht niet 'zuiver' Romeins: verschillende exemplaren van schoenen, bijvoorbeeld, vertonen typisch Germaanse kenmerken.

Vanhoutte S. 2007: Het Romeinse castellum van Oudenburg (prov. West-Vlaanderen) herontdekt: de archeologische campagne van augustus 2001 tot april 2005 ter hoogte van de zuidwesthoek. Interim-rapport. Relicta. Archeologie, Monumenten- en Landschapsonderzoek in Vlaanderen 3, 199-236. (dit artikel is ook online beschikbaar).

Praktisch: Relicta 3 is verkrijgbaar bij het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed. Formaat A4, ingebonden, 331 p., met illustraties. Prijs: 40 euro + verzendingskosten België: 5 euro - Europa: 12 euro. Bestellen kan bij Anne Seys.

door Tijl om 23:55 | Publicaties | Reacties (4)

23 januari 2008

Nieuwe editie Palarch focust op Neanderthalers in de Lage Landen

De nieuwe editie van de PalArch Journals en de Newsletter staan nu online op www.palarch.nl. In PalArch's Journal of Northwest Europe zijn drie artikels gepubliceerd die de weerslag vormen van het Neanderthalercongres dat in 2006 in het Drents Museum in Assen werd gehouden. Dit symposium gaf een stand van zaken in het onderzoek over het Midden-Paleolithicum en bracht Neanderthalervondsten uit Nederland, België en Noord-Duitsland voor het voetlicht.

Volgende artikels zijn online beschikbaar:

- Bringmans, P.M.M.A. 2007. First evidence of Neanderthal presence in Northwest Europe during the Late Saalian 'Zeifen Interstadial' (MIS 6.01) found at the VLL and VLB Sites at Veldwezelt-Hezerwater, Belgium. - PalArch's Journal of archaeology of northwest Europe 1, 1: 1-15.
- Stapert, D. 2007. Neanderthal children and their flints. - PalArch's Journal of archaeology of northwest Europe 1, 2: 16-39.
- Warrimont, de, J.P.L.M.N. 2007 [published in 2008]. Prospecting Middle Palaeolithic open-air sites in the Dutch-Belgian border area near Maastricht. PalArch's Journal of archaeology of northwest Europe 1, 3: 40-89.

Verder kunnen volgende artikels geraadpleegd worden:
- PalArch's Journal of Archaeology of Egypt (ISNN 1567-241X): Harbort, J., Ö. Gürvit, L.A. Beck & T. Pommerening. 2008. Extraordinary dental findings in an Egyptian mummy skull by means of Computed Tomography. - PalArch's Journal of Archaeology of Egypt/Egyptology 1, 1: 1-8.
- PalArch's Journal of Vertebrate Palaeontology (ISNN 1567-2158): Heteren, van, A. 2008. Homo floresiensis as an island form. - PalArch's Journal of Vertebrate Palaeontology 1, 1.

Voor informatie over de PalArch Journals of publicatiemogelijkheden, kan contact opgenomen worden met Elly Heirbaut of Natasja den Ouden .

door Tijl om 23:17 | Publicaties | Reacties (0)

16 januari 2008

Handige brochures Monumentenwacht on-line beschikbaar

Monumentenwacht Vlaanderen geeft jaarlijks enkele onderhoudsbrochures uit met daarin handige tips voor onderhoud en herstel van historische gebouwen. Op de website van Monumentenwacht kun je deze onderhoudsbrochures nu ook gratis integraal downloaden in pdf-formaat. Drie nieuwe brochures besteden aandacht aan het onderhoud van natuurstenen vloeren, het onderhoud van ijzerwerk en het onderhoud van metaal in het interieur.

Onderhoud van natuurstenen vloeren
Vloeren behoren tot de meest intensief gebruikte elementen van een historisch gebouw. De meeste vertonen dan ook kleine gebreken zoals slijtage, oneffenheden en verkleuringen. Precies deze ouderdomskenmerken verhogen dikwijls de schoonheid en de historische waarde van een interieur. Jammer genoeg waren zij meermaals ook de reden waarom vloeren vervangen werden. Intacte historische natuursteenvloeren zijn vandaag dan ook zeldzaam. Elke beslissing om ze te vervangen, om ze van een oppervlaktelaag te voorzien of om er iets aan te veranderen, moet daarom goed overwogen worden. Temeer omdat de meeste vloeren niet echt moeilijk te onderhouden zijn. Monumentenwacht richt de focus op dit ondergewaardeerde, met de voeten getreden en veelbeproefde interieurelement. Deze brochure geeft een introductie tot de zorg voor historische natuurstenen vloeren. Na een overzicht van de meest voorkomende natuursteensoorten in het interieur, komen de voornaamste schadeoorzaken ter sprake. De schademechanismen begrijpen is de sleutel om schade te voorkomen en te verhelpen, naast een correct dagelijks onderhoud. Tot slot worden complexere problemen en meer ingrijpende behandelingen aangestipt, die een taak zijn voor specialisten.
Download brochure (pdf)

Onderhoud van ijzerwerk
Metalen worden sinds duizenden jaren ontgonnen en bewerkt. Ze duiken dan ook al eeuwenlang op in
gebouwen en monumenten. IJzerwerk komt frequent voor in de vorm van kruisen of hanen op de toren, diefijzers, stalen schrijnwerk, hang- en sluitwerk, veiligheidsvoorzieningen, hekken, windroedes en raambruggen bij glas-in-loodramen, grafzerken, voetschrapers, kolommen, draagprofielen, grendels, verstevigingen van de structuur... IJzer heeft een 'ijzersterke' reputatie... op voorwaarde dat het voldoende zorg en onderhoud krijgt. Vooral ijzerwerk dat blootgesteld is aan het buitenklimaat of dat in een vochtige omgeving staat, vraagt heel wat aandacht. Deze brochure behandelt het 'ijzerwerk' dat op, in of aan ons bouwkundig erfgoed voorkomt. Ze gaat in op de belagers en formuleert oplossingen voor het onderhoud en behoud ervan in historisch waardevolle gebouwen.
Download brochure (pdf)

Onderhoud van metaal in het interieur
Metalen voorwerpen zien er doorgaans 'ijzersterk' uit, alsof de tijd er geen impact op heeft. Dat is helaas maar schijn. Gebruiksvoorwerpen en decoratieve objecten uit metaal zijn erg kwetsbaar. Verscheidene factoren kunnen leiden tot hun verval. Bij verkeerd hanteren, onzorgvuldig poetsen en vandalisme kunnen deuken, krassen en scheuren ontstaan. Onder invloed van gassen in de lucht, vocht, zuren en zouten gaat metaal corroderen en verzwakken. Door brand of diefstal - waarbij waardevolle metalen objecten vaak het mikpunt zijn - kunnen voorwerpen voorgoed verloren gaan. De zorg voor metalen voorwerpen is dan ook niet te onderschatten, zeker in kerken, kastelen, abdijen, burgerwoningen, openbare gebouwen... die vaak prachtig edelsmeedwerk en andere metalen kunstvoorwerpen bezitten.Welke zijn nu de meest voorkomende oorzaken van schade en welke vorm kan die aannemen? Hoe kan schade zo veel mogelijk beperkt en zelfs verholpen worden? En wat zijn de optimale omstandigheden om deze voorwerpen ter plaatse te onderhouden en te bewaren? Deze onderhoudsbrochure spitst zich toe op religieuze en profane kunst- en gebruiksvoorwerpen.
Download brochure (pdf)

Lees meer: nog een tiental andere onderhoudsbrochures zijn te vinden op monumentenwacht.be

door Tijl om 23:46 | Publicaties | Reacties (0)

15 januari 2008

Uw erfgoed (alternatief) gefinancierd

Om tegemoet te komen aan de vele vragen van verenigingen naar ondersteuningsmaatregelen heeft VCM-Contactforum voor Erfgoedverenigingen een overzicht opgesteld van alternatieve financieringsmogelijkheden voor het onroerend erfgoed. Een goed uitgedacht financieel draaiboek draagt immers bij tot het succes van je erfgoedproject. De vele tips en voorbeelden tonen aan dat creativiteit en doorzettingsvermogen onontbeerlijk zijn voor een geslaagde fondsenwerving.

Je kunt de infomap "Uw erfgoed (alternatief) gefinancierd" bestellen door een e-mail te sturen naar info@vcmcontactforum.be. De map kost 15 euro (excl. 5 euro portkosten). Voor een persoonlijke adviesverlening op maat van jouw vereniging, kun je contact opnemen met Dominique Van Staeyen.

door Tijl om 23:30 | Publicaties | Reacties (0)

13 januari 2008

Notae Prehistoricae 27 on-line beschikbaar

Op 15 december vond in Brussel de jaarlijkse contactdag van de 'Contactgroep Prehistorie' plaats. Het 27ste volume van de Notae Prehistoricae, met alle papers van deze contactdag, is nu als digitale publicatie beschikbaar op de website van de contactgroep. Meer dan 200 pagina's leesplezier voor al wie geïnteresseerd is in de prehistorische archeologie van de Lage Landen, te downloaden op deze pagina.

door Tijl om 23:45 | Publicaties | Reacties (0)

10 januari 2008

Van varkens en mensen

Onder invloed van de mens hebben varkens een erg complexe geschiedenis ondergaan: van woeste bosbewoner tot neerhofdier, van statussymbool tot religieus taboe. De domesticatiegeschiedenis van het varken begint minstens 10.000 jaar geleden en is nu nog in volle evolutie. Het pas verschenen boek 'Pigs & Humans', dat mee werd samengesteld door archeozoöloog Anton Ervynck (VIOE), geeft een beeld van de huidige kennis over de relatie tussen varken en mens.

Reeds jaren werkt het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) mee aan onderzoeksprojecten rond de domesticatie van het varken, die voornamelijk vanuit de Universiteit van Durham worden opgezet (zie bv. Bioarchaeology of pig domestication and husbandry).

Een belangrijke mijlpaal van het onderzoek was een congres gehouden van 26 tot 28 september 2003 in Walworth Castle, Walworth (UK). De bijdragen belichtten vele diverse aspecten van de interactie tussen mens en huisvarken, vanuit een brede chronologische en geografische waaier van onderzoeken. Nu is de geschreven neerslag klaar, gebundeld in het boek 'Pigs & Humans'. Het geeft een stand van zaken van de huidige kennis over dit dier en introduceert een aantal nieuwe onderzoekstechnieken.

Praktisch: Albarella, U., Dobney, K., Ervynck, A. & Rowley-Conwy, P. (eds) (2007). Pigs & Humans. 10,000 years of interaction. Oxford: Oxford University Press. 484 pagina's, 57 foto's, 93 tekeningen, 23,4 x 15,6 cm. Bestellen kan via Oxford University Press

door Tijl om 23:17 | Publicaties | Reacties (0)

17 december 2007

Lijvige stadsgeschiedenis van Deinze voltooid

Vrijdag werd in het Kasteel van Ooidonk de lijvige publicatie 'Het platteland en de dorpen in Deinze' voorgesteld, meteen het sluitstuk van de driedelige 'Geschiedenis van Deinze'. Het boek schetst de ontwikkeling van de Deinse dorpen van hun allereerste bewoning meer dan 4000 jaar geleden tot aan het begin van de 21ste eeuw. Ook verschillende archeologen, onder wie Luc Bauters, Jean Bourgeois, Philippe Crombé, Marc Meganck en David Vanhee, droegen hun steentje bij.

Met dit derde deel wordt de nieuwe 'Geschiedenis van Deinze' afgerond, als resultaat van een geslaagd samenspel van professionele historici en een groep enthousiaste leden van de Kring voor Geschiedenis en Kunst van Deinze en de Leiestreek. Een driekoppige hoofdredactie, de Gentse hoogleraren Walter Prevenier, Romain Van Eenoo en Erik Thoen, deed opnieuw beroep op een schare van deskundigen op de meest uiteenlopende terreinen. Niet enkel de traditionele onderwerpen van politiek, instellingen, cultuur en godsdienst komen aan bod maar ook de diverse facetten van de actuele geschiedschrijving zoals landschap en landbouw, zieken- en armenzorg, migratie, seksualiteit en familieleven.

Ongeveer 4000 jaar geleden kwamen de eerste bewoners in de Leiestreek aan. Deze landbouwers zetten prompt het natuurlandschap naar hun hand door te wonen op de hoger gelegen droge oevergronden en hun vee te laten grazen in de natte beekzones. Vanaf de 13de eeuw stabiliseerde het Deinse deel van Zandig Vlaanderen tot een commerciële overlevingseconomie. In de jaren 1880 evolueerde het dan tot een moderne marktlandbouw, tegelijk met een groei van veeteelt en industriële activiteiten, van scheepswerven tot steenbakkerijen en brouwerijen.

De bevolking groeide van 1730 bewoners in de tien dorpen in 1469 tot het vijfvoud rond 1800. In het ancien régime zat 17 % van de bevolking onder de armoedegrens; toch waren er in diverse dorpen vroedvrouwen en chirurgijnen voorhanden. In de crisisjaren 1840 startte de plattelandsvlucht, die pas in de jaren 1960 omgebogen werd, doordat wonen op het platteland toen opnieuw als positief werd ervaren. Inzake misdaad domineerden vóór 1800 geweldsmisdrijven, terwijl dat tijdens de hongersnoodjaren 1840 omsloeg naar vermogensdelicten; in de rustige jaren, tot 1914, stonden opnieuw verbale en fysieke geweldplegingen centraal.

De Leiestreek werd ca. 630 gechristianiseerd door de H. Amandus, die dan ook patroonheilige werd in Astene en Zeveren. In de late middeleeuwen leunden deze kleine parochies dicht tegen het onleefbare aan, en liet de zielenzorg te wensen over. In de 16de eeuw vond het protestants gedachtengoed fors ingang, en het katholiek herstel door de contrareformatorische geestelijken was een lange lijdensweg. In de 19de eeuw vestigde zich veelal een rimpelloos bondgenootschap tussen de pastoors en de lokale sociale elite. Doch naar 1900 toe moedigde de Kerk, tegen het oprukkend socialisme in, de creatie aan van sociale werken, boerenbonden en ziekenbeurzen.

Op het vlak van politiek en instellingen was de situatie in het ancien régime onwaarschijnlijk chaotisch: drie hoofdstukken leggen glashelder uit onder welke heerlijkheden, rechtsorganen en fiscale systemen de dorpsbewoners ressorteerden. Tot en met de Eerste Wereldoorlog domineerden enkele notabele families het politieke leven in elk der dorpen. De uitbreiding van het stemrecht doorbrak dit monopolie, al bleven alle lijsten ook daarna overwegend katholiek, en speelden de conflicten zich af tussen gelijkgestemden. In beide wereldoorlogen ontwikkelde zich snel na de inval een sterk anti-Duits vijandbeeld, een gevolg van het gebruiken van burgers als levend schild en het fusilleren van onschuldige dorpelingen.

In de meeste dorpen ontbraken, tot 1842, scholen, zodat eind 18de eeuw slechts 53 % der mannen geletterd was. Het toneelleven kende weliswaar in de 17de eeuw, en in de Hollandse tijd, een zekere bloei. Maar tot het eind der 19de eeuw was er nergens een dorpsbibliotheek. Georganiseerde culturele activiteiten startten vanaf de jaren 1840 met fanfares en zangkoren, en na de Eerste Wereldoorlog ook met toneel en poëzie. Van de vele Romaanse kerkjes die er in de middeleeuwen geweest zijn, blijven slechts schaarse resten over. Ze sneuvelden in de 19de eeuw voor kerkgebouwen in diverse neostijlen. Een heerlijk verblijf, zoals Ooidonk (foto rechts), klimt wellicht op tot de 8ste eeuw, maar werd fors verbouwd in Renaissancestijl vanaf 1595, en in de 19de eeuw in neogotische en neo-Renaissance stijl.

Praktisch: 'Het platteland en de dorpen in Deinze' (Geschiedenis van Deinze - Deel 3) telt 746 pagina's en kost 49 euro. Je vindt een bestelformulier in deze folder (pdf)
Foto's: Erf-goed.be. Sint-Amanduskerk in Zeveren (Tijl Vereenooghe) - Kasteel van Ooidonk (David Vanhee).

door Tijl om 23:32 | Publicaties | Reacties (0)

16 december 2007

150 jaar Sint-Annakerk Gent: een kerkgebouw en zijn bestemming

Vandaag werd in Gent de nieuwe publicatie '150 jaar Sint-Annakerk Gent. Een kerkgebouw en zijn bestemming: zorgen voor heden en toekomst' voorgesteld. Het werk, met tal van illustraties en foto's, biedt heel wat achtergrondinformatie bij de geschiedenis en restauratie van de monumentale Sint-Annakerk. Daarenboven wordt vanuit dit boeiend verleden een sprong naar de toekomst gemaakt en wordt stilgestaan bij de (her)bestemming van kerkgebouwen in het algemeen.

In dit gedenkboek wordt teruggeblikt op de bij wijlen turbulente 150-jarige geschiedenis van dit kerkgebouw. De monumentale Sint-Annakerk is van bij haar opbouw immers dikwijls het voorwerp geweest van controverse. Het project ontstaan uit de euforie van de industriële revolutie werd aanvankelijk als megalomaan aangezien en was geregeld het voorwerp van kritiek.

Een eerste deel vormt hoofdzakelijk de weergave van de referaten die ter gelegenheid van de voorbije viering, inzonderheid de feestzitting van 18 september 2005, door diverse sprekers werden gehouden. Verder wordt dieper ingegaan op diverse aspecten zoals de geschiedenis van de kerk, de architectonische visie van architect Louis Roelandt, de architectuur en de restauratieperikelen. De lezer vindt er eveneens toelichting bij het Pierre Schyven-orgel en de glasramen. Ook de mensen die een rol hebben gespeeld bij de restauratie en instandhouding van de kerk komen aan bod. Een bijdrage over de kerkfabrieken vormt de overgang van het verleden naar het heden én de toekomst.

Het tweede deel is een boeiende zoektocht in de toekomst. Zo wordt onder meer aan de beleidsverantwoordelijken een tribune verschaft om hun zienswijze rond de problematiek van de instandhouding van kerkgebouwen toe te lichten. In de diverse bijdragen wordt nagedacht over de toekomst van het kerkpatrimonium in het licht van de diepgaande maatschappelijke, culturele en religieuze veranderingen.

Er wordt ingegaan op het fenomeen van de leegloop van kerken en de druk die op kerkgebouwen wordt uitgeoefend in verband met hun (her)bestemming of eventuele sloping. Oplossingen liggen niet voor de hand. Maar het probleem trachten te situeren en een proeve van antwoord geven kan een bijdrage bieden voor de discussie waarvan het belang en de impact moeilijk te onderschatten valt.

Aldus samengebracht in één werk, vormen de topics een interessante bron van informatie voor een brede waaier van doelgroepen. De bekendheid van alle auteurs met hun onderwerp staat borg voor betrouwbare en degelijke bijdragen.

Praktisch: het boek '150 jaar Sint-Annakerk Gent. Een kerkgebouw en zijn bestemming: zorgen voor heden en toekomst' telt 200 pagina's (harde kaft), en kost slechts 10 euro. Bestellen kan met behulp van het formulier in deze folder (pdf), die ook een samenvatting van alle bijdragen aan het boek bevat.

door Tijl om 21:28 | Publicaties | Reacties (0)

12 december 2007

Maatschappij en religie in het Oude Egypte

Dayr_Henu.jpgProfessor Harco Willems van de K.U.Leuven brengt twee boeken uit over de maatschappij en de religie in het Oude Egypte. Die zijn het resultaat van de opgravingen die de professor en zijn medewerkers al vijf jaar lang uitvoeren in het dorp Dayr al-Barsha in Egypte. In mei haalden ze nog het wereldnieuws met de vondst van het ongeschonden graf van een mummie van 4.000 jaar oud.

De mummie van Henu werd teruggevonden in een ongeschonden graf. Hij stierf in 2050 voor Christus, en werd 4.000 jaar later door een team Leuvense Egyptologen ontdekt.

De K.U.Leuven voert al sinds 1988 opgravingen uit rond Dayr al-Barsha. Sinds twee jaar onderzoekt wetenschappelijk medewerkster Marleen De Meyer een gravencomplex van enkele vierkante kilometers groot op de zuidelijke heuvel van de site.

Bron / meer info: Robnet, K.U.Leuven Egyptology, egyptsites.co.uk
Afbeelding: Dayr al-Barsha Archaeological Project

door Johan om 22:55 | Publicaties | Reacties (1)

9 december 2007

Groeiende belangstelling voor archeologie (in Nederland)

Het percentage Nederlanders dat belangstelling toonde voor resultaten van archeologisch onderzoek steeg tussen 1996 en 2004 van 19% naar 27%. Vooral archeologiemusea, oudheidkundige reconstructies en archeologische monumenten trokken meer publiek. Bij de bezoekers zijn mannen, ouderen en hoogopgeleiden in de meerderheid. Dat zijn enkele conclusies uit de nieuwe publicatie 'Het bereik van het verleden. Ontwikkelingen in de belangstelling voor cultureel erfgoed'.

In het rapport, dat deze week verscheen, beschrijven onderzoekers Frank Huysmans en Jos de Haan van het Sociaal en Cultureel Planbureau de ontwikkeling van de publieke belangstelling voor musea, archieven, monumenten en archeologie. Op deze vier terreinen is onderzoek verricht naar de omvang en samenstelling van het publiek en de veranderingen die zich daarin hebben voorgedaan. Verder is aandacht besteed aan het vrijwilligerswerk en de lidmaatschappen van erfgoedorganisaties, het mediagebruik voor erfgoeddoeleinden en de overige vrijetijdsbesteding van erfgoedbezoekers.

Op de Nederlandse opgravinglocaties wordt volgens het rapport meer aan voorlichting gedaan dan voorheen. Dat kan variëren van een informatiepaneel aan het hek rond de put tot een compleet programma met wekelijks bijgehouden strooifolders, een website, rondleidingen, lezingen en open dagen. De toegenomen openstelling van opgravingsterreinen vertaalt zich in een licht gestegen publieke belangstelling. In 2004 zei 5% van de Nederlandse bevolking in de voorafgaande twaalf maanden een opgraving te hebben bezocht, in 1996 was dat 4%.

Veel mensen komen voor het eerst in aanraking met archeologie door het bezoek aan een museum met een archeologische collectie. Ook op andere locaties, bijvoorbeeld bezoekerscentra, kunnen archeologische presentaties ingericht worden. In 2004 zei 14% van de ondervraagden in het jaar ervoor naar een museum met een archeologische collectie te zijn geweest. Acht jaar eerder lag die belangstelling met 13% nagenoeg op hetzelfde niveau. Opmerkelijk is echter dat het bezoek aan archeologiemusea (dus musea met een uitsluitend archeologische collectie) in die periode toenam van 3% tot 7%.

Er zijn ook enkele archeologische reconstructieparken in Nederland, waarvan het Archeon in Alphen aan den Rijn het bekendste en - met ongeveer 150.000 bezoekers per jaar - ook het best bezochte is. Vooral oudheidkundige reconstructies trokken tussen 1996 en 2004 meer belangstellenden, maar ook het bezoek aan reconstructieparken zat in de lift. Archeologische landschapselementen zijn volgens het onderzoek de meest bezochte archeologische presentaties. In 2004 zei 16% van de ondervraagden in het jaar ervoor een archeologisch monument bezocht te hebben. Acht jaar eerder lag die belangstelling met 11% een stuk lager.

Dat ruim een kwart van de Nederlandse bevolking archeologische presentaties bezoekt, wil nog niet zeggen dat de belangstelling onder alle bezoekers even groot is. Het overgrote deel van de belangstellenden voor opgravingen en archeologische presentaties bestaat uit incidentele bezoekers, dat wil zeggen personen die in een jaar hooguit drie presentaties bezoeken. Een veel kleinere, maar groeiende groep toont door een relatief hoge bezoekfrequentie een meer dan gemiddelde belangstelling voor archeologie. In 1996 bracht iets minder dan 1% van de bevolking een keer per kwartaal of vaker een bezoek. Acht jaar later was de omvang van die groep gestegen tot ongeveer 2%.

In vrijwel alle bevolkingsgroepen nam de belangstelling voor archeologie in de afgelopen jaren toe, het sterkst bij ouderen. Ook onder 25-34-jarigen steeg het bezoek aan archeologische presentaties. Daarnaast blijkt de belangstelling sterk met het opleidingsniveau samen te hangen. De archeologische belangstelling is hoger onder mannen dan onder vrouwen, vooral voor opgravingen en archeologische monumenten. Archeologie onttrekt zich niet aan de algemene regel dat erfgoed iets is wat je met anderen, meestal je naasten, bezoekt. Bijna een derde van de bezoeken (32%) gebeurt samen met de partner. Ook kinderen (19%), het hele gezin/familie (22%) en vrienden/kennissen (17%) vormen geliefd gezelschap. Slechts in zo'n 14% van de archeologiebezoeken gaat men alleen op pad.

Lees meer: het rapport is integraal te downloaden op scp.nl

door Tijl om 23:51 | Publicaties | Reacties (2)

4 december 2007

Erfgoed Leeft 03: 'Meetjesland Graaft'

Meetjesland_KLAD_klein.JPGDe derde editie van Erfgoed Leeft gaat over archeologie in het Meetjesland. Aangezien archeologisch onderzoek steeds vaker wordt ingepland en uitgevoerd in de Vlaamse Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening, resulteert dit in meer archeologische vondsten. De Meetjeslandse bodem herbergt immers een schat aan informatie, dat nu dankzij het boek van Elise Martens ontsloten is voor het publiek. De publicatie is voor 4 euro te verkrijgen via de Erfgoedcel Meetjesland.

In het Meetjesland zijn sporen gevonden uit de Prehistorie, de Gallo-Romeinse tijd, de Middeleeuwen en later. 'Meetjesland Graaft' vertelt u over de job van de archeologen, hun technieken en wat er waar in het Meetjesland opgegraven werd. Er staan tal van foto's in van voorwerpen, archeologische sporen en sites.

U zal versteld staan van de ondergrondse schatten in het Meetjesland. Misschien bevindt er zich zelfs één in uw achtertuin?

Bestellen: Erfgoedcel Meetjesland
Afbeelding: Proefsleuvenonderzoek Kale-Leie Archeologische Dienst

door Johan om 21:35 | Publicaties | Reacties (1)

29 november 2007

Militaire domeinen staan centraal in nieuw VIOE-rapport

Het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) publiceert zijn derde VIOE-rapport, tegelijk het derde rapport van de Centrale Archeologische Inventaris. Het beschrijft de archeologische waarde van militaire heidedomeinen. De publicatie is de neerslag van landschapshistorisch en archeologisch onderzoek van 12 domeinen: Grobbendonk, Malle, Weelde, Kasterlee, Turnhout, Zedelgem, Houthulst, Ursel, Houthalen-Helchteren, Zonhoven, Brasschaat en Leopoldsburg.

De ontstaansgeschiedenis van heidelandschappen komt uitgebreid aan bod. Voorts ligt de nadruk op de herkenning van gave cultuurlandschappelijke en archeologische relicten. De militaire domeinen blijken belangrijke bewaarplaatsen te zijn van archeologisch en landschapshistorisch erfgoed. Ze zijn immers nauwelijks aangetast door de bebouwing en infrastructuur die elders het landschap aanzienlijk hebben getransformeerd. Het rapport duidt ook de waardevolle cultuurhistorische en archeologische zones in de domeinen aan en formuleert adviezen voor het toekomstige beheer van de landschappen, landschapsrelicten en archeologische waarden.

Het project werd uitgevoerd in 2005 door Inge Verdurmen (VIOE) en prof. Dries Tys (VUB, vakgroep Kunstwetenschappen en Archeologie). De afdeling Monumenten en Landschappen (nu Agentschap R-O Vlaanderen) heeft het project gefinancierd, terwijl het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed voor de wetenschappelijke begeleiding heeft gezorgd. Met dit werk wordt nogmaals de noodzaak benadrukt van een goede afstemming van archeologische en cultuurhistorische erfgoedwaarden op de ruimtelijke planning, een belangrijk aandachtspunt in het beleid van minister Dirk Van Mechelen.

Het rapport wordt tegelijk met de papieren publicatie digitaal gepubliceerd in het Open Archief van VIOE-publicaties. Klik hier om rechtstreeks naar het rapport te gaan. Ook de eerste twee CAI-rapporten zijn nu digitaal beschikbaar in het archief.

Praktisch: VERDURMEN I. & TYS D. 2007: Centrale Archeologische Inventaris (CAI) III. De archeologische waarde van militaire heidedomeinen, VIOE-rapporten 03, Brussel. Prijs: 17 euro. Verzendingskosten: 3 euro (België) - 5 euro (Europa). Het rapport kan besteld worden bij Anne Seys.
Foto: het Vloetemveld in Zedelgem (Pol Denys - Erf-goed.be)

door Tijl om 14:19 | Publicaties | Reacties (0)

26 november 2007

Haal die thesis uit je kast!

In 2005 werd door enkele oud-studenten uit Leuven, Gent en Brussel de reeks Terra Incognita gestart, waarin pas afgestudeerde archeologen de kans krijgen op vrijwillige basis een wetenschappelijk verantwoord artikel over hun thesisonderzoek te schrijven. Voor volume 3 is men nog op zoek naar enthousiaste auteurs (afgestudeerd in 2007) die bereid zijn een beknopt artikel over hun thesis te schrijven. Ook medewerkers zijn van harte welkom.

De doelstelling van de reeks 'Terra Incognita' is tweeledig: enerzijds jonge archeologen de kans hun onderzoek te presenteren, anderzijds wordt aan alle geïnteresseerden zo de mogelijkheid geboden kennis te maken met dit, vaak onbekende thesisonderzoek.

Chronologisch, geografisch en thematisch weerspiegelen de bijdragen de brede waaier aan archeologische onderwerpen die aan de Vlaamse universiteiten aan bod komen: van de Middle Stone Age in Afrika, over clandestien opgegraven objecten in Iran tot 19de -eeuwse afvalcontexten uit een Antwerps gasthuis.

Een eerste exemplaar van de reeks verscheen reeds in 2006. Momenteel wordt gewerkt aan de volgende edities. Voor volume 3 is men nog op zoek naar enthousiaste auteurs (afgestudeerd in januari, juni of september 2007) die bereid zijn een beknopt artikel (ca. 10 pagina's) over hun thesis the schrijven. Ook medewerkers zijn van harte welkom.

Meer informatie:
Afgestudeerden K.U.Leuven: Ann Van Baelen
Afgestudeerden UGent: Maarten Berkers
Afgestudeerden VUBrussel: Pieterjan Deckers

door Tijl om 18:19 | Publicaties | Reacties (0)